***
© Matthias Jung
Düsseldorf, 1 juli 2026
‘Wozzeck’ voltrekt zich in koelen bloede
Alvorens de muziek van Alban Bergs opera ‘Wozzeck’ bij de Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf begint, is men getuige van de voltrekking van Wozzecks doodsvonnis in een executieruimte. Ook de originele, historische figuur Johann Christian Woyzeck was aan het begin van de 19e eeuw ter dood veroordeeld vanwege een crime passionnel.
Woyzeck had een meisje ontmoet nadat hij als soldaat terugkwam van het front. Hij werd verliefd op haar en zij kregen een kind. Woyzeck ontdekte echter dat zij er tussendoor andere minnaars op na hield. Hij raakte aan de drank, had hallucinaties en op 2 juni 1821 stak hij haar dood. In een jarenlang proces beriep Woyzecks verdediging zich op ontoerekeningsvatbaarheid. De arts van het gerechtelijk onderzoek gaf toe dat Woyzeck aan wanen leed, maar vond niet dat er sprake was van een psychische stoornis.
Het doktersrapport fascineerde de jonge arts Georg Büchner (1813-1837). Hij zette een aantal scènes op schrift waarin hij een verband legde tussen Woyzecks daad en diens maatschappelijke positie als underdog. De Oostenrijkse componist Alban Berg (1885-1935) zette Büchners verhaal op eigen tekst en muziek voor zijn anderhalf uur durende opera ‘Wozzeck’ in drie akten van vijftien scènes. Ook Berg leek de verantwoordelijkheid voor de moord minder bij de persoon Wozzeck te leggen en meer bij de erbarmelijke, sociaal maatschappelijke omstandigheden waaronder Wozzeck leefde. De opera beleefde zijn wereldpremière op 14 december 1925 in Berlijn.
Dit seizoen herneemt de Deutsche Oper am Rhein (DOR) een productie van Bergs ‘Wozzeck’ uit 2017. De enscenering is van de Noorse regisseur Stefan Herheim (1970) die men in Nederland nog kent van zijn mislukte Tsjaikovski-producties ‘Jevgeni Onjegin’ en ‘Schoppenvrouw’. Zijn ‘Wozzeck’ is helaas evenmin geslaagd.
Alle scènes spelen zich af in een steriele, koele executieruimte van decorontwerper Christof Hetzer. Nadat Wozzeck het verdovingsmiddel toegediend krijgt, springt hij van het executiebed en beginnen in vijftien scènes zijn hallucinaties. Tussen sommige scènes legt Wozzeck zich weer even op de brancard.
Men aanschouwt de mens zonder sociale status in een systeem waarin iedereen slechts aan zichzelf denkt, de kansloosheid, de onbarmhartigheid. Soms gaat het licht in het auditorium aan en wordt de vierde wand doorbroken om de toeschouwer bij het drama te betrekken, met name bij het terugkerende thema “Wir arme Leut!”. Aan het slot is er een rustpunt als alle personages – als in een concertante uitvoering – overdenkend aan de rand van het toneel staan.
Echter, de vragen “Is Wozzeck zelf schuldig of wordt hij door de maatschappij tot zijn daad gedreven” en “Hoeveel moet iemand doorstaan voordat hij tot doden overgaat?” staan hier niet op de voorgrond. Wozzeck wordt niet geportretteerd als slachtoffer van de maatschappij, maar enkel als het mikpunt van idioten om hem heen. Daardoor kruipt de enscenering uiteindelijk nergens werkelijk onder de huid.
Bijna alle rollen zijn bezet met zangers uit het DOR-ensemble. Het is echter opvallend hoe slordig de meeste van hen de noten van hun partij zingen. De Deense bariton Bo Skovhus maakte al in 1998 op 36-jarige leeftijd zijn roldebuut als Wozzeck in Hamburg. Anders dan op de EMI-opname van 1998 is hij is hier bij DOR zeer onnauwkeurig in zijn zangnoten, maar heeft hij inmiddels beter gevoel voor het Sprechgesang. Als personage weet hij onderhuids broeiend en hulpeloos verstild het verlangen, de zachtaardigheid, de vertwijfeling en de laatste momenten van Wozzeck te portretteren.
Wozzecks relatie met Marie is hier een pathologische. De Duitse sopraan Sarah Ferede – sinds 2012 bij DOR – als Marie zingt de meeste noten exact en is muzikaal in het Sprechgesang, maar het ontbreekt aan legato. De Amerikaanse tenor Corby Welch is te gast in de rol van de Tambourmajor in Amerikaans outfit. Waarschijnlijk staat Amerikaans hier voor alles wat de regisseur slecht vindt. De Tambourmajor butch en meedogenloos portretterend is Welch redelijk zorgvuldig in de zangnoten.
De twee hoge tenoren zingen de noten van hun partij slechts bij benadering. De Zwitserse tenor Cornel Frey – sinds 2012 bij DOR – chargeert de noten van de Hauptmann, hier als politieagent die waakt over de executie. Frey geeft zelf voortdurend de maat aan tijdens het zingen en dat leidt af. De Italiaanse tenor Riccardo Romeo – sinds 2024 bij DOR en dit seizoen uitstekend in ‘Fidelio’ – zingt zich een weg langs de noten van Wozzecks collega Andres in gevangenispak.
De Finse bas Sami Luttinen – sinds 1997 bij DOR – treft dikwijls met zijn sonore bas de zangnoten van de Doktor goed en geeft prima karakter aan de arts die tijdens de voltrekking dienst heeft. De Duitse mezzo Rita Kapfhammer – sinds 2024 bij DOR – vertolkt de partij van Maries buurvrouw Margret, die eveneens als politieagente waakt over de executie. Haar “Wiegelied” in de derde scène van de laatste akte zingt zij trefzeker.
De Duitse dirigent Roland Kluttig is een ambassadeur van de 20ste-eeuwse muziek, dirigeerde ‘Wozzeck’ onder andere al in 2011 in het Zweedse Norrlandsoperan en in 2024 in het Aalto Theater van Essen en is nu te gast bij DOR. Hij had zich meer kunnen ontfermen over een accuratere uitvoering van de zangpartijen, want Berg schreef niet voor niets iedere partij gedetailleerd uit. Met de geconcentreerd spelende Düsseldorfer Symphoniker geeft hij een analytische, pragmatische lezing en is hij gericht op orkestrale details en niet zozeer op theater.