RECENSIE: Rousseau – Le Devin du Village

Frisse ‘Le Devin du Village’ op het Grachtenfestival

De opera ‘Le Devin du Village’ van Jean-Jacques Rousseau wordt ten uitvoer gebracht tijdens de 15e editie van het 10-daagse Grachtenfestival in Amsterdam. De uitvoering is voortgekomen uit een samenwerking van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht en de Internationale School voor Wijsbegeerte.

Jean-Jacques Rousseau (1712 – 1778) was naast schrijver en filosoof ook musicus. Hij had een aantal balletten en motetten geschreven en zijn ballet-opera ‘Les Muses Galantes’ was in de Parijse Opéra opgevoerd echter zonder veel succes. Daarom besloot hij zijn eenakter ‘Le Devin du Village’ in 1752 in de Opéra van Parijs op te voeren zonder zijn eigen identiteit te onthullen. Toen de opera een succes werd, besloot men het werk aan het hof van Lodewijk XV en Madame de Pompadour te spelen op 18 oktober 1752 in Fontainebleau. Daarna werd de opera zo populair, dat er ruim vierhonderd uitvoeringen zouden volgen. ‘Le Devin du Village’ is een eenvoudig, charmant en fris werk in de Frans-Italiaanse stijl en een voorloper van de Opéra Comique. Het is een typische uiting van sensibiliteit van de Franse barok.

De concertante uitvoering in de Grote Zaal van het centrum De Nieuwe Liefde te Amsterdam deed recht aan die atmosfeer van het werk. De sopraan Marijje van Stralen was zoals altijd een vreugde om naar te luisteren en kijken. Haar soubrette is ideaal voor de rol van het herderinnetje Colette. De bariton Pieter Hendriks was in zijn element in de titelrol van de waarzegger. Hij zingt en speelt vrij, ook al zou hij in de laagte nog wat meer kunnen ontspannen. De tenor Marcel Reijans als Colin leek jammer genoeg niet gedisponeerd. Ongesteund zonder glans in de stem was hij niet steeds in staat de juiste toon te treffen. Met het “Ah Colette!” – waarbij de dames in Fontainebleau hun emoties niet konden bedwingen – wist hij helaas niet te ontroeren. Het gelegenheidskoor van de Hogeschool Utrecht ging door voor ‘La Jeunesse du Village’ in de achtste scène en was genuanceerd en exact. In deze laatste scène waren overigens een aantal coupures en verschuivingen gemaakt. Het Collegium Musicum Den Haag onder leiding van klavecimbelspeler‎ Claudio Ribeiro speelde fris en luisterde goed naar elkaar en naar de zangers.

Het is heerlijk om dit fraaie werk live in een concertzaal te kunnen beluisteren. Alle lof gaat naar de organisatoren en uitvoerenden van deze bijzondere, Nederlandse opvoering.

Diverse Recensies, Home