**
© Sandra Then
Düsseldorf, 24 maart 2026
‘Elektra’ Düsseldorf; total loss
De Deutsche Oper am Rhein presenteert de opera ‘Elektra’ van Richard Strauss in een muzikaal matige en scenisch banale en onbeduidende productie.
Elektra was de dochter van Agamemnon, wiens overgrootvader Tantalos de goden op de proef stelde door zijn zoon Pelops te doden en aan hen als maaltijd voor te zetten. Hiermee riep Tantalos een vloek uit over zijn gehele bloedlijn. Elektra behoort tot de vierde en vijfde generatie van zijn geslacht, waarin kinderoffers, moord, overspel, rijkdom en wraak het patroon van het familieleven vormen.
Aan Elektra’s familie is een kwart van de bewaard gebleven Griekse tragedies gewijd, waaronder die van Sofokles en Aischylos. Op de verhalen van de familieleden zijn tientallen opera’s gebaseerd; van ‘Oreste’ van Händel en ‘Idomeneo’ van Mozart tot ‘Elektra’ van Richard Strauss (1864-1949).
In Strauss’ ‘Elektra’ – gebaseerd op het verhaal van Sofokles – is de titelheldin samen met haar zus Chrysothemis in afwachting van hun broer Orest, die zich in ballingschap bevindt. Hij moet hun vader Agamemnon wreken, die door hun moeder Klytämnestra en haar nieuwe echtgenoot Aegisth is vermoord. De opera beleefde op 25 januari 1909 in Dresden zijn wereldpremière en werd een jaar later al in Nederland opgevoerd.
De Deutsche Oper am Rhein (DOR) presenteert in Düsseldorf nu een nieuwe productie van ‘Elektra’ in een enscenering van de Duitse theaterregisseur Stephan Kimmig (1959). Het decor is van een formaat en esthetiek (ontwerp Katja Hass) die men eerder in een B-operahuis verwacht. Een soort binnenplaats van een wooncomplex met beton en rode bakstenen vormt het toneel waarin automonteur Elektra sleutelt aan een oldtimer.
Hierin lukt het Kimmig niet het verhaal duidelijk te vertellen. Oorzaak hiervan is onder andere de stugge personenregie, waarin de personen onbuigzaam op het toneel staan. Daarnaast bedient Kimmig zich van vele regietheater-clichés, zoals video-projectie, dubbelgangers, clowns en dansers. Zo turnt de geest van Agamemnon acrobatisch door de voorstelling.
Heel muzikaal is de enscenering ook niet. Nauwelijks wordt in een scene een verbinding gemaakt met de koortsachtige muziek van Richard Strauss. Zo zalven in de finale op extatische muziek de drie kinderen hun vermoorde moeder in de open lijkkist.
Muzikaal is er helaas ook niet veel te genieten. De Poolse sopraan Magdalena Anna Hofmann stopt als Elektra alle noten in hetzelfde laatje waardoor het eenkleurig wordt. Zij biedt nauwelijks tekstuitbeelding en alle hoge noten zijn te laag. Linda Watson zingt Klytämnestra. Zij heeft zich echter gediskwalificeerd door haar kwaadaardige opmerkingen over Charlie Kirk en een operahuis dient zichzelf de vraag te stellen of zij nog kan worden geëngageerd.
De Armeense sopraan Liana Aleksanyan zingt Chrysothemis met Turandot in gedachten (zij vertolkt die titelpartij volgend seizoen in Luik), maakt alles groot en is onverstaanbaar. De Slowaakse bariton Richard Šveda zingt hoekig met licht geknepen stem en heeft niet het heldengeluid voor Orest. De Zwitserse tenor Cornel Frey geeft Aegisth met karaktertenor goed profiel.
De Wit-Russische dirigent Vitali Alekseenok (1991) – sinds vorig seizoen Generalmusik Direktor bij DOR – kon de verwachtingen al niet waarmaken in de seizoensopening ‘Fidelio’ en stelt ook hier weer teleur. Hij tovert amper thema’s uit de Düsseldorfer Symphoniker naar de oppervlakte en blijft dikwijls in één grote klankwand hangen. Bovendien missen de muzikale ontwikkelingsbogen spanning. Alekseenok heeft inmiddels besloten na het volgende seizoen te vertrekken bij DOR.
Tot overmaat van ramp zijn er ook nog enkele scènes geschrapt. Er zijn coupures in de finale van het duet Elektra/Klytämnestra, maar liefst drie coupures in Elektra’s tweede ontmoeting met Chrysothemis én nog één in haar duet met Orest. Dat is een grote zonde voor een operahuis van DOR-formaat. Kortom, een muzikaal matige en scenisch banale en onbeduidende productie die zou passen in een B-operahuis, maar niet bij DOR.