RECENSIE: R. Strauss – Salomé

© Jacky Croisier

‘Salomé’ met de Franse slag in Luik

De Koninklijke Opera van Wallonië te Luik heeft de Franse versie van de opera ‘Salomé’ van Richard Strauss op haar programma genomen. Voor regisseuse Marguerite Borie is het haar eerste operaregie. Zij heeft niet goed over de tekst nagedacht of heeft de tekst af en toe opzettelijk ter zijde geschoven als het haar niet uitkwam. De zangveteranen June Anderson, Mara Zampieri, Vincent le Texier en Donald Kaasch hadden een betere regie verdiend.

De eerste opvoering van de Franse versie van de opera ‘Salomé’ van Richard Strauss (1864 – 1949) was in De Munt Opera van Brussel in 1907. Voor deze Franse versie verving Strauss het Duitse libretto door de originele, maar gereduceerde tekst van het toneelstuk van Oscar Wilde. Hiervoor moest hij drastische veranderingen in de zanglijnen van de Duitse versie aanbrengen. Sommige zinnen, die in de Duitse versie wellicht vanwege de censuur waren weggelaten – zoals van Hérode, die niet aarzelt om zijn vrouw “l’épouse incestueuse” te noemen en van Jochanaan, die Salomé kwalificeert als “prostituée” – herstelde hij. Voor zijn Franse versie ging Strauss te raadde bij het idioom van Debussy en het is opvallend dat Strauss in de Franse versie meer woorden nodig heeft dan in het Duits. Hierdoor worden de zanglijnen onrustiger en verliezen zij af en toe hun typische Strauss-melos.

Sinds eind jaren tachtig is er een hernieuwde interesse in de Franse versie van ‘Salomé’. Na onderzoek van manuscripten van het piano arrangement van de Franse versie uit 1906 werd in 1989 in Montpellier voor het eerst sinds decennia weer een Franstalige uitvoering gegeven. In 1990 nam Kent Nagano in Lyon de versie op voor het CD label Virgin en in 2005 volgde een opvoering in St. Etienne en in 2007 op het Martina Franca Festival. En dit jaar nam de Koninklijke Opera van Wallonië te Luik de Franse versie op haar programma.

In Luik zingt de Amerikaanse sopraan June Anderson haar eerste Salomé. Zij zong al vaker rollen van Richard Strauss, zoals de gravin in ‘Capriccio’ in 2002 in Napels en de titelrol in ‘Daphne’ in 2005 in Venetië. Salomé wordt vaker gezongen door sopranen, die vanuit de hoogte komen en de Köningin der Nacht hebben gezongen, zoals Edda Moser, Cheryl Studer en Anja Silja. De Strauss-zang, de lyrische legato lijnen en de hoogte liggen June Anderson uitstekend en zij brengt de grillen van de 15-jarige overtuigend over. Het ontbreekt haar daarentegen aan “Durchslagkraft”, maar ook aan “Draumgängertum” en haar Salomé lijkt meer gecontroleerd vanuit het hoofd dan impulsief vanuit het hart uitgedrukt.

De Italiaanse sopraan Mara Zampieri zong in 1991 zelf de titelrol van Salome in de Weense Staatsopera en is nu in Luik te horen in de rol van moeder Hérodiade. Zampieri is een Grande Dame en een indrukwekkende toneelverschijning en je kan je ogen niet van haar afhouden. Heerlijk ruig zingt zij de “incestueuze echtgenote” en het “Ordonnez qu’il se taise!” schreeuwt zij lekker de zaal in, zoals het hoort. De Franse bariton Vincent le Texier zong in 1990 in Lyon nog de rol van Premier Soldat in ‘Salomé’ en hier is hij Jochanaan. Hij is de enige van de zangers met perfect Frans. Le Texier legt nogal veel druk op zijn stem en aan het einde geeft het problemen in de hoogte. De Amerikaanse tenor Donald Kaasch zong in Brussel al Aegisth in ‘Elektra’ en zingt hier de rol van stiefvader Hérode. Zijn benadering met Sprechgesang past in deze Franse versie uitstekend. Dirigent Paolo Arrivabeni is meer thuis in het dramatische van de tutti en crescendi, dan in het mystieke van de pianissimi en diminuendi. Maar hij dwingt duidelijke contouren af van het Orchestre de l’Opéra Royal de Wallonië en het grote Strauss-pathos is aanwezig.

Voor de Frans-Duitse regisseuse Marguerite Borie is ‘Salomé’ de eerste opera-enscenering. En dat is te zien. Het decor is sober in zwart / wit met grijstinten en er is een maan en een put. Het kleed van Jochanaan speelt een prominente rol. Narraboth laat zichzelf ermee wurgen tussen Salomé en Jochanaan in, het doet dienst bij de ‘Dans van de Zeven Sluiers’ en uiteindelijk wordt het hoofd van Jochanaan erin gewikkeld. De tekst in de opera komt vaak niet overeen met de enscenering van Borie. Zo gaat Narraboths dood niet met bloedvergieten gepaard, zodat Hérodes tekst “J’ai glissé dans le sang” nergens op slaat. Jochanaan is hier een grijze man, zodat Salomé minutenlang voor niets zijn “Il n’est rien au monde d’aussi noir que tes cheveux” adoreert. Borie heeft niet over de tekst nagedacht of heeft de tekst opzettelijk ter zijde geschoven als het haar niet uitkwam. Verder zijn de Joden bij haar niet orthodox, zoals hun tekst doet vermoeden en verkrachten zij quasi symbolisch Salomé. En uiteindelijk staan zij maar wat te staan in de finale, typerend voor een beginnende operaregisseur. De ‘Dans van de Zeven Sluiers’ is niet erg inventief en er lijkt geen choreograaf aan te pas gekomen te zijn. De veteranen Anderson, Zampieri, Le Texier en Kaasch hadden een betere regie verdiend.

Deze enscenering is een coproductie van de Koninklijke Opera van Wallonië met de Opera van Monte-Carlo en de Weense Volksoper. In de Weense Volksoper zal de Nederlandse sopraan Annemarie Kremer in oktober van dit jaar de titelrol van ‘Salome’ zingen. Hopelijk wordt die uitvoering in het Duits gespeeld, want de Franse versie is toch inferieur aan de Duitse. En wellicht is de regie tegen die tijd wat beter uitgewerkt.

Buitenlandse Recensies, Home