***** Sofokles – Vier helden
De verhalen van de Griekse dichter Sofokles (496/5 – 406/5 v. Chr.) waren eeuwenlang een inspiratiebron voor componisten, waaronder ‘Elektra’ voor Richard Strauss. Sofokles schreef zijn tragedies in de vijfde eeuw v. Chr. voor het jaarlijkse toneelfestival van de Dionysia en hij won op dit festival 18 prijzen. Echter slechts zeven van zijn werken zijn integraal bewaard gebleven.
Na de drie tragedies in de Thebaanse cyclus rond ‘Oidipous en Antigone’ heeft de Vlaamse classicus en dichter Patrick Lateur (1949) onder de titel ‘Vier helden; Aias, Herakles, Elektra, Filoktetes’ nu de vier overige geheel overgeleverde tragedies van Sofokles samengebracht.
Van Sofokles’ oeuvre bestonden in het Nederlands al drie complete vertalingen en Lateur voegt daar nu een nieuwe moderne vertaling aan toe. Hij gebruikte hiervoor edities uit de Loeb Classical Library van de Harvard University in Cambridge en diverse andere vertalingen, commentaren en studies.
Het eerste en het laatste toneelstuk van deze nieuwe uitgave spelen in de marge van de Trojaanse oorlog. In ‘Aias’ (442 v.Chr.) wordt de trotse titelheld gekrenkt door verlies van eer nadat de nalatenschap van zijn neef Achilleus naar Odysseus is gegaan. ‘Filoktetes’ (409 v.Chr.) vertelt het erbarmelijke verhaal van de verwonde titelheld die op het eiland Lemnos aan zijn lot is overgelaten en pas na een voorspelling van de ziener Helenos door de Achaïers wordt teruggehaald.
In ‘Meisjes van Trachis’ (413 v.Chr.) kan Deïaneira niet verwerken dat haar gemaal Herakles met een minnares huiswaarts keert. Een tovermiddel waarmee zij Herakles’ liefde wil herwinnen, blijkt in werkelijkheid echter een boosaardig gif. In ‘Elektra’ (tussen 420 en 414 v.Chr.) zint de titelheldin op wraak nadat haar vader Agamemnon door haar moeder Klytaimnestra en dier minnaar Aigisthos is vermoord.
In al deze stukken spelen de antithesen vriend/vijand en/of ouder/kind een rol. Daarmee houdt Sofokles zijn toehoorders de spiegel van het raadsel des levens voor. Dikwijls gaat het over teruggekeerde helden, maar soms is het niet direct duidelijk wie de held uit het verhaal werkelijk is en is het een ontdekkingsreis naar het goede en kwade.
Lateur is een goed verteller en de energieke vertaling leest hedendaags en natuurlijk. In zijn nieuwe vertaling bewaart hij Sofokles’ charme, rust en harmonie. Zijn Vlaamse afkomst verraadt zich door het veelvuldig gebruik van het tussenwerpsel “ocharme”.
Ook in de nieuwe uitgave ziet men dat Lateur keuzes heeft moeten maken aangezien door de eeuwen heen er niet altijd consensus is geweest over welke sprekers in de verhalen wat zeggen. Zo dicht Lateur in ‘Aias’ versregel 371 toe aan Tekmessa, terwijl in andere uitgaven dit door het Koor wordt gezegd. Een andere uitdaging moet ook de interpunctie zijn geweest. Onregelmatig is Lateur helaas met het aanduiden van de opkomsten en afgangen van de personages.
Met ‘Vier helden’ zijn nu alle overgeleverde tragedies van Sofokles in een moderne vertaling beschikbaar. Dankzij deze nieuwe vertaling komt de fascinatie en intensiteit van de toneelstukken voortreffelijk tot uiting. Verhalen over menselijke vrijheid en het onontkoombare lot die ze al eeuwen tot hoogtepunten van de wereldliteratuur maken.
Hardcover
februari 2026
352 pagina’s
Uitgeverij Damon
ISBN 9789463403887
€ 29,90
**** Federico García Lorca – Ik houd nog veel verborgen
Dit jaar vindt de 90ste gedenkdag plaats van de moord op de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca (1898-1936). Hij geldt als één van de belangrijkste figuren van de 20ste-eeuwse Spaanse literatuur en zijn werken vindt men telkens terug in de klassieke muziek. Zo was er in 2023 in Gelsenkirchen een ijzersterke opera gebaseerd op zijn toneelstuk ‘La casa de Bernarda Alba’. Zijn gedichten werden op muziek gezet door componisten als Bolcom, Castelnuovo-Tedesco, Crumb, Turina en ook Simon Holt en García Lorca’s eigen ‘Canciones Españolas Antiguas’ – door hemzelf gearrangeerd voor piano/stem – zijn pareltjes.
García Lorca had een enorme drang tot communiceren en schreef veel brieven. Alhoewel een groot deel van zijn werk in het Nederlands is vertaald, waren zijn brieven nog nooit in een Nederlandse vertaling beschikbaar. Daar komt nu verandering is met de nieuwe uitgave ‘Ik houd nog veel verborgen’ met brieven van García Lorca in een vertaling van de Belgische schrijver en vertaler Belgische Bart Vonck (1957). Vonck vertaalt al sinds de jaren negentig werken van García Lorca en selecteerde ruim 150 van de 531 brieven uit ‘Epistolario Completo’ (1997) van Andrew A. Anderson en Christopher Maurer.
De eerste brief in ‘Ik houd nog veel verborgen’ is van augustus 1916, de laatste van juni 1936. Door de brieven krijgt men verschillende identiteiten van García Lorca te zien; het rijkeluiszoontje, de hartstochtelijke vriend, de vertwijfelde schrijver. Naar zijn ouders verdedigt hij vooral zijn eigen keuzes en artistieke roeping en construeert hij een alternatief beeld van zichzelf. Aan hen geeft hij niet zijn hele persoon prijs en spreekt hij niet of nauwelijks over zijn persoonlijkheid, persoonlijke ervaringen, laat staan homoseksualiteit.
In de brieven aan zijn ouders, maar vooral aan zijn artistieke vrienden zet García Lorca ook zijn poëtische projecten uiteen. De brieven getuigen ook van zijn omgangsvormen met vrienden. In zijn brieven aan de toen 18-jarige Eduardo voelt men het hartzeer. Daarnaast zijn zij ook een aanduiding van zijn tijd. De beurskrach van 1929 maakte García Lorca in New York rechtstreeks mee en beschrijft hij ook in brieven.
De nieuwe uitgave bevat diverse vergissingen. Zo was de publicatie van ‘El Público’ niet in 1970, maar in 1976 en heet Harold Lloyds film niet ‘Welcome Stranger’ maar ‘Welcome Danger’. De brief van mei 1934 aan García Lorca’s vader heeft als geadresseerde “Federico García Lorca”, maar zijn vader heette “Federico García Rodríguez”.
Eén van de meest interessante brieven van García Lorca is helaas niet opgenomen in deze uitgave. De brief aan zijn 19-jarige geliefde Juan Ramírez de Lucas van 18 juli 1936 – een maand voor García Lorca’s moord – is een belangrijke. Hierin tracht de schrijver Juan ervan te overtuigen Spanje met hem te ontvluchten en naar Mexico te gaan.
Ook is het jammer dat niet een aantal schetsen, die García Lorca dikwijls in zijn brieven tekende, zijn opgenomen in de uitgave. Er zijn annotaties en een nawoord waarmee Vonck nadere context en informatie geeft, maar er is geen namenregister met pagina-aanduiding en het personenregister is onvolledig.
‘Ik houd nog veel verborgen’ voelt – zoals Vonck zelf ook zegt – onaf, niet alleen door de selectie, maar ook omdat de correspondentie abrupt stopt vanwege de voortijdige beëindiging van García Lorca’s leven. Toch bieden de brieven onmisbaar biografisch materiaal. Ze geven een verrassend kijkje in García Lorca’s dichterlijke arbeid en tonen de boeiende, mysterieuze kant van zijn persoonlijkheid.
Paperback
januari 2026
288 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 9789029524339
€ 26,99
**** Paul van der Steen – Goedvolk en de kop van Jut
De kop-van-jut is een kermisattractie waarbij met een grote hamer geslagen wordt op een houten aambeeld dat een hoofd voorstelt. “Wie is Jut?” vroegen de kinderen op de kermis. “Jut was de gruwelijkste moordenaar die er ooit geleefd heeft” vertelden dan hun moeders. “Een man die waard was, dat ze hem de hersens insloegen, dat mag echter in dit land niet, en daarom doen se ’t nou maar op een houten hoofd.”
Inderdaad pleegde Hendrik Jut (1851-1878) samen met zijn vriendin Christina Goedvolk (1847-1926) op 13 december 1872 in Den Haag een gruwelijke dubbelmoord. Zij waren verantwoordelijk voor de roofmoord op de weduwe Maximiliana van der Kouwen en haar dienstbode Leentje Beeloo.
Het verhaal van Jut en Goedvolk is in de anderhalve eeuw die volgde vaak herhaald en geromantiseerd. Het bredere plaatje en de verwevenheid met andere aspecten van deze geschiedenis bleven echter onderbelicht. Journalist en historicus Paul van der Steen (1969) linkt nu voor het nieuwe boek ‘Goedvolk en de kop van Jut; Nederland in de ban van een dubbele moord’ dit klassieke misdaadverhaal aan de geschiedenis van de tweede helft van de 19e eeuw.
Voor het boek doorzocht Van der Steen vele archieven, van gemeenten, ministeries, strafinstellingen en kerken. Maar ook kamde hij kranten, tijdschriften, literatuur, biografieën, correspondentie en passagierslijsten uit.
Het resultaat is een uitgebreid en gedetailleerd verslag van een waargebeurd, Nederlands misdaadverhaal. Van der Steen reconstrueert de moorden, de opschudding, het moordonderzoek, het proces, de straf en de nasleep. Het leidt langs jarenlange onderzoeken, getuigenverklaringen, spiritistische bijeenkomsten, kermisattracties, gevangenissen en een wezendorp.
Pas in mei 1875 werden Jut en Goedvolk opgepakt en een jaar later werden zij veroordeeld. Jut kreeg levenslang, Christina werd wegens diefstal veroordeeld tot twaalf jaren tuchthuis. Veel mensen vonden de straf te laag en wilden voor Jut de doodstraf, maar die was net in 1870 afgeschaft. Jut overleed twee jaren na het vonnis in de gevangenis op 26-jarige leeftijd en zijn lichaam werd ter beschikking gesteld aan de wetenschap.
Van der Steen plaatst de thriller goed in de context van de tijd en wijdt – soms iets te wijd – uit over de culturele, justitiële, politieke en sociale historie van de 19e eeuw. Dikwijls slaat hij zijwegen in en vertelt dan opmerkelijke anekdotes. Zo ontdekte hij zelfs dat Aletta Jacobs in Groningen een snijpracticum deed aan het hoofd van Hendrik Jut!
Als enige vraag blijft nog open of Christina ooit nog contact heeft gehad met haar dochter Angelica die zeven maanden na de moorden werd geboren. In 1898 nam Angelica wel de naam aan van Christina’s tweede echtgenoot Münnemann.
‘Goedvolk en de kop van Jut’ is een boeiende verslaglegging van één van de meest fascinerende moordzaken uit de Nederlandse geschiedenis.
Paperback
januari 2026
352 pagina’s
Uitgeverij Alfabet
ISBN 9789021340883
€ 23,99
***** Alberto Zonan & Frédéric Brrémaud – Agatha Christie; 19. Moord onder vuurwerk
De “Koningin van de Misdaad” Agatha Christie (1890-1976) schreef 66 romans en een honderdtal korte verhalen, die in zo’n honderd talen zijn verschenen en waarvan wereldwijd circa twee miljard exemplaren zijn verkocht. Sinds 2018 worden haar verhalen bij uitgeverij Dark Dragon Books in stripvorm uitgebracht.
Voor de reeks Nederlandse vertalingen is nu deel 18 uitgebracht met een bewerking van Christies ‘Peril at End House’ als ‘Moord onder vuurwerk’. De roman werd voor het eerst gepubliceerd in februari 1932 in Amerika en een maand later in Engeland.
De hoofdrol wordt gespeeld door de Belgische detective Hercule Poirot, die in 1920 zijn debuut maakte in ‘The Mysterious Affair at Styles’. Tot en met 1975 zou hij in 33 romans, twee toneelstukken (‘Black Coffee’ en ‘Alibi’) en 51 korte verhalen van Agatha Christie verschijnen.
‘Moord onder vuurwerk’ is de zesde roman met Poirot in de hoofdrol. Samen met kapitein Arthur Hastings brengt hij zijn vakantie door in Cornwall, waar hij kennis maakt met de jonge Magdala “Nick” Buckley. Poirot ontmoet al haar vrienden in haar huis End House, maar het verblijf wordt verstoord door meerdere moordpogingen op haar. Wie zou juffrouw Buckley kwaad willen doen? En waarom probeert men haar uit de weg te ruimen?
De Franse scenarist Frédéric Brrémaud (1973) – inmiddels met twee r – comprimeerde het verhaal uit de roman van 270 pagina’s uitstekend tot de stripversie van 64 bladzijden. De strip heeft alle bijna twintig personages van het origineel behouden en dat is een knap staaltje werk.
De tekeningen zijn van de Italiaanse illustrator Alberto Zanon, met wie Brrémaud al eerder in de reeks samengewerkte in onder andere deel 11 ‘Drama in drie bedrijven’ en de tweeluik ‘Rally naar Bagdad’. Zanon zorgt met zijn illustraties voor een passende Cornwall atmosfeer met ruige kliffen, uitgestrekte zandstranden en glooiende heuvels.
De inkleuring is opnieuw van Fabien Alquier en de Nederlandse vertaling is weer van Tonio van Vugt (1967). Van Vugt noemt de vrouw van de tuinman abusievelijk Helen (pagina 13) in plaats van Ellen. Bovendien vermeldt hij slechts één maal een referentie in het verhaal naar een ander werk van Christie, maar laat diverse andere onvermeld, zoals de verwijzing naar de Franse Riviera in het begin (‘The Mystery of the Blue Train’) en de hint van Inspector Japp over zijn laatste ontmoeting met Poirot (‘The Murder of Roger Ackroyd’).
‘Moord onder vuurwerk’ is één van Christies betere verhalen. De personages zijn levendig en het plot zit met precisie in elkaar. Het is puur onderhoudend puzzelwerk zonder opsmuk of irrelevante karakters. Alles is eerlijk en ook al ligt de oplossing wellicht al vroeg voor de hand, niets is zeker…
Softcover
februari 2026
64 pagina’s
Uitgeverij Dark Dragon Books
ISBN 9789464609028
€ 11,95
**** Aurélie Neyret / Marie Duvoisin / Vincent Dugomier – Kinderen in het verzet vertellen
‘Kinderen in het verzet’ is een Belgische historische stripreeks, die voor het eerst in 2015 in Frankrijk verscheen en tussen 2017 en 2024 in het Nederlands werd uitgebracht. De serie van negen delen behandelt de geschiedenis van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog met bijbehorende thema’s door de ogen van drie 13-jarigen. De Belgische striptekenaar Benoît Ers (1971) en zijn landgenoot en scenarist Vincent Dugomier (1964) baseerden de fictieve verhalen op eigen familieanekdoten, kronieken van verzetsstrijders en vertellingen van mensen die de oorlog als kind hadden meegemaakt.
In aansluiting op deze serie is nu door Dugomier een nieuwe stripreeks ‘Kinderen in het verzet vertellen; twee verhalen van echte verzetsstrijders’ gestart. Deel 1 bevat twee waargebeurde getuigenissen van volwassen, die als kind avonturen in het verzet beleefden en hun verhalen aan schoolkinderen vertellen. De verhalen zijn gebaseerd op de podcast Résister.
Het eerste hoofdstuk speelt zich af in Perpignan waar de 13-jarige Josette Torrent haar vader helpt informatie tussen verzetstrijders over te brengen. Als op een dag haar vader door de Gestapo wordt opgepakt, moet zij de snel handelen om de andere verzetsstrijders te waarschuwen.
Het tweede hoofdstuk gaat over de 12-jarige Jean-Jacques Auduc die in 1943 met zijn ouders een geallieerde piloot helpt onderduiken. Quasi naïef spelend met zijn vlieger verzamelt Jean-Jacques informatie op het vliegveld Le Mans dat door de nazi’s bezet wordt gehouden.
Onder artistieke leiding van Éric Laurin vertelt Dugomier de verhalen van oorlog en verzet op vriendelijke en begrijpelijke wijze. De Franse tekenaressen Marie Duvoisin (1994) en Aurélie Neyret (1983) schetsen met onbevangen tekeningen op een grafisch ontwerp van de Française Rébekah Paulovich en Benoît Ers maakte het ontwerp van de schaduwen op de omslag en de tekeningen op de schutbladen. De uitgave bevat achter in het album een informatief dossier van vier pagina’s over de getuigenissen van Josette en Jean-Jacques. Twee vertederende en ontroerende verhalen over saamhorigheid.
Softcover
maart 2026
56 pagina’s
Uitgeverij Le Lombard
ISBN 9789086772247
€ 9,99



