RECENSIE: Padding – Laika

© DNO
Amsterdam, 6 juni 2014

‘Laika’ bestemd voor een vroege dood

Het is al vaker gezegd: Nederlandse opera’s zijn geen lang leven beschoren. De nieuwe, Nederlandse opera ‘Laika’ van componist Martijn Padding is hier geen uitzondering op. De titelrol is voor een hond, Laika, de eerste hond die de ruimte werd ingeschoten. Haar dood was vanaf het begin al te voorzien, zoals men ook het ter ziele gaan van deze opera ziet aankomen.

Een goede opera begint met een goed libretto. De schrijver Pieter Thomése (Doetinchem, 1958) vervaardigde voor de opera ‘Laika’ zijn eerste libretto. Het verhaal gaat over de talkshowhost Robbert, die genoeg heeft van de glitter en glamour van de showbiz, vervolgens zijn jeugddroom achterna gaat en zich uiteindelijk voegt bij de kosmonaut Joeri Gagarin en diens hond Laika in de ruimte. Thomése – door onder anderen Ischa Meijer en Leon de Winter als antisemiet bestempeld – is een interessant denker, die net als destijds Pim Fortuyn vrijheid van meningsuiting hoger acht dan het verbod op discriminatie. Maar grote denkers geven geen garantie op een goed libretto, zoals men ook al zag bij de opera ‘Babylon’ in München op libretto van Peter Sloterdijk. Het scenario van Thomése voor ‘Laika’ ontbeert dramatische aspecten en psychologische schilderingen van situaties en personages zo onontbeerlijk voor opera. Voorts zit het libretto vol overbodigheden en banaliteiten.

Voor dit libretto schreef Martijn Padding (Amsterdam, 1959) muziek, die monotoon en niet spannend is en geen eigen idioom bezit. Padding knoopt seriële muziek, populaire genres (salsa), citaten (‘Don Giovanni en ‘Der Schauspieldirektor’ komen voorbij) en gematigd atonaal aan elkaar in een traditioneel orkest aangevuld met bijzondere instrumenten zoals elektrische gitaar en accordion. Soms schetst hij de situatie en gevoelens fraai – zoals in de opening – maar het geluid is te zelden verrassend en ook het contrapunt geeft geen spectaculaire wisselwerking met de stemmen. De structuur blijft over het algemeen wel doorschijnend, maar de zangers worden versterkt door microfoons. Dirigent Etienne Siebens leidt het geconcentreerd spelende Asko|Schönberg ensemble nauwkeurig door de partituur.

Nederlandse zangers worden doorgaans genegeerd door De Nationale Opera, maar voor ondankbare, nieuwe, Nederlandse opera’s mogen zij wel op komen draven. Padding schreef voor hen zanglijnen, die niet opzienbarend zijn en zijn gebruik van de stem is zelfs vaak ouderwets. De TV-presentator Robbert wordt uitstekend neergezet door de bariton Thomas Oliemans. Hij zingt de rol evenwel met veel nasaliteit, waardoor de helderheid van de stem verloren gaat. Padding schreef twee rollen voor hoge coloratuursopraan. Robberts dwingende TV-producente Trix Dominatrix wordt op unieke wijze vertolkt door de niet te imiteren Claron McFadden en de op hem verliefde grimeuse Grimelda wordt met intensiteit gezongen door Marieke Steenhoek. De uitzonderlijke, lage alt van Helena Rasker is uitstekend in haar element in de partij van de overleden moeder van Robbert, die hem aanrekent veranderd te zijn. De bas Dennis Wilgenhof is een indrukwekkende en diepgaande Joeri Gagarin en tenor Marcel Beekman is een geestige TV-kok Ricardo met opgewonden tonen. Bariton Mattijs van de Woerd toont zijn vocale veelzijdigheid als Leporello, de knecht van Trix. De partij van Laika wordt bewonderenswaardig gezongen door een kindersopraan. Jammer is het overigens dat de zangers versterkt zijn, want op die manier komen hun stemmen te direct binnen. 

De enscenering van Aernout Mik en Marjoleine Boonstra maakt gebruik van de bezoekers en het toegewijde ensemble VocaalLab als publiek bij de televisieshow en er zijn projecties van de zangers en het publiek op TV-schermen in de studio. Het roterende decor van Aernout Mik en Elsje de Bruijn aan het begin is veelbelovend, maar is na de pauze slechts meer van hetzelfde. ‘Laika’ blijkt niet voor een hele avond te boeien en de opera gaat dan ook als een nachtkaars uit. Deze laatste opdracht van Pierre Audi voor zijn laatste Holland Festival is daarom alles behalve een succes. ‘Laika’ zal wellicht hierna nog eenmaal ergens worden hernomen en kan tenslotte rechtstreeks naar het archief.

De Nationale Opera