RECENSIE: Carter – What Next? / Bernstein – Trouble in Tahiti

****
© Hans Jörg Michel
Duisburg, 24 juni 2016

‘Young Directors’ van Deutsche Oper am Rhein succesrijk project

Het behoort tot de belangrijkste taken van een opera-intendant om jonge talenten uit te dagen en mogelijkheden te bieden. Zodoende heeft de intendant van de Deutsche Oper am Rhein Christoph Meyer twee jonge regisseurs de kans gegeven hun visitekaartje af te geven in het nieuwe platform ‘Young Directors’.

In het kader van ‘Young Directors’ in Duisburg is gekozen voor twee Amerikaanse opera’s uit de 20ste eeuw van ieder zo’n 40 minuten, die gaan over de zoektocht naar identiteit. In de eenakter ‘What Next?’ van de componist Elliott Carter (1908–2012) vragen de personages zich af waar ze zijn en waar zij heen willen. ‘What Next?’ is de enige opera van Carter en de nieuwe enscenering van de Tsjechische regisseur Tibor Torell voor de Deutsche Oper am Rhein (DOR) is voor zover bekend inmiddels de 14e productie van de opera sinds de wereldpremière van 16 september 1999 in de Staatsoper Unter den Linden van Berlijn.

What Next?’ gaat over de vraag naar waarneming en identiteit. Het libretto van Paul Griffiths (1947) vertelt over zes ongedeerde slachtoffers van een ongeluk, die proberen de situatie op te helderen en waarbij langzaam de herinneringen terugkeren. Ieder heeft zijn eigen waarheid, terwijl tussen de personages volledige onverschilligheid heerst. Een echte handeling bezit de opera niet. Tibor Torell tracht de afwezigheid van die actie op te vullen en wil daardoor veel doen. Hij vertaalt de zoektocht naar identiteit in een proces van wedergeboorte en laat de personages – terechtgekomen in een “sinkhole” – in het verloop van de voorstelling veranderen van bejaard naar baby, eindigend in luiers en met speen. Overigens is het fraaie decor niet overal in de zaal te overzien.

Het individuele van iedere stem wordt door Carter met bepaalde intervallen, ritmen en kleuren van zijn ontoegankelijke muziek betoond. Voor de complexe zangpartijen brengen de eersteklas zangers van het ensemble van DOR hun grote ervaring met opera mee, waarvan het jonge productieteam ongetwijfeld veel van heeft kunnen leren. De coloratuursopraan Heidi Elisabeth Meier zingt de veeleisende partij van Rose, de lyrische sopraan Romana Noack als Mama, de heldentenor Corby Welch als Zen, de bariton Dmitri Vargin als Harry or Larry en de dramatische mezzo Susan Maclean als Stella maken allen indruk. Respect ook voor de jonge Amerikaan Jesse Wong, die zijn debuut maakt als dirigent en de leden van de Duisburger Philharmoniker zorgvuldig door de ingewikkelde partituur leidt.

Trouble in Tahiti DORIn ‘Trouble in Tahiti’ van Leonard Bernstein (1918-1990) vragen de personages zich af wie zij zijn en wat zij willen. De eenakter voelt als een cappuccino na de Dolce Gusto Corado Espresso Macchiato van ‘What Next?’. ‘Trouble in Tahiti’ is één van de somberste werken van Bernstein en het enige werk waarvoor hij zowel de muziek als de tekst schreef. De opera ging in première op 12 juni 1952 tijdens het Festival of the Creative Arts op de campus van de Brandeis University in Waltham, Massachusetts. In Nederland bracht de regisseur Jan Bouws de opera talrijke malen op de bühne.

Bernstein droeg het werk op aan de componist en librettist Marc Blitzstein. De twee waren vrienden en studiegenoten aan het Curtis Institute in Philadelphia en hadden dezelfde Joodse achtergrond. ‘Trouble in Tahiti’ speelt zich af in een Amerikaanse voorstad gedurende de jaren vijftig. Er zijn slechts twee solisten, het getrouwde middenstandsechtpaar Sam en Dinah. Zij willen elkaar weer liefhebben, weer leren elkaar te beminnen, de muur tussen hen slechten en voor hun kind zorgen. Maar zij weten niet hoe, ze weten niet waar te beginnen, ze kunnen niet praten en kunnen hun gevoelens niet uiten.

Regisseur Philipp Westerbarkei laat het verhaal van de opera vrij en onderhoudend spreken. Schijnbaar uit de losse pols en met een smaakvolle menging van ironie en melancholie toont hij dat materie en succes geen garantie voor vervulling zijn. Het geraffineerde decor met keukens is voor alle zeven scènes gelijk.

De Roemeense mezzo Ramona Zaharia is een prachtige Dinah. Haar eerste aria – vooruitwijzend naar ‘West Side Story’ – vertolkt zij vol droevige melancholie. De Duitse bariton Thomas Laske is de enige gast – vanuit Wuppertal – en is als Sam een overtuigende All American Guy. Verder is er het geestige scat singing jazz trio, dat gelijk een Grieks koor commentaar geeft als een soort vrolijke radioreclame. De jonge Amerikaan Patrick Francis Chestnut dirigeerde al diverse producties bij DOR en weet goed raad met de diversiteit aan stijlen in Bernsteins muziek. Het ensemble van de Duisburger Philharmoniker vertolkt de tussenspelen heerlijk jazzy.

Het platform ‘Young Directors’ is een geslaagd project. De zaal was slechts voor een derde gevuld, maar dat is te verwachten en vooraf te berekenen. De hoop is te koesteren dat in de komende seizoenen nog meer van dergelijke projecten van DOR zullen plaatsvinden.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie