RECENSIE: Van Gilse – Thijl

****
© Wouter Jansen
Soesterberg, 30 juni 2018

‘Thijl’ herboren door wederopstanding in Soesterberg

Havencontainers weren als theaterwand van een buitengewone operazaal op de voormalige vliegbasis Soesterberg de ondergaande zon. Een indrukwekkende zandsculptuur vormt hier de speelvloer voor de productie van de opera ‘Thijl’ van Jan van Gilse. Een bewonderenswaardig project!

In het decorontwerp van Eric Goossens op de voormalige vliegbasis Soesterberg – nu het terrein van het Nationaal Militair Museum – trachten zo’n honderd havencontainers als theaterwand de avondzon te weren, ook al lukt dat niet voor alle 750 stoelen van de tribune. Het podium is als een enorme zandsculptuur met het silhouet van het plaatsje Damme, waarin de eerste akte van de opera ‘Thijl’ van de Nederlandse componist Jan van Gilse (1881-1944) zich afspeelt.

Jan van Gilse componeerde zijn verzetsopera ‘Thijl’ rond het begin van de Tweede Wereldoorlog, maar zou het werk nooit uitgevoerd zien. Vanwege zijn anti-Duitse houding besloten de nazi’s zijn werk te verbieden en moest hij onderduiken. Op zijn laatste onderduikadres werd hij ziek en hij overleed op 8 september 1944.

Van Gilse baseerde ‘Thijl’ op de titelfiguur van het boek ‘De Legende van Uilenspiegel’ (1867) van Charles De Coster. Thijl is een Vlaamse vrijheidsstrijder die tijdens de Tachtigjarige Oorlog aan de zijde van de geuzen tegen de Spaanse overheersing vecht. Met zijn moed neemt hij de mensen mee in zijn strijd voor vrijheid en recht.

Ook na de oorlog was de opera ‘Thijl’ “bedorven”, aangezien de librettist van het werk Hendrik Lindt zich na de bezetting had aangesloten bij de SS. In 1946 werd op verzoek van de weduwe van Van Gilse door de Joodse schrijver Manuel van Loggem een nieuw libretto vervaardigd. Dit nieuwe libretto werd op 21 september 1976 gebruikt, toen in het Concertgebouw te Amsterdam voor het eerst de proloog en de eerste twee bedrijven uit ‘Thijl’ uitgevoerd werden. Voor de scenische première van de volledige opera op 5 juni 1980 bij De Nederlandse Operastichting in het kader van het Holland Festival werd het libretto van Lindt gebruikt.

Het is ook met het libretto van SS-Unterscharführer Lindt, waarmee ‘Thijl’ nu na 28 jaren zijn wederopstanding beleeft. Door een bewonderenswaardig studentenproject wordt de opera opgevoerd in het kader van het 195-jarig bestaan van het Utrechtsch Studenten Concert. Dit Utrechtsch Studenten Concert bestaat voor ‘Thijl’ uit ruim honderd musici en speelt met volle energie. Dirigent Bas Pollard weet goed contact te houden tussen het gigantische podium en het enorme orkest. Hij maakt een organische eenheid van het geheel en weet de meerdere, aangrenzende toonsoorten in ‘Thijl’ heerlijk te laten schaven en scharrelen.

Door het grote orkest – dat niet is weggestopt in een orkestbak – wordt de verstaanbaarheid van de niet-versterkte zangers bemoeilijkt en ook de uitdagende akoestiek werkt niet overal mee. Maar de acht professionele solisten hebben stuk voor stuk een goede dictie. De bariton Anthony Heidweiller is een geestdriftige Thijl, de sopraan Aylin Sezer is een innemende Nele en de tenor Marcel Reijans toont zijn grote vakmanschap als Judocus de Vischkooper. Meerdere zangers vertolken twee of meer rollen. Bariton Pierre Mak is een zachtmoedige Lamme Goedzak, de Uil en de paradezanger, bas-bariton Nanco de Vries een sonore graaf Lumey en Thijls vader Klaas de Kolendrager, sopraan Irene Hoogveld straalt als Gilline, Kathelijne en de Dame van Dudzeele, mezzo Wilke te Brummelstroete zingt Thijls moeder Soetkin en de waardin Stevenijne met gezag en de talentvolle Letse bariton Agris Hartmanis is de beenhouder Bie en de Eerste Monnik.

Daarnaast is er een koor van zangstudenten en geschoolde amateurs. Zij brengen vol overgave de triomfmars aan het einde van de tweede akte. Door de coupures zijn zo’n 15 rolletjes van de 65 geschrapt, want er blijkt een half uur muziek geknipt uit de opera ‘Thijl’. Verwijderd zijn uit de proloog het begin en einde (de helft), uit de eerste akte het eerste kwartier, uit de tweede akte de opening door de balladezanger, voorts diens tweede en derde optreden in de herberg, de bijdragen van Kathelijne en een aantal kleinere coupures en uit de epiloog het middendeel.

Regisseur Wim Trompert weet het verhaal van ‘Thijl’ duidelijk te vertellen aan het publiek. Hij voert een sterke personenregie en er zijn boeiende opkomsten. De honderden kostuums van Martijn Kramp zijn oogverblindend in een sfeervol lichtontwerp van Uri Rapaport.

Ter afsluiting geeft Trompert een deugend praatje. De regisseur slaat een brug tussen de Tachtigjarige Oorlog en de wereld van vandaag. Nog net niet wordt de strijd van Thijl vergeleken met de strijd tegen Trump, maar in interviews met betrokkenen werden Wilders en Baudet al “ophitsende nationalisten” genoemd. Dat heeft deze uitvoering van ‘Thijl’ niet nodig. Desondanks, een enorme prestatie van de studenten! Er is nog gelegenheid deze unieke productie te zien tot en met 17 juli in Soesterberg.

Diverse Recensies, Nieuwe Recensie