***** Maarten Hell & Mirjam Knotter – Atlas van Mokum

Afgepeigerd, gozer, hoteldebotel, kapsones, Mokum… Het zijn slechts enkele van tientallen leenwoorden uit het Jiddisj die eraan herinneren dat deze taal van de Asjkenaziem ooit een levende taal was in Amsterdam. Mokum komt van het Jiddisje woord mokem (plaats) en werd de naam voor de belangrijkste plaats voor Joden in Nederland, Amsterdam.

Er is een bewogen Joodse geschiedenis van inmiddels meer dan 425 jaren in Amsterdam. Het 750-jarig jubileum van Amsterdam was voor het Joods Cultureel Kwartier de aanleiding om de tentoonstelling ‘Mokum, de biografie van Joods Amsterdam’ te maken, die tussen 25 oktober 1925 en 6 april 2026 werd gepresenteerd in de Nieuw Kerk. Naar aanleiding van die expositie verscheen de biografie ‘Atlas van Mokum’ onder redactie van historicus en schrijver Maarten Hell (1970) en kunsthistoricus, tentoonstellingsmaker en hoofdconservator van het Joods Museum Mirjam Knotter (1968).

Onder hun redactie schreven nog negen andere auteurs aan biografieën van Joden in Amsterdam. Aan de hand van die biografieën wordt in vijf hoofdstukken per eeuw de religieuze en culturele identiteit van Joodse bewoners beschreven.

Het boek opent met de komst van Joden aan het einde van de 16e eeuw vanuit verschillende delen van Europa naar Amsterdam, waar relatief veel vrijheid van godsdienst is. Al snel ontstaat er een grote Joodse gemeenschap in de stad. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt driekwart van de Amsterdamse Joden – 58.000 van de 77.252 geregistreerde Joden – vermoord en verdwijnt de Joodse cultuur uit Amsterdam.

Bekende en onbekende biografieën vertellen over het wel en wee van het Joodse leven door de jaren heen en hoe het Amsterdam heeft gevormd. Zo komen wereldberoemde oud-inwoners voorbij zoals Baruch Spinoza, Samuel Sarphati, Jacob Israël de Haan en Frieda Belinfante. Uiteraard diende men keuzes maken en zo ontbreken helaas biografieën van Anne Frank (!), Aletta Jacobs, Abraham Tuschinski, Louis Davids en Max Tailleur.

‘Atlas van Mokum’ toont de veelzijdige en bewogen geschiedenis van het Joodse leven in Amsterdam. De biografie is een ode aan de Joodse gemeenschap die ruim vier eeuwen lang onlosmakelijk verbonden was met het DNA van de stad. Een prachtige uitgave!

Hardcover
oktober 2025
176 pagina’s
Uitgeverij WBOOKS
ISBN 9789462587267
€ 37,95

***** Coos Huijsen & Geerten Waling – Roze draad

Historicus, oud-politicus en homo-emancipator Coos Huijsen (1939) kwam in 1976 uit de kast in de Tweede Kamer. Hij was daarmee het eerste parlementslid ter wereld dat uitkwam voor zijn homoseksualiteit. In zijn nieuwe boek ‘Roze draad; Strijd, succes en stilstand in vijftig jaar homo-emancipatie’ blikt hij samen met zijn neef, historicus en redacteur voor EW Magazine Geerten Waling (1986) terug op een bewogen leven.

‘Roze draad’ is inderdaad in de eerste plaats een terugblik. Huijsen spreekt over zijn eenzame jeugd als homoseksueel in een onveilige, onwelkome omgeving. Hij beschrijft zijn persoonlijke en politieke coming-out, zijn ontmoeting met zijn levenspartner Lank, over de ‘Miami Nightmare’ van 1977, de aidsepidemie en het homohuwelijk.

Maar in ‘Roze draad’ beschrijft Huijsen ook hoe een halve eeuw succesvolle homo-emancipatie lijkt te stagneren. Anno 2026 is het helemaal niet meer vanzelfsprekend dat mensen van hetzelfde geslacht vrij hun liefde kunnen ervaren. Onderzoek wees uit dat slechts 43 procent van de Amsterdamse jongeren zegt homoseksualiteit te accepteren. Een ander rapport toonde aan dat homohaat vaak van Marokkaanse jongemannen komt.

De oplossing lijkt opnieuw niet uit de politiek te komen. “Op de linker vleugel van de politiek lijken weinig mensen zich af te vragen wat de instroom van immigranten uit homofobe culturen betekent voor de eigen, progressieve verworvenheden”, aldus Huijsen.

Hij geeft daarvan enkele voorbeelden. Het genoemde rapport over homohaat werd door de Amsterdamse wethouder Groot Wassink (GL) een halfjaar onder de pet gehouden. Als reactie op homodiscriminatie hekelde wethouder Moorman (PvdA) de “conservatieve wind”, bekritiseerde burgemeester Halsema (GL) de “invloed van Andrew Tate” en pleitte Jetten (D66) slechts voor “speciale rechercheurs” om discriminatie te onderzoeken.

“Een onoplosbaar probleem is dat homoseksualiteit voor veel moslims niet acceptabel is”, verklaren Huijsen en Waling en bij discussies loopt men al snel vast in het risico “islamofoob” of “racistisch” genoemd te worden. De auteurs gaan deze precaire thema’s niet uit de weg en dat is de grote verdienste van dit boek. 

De schrijvers vragen zich ten slotte af wat er moet gebeuren om de vrijheid en verdraagzaamheid, die ooit als vanzelfsprekend golden, opnieuw te veroveren en te verankeren. “Wat is er nog van te maken?” vragen zij in de epiloog van het boek.

Maar het is pijnlijk te constateren dat ook Huijsen en Waling zelf geen concrete oplossingen hebben. Verder dan “het definitieve antwoord ligt bij de volgende generaties” en “er zal met iedere generatie jongeren opnieuw hard gewerkt moeten worden aan de sociale acceptatie van homoseksualiteit” komen ook zij niet.

Met een voorwoord van journalist, jurist en schrijver Tahrim Ramdjan en een nawoord van theoloog, schrijver en mediamaker Tom Mikkers.

Paperback
maart 2026
224 pagina’s
Uitgeverij Boom
ISBN 9789024476411
€ 26,90

***** Euripides – Zes tragedies

Samen met Aischylos en Sofokles is Euripides (c. 480-c. 406 v.Chr.) één van de drie Griekse tragedieschrijvers uit de oudheid van wie een groot aantal toneelstukken bewaard is gebleven. Net als de tragedies van Aischylos en Sofokles werden de werken van Euripides opgevoerd tijdens het jaarlijkse toneelfestival van de Dionysia in Athene. Van de meer dan duizend in het oude Athene uitgevoerde tragedies zijn er slechts 31 compleet bewaard gebleven. Euripides nam met zo’n 90 toneelstukken eraan deel en 17 zijn er bewaard gebleven.

De Nederlandse classicus Gerard Koolschijn (1945) heeft nu vertalingen, die hij tussen 1985 en 1999 van zes Euripides-tragedies maakte, verzameld en herzien voor de bundel ‘Zes tragedies; Medea, Ifigeneia in Aulis, Trojaanse vrouwen, Elektra, Orestes, Bakchanten’.

De uitgave opent met ‘Medea’ (431 v.Chr.) dat draait om de voormalige prinses Medea. Als haar man Jason haar verlaat voor een prinses van Korinthe neemt zij wraak door zijn nieuwe vrouw, haar schoonvader en haar eigen twee zoons te vermoorden. ‘Ifigeneia in Aulis’ (405 v.Chr.) gaat over het offeren van een dochter in het bijzijn van haar moeder. Lees het cynische huwelijkslied van Kassandra. ‘Trojaanse vrouwen’ (415 v.Chr.) vertelt over de oorlog gezien door de ogen van de vrouwen uit de koninklijke familie van Troje. Hartverscheurend de tekst van Andromache “omhels je moeder nu voor het allerlaatst” voordat haar kleine zoontje wordt omgebracht.

‘Elektra’ (420 v.Chr.) is het bekende verhaal van de moedermoord op Klytaimnestra. Euripides’ tragedie is minder heroïsch dan die van Aischylos en Sofokles en Elektra is bij Euripides veel minder sympathiek. ‘Orestes’ (408 v.Chr.) gaat over Elektra’s broer Orestes, die na de moord op zijn moeder wacht op zijn vonnis door de volksvergadering. Door hun liefde en trouw zijn Elektra, Orestes en zijn boezemvriend Pylades innig met elkaar verbonden. ‘Bakchanten’ (405 v.Chr.) ten slotte gaat over religieuze waanzin. Hier daagt de god Dionysos in Thebe koning Pentheus uit incognito een orgie bij te wonen. Daar wordt deze door zijn eigen moeder gedood.

Euripides had een onverbiddelijke visie op het leven. Zijn beschouwelijke opmerkingen vloeien door de tragedies, zoals “Wie goed is zal op hoge posten niet veranderen van houding, maar juist dan het meest een steun zijn voor zijn vrienden, als succes hem meer dan ooit in staat stelt hen te helpen” (‘Ifigeneia in Aulis’) en “Wie telkens met verstand goede adviezen geeft is, zo al niet meteen dan wel later, nuttig voor een land” (‘Orestes’).

Euripides laat dikwijls de dialogen in zang overgegaan. Soms – zoals in ‘Orestes’ – is er een bonte compositie van duetten, zangsolo’s en recitatieven naast de gewone koorliederen. Deze verschillende aanwijzingen worden overigens door Koolschijn met cursief gedrukte woorden goed aangegeven.

De vertaling van Koolschijn is vooral bedoeld als leestekst. Euripides’ teksten bezitten in zijn vertaling een ongedwongenheid en duidelijkheid en de vertaling leest modern en harmonieus. Koolschijn geeft vooraf van elke tragedie de mythologische context en de relevante tijdsomstandigheden.

“Er zijn weinig versregels waarvan een vertaler zeker kan zijn”, aldus Koolschijn in zijn voorwoord. Interessant is het dan ook om te zien welke keuzes hij heeft gemaakt, want door de eeuwen heen is er niet altijd consensus geweest over welke personages wat zeggen. Zo wordt de derde versregel van onderen op blz. 117 ook wel aan Klytaimnestra in plaats van Achilles toegekend. En de zang op blz 205 wordt ook wel geheel door het Koor vertolkt, zonder betrokkenheid van Hekabe. Koolschijn geeft in zijn vertaling geen versregelnummers aan en dat is jammer. 

Ook moet het voor Koolschijn een uitdaging zijn geweest dat in de loop van de tijd diverse veranderingen in de tekst zijn aangebracht. Bij de dood van Helena in ‘Orestes’ roept zij in afwezigheid van haar echtgenoot Meneloas uit: “Meneloas, ik sterf. Het helpt me niet dat jij er bent”, terwijl andere edities kozen voor de vertaling “Het helpt me, dat jij er niet bent”.

Een uitgave van zes prachtige tragedies in een aantrekkelijke vertaling, die een hardcover zou hebben verdiend, zoals eerder ‘Aischylos; tragedies’ en ‘Sofokles; vier helden’ wel kregen.

Paperback
februari 2026
432 pagina’s
Uitgeverij Athenaeum
ISBN 9789025319960
€ 24,99

***** Kornel Filipowicz – Memoir van een antiheld

Poolse strijders uit de Tweede Wereldoorlog werden na die oorlog in de literatuur en film als grote helden neergezet. Hoe anders de personages in het oeuvre van de Poolse schrijver Kornel Filipowicz (1913-1990).

Filipowicz was één van de meest belangrijke Poolse auteurs van de naoorlogse generatie. In 1939 was hij tijdens de Septembercampagne door de nazi’s gevangengenomen, maar wist al snel te ontsnappen. Na in 1944 door de Gestapo te zijn gearresteerd, verbleef hij in diverse concentratiekampen, waaronder Sachsenhausen.

Zijn eerste verhalen publiceerde Filipowicz in 1934 en zijn prozadebuut was in 1947. In 1961 verscheen zijn microroman ‘Pamiętnik antybohatera’, die nu voor het eerst in het Nederlands is vertaald door Karol Lesman (1951) als ‘Memoir van een antiheld’.

De ik-figuur van ‘Memoir van een antiheld’ zet na de Poolse inval door de nazi’s zijn vakantie in alle rust voort. Hij vermijdt alle dreigingen en gevaren, aangezien hij geen behoefte heeft om een held te zijn en hij de oorlog ongeschonden wil doorkomen. Sluwe en huichelachtige activiteiten tegen landgenoten gaat hij daarbij niet uit de weg…

‘Memoir van een antiheld’ toont de oorlog en bezetting vanuit een alternatief perspectief. De ik-figuur wil geen uitblinker zijn, maar handelt uit berekening en desinteresse. Men ziet hem in intieme situaties en zijn keuzes hangen samen met zijn eigen succes of falen. We leren hem kennen door zijn relatie tot anderen, gebeurtenissen en onderwerpen en door zijn innerlijke wrijving.

Filipowicz is echter nooit belerend en zijn ik-figuur bewaart voor zichzelf zijn waardigheid, daar waar bijvoorbeeld de personages van Tadeusz Borowski kiezen voor teloorgang en verderf. ‘Memoir van een antiheld’ laat nadenken over betrokkenheid en medeplichtigheid en of heldendom al met al mogelijk is.

Paperback
april 2026
144 pagina’s
Uitgeverij Zirimiri Press
ISBN 9789490042288
€ 22,50

***** Alain Zibel / Philippe Chanoinat / Herbert George Wells – Literaire Klassiekers in Beeld; 6. War of the Worlds

The War of the Worlds’ is een roman van de Engelse auteur Herbert George Wells (1866-1946). Het boek verscheen in 1898 voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk. Van het verhaal werd bewerkt tot hoorspel met Orson Welles (1938), meerdere films (onder andere met Gene Barry in 1953), diverse luisterboeken (onder andere door Richard Burton in 1976) en een musical (1978). Nu is het als stripalbum verschenen in de reeks ‘Literaire Klassiekers in Beeld’.

In ‘The War of the Worlds’ beschrijft de verteller hoe gedurende drie weken Marsbewoners met gigantische, geavanceerde, driepotige gevechtsmachines meedogenloos de aarde aanvallen en alles op hun pad vernietigen. Maar hoewel hun intelligentie de onze ver overstijgt, zijn ook zij sterfelijk…

‘The War of the Worlds’ kan worden opgevat als een bericht dat de planeet Aarde niet als veilige woonplaats kan worden gezien en legde de grondslag voor het sciencefictiongenre, alhoewel deze term pas sinds 1929 bestaat. 

Het verhaal van ruim 300 pagina’s is door de Franse scenarist Philippe Chanoinat (1958) uitstekend gecondenseerd. Niet alle tien landingen in de drie weken worden beschreven, maar dat past qua ruimte ook niet in de strip. Het drama wordt net als in de roman door de verteller beschreven en er zijn weinig dialogen.

De dagen waarin de verteller vastzit in een gebouw vlak naast een krater worden door de Franse illustrator Alain Zibel onheilspellend duister geschetst. De Franse tekenaar Fred Vignaux (1972) vervaardigde weer de cover en de Nederlandse vertaling is opnieuw van Vincent Hoberg. Een visionaire klassieker komt tot leven in stripvorm met een pedagogisch katern van acht pagina’s.

Softcover
maart 2026
56 pagina’s
Uitgeverij Dark Dragon Books
ISBN 9789464609462
€ 11,95

***** Denis Falque & Jean-Christophe Camus – Het Epos van de Vrijmetselaars; 11. Stalach 33

Stalag (kort voor Stammlager) III-D in Berlijn-Lichterfelde was een belangrijk krijgsgevangenenkamp van de Wehrmacht en een buitenkamp van concentratiekamp Sachsenhausen waar dwangarbeiders werden ingezet. Het kamp is het toneel voor de nieuwste uitgave van de reeks ‘Het Epos van de Vrijmetselaars’.

De serie startte in Frankrijk in 2020 en een jaar later verscheen de eerste Nederlandse vertaling. Zij vertelt over de beweging van wetenschappers, kunstenaars en politici, die de sluipwegen van de geschiedenis bewandelde om kennis te vergroten en de mensheid te verheffen. Sinds het begin van de stripreeks hebben diverse scenaristen en tekenaars in wisselende samenstellingen de albums verzorgd.

In deel 11 ‘Stalach 33’ – de Nederlandse volgorde volgt de Franse – lopen feiten en fictie in elkaar over. Het verhaal begint in 1933 in Berlijn, twee maanden na de machtsovername van Hitler. Door de openlijk jacht van de nazi’s op de vrijmetselaars besluit Léo Muffelmann – oprichter van de Symbolische Grote Log van Duitsland – zijn broederschap te ontbinden. Vooraf vertrouwt hij een heilig artefact toe aan een broeder: één van de drie stenen uit de tempel van Jeruzalem, die in 586 v.Chr. door Nabucco werd verwoest. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandt de vrijmetselaar René Giraud in concentratiekamp Stalag III-D. Wanneer een Duitse officier in het kamp een oud-vrijmetselaar blijkt te zien, die een tweede steen verbergt, beseft René dat hij een missie te volbrengen heeft.

De Franse tekenaar Denis Falque (1969) tekende al vaker in de serie en schetst ook nu weer een drukkende atmosfeer. Opnieuw is de inkleuring van Angélique Césano en opnieuw de cover van Julien Delval.

De Franse tekstschrijver Jean-Christophe Camus (1962) schreef al eerder de teksten in de serie, ook in samenwerking met Falque, en schreef een boeiend verhaal. De Nederlandse vertaling van Tonio van Vugt en Jeanine Erades, die laatste ook het historisch katern van acht pagina’s.

De helft van het album speelt zich af in het concentratiekamp Stalag. Stalag III-D heeft in voor deze uitgave de merkwaardige titel Stalach 33 gekregen. Een spannend verhaal over broederlijke trouw, geheimhouding en verzet in een tijd van angst, onderdrukking en vervolging.

Softcover
december 2025
56 pagina’s
Uitgeverij Dark Dragon Books
ISBN 9789464609332
€ 11,95