RECENSIE: Verdi – Nabucco

**
© DNO
Amsterdam, 2 februari 2020

DNO bedriegt bezoekers met slechte kopie van ‘Nabucco’

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen?

– De opera ‘Nabucco’ van Giuseppe Verdi (1813-1901) is na bijna vijftig jaren weer eens terug bij De Nederlandse Opera (DNO). De nieuwe productie betreft opnieuw een samenwerking van DNO met het Opernhaus Zürich. Zo doe je dat, voor wat hoort wat. In Zürich was namelijk de huidige artistiek directrice van DNO tussen 2012 en 2018 werkzaam als artistiek directrice en werkt ook sinds 2012 de regisseur van deze ‘Nabucco’ als intendant. Muzikaal is men in deze ‘Nabucco’ niet heel streng en vroom. Zo is bijvoorbeeld het Allegro marziale uit de finale I geknipt, waarover later meer. ***

2. Zijn de zangers rollendekkend?

– De Roemeense bariton George Petean is een enigszins kleurloze en zeker geen huiveringwekkende koning Nabucco. De Italiaanse sopraan Anna Pirozzi is muzikaal, fraseert prachtig en heeft een mooie, jonge stem voor Abigaille. Opvallend de toch dunne laagte, niet altijd solide hoogte en enigszins gesjoemel in de cabaletta. De Russische bas Dmitry Belosselskiy heeft helaas geen laagte voor Zaccaria en zijn hoogte is geknepen, de Brits-Italiaanse tenor Freddie De Tommaso heeft een mooi, open geluid voor Ismaele en de Russische mezzo Alisa Kolosova is een aantrekkelijke Fenena. ***

3. Is de dirigent betrokken bij het podium?

– De Italiaanse dirigent Maurizio Benini is – net als in zijn ‘Il Trovatore’ bij DNO in 2015 – bij elke inzet en ademhaling betrokken bij de solisten en het koor op het toneel. Toch mist zijn lezing bevlogenheid. De Sinfonia is op sommige momenten spanningsloos en de knallen en dreunen van ‘Nabucco’ zijn vaak plomp. ***

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid?

– Het Residentie Orkest speelt gefocust, maar het Koor van DNO laat veel dynamisch accenten liggen en houdt zich niet altijd aan de nootwaarden. ***

DRAMATURGISCH

5. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving?

– Regisseur Andreas Homoki (1960) is na twintig jaren terug in Nederland na zijn schitterende ‘Die Frau ohne Schatten’ in 2008. Hij behoorde – met onder anderen Decker, Lehnhoff en Nel – tot de Duitse regisseurs die surrealisme en traagheid in opera brachten. De ‘Nabucco’ van Homoki speelt zich af in een groen decor met een wand, die draait totdat je zelf groen en geel ziet van misselijkheid. Dit toneelbeeld ziet er in het begin mooi uit, maar verveelt al snel. De joden zijn om onduidelijke reden gekleed in kleding uit de jaren dertig en het koor is fantasieloos steeds een grote massa met opgeheven armen. **

6. Wordt er een verhaal verteld?

– Het historisch geïnspireerde verhaal over Nabucco maakt Homoki helaas – mede door het ontbreken van rekwisieten – niet duidelijk. **

7. Komt de enscenering overeen met het libretto?

– Homoki volgt de tekst van de opera, maar wie bij wie en/of tegen wie is – essentieel voor het begrijpen van ‘Nabucco’ –  wordt door hem niet verhelderd. **

8. Hoe is de integratie regie – muziek?

– Heel muzikaal is Homoki’s benadering niet. Zo is het dansje van de Grandi del Regno tijdens het Allegro mosso naar de cabaletta lachwekkend en niet passend bij een strijdlied. De coupure van het Allegro marziale uit de finale I, ontneemt Nabucco een indrukwekkende opkomst. Een regisseur met een meer muzikale blik had deze coupure niet gemaakt. **

ALGEMEEN

9. Is de productie onderscheidend of spraakmakend?

– Homoki toont ‘Nabucco’ als een familieaangelegenheid. Nieuw is deze invalshoek echter niet. Onlangs nog in 2018 richtte regisseuse Sonja Trebes zich in haar productie van ‘Nabucco’ voor het Musiktheater im Revier te Gelsenkirchen op het familieconflict tussen vader Nabucco en zijn dochters en toonde Abigaille en Fenena als kinderen op het toneel. **

10. Is de productie artistiek innovatief?

– In de jaren tachtig maakte regietheater in de opera zijn opmars met als argument dat alles inmiddels al gedaan was. Men moet nu echter constateren – bewijst ook deze ‘Nabucco’ – dat ook regietheater zich herhaalt en kopieert. Wat volgt?  **

11. Zijn er Nederlanders betrokken bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)?

– De Nederlands-Canadese tenor Lucas van Lierop uit DNO Studio zingt Abdallo. Behalve deze halve Nederlander is er geen vaderlands engagement. *

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit?

– De matinee was uiteraard uitverkocht, maar er zijn nog kaarten beschikbaar voor diverse andere voorstellingen van ‘Nabucco’. DNO zou echter eens moeten nadenken over zijn kunstgrepen ten aanzien van de reclameaffiches. Zij tonen absoluut geen relatie met de producties waarvoor zij adverteren. Zo wordt deze ‘Nabucco’ aangekondigd met een poster waarop een vrouw met hoofddoek staat, terwijl er in deze enscenering geen hoofddoek te bekennen is. Dit is misleiding en klantenbedrog en wellicht dient hier de Reclame Code Commissie eens een blik op te werpen. *****

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie