*****
© Jochen Quast
Duisburg, 7 mei 2026

‘On The Town’; een schat in Duisburg

De Deutsche Oper am Rhein speelt de musical ‘On The Town’ van Leonard Bernstein in Duisburg. Een uitmuntende cast brengt in een betoverende vintage en retro stijl een prachtige voorstelling.

De 25-jarige Leonard Bernstein (1918-1990) onthulde in 1944 zijn enorme theatertalent met de musical ‘On The Town’. Hij creëerde een eigen geluid met een pulserende combinatie van klassiek, jazz, swing en Broadway, waarmee later ‘West Side Story’ zo beroemd zou worden.

Het tekstboek van ‘On The Town’ was geschreven door de Joods-Amerikaanse librettisten Betty Comden und Adolph Green, die later verantwoordelijk zouden zijn voor het libretto van ‘Singin‘ in the Rain’. ‘On The Town’ is een eerbetoon aan New York en vertelt het verhaal van drie matrozen die 24 uur verlof hebben in de metropool. Onder het zeemansgezegde “in elk stadje een schatje” vindt ieder van hen daar een vrouwelijke partner. Het is een innemend werk over vrijheid, tolerantie en plezier, dat de tijdsgeest tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog uitstekend vangt en de energie en nieuwsgierige zoektocht van de jeugd toont.

On The Town’ wordt niet dikwijls opgevoerd. Ruim tien jaren geleden werd de musical in Gelsenkirchen gespeeld en nu brengt de Deutsche Oper am Rhein (DOR) een productie in Duisburg met de songs in het originele Engels en de dialogen in een Duitse vertaling van Jens Luckwaldt.

De enscenering van de Amerikaanse regisseuse Louisa Proske (1984) is een verademing; geen actualisering of herinterpretatie, maar onderhoudend en betoverend in de vintage en retro stijl van de wereldpremière. Proske voert een uitstekende personenregie met humor, amusement, vitaliteit en tempo.

Het toneelontwerp van Momme Hinrichs biedt een hommage aan New York. Daarin ontvouwt zich het verhaal van het verlof van de drie matrozen Gabey, Chip en Ozzie die vanaf zes uur ’s ochtends een etmaal aan land in New York mogen doorbrengen. Alle paar minuten verandert de scène met verschuifbare wanden en aanschouwt men als in een plakboek vele bezienswaardigheden van New York. Smaakvolle video-projectie mengt zich met het toneelbeeld en geeft een fraai ruimtelijk effect.

Nadat de drie matrozen aan wal stappen, bevinden zij zich in de metro.
Daar zien zij een poster met het portret van de danseres en zangeres Ivy Smith en Gabey besluit haar op te sporen.
Vervolgens stapt Chip in de taxi van de chauffeuse Brünnhilde (Hildy) Esterhazy. Hij wil de stad leren kennen, maar Hildy beoogt hem slechts mee te lokken naar haar appartement.
In het Natuurhistorisch Museum wordt Ozzie ontdekt door de nymfomane antropologe Claire de Loone (“Clair de lune”) die in hem een bijzondere specie ziet.
Gabey vindt uiteindelijk in Carnegie Hall zijn Ivy als zangleerlinge van Madame Dilly en Ivy accepteert zijn uitnodiging. Daarna zijn er kijkjes in de appartementen van Claire en Hildy.

Chip en Ozzie begeven zich met hun dames om 23.00 uur naar Times Square, waar Gabey in de steek is gelaten door Ivy. Het vijftal besluit het nachtleven te verkennen en bezoekt maar liefst drie nachtclubs. In de laatste verneemt Gabey van Madame Dilly dat Ivy optreedt op Coney Island. Na opnieuw een metrorit vindt hij haar daar. Maar dan is het 6.00 uur ’s ochtends en moeten Gabey, Chip en Ozzie terug naar het schip…

Een ensemble van 26 (!) personen – diverse nog in dubbele bezetting – is door DOR uitmuntend bezet met vooral gasten. Allen zingen, spelen en dansen uitstekend en vormen een homogeen ensemble waarin alles klopt. De Colombiaans-Nederlander Leon de Graaf is een fantastische Gabey. Hij geeft een romantisch portret van de matroos, indrukwekkend tapdansend en zijn vertolking van “Loney Town Coral” was een zeldzaam kippenvel-moment. De Graaf is omringd door Duitstaligen. De pas 25-jarige Julius Störmer is een frisse, sympathieke Chip. Zijn duet “Come up to my place” met Hildy in de taxi is hilarisch. Peter Lewys Preston is een heerlijk levendige en jongensachtige Ozzie met een enthousiaste, bruisende uitstraling en aangename stem.

De vrouwenrollen zijn bij Bernstein geëmancipeerd en zelfstandig. Maria Joachimstaller is dansend en acterend een aantrekkelijke Ivy Smith, die niet veel te zingen heeft. Laura Magdalena Goblirsch is een temperamentvolle Hildy, heerlijk jazzy in “I can cook too” in haar appartement. De Oostenrijkse Valerie Luksch als Claire heeft Broadway-niveau. Haar duet “Carried away” met Ozzie in het Natuurhistorisch Museum vertolkt zij schitterend.

Routiniers Morenike Fadayomi als overheersende zanglerares Madame Dilly en de Nederlandse bariton Peter Bording als Clairs begripvolle verloofde Pitkin geven uitstraling aan hun personages. Ook de rest van de bezetting – mede door de bruisende choreografie van Marie-Christin Zeisset – biedt energie en speelvreugde aan de voorstelling.

Al bij de ouverture – die eigenlijk niet van Bernstein zelf is maar van een arrangeur – hoort men dat chefdirigent van het Theater Bremen Stefan Klingele en de Duisburger Philharmoniker Bernstein begrijpen. Met vlotte tempi en met gevoel voor ritme en stijl spelen zij nu eens swingend, dan weer fijnbesnaard en alle muziek van de musical wordt zonder coupures gespeeld.

Het is lovenswaardig dat een gerenommeerd gezelschap als DOR deze fantastische musical op het repertoire zet en als werk serieus genoeg neemt om het zo eersteklas op het toneel te brengen. En de productie is inmiddels zo populair en goed verkocht dat de show in het volgende seizoen terugkomt.

Opvallend genoeg toert op dit moment ook een co-productie van ‘On The Town’ van de Folkwang Universität der Künste en het Theater & Konzerthaus Solingen door Noordrijn Westfalen. En over ‘Singin‘ in the Rain’ gesproken… Het Theater Mönchengladbach zal deze musical volgend jaar juni op de planken brengen. Veel te genieten dus in Noordrijn Westfalen!