**
© Björn Hickmann
Dortmund, 18 februari 2026

Abraham in Dortmund niet sprookjesachtig

Oper Dortmund presenteert een nieuwe productie van Paul Abrahams jazzoperette ‘Märchen im Grand-Hotel’. De opvoering is vooral musical revue en mist het luchtige en satirische en vooral de charme van operette.

De Hongaarse componist Paul Abraham (1892-1960) revolutioneerde begin jaren dertig de operette. Met zijn gedurfde mix van muziekstijlen en zijn weerstand tegen taboes, was hij de perfecte vernieuwer van het enigszins verouderde genre. Hij bracht de ietwat stoffige kunstvorm uit de late 19e eeuw met succes naar het heden.

Kortstondig ging Abraham de theatergeschiedenis in als de uitvinder van de jazzoperette. Het beste voorbeeld van zijn bliksemcarrière is wellicht zijn operette ‘Viktoria und ihr Husar’. In de zomer van 1931, een jaar na de wereldpremière, was deze operette al in meer dan 300 theaters wereldwijd opgevoerd.

De werken van Abraham werden echter na de machtsovername van de nazi’s in 1933 verboden. Niet alleen omdat hij Joods was, maar ook omdat zijn operettes alles combineerden wat de nazi’s verwerpelijk vonden: erotiek, geëmancipeerde vrouwen en rebelse humor.

In Wenen slaagde Abraham er in 1934 nog in zijn nieuwe operette ‘Märchen im Grand-Hotel’ uit te brengen. De Duitse première zou pas 84 jaar later in Berlijn plaatsvinden en daarna werd het werk gespeeld in onder andere Mainz, Hannover en Duisburg. In Nederland werd de operette nog nooit opgevoerd. Nu wordt zij voor het eerst gespeeld in Dortmund.

Het verhaal van ‘Märchen im Grand-Hotel’ speelt zich af in een Grand-Hotel in Cannes, waar de Amerikaanse Marylou onderzoek doet voor een film van haar vader, de filmproducent Sam Makintosh. In dit hotel verblijft namelijk de verarmde Spaanse infante Isabella met haar verloofde Prinz Andreas Stephan. De kelner Albert is echter tot over zijn oren verliefd op Isabella. Voer voor een film én operette, want zal uiteindelijk het sprookje aantonen dat liefde tussen een prinses en een kelner mogelijk is?

De regie in Dortmund is in handen van de Duitse acteur, zanger en choreograaf Jörn-Felix Alt (1988). Zijn enscenering is onbestemd tijdloos, kleurrijk, dynamisch en glamoureus. Het is vooral kitsch, musical, revue en variété, maar ontbeert het luchtige en satirische en vooral de charme van operette.

Alt is zelf verantwoordelijk voor de choreografie, het draaitoneel is een ontwerp van Alexandre Corazzola en de vaak egale kostuums in felle zuurstokkleuren zijn van Vanessa Rust. Alt voegde zelf nieuwe spreekteksten toe, die echter niet geestiger zijn dan de grappen in het libretto van Abrahams tekstschrijvers Alfred Grünwald en Fritz Löhner-Beda.

Oper Dortmund engageerde gasten in de hoofdrollen. De Marylou van de Duitse musicalzangeres Nina Weiß is als een daverende cycloon. Dansend, zingend en acterend is zij in topvorm. De Nederlandse musicalzanger Rob Pelzer is Prinz Andreas Stephan met Hollywood presence, energie en indrukwekkende ontwikkeling. De Oostenrijkse bariton Matthias Störmer vertolkt Albert met charme. De Duitse sopraan Tanja Christine Kuhn is Infante Isabella in diva-stijl, maar houdt de stem – wellicht voor de microfoon – te klein. Ook in de andere rollen is er genoeg te genieten.

Inderdaad worden de stemmen (én een deel van het orkest?) versterkt door luidsprekers weergegeven om het geluid direct in de zaal te krijgen. Hier ontstaat echter een disbalans tussen stemmen en instrumenten en ontbreekt de “Abraham-sound”. In Abrahams tijd moesten zangers overigens over voldoende volume beschikken om de zaal te vullen zonder technische versterking.

Te stug ook vertolkt de Japanse dirigent Kōji Ishizaka (1993) met de Dortmunder Philharmoniker Abrahams contrastrijke en aanstekelijke partituur vol met foxtrot, slowfox, walsen en tango’s. Bovendien zag het productieteam in de operette helaas een vrijbrief om met de muziek te doen en laten wat men wilde en is in de partituur geknipt, toegevoegd en gehutseld. De halfvolle zaal keek het vriendelijk aan.