RECENSIE: Abraham – Die Blume von Hawaii

****
© Klaus Lefebvre
Hagen, 29 september 2021

Theater Hagen zet bloemetjes buiten met ‘Die Blume von Hawaii’

Een sprankelende productie van Paul Abrahams operette ‘Die Blume von Hawaii’ in de Duitse stad Hagen.

Die Blume von Hawaii’ is een verrukkelijke operette in drie akten van de Hongaarse componist Paul Abraham (1892-1960). Het libretto van Alfred Grünwald, Fritz Löhner-Beda en Imre Földes is geïnspireerd op de lotgevallen van de Hawaïaanse koningin Liliuokalani. In dit heerlijke operetteverhaal keert prinses Laya incognito als de zangeres Suzanne Provence terug naar haar vaderland Hawaï, dat door de Amerikanen is geannexeerd. Daar ontmoet zij haar jeugdliefde prins Lilo-Taro omringd door het gezelschap van de Amerikaanse gouverneur. Zullen zij elkaar weer vinden en Hawaï van het koloniale juk bevrijden?

De wereldpremière van ‘Die Blume von Hawaii’ vond op 24 juli 1931 in Leipzig plaats en was een groot succes. Dit succes was echter van korte duur, want al in 1933 werden Abrahams operettes verboden en moest de componist – en velen van zijn productieteam – voor de nazi’s vluchten. Fritz Löhner-Beda zou worden vermoord in Auschwitz en de tenor Louis Treumann (die de rol van Buffy zong) kwam om in Theresienstadt.

In Nederland beleefde ‘Die Blume von Hawaii’ voor de Tweede Wereldoorlog maar liefst vier producties. Het gezelschap de Operettezangers bracht reeds op 1 september 1932 een Nederlandstalige productie in Theater Carré met Johannes Heesters als Lilo-Taro, de Belgische sopraan Mimi Lebret als Laya en Sylvain Poons als Jim Boy. Na de oorlog waren er nog vier producties van ‘Die Blume von Hawaii’ in Nederland, waarvan de laatste op 4 oktober 1967 bij Opera Forum in première ging. Het Theater van de Duitse stad Hagen herneemt nu een nieuwe productie, waarvan het vorig seizoen tijdens de coronapandemie al een aantal voorstellingen werden opgevoerd.

De Oostenrijkse regisseur en decorontwerper Johannes Pölzgutter brengt de operette als een geanimeerde, exotische show, die de sfeer van nostalgie ademt. Onder een hemel van sprankelende sterren ontvouwt zich met gouden palmbomen de romantische gloed van de Stille Zuidzee. De enscenering opent met een vooruitblik en daarvoor is “Heut’ hab’ ich ein Schwipserl” van Suzanne Provence van de derde akte naar het midden van de ouverture geplaatst. Daarna staat niets meer de sprankelende revue met zang, tapdans en veel humor in de weg.

De rollen zijn allen passend bezet en de zangers worden versterkt door microfoons zodat het geluid direct in de zaal aankomt. De Duitse sopraan Angela Davis – sinds 2019 ensemblelid in Hagen – geeft vocaal en acterend uitstekend karakter aan de dubbelrol van Laya en Suzanne Provence. De Nederlandse tenor Richard van Gemert – sinds 1998 (!) in Hagen en zoon van bariton Theo van Gemert – is te allen tijde verstaanbaar en biedt met zijn stau-tenor de prins Lilo-Taro statigheid. De Amerikaanse barihunk Kenneth Mattice – sinds 2014 in Hagen – is vocaal een enigszins geknepen Captain Stone, maar maakt Laya’s twijfels tussen hem en Lilo-Taro geloofwaardig. 

De Duitse mezzo Alina Grzeschik als Bessie Worthington – het nichtje van de gouverneur dat Lilo-Taro wil verleiden – en Alexander von Hugo als een schitterend tapdansende Buffy – op zijn beurt verliefd op Bessie – vormen een heerlijk buffopaar. Ook Frank Wöhrmann als Laya’s zang- en danspartner Jim Boy – in onze tijd uiteraard niet meer zwart – is bevlogen acrobatisch, dansend, zingend en acterend en de Griekse sopraan Penny Sofroniadou is een uitdagende Hawaïaanse Raka met smakelijke hula- clichés.

In Hagen wordt gebruikgemaakt van de partituur die Henning Hagedorn en Matthias Grimminger voor de productie van ‘Die Blume von Hawaii’ van het TfN Hildesheim (2018) construeerden. Hieruit zijn vier van Abrahams 19 songs weggelaten. In de eerste akte ontbreekt de foxtrot “Ich muss Mädel sehen” van Jim Boy, in de tweede de mars “Wo es Mädels gibt, Kameraden” van Stone en in het derde bedrijf “Wir wollen lustig sein” van Buffy en de slowfox “Bin nur ein Johnny” van Jim Boy. Daarnaast is een aantal reprises geschrapt. Op zich maakt het de operette met 2,5 uur inclusief pauze compact. De Spaanse dirigent Rodrigo Tomillo – sinds 2017/2018 1. Kapellmeister en plaatsvervangend Generalmusikdirektor in Hagen – geeft met een 14-koppig ensemble swing aan Abrahams muziek. Uiteindelijk huldigden de toeschouwers – vanwege de pandemie nog altijd in aantal gereduceerd – de muziek en uitvoerenden met enthousiasme.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie