RECENSIE: Wagner – Die Walküre

****
© Marcus Klein
Wiesbaden, 29 januari 2017

Sieglinde van Eva-Maria Westbroek ontstijgt overtreffende trap

 

Regisseur Uwe Eric Laufenberg toonde zijn productie van ‘Der Ring des Nibelungen’ voor het eerst in oktober 2013 in Linz. Sinds augustus 2014 is hij intendant des Hessischen Staatstheater Wiesbaden en in het seizoen 2016/2017 is zijn bewerking van de ‘Ring’-productie uit Linz het middelpunt in Wiesbaden. In deze reeks is de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek één maal te gast als Sieglinde in ‘Die Walküre’.

De operawereld werd de dag na de première van ‘Die Walküre’ in Wiesbaden op 15 januari 2017 opgeschrikt door het overlijden van Gerd Grochowski. De 60-jarige bas-bariton was tijdens deze openingsavond vanwege zijn centrale rol van Wotan nog beloond met een ovatie en de dag erna werd hij getroffen door een hartaanval. Met zijn overlijden verloor de muziekscène een voortreffelijke Wagnerzanger. Men denke slechts aan zijn indrukwekkende vertolking van Klingsor in ‘Parsifal’ tijdens zijn Bayreuth-debuut in 2016 onder regie van Laufenberg.

De opvoering van ‘Die Walküre’ in Wiesbaden op 29 januari 2017 stond dan ook in het teken van het overlijden van Gerd Grochowski. Zijn rol werd overgenomen door de Letse bas-bariton Egils Siliņš, die Wotan zong met egale, grote en resonerende stem en op het toneel gezag uitstraalt. Ook de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek viel in Wiesbaden in. Na haar vertolkingen van Sieglinde in Bayreuth (2009), Frankfurt (2010), New York (2011) en Barcelona (2014) lijkt het hoogste niveau bereikt, maar niets is minder waar. Elke keer zijn er weer nieuwe facetten te ontdekken aan haar interpretatie en haar vertolking van Sieglinde in Wiesbaden is nog nadrukkelijker dan ooit. Elk woord en iedere klank is bij Eva-Maria Westbroek drachtig met lading. Haar grote, warme sopraan bezit naast de dramatische hoogte tevens de volle, vruchtbaar donkere laagte. De Sieglinde van Eva-Maria Westbroek in Wiesbaden ontstijgt de overtreffende trap.

Op evenredig niveau met Eva-Maria Westbroek zingt Margarete Joswig als een Fricka van wereldformaat. Waarom staat deze mezzo nog niet in alle grote operahuizen van de wereld?? Sonja Gornik heeft voor Brünnhilde een goede hoogte, een te slank middenregister en de helft van het volume van Sieglinde of Fricka. Richard Furman is een Siegmund in de grondverf en de bas Young Doo Park houdt Hunding vocaal klein.

‘Die Walküre’ van Uwe Eric Laufenberg bezit niet de grote boog van zijn ‘Parsifal’ in Bayreuth of ‘Die Meistersinger in Nürnberg’ in Keulen. De enscenering bevat goede details en leuke ideeën en de personenregie is discreet en stijlvol, maar men wordt heen en weer geslingerd tussen sterke en zwakkere momenten.
In de eerste akte waan je je in ‘La Fanciulla del West’ en beheert gastvrouw Sieglinde een café waar zij maaltijden en dranken serveert. Buiten ziet men het woud en vanaf de bovenste etage aanschouwt een vrolijke pilote genaamd Brünnhilde hoe paramilitair Siegmund en Sieglinde samenkomen. Terwijl zij tweeën herinneringen ophalen, verschijnt een kind ten tonele, dat wellicht Sieglinde in haar jeugd moet voorstellen.
In de tweede akte zijn de goden aan het kamperen en krijgt men helaas geen aanblik van Walhalla. Ook minder smaakvol en nauwelijks bijdragend is de groepsverkrachting van Sieglinde door Hundings mannen (“Haltet ein, ihr Männer! Mordet erst mich!”) wanneer Siegmund op zoek gaat naar Hunding. Tijdens de ‘Todesverkündigung’ krijgt men dan toch nog een kijkje in Walhalla en bij Siegmunds dood verschijnt Fricka om zich ervan te vergewissen dat het daadwerkelijk Siegmund is die sneuvelt. Een fraaie coup de théâtre!
In de derde akte is ten slotte Walhalla een rijschool, zijn de Walküres pilotes en galoppeert een levend paard. Ondertussen spelen de pilotes met lijken, ledematen en gewonden. Brünnhilde wordt voor straf door haar vader in een standbeeldmonument verbannen en op de achterwand ziet men projectie van luchtaanvallen (van de Walküre-pilotes?) en een verlicht Times Square. Het wekt allemaal niet alleen vertwijfeling, maar ook onverschilligheid op. Veel details zijn niet bijdragend in het kader van het verhaal of in samenhang met de enscenering, maar op zich is het ook nergens echt storend.

Dirigent Alexander Joel – in Amsterdam nog met Eva-Maria Westbroek in ‘Manon Lescaut’ – laat vooral in de eerste akte veel vrij en geeft goed aan. De dynamiek van het geheel heeft echter te lijden onder de open orkestbak. Voor het Maifestspiele in Wiesbaden is de complete ‘Der Ring des Nibelungen’ aangekondigd, evenwel zonder Eva-Maria Westbroek.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie