BOEKEN: Bossuyt – ‘De oratoria van Alessandro Scarlatti’

oktober 2015

 

‘De oratoria van Alessandro Scarlatti (1660–1725); Meesterwerken uit de Italiaanse barok’ is de eerste monografie in het Nederlands over de componist Alessandro Scarlatti. Aan de hand van diens oratoria breekt de auteur Ignace Bossuyt een lans voor de herwaardering van diens werken.

Alessandro Scarlatti (1660-1725) was één van de meest productieve en veelzijdige componisten van vocale muziek van zijn tijd. Zo schreef hij 38 oratoria, waarvan er 23 bewaard zijn gebleven. Ignace Bossuyt schreef met ‘De oratoria van Alessandro Scarlatti (1660-1725); Meesterwerken uit de Italiaanse barok’ de eerste monografie over deze componist in het Nederlands.

Ignace Bossuyt is emeritus hoogleraar van de onderzoeksgroep Musicologie van de KU Leuven. Van hem verschenen recentelijk al de boeken ‘Van noten en tonen; Wegwijs in muzikale begrippen’ (2010), ‘De Goldbergvariaties van J.S. Bach’ (2011), ‘Jean-Philippe Rameau, 1683-1764; Een kennismaking’ (2013) en ‘De dood in cantates van J.S. Bach; Van Actus tragicus tot Trauer-Ode’ (2015). De concrete aanleiding van zijn nieuwe boek ‘De oratoria van Alessandro Scarlatti’ is een reeks concerten met werken van Alessandro en zijn zoon Domenico Scarlatti in het Concertgebouw in Brugge tijdens het seizoen 2015/2016.

‘De oratoria van Alessandro Scarlatti’ geeft in het eerste hoofdstuk een biografische schets van Scarlatti’s leven en werk tegen de achtergrond van zijn tijd. Hierin heeft Bossuyt scherpe aandacht voor de politieke en religieuze context. In het tweede hoofdstuk schildert hij de geschiedenis van het oratorium in Italië in de 17e eeuw, vanaf het ontstaan tot Scarlatti. Het derde hoofdstuk is gewijd aan een algemene bespreking van de oratoria van Scarlatti. Bossuyt geeft musicologische analyses van fragmenten uit acht oratoria van Scarlatti en legt de nadruk op de evolutie van het genre. Het vierde deel van het boek wordt volledig besteed aan een gedetailleerde bespreking van het oratorium ‘Cain overo Il primo omicidio’ uit 1707, het enige oratorium van Scarlatti waarvan een autograaf bewaard is gebleven. Bossuyt presenteert het volledige libretto in het Italiaans met Nederlandse vertaling en een commentaar per fragment.

Bossuyt is in ‘De oratoria van Alessandro Scarlatti’ er niet op uit om volledig te zijn. In het eerste plaats valt op dat er geen lijst is opgenomen van alle bekende oratoria van Scarlatti met – voor zover men weet – data en plaatsen van de wereldpremières. In het eerste, biografische hoofdstuk noemt de auteur slechts de namen van 16 van de 38 oratoria. Deze nalatigheid is een groot gemis voor het boek.

In dat eerste hoofdstuk geeft Bossuyt helaas geen goede schets van de persoonlijkheid van Scarlatti. Het is de auteur meer om de opsomming van diens werken te doen en niet zozeer om de persoon Scarlatti. Zijn karakter blijft vaag.

Bossuyt heeft voor de analyses van acht oratoria in het derde hoofdstuk niet de originele partituren opgespeurd, maar gebruik gemaakt van CDs, YouTube, Spotify en Qobuz. Hij vond slechts enkele partituren op het internet. Bij zijn bespreking van het oratorium ‘Davidis Pugna et Victoria’ noemt hij overigens niet de opname op het label Agora van Capella Palatina uit 2000. Bossuyt baseerde deze selectie van acht oratoria op de beschikbaarheid van de oratoria op CD. Maar aan de hand van opnamen had hij nog meer oratoria van Scarlatti kunnen bespreken, want er zijn CD-uitgaven van ‘Oratorio per la Santissima Trinità’ (Virgin Classics), ‘Il Martirio di Sant’Orsola’ (Ligia digital), ‘Il Giardino di Rose’ (Decca) en ‘Humanita e Lucifero’ (Opus 111).

Daarnaast ontbreekt het in het boek aan voetnoten, referenties en bronvermeldingen. In beweringen als “Naar verluidt hield koning Philips niet van Corelli’s vioolspel” zou bronvermelding op zijn plaats zijn geweest. De serenata ‘Erminia’ werd aangekondigd als “op muziek gezet door Cavaliere Scarlatti, die niet genoeg geprezen kan worden en van wie waarlijk gezegd kan worden dat, hoe ouder hij wordt, hoe meer nieuw en hoogstaande ideeën hij vindt voor zijn composities”, maar een referentie voor dit bericht wordt door Bossuyt niet gegeven.

Sommige redeneringen in het boek zijn niet helder. Zo schrijft Bossuyt “‘Mitridate Eupatore’ wordt algemeen beschouwd als een meesterwerk. Het onthaal door de satirische dichter Batolomeo Dotti is echter bijzonder scherp: in het spotschrift ‘Contro lo Scarlatti’ noemt hij de opera slaapverwekkend.” En “Hij wordt, niet zonder tegenstand maar onder druk van Ottoboni, voorgedragen als diens opvolger.” Deze citaten zouden door aanvullende voetnoten wellicht duidelijker zijn geweest.

Een opvallende fout bevindt zich in de bespreking van Stradella’s oratorium ‘San Giovanni Battista’. Hier schrijft hij de aria’s van Salome “Vaghe ninfe del giordano” en “Queste lagrime e sospiri” toe aan Herodias. Dergelijk fouten zullen een lezer slechts opvallen bij het beluisteren van de opnamen.

Ondanks dit alles introduceert Bossuyt de lezer op toegankelijke wijze in de fascinerende wereld van Scarlatti’s oratoria. Hij beschrijft kundig hun muzikale en dramatische kwaliteiten. Bossuyt breekt met het boek een goede lans voor de herwaardering van de oratoria van Scarlatti.

Universitaire Pers Leuven, Leuven
2015; €19,95
ISBN: 9789462700390
150 blz, Paperback

Boeken, Nieuwe Reportage