De musical ‘On The Town’ van de Amerikaanse componist en dirigent Leonard Bernstein ging op 28 december 1944 in het Adelphi Theater op Broadway New York in première. Na 462 voorstellingen sloot de show de deuren op 2 februari 1946.

‘On The Town’ was een uitbreiding van het ballet ‘Fancy Free’ uit hetzelfde jaar, waaraan Leonard Bernstein had gewerkt met choreograaf Jerome Robbins. Het verhaal gaat over drie matrozen – de romantische Gabey, de toeristische Chip en de knuffelaar Ozzie – die met verlof 24 uur in New York doorbrengen en iedere minuut willen genieten. Ieder van hen vindt een vrouwelijke partner, respectievelijk de danseres en zangeres Ivy Smith, de taxichauffeuse Hildy Esterhazy en de antropologe Claire de Loone.

Hier volgt een bespreking van de vijf belangrijkste opnamen van ‘On The Town’ in chronologische volgorde.

1.

Leonard Bernstein (1918-1990) had zelf de muzikale leiding in handen van een registratie van ‘On The Town’ op 31 mei 1960 in de Columbia 30th Street Studio van New York. Bernstein streefde voor deze opname niet naar volledigheid, maar naar weergave van de belangrijkste fragmenten. Zo ontstond een album met een uur muziek met deels leden van de oorspronkelijke bezetting.

Het was een volledig Amerikaanse cast. De bariton John Reardon (1930-1988) zong hier de partij van Gabey. Gabey was tijdens de wereldpremièrereeks vertolkt door John Battles, die in die tijd een intense, amoureuze affaire met Bernstein zou hebben gehad.* Reardon had in 1954 bij de New York City Opera zijn operadebuut gemaakt en de rol van Schaunard vertolkt in de beroemde opname van ‘La Bohème’ uit 1956 onder leiding van Thomas Beecham. Zijn vertolking van de matroos in de nummers “Lonely town” en “Lucky to be me” in de eerste akte zijn prachtig open, eerlijk en helder, verstaanbaar, innemend en kernachtig. De beste Gabey op CD!

Reardon zou later door Igor Stravinsky uitgekozen worden om de rol van Nick Shadow te zingen op de tweede opname van de opera ‘The Rake’s Progress’ (1964). Daarna zou Reardon van 1965 tot 1977 lid zijn van de Metropolitan Opera. In 1967 vertolkte hij nog de rol van Orin Mannon in de wereldpremière van Marvin David Levy’s ‘Mourning Becomes Electra’ en in 1969 creëerde hij de rol van Dr. Stone in de wereldpremière van Menotti’s ‘Help, Help, the Globolinks!’. Reardon stierf in 1988 op 58-jarige leeftijd aan een longontsteking als gevolg van AIDS.

De andere vier hoofdrolzangers hadden allen 16 jaren eerder meegedaan aan de wereldpremière van ‘On The Town’, destijds jonge onbekenden, maar tijdens de opname was een aantal inmiddels de 40-jarige leeftijd gepasseerd. De acteur, zanger en danser Cris Alexander (1920-2012) was Chip. Hij had in 1953 ook meegewerkt aan de wereldpremière van Bernsteins musical ‘Wonderful Town’, opnieuw op tekst van Green en Comden. Zijn duet “Come up to my place” met Hildy in de taxi is hilarisch. Hildy werd vertolkt door de actrice Nancy Walker (1922-1992). Ze is heerlijk fel jazzy in “I can cook too” in haar appartement in de eerste akte. Walker zou van ABC-TV in de jaren zeventig haar eigen ‘The Nancy Walker Show’ krijgen.

‘On The Town’ was de eerste Broadway-show van de Joods-Amerikaanse librettisten Adolph Green (1914-2002) en Betty Comden (1917-2006) en zij namen zelf deel aan de uitvoeringen én deze opname als Ozzie en Claire. Comden – uit Brooklyn – is vocaal niet de meeste aantrekkelijke Claire, maar geeft net als Green – uit de Bronx – goed karakter aan het duo. Hun duet “Carried away” in het Museum of Natural History is dolkomisch.

De acteur en bas Michael Kermoyan (1921-1994) is een prachtige Workman. Rechter Pitkin W. Bridgework – de verloofde van Claire – wordt hier vertolkt door de acteur George Gaynes (zijn vader was Nederlander) die in 1953 ook had meegewerkt aan de wereldpremière van Bernsteins musical ‘Wonderful Town’. Hij zingt hier lekker verwijtend in “I understand”. Gaynes zou bij het grote publiek bekendheid krijgen door zijn rollen in de zes films ‘Police Academy’ van de jaren tachtig.

Ivy Smith was voornamelijk een dans- en acteerrol. Voor haar zangles in Carnegie Hall “Do-Do-Re-Do” werd hier waarschijnlijk een koorlid gevraagd. Overigens werd het nummer in 1960 weggelaten op de originele LP-uitgave vanwege ruimtegebrek, maar op de latere CD-release wel uitgebracht.

Leonard Bernstein is zelf net voor de finale II nog te horen als Rajah Bimmy in “The Real Coney Island” tijdens diens show Harem Scarem. Dirigenten na hem zouden ‘On The Town’ – net als bij ‘Candide’ het geval was – nog pittiger en levendiger presenteren dan hijzelf. De CD werd aangevuld met de “Overture” die eigenlijk niet van Bernstein zelf was maar van een arrangeur en hier te horen is in een opname onder leiding van dirigent Lehman Engel uit 1958. Tevens zijn er “Three Dance Episodes” die Bernstein in 1963 zelf opnam met de New York Philharmonic.

* Carol J. Oja – Bernstein Meets Broadway; Collaborative Art in a Time of War (Oxford University Press, 2014)

Sony Classical – SK 60538 (1CD) / 1°1’

2.

De eerste Londense productie van ‘On The Town’ opende bijna twintig jaren na de wereldpremière op 30 mei 1963 in het Prince of Wales Theatre. De show was met slechts 63 voorstellingen geen succes en sloot zijn deuren al op 13 juli 1963. Het was de tijd dat Britse sterren als The Beatles, Cliff Richard en The Shadows de plaats van Amerikaanse artiesten aan het innemen waren.

De cast van de Londense voorstelling nam gelukkig de musical kort na de première op voor de grammofoonplaat en de uitvoering is de meest bruisende en ongekunstelde van alle opnamen. De bezetting bestond voor een groot gedeelte uit Amerikanen. De Amerikaanse acteur Don McKay (1925–2018) had in 1958 Tony op de West End première van ‘West Side Story’ (Broadway, 1957) gespeeld en vertolkte hier Gabey met een mooi lyrisch timbre.

De Joods-Amerikaanse acteur Elliott Gould (Brooklyn, 1938) stond hier aan het begin van een grote filmcarrière en is een fantastische Ozzie. Zijn duet “Carried away” met Claire is schitterend. Gould zou later bekend worden vanwege onder andere M*A*S*H. Ook in 1963 trad hij met Barbra Streisand in het huwelijk, dat in 1971 werd ontbonden. Streisand zou nog zijn benaderd voor de rol van Ozzies maatje Hildy, maar was te druk met de musicalversie van ‘Funny Girl’ (1964) op Broadway.

Hildy wordt heerlijk hitsig en pinnig gezongen door de Amerikaanse actrice Carol Arthur (1935-2020). Twee jaren later zou Arthur trouwen met de komiek Dom DeLuise en vanaf de jaren zeventig speelde zij in diverse films van Mel Brooks. In het duet met Hildy “Come up to my place” geeft de Amerikaanse acteur Franklin Kiser met een sympathieke stem goed portret aan Chip. De Britse actrice Gillian Lewis (1935) is Claire met een enigszins onrustig vibrato. 

Dirigent Lawrence Leonard neemt vlottere tempi dan Bernstein en dat komt de muziek ten goede. De uitvoering is levendig, opgewekt en vrolijk. Er zijn enkele tekstwijzigingen aangebracht, aangezien het Londense publiek bepaalde verwijzingen naar New York wellicht anders niet zou begrijpen. Helaas ontbreken “Do-Do-Re-Do” en “I understand” vanwege ruimtegebrek op de grammofoonplaat in die tijd. Een opname die de nostalgie van het werk schitterend vangt.

CBS Masterworks Broadway Sony 500728 (1CD) / 54’

3.

Pas bijna dertig jaren later verscheen er weer een nieuwe opname van ‘On The Town’. Aanleiding waren twee semi-concertante uitvoeringen van de musical op 28 en 29 juni 1992 in het Barbican Centre van Londen. De optredens werden live opgenomen en van de opnamen werd een CD-uitgave samengesteld. Beeldopnamen van de productie werden in januari 1994 uitgezonden in de PBS-serie Great Performances en in het Verenigd Koninkrijk op BBC Two en BBC Radio 3. De CD won een 1994 Gramophone Award voor Best Musical Theatre Recording.

De cast bevat een aantal klassiek geschoolde stemmen. De Amerikaanse bariton Thomas Hampson (1955) is een verstaanbare Gabey. In “Lucky to be me” is hij niet altijd zuiver, intoneert hij dikwijls te hoog en zijn de lage noten zwak. Andere Gabey’s waren romantischer. De Amerikaanse bariton Kurt Ollmann (1957) heeft weinig uitstraling als Chip en kan zich niet meten met Alexander en Kiser. De Amerikaanse actrice Tyne Daly (1946) – bekend vanwege de TV-serie ‘Cagney and Lacey’ – is daarentegen een heerlijk felle Hildy. De beste Hildy op CD!

De Amerikaanse acteur David Garrison (1952) – toen populair van de TV-serie ‘Married With Children’ – is een aantrekkelijke, vleiende Ozzie. De Amerikaanse mezzo Frederica von Stade (1945) is een geaffecteerde en diva-achtige Claire. De Amerikaanse bas Samuel Ramey (1942) is vocaal schitterend in de partijen van Pitkin, de First Workman en de Announcer.

De Engelse jazzzangeres Cleo Laine (1927-2025) maakt een cameo-optreden als The Nightclub Singer in de tweede akte in “Ain’t got no tears left”. Het nummer werd uit de oorspronkelijke productie geschrapt, maar hier door Michael Tilson Thomas gearrangeerd voor jazztrio. De 77-jarige veteraan Adolph Green trad hier op als Rajah Bimmy op Coney Island. De 66-jarige Amerikaanse sopraan Evelyn Lear (1926-2012) werkte mee als Madame Dilly tijdens haar les in de Carnegie Hall Pavane. De Schotse, lyrische sopraan Marie McLaughlin (1954) is kort te horen als Ivy.

De Amerikaanse dirigent Michael Tilson Thomas (1944-2026) – een goede vriend en protegé van Bernstein – leidde het London Symphony Orchestra. Hij vermengt klassieke virtuositeit met authentieke jazzinvloeden. Er is in zekere mate van “Broadway-flair” die Bernstein voor ogen had. Toch is de uitvoering te gestileerd zonder de energie en nostalgie van de “Original Cast” (zie 1.) en de Londen-première (zie 2.) opnamen.

Dit is overigens de eerste keer dat de pickup song “Gabey’s Town” werd opgenomen. Het nummer werd bij de oorspronkelijke productie en in Londen geschrapt. Als extra is er ook het koorwerk “The intermission’s great” dat ook in de oorspronkelijke show werd weggelaten. Wel is het “Entr’acte” weggelaten.

Deutsche Grammophon 437 516-2 (1CD) / 1°15’

4.

Een andere studio-opname van ‘On The Town’ werd in 9, 10 en 11 mei 1995 in de Abbey Road Studios van Londen gemaakt. Het werd met negentig minuten muziek de “first complete recording” van de musical. Men gebruikte het originele boek en de oorspronkelijke muziek, teksten en orkestraties.

De opname opent ook met de “Ouverture” die eigenlijk niet van Bernstein zelf was, maar van een arrangeur en in 1958 voor het eerst werd opgenomen onder leiding van dirigent Lehman Engel (zie 1.).

De Amerikaanse sterrencast was afkomstig uit de theater-, film- en televisiewereld. De zanger en acteur Ethan Freeman had in 1993 Maximilian in Bernsteins ‘Candide’ in Innsbruck gezongen. Zijn Gabey is lyrisch en gevoelvol. Freeman vertolkte in 2023 in Bonn nog de rol van het monster in de Duitse première van de musical ‘Young Frankenstein’ van Mel Brooks. De Britse sopraan Tinuke Olafimihan is kort als Ivy te horen in de Carnegie Hall Pavane.

De acteur Gregg Edelman is een vurige, nieuwsgierige Chip. Hij zou tussen 2003 en 2005 op Broadway Robert in ‘Wonderful Town’ vertolken. De Kim Criswell was inmiddels een gevestigde musicalzangeres en leefde sinds 1992 in Londen. Haar Hildy heeft pit en energie in “Come up to my place” en “I can cook too”, maar niet de flirt van Nancy Walker, Carol Arthur en Tyne Daly. Criswell zou overigens veel rollen van Bernstein vertolken. In juni 1998 nam zij de rol van Ruth Sherwood in ‘Wonderful Town’ op in de studio voor EMI, op 12 oktober 2008 was zij in het Prinzregententheater van München Dinah in ‘Trouble In Tahiti’ en in januari 2012 vertolkte zij Gunegonde in ‘Candide’ in de Weense Volksoper.

De acteur Tim Flavin was in 1984 de eerste Amerikaan die een Laurence Olivier Award ontving. Zijn Ozzie is sympathiek en liefkozend. Two time Tony Award-winning (!) zangeres en actrice Judy Kaye had Claire in 1989 in een productie bij de New York City Opera gezongen. Zij is een prachtige Claire, de mooiste op CD. Haar mix tussen sopraan en Broadway belt is ideaal voor de onderzoekster. In 1997 zou zij nog de Old Lady in ‘Candide’ bij de New York City Opera zingen. Judy Kaye nam ook als eerste Bernstein’s ‘Arias and Barcarolles’ voor CD op.

De Britse mezzo Valerie Masterson – in 1983 een Laurence Olivier Award voor haar titelrol in Händels ‘Semele’ in Covent Garden – is een deftige Madame Dilly. De bas Michael Bauer is een prima Pitkin W. Bridgework/Workman 1 en de Engelse zangeres Louise Gold is over-the-top als Diana Dream/Dolores Dolores in de nachtclub.

De Britse dirigent John Owen Edwards is vooral bekend van het lyrische theater in met name West End-musicals en lichte opera. Hij dirigeerde veel opnamen van producties waaraan hij zelf op het podium meewerkte. Zo had hij al in 1993 ‘West Side Story’ voor CD opgenomen met Tinuke Olafimihan als Maria. Voor ‘On The Town’ gebruikte hij de originele orkestraties met een volledig, groot National Symphony Orchestra. In 1996 zou Edwards nog ‘Wonderful Town’ opnemen met Gregg Edelman als Wreck.

Orkestraal bruist deze uitvoering van ‘On The Town’ maar de overall indruk van de opname is teveel een studiogeluid en geen levendige, theatrale sfeer. Overigens is “Gabey’s coming” als bonus track opgenomen en “Ain’t got no tears left” weggelaten”.

Jay Masterworks Edition CD JAY2 1231 (2CDs) / 1°30’

5.

‘On The Town’ keerde op 16 oktober 2014 terug naar Broadway voor de Third Broadway revival. Terwijl van de eerste Broadway revival in 1971 en tweede in 1998 geen opnamen waren gemaakt, maakte de bezetting van de derde revival wel een opname.

De 30-koppige cast voerde de musicalcomedy op in een regie van Tony Award-winnaar John Rando. Diverse leden van de cast – allen Amerikanen – wonnen prijzen en nominaties voor hun rollen. De musical superster Tony Yazbeck had op 11-jarige leeftijd zijn Broadway-debuut gemaakt als de Newsboy in ‘Gypsy’ en is een oprechte, zoetgevooisde Gabey. Hij won voor zijn vertolking een Astaire Award voor Best male dancer en een Tony Award nominatie voor Best Performance by a Leading Actor in a Musical. De Megan Fairchild won voor haar rol als Ivy de Theatre World Award 2015 en nominaties voor Outer Critics Circle Award Outstanding Featured Actress in a Musical en Astaire Award Best Female Dancer.

Jay Armstrong Johnson was in 2009 al op Broadway als swing en understudy in ‘Hair’, was hier pas 26 jaar en een bruisende Chip vol energie. Hij kreeg voor zijn vertolking een nominatie voor Astaire Award Best Male Dancer. Alysha Umphress had in 2010 haar Broadway-debuut gemaakt en is een lekker jazzy Hildy.

Clyde Alves is een frisse Ozzie en kreeg voor zijn vertolking een nominatie voor Astaire Award Best Male Dancer. Elizabeth Stanley had in 2006 haar Broadway-debuut gemaakt in ‘Company’ en is een chique Claire. Voor haar vertolking van Claire kreeg zij een nominatie voor Drama Desk Award Outstanding Featured Actress in a Musical.

Michael Rupert had in 1968 op 16-jarige leeftijd zijn Broadway-debuut gemaakt in ‘The Happy Time’ en is Pitkin in “I understand”. Phillip Boykin is een Workman en Announcer met heerlijk spiritual sound. De actrice Jackie Hoffman is Ivy’s lerares Maude P. Dilly.

Dirigent James Moore had in 1995 zijn Broadway-debuut gemaakt met ‘Company’ en brengt ‘On The Town’ tot leven met een 28-koppig orkest, een groot orkest voor Broadway. Al met al heeft de uitvoering wel een zeer hoog Broadway-gehalte met brede stemmen en glijdende tonen. De opname opent met de “Star-Spangled Banner” van John Stafford Smith en de ouverture wordt op de plaats van het “Entr’acte’ gespeeld. De uitvoering bevat “Gabey’s comin’”, maar niet “Ain’t got no tears left”.

PS Classics PS-1525 (2CDs) / 1°31’