***** Juan Gabriel Vásquez – De namen van Feliza

“Zij is van verdriet gestorven”, schreef de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez in een column over de Colombiaanse beeldhouwster Feliza Bursztyn (1933-1982). De column werd dertig jaren geleden gelezen door zijn landgenoot en schrijver Juan Gabriel Vásquez (1973), die zich afvroeg waarom Feliza zo verdrietig was. Met de mysterieuze woorden van García Márquez als uitgangspunt schreef hij zijn roman ‘Los nombres de Feliza’ (2024). Het boek is nu in Nederlandse vertaling van Brigitte Coopmans (1969) verschenen als ‘De namen van Feliza’.

Vásquez wilde een poging doen de revolutionaire kunstenares Bursztyn te begrijpen. Het lukte hem om haar echtgenoot, de chemisch ingenieur en milieudeskundige Pablo Leyva Franco op te sporen en Vásquez koppelde diens herinneringen aan documenten van exposities als ‘Elogio de la chatarra’ (2010) en ‘Welding Madness’ (2022).

Bursztyn was een vrijgevochten kunstenares en belichaamde de vastbeslotenheid van vrouwen om hun leven in eigen handen te nemen. Zij was een pionier op het gebied van installatiekunst en noemde haar werken “omgevingsruimtes” vanwege hun directe relatie met de ruimtes waarin ze werden tentoongesteld.

Haar privéleven was tragisch. Zij was de dochter van twee Joodse vluchtelingen, die voor de nazi’s naar Colombia waren gevlucht. In 1952 trouwde zij en kreeg drie dochters, maar haar echtgenoot nam de kinderen mee naar Amerika en het huwelijk werd ontbonden. Vanwege de schande die dit teweegbracht in de Joodse gemeenschap, werd Bursztyn door haar vader doodverklaard. Daarna had zij een liefdesrelatie met de dichter Jorge Gaitán Durán die in 1962 op 38-jarige leeftijd bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam. In 1970 trouwde Bursztyn met Pablo Leyva Franco.

Vásquez verweeft in het boek virtuoos het persoonlijke verhaal van Bursztyn met het grillige politieke landschap van Colombia. Ten tijde van het gespannen politieke klimaat eind jaren zeventig met repressieve maatregelen door de Colombiaanse regering en het leger werd ook Bursztyn gearresteerd en ondervraagd. Uiteindelijk lukte het haar en Pablo om in 1981 naar Parijs te vluchten. Daar overleed zij een jaar later op 48-jarige leeftijd aan een hartaanval.

Vásquez concludeert dat Bursztyn geen open boek was. “Al snel realiseerde ik me dat het een lastige onderneming was om Feliza te begrijpen. Niets aan haar was eenvoudig.” De interviews die Vásquez overschrijft, tonen inderdaad een eigenzinnige kunstenares. Vásquez stelt dat veel vrienden, familie en bekenden van de kunstenares een onvolledig beeld van haar hadden en dat dit beeld na haar voortijdige dood misschien wel voorgoed onvolledig zal blijven. 

Toch heeft Vásquez met zijn roman een tipje van de sluier kunnen oplichten, zoals de bezoekers aan haar exposities soms probeerden de lakens op te tillen om naar haar kunstwerken eronder te kijken. Een goede indruk van haar kunst krijgt men in ‘De namen van Feliza’ niet, maar daar zijn andere boeken voor.

Vásquez heeft een grote vertelkracht en het boek bezit een goede stuwing en stroomt. Met zwier en elan komen vele anekdotes voorbij. Het verhaal beweegt zich nogal eens – volgens de mode – her en der door de tijd, maar dat gebeurt dikwijls zo vloeiend dat het haast onopgemerkt blijft. ‘De namen van Feliza’ vertelt de tragische levensloop van een eigenzinnige kunstenares in een onderdrukkend politiek klimaat. Een inspirerend verhaal van een vrouw die haar leven invulde volgens de speling en vrijheid die zij zelf wilde.

Hardcover
februari 2026
322 pagina’s
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
ISBN 9789089683533
€24,99

**** Uwe Neumahr – De boekhandel van de ballingen

In de Parijse boekwinkel ‘La Maison des Amis des Livres’ van Adrienne Monnier (1892-1955) zong op 21 maart 1919 de Franse sopraan Suzanne Balguerie het muziekdrama ‘Socrate’ van Erik Satie. Het was een try-out met de componist zelf aan de piano voor een publiek van onder anderen Braque, Claudel, Cocteau, Gide, Picasso en de musici van Les Six. ‘La Maison des Amis des Livres’ op Rue de l’Odéon 7 behoorde met de boekhandel ‘Shakespeare and Company’ van Sylvia Beach (1887-1962) op Rue de l’Odéon 12 tot de iconen van het Parijse culturele leven in het imterbellum. Beide winkels waren ontmoetingsplaatsen van talloze schrijvers, kunstenaars en filosofen.

Aan de eigenaressen Beach en Monnier zijn talrijke monografieën, artikelen, romans en films gewijd. Allemaal concentreren zij zich echter op de tijd tussen de wereldoorlogen en worden de laatste jaren tijdens de bezetting dikwijls slechts terloops vermeld. De Duitse germanist Uwe Neumahr (1972) onderzocht deze duistere jaren voor zijn nieuwe boek ‘Die Buchhandlung der Exilanten’. Van Neumahrs hand verscheen al in 2023 het fascinerende boek ‘Das Schloss der Schrifsteller’ over beroemde schrijvers en journalisten die na de Tweede wereldoorlog in het kasteel Faber-Castell verbleven om verslag te doen van de dertien processen van Neurenberg. ‘Die Buchhandlung der Exilanten’ verschijnt nu in Nederlandse vertaling van Rogier van Kappel als ‘De boekhandel van de ballingen; Parijs 1940 – Toevlucht en verzet’.

‘De boekhandel van de ballingen’ is gebaseerd op onderzoek in archieven, bibliotheken, universiteiten en zelfs kloosters. In de Abbaye d’Ardenne speurde Neumahr in de nalatenschap van Monnier en de fotografe Gisèle Freund.

Het eerste deel van het boek beschrijft de beginjaren van Beach en Monnier tijdens de Eerste Wereldoorlog. Joyce, Hemingway, Colette, Picasso, Gide, Apollinaire, Eliot, Sartre, Beauvoir en vele anderen waren in hun boekwinkels kind aan huis. Behalve collega’s werden Beach en Monnier ook geliefden.

Daarna beschrijft Neumahr de gevaren van de Tweede Wereldoorlog. Met de Duitse inval in 1940 en de bezetting van Parijs werd alles anders. Met gevaar voor eigen leven ondernamen Beach en Monnier reddingsoperaties voor onder anderen Walter Benjamin, Gisèle Freund, Siegfried Kracauer en Arthur Koestler. Adrienne bleef uit handen van de Duitsers, maar Sylvia werd opgepakt.

De bevrijding van de boekhandels geschiedde door niemand minder dan Ernest Hemingway, die met een privélegertje in de Rue de l’Odéon arriveerde. Neumahr besluit het boek met de levensverhalen van de hoofdrolspelers na 1944.

Neumahr deed zeer uitgebreid onderzoek om het bijzondere verhaal van verzet en liefde voor het eerst te kunnen vertellen. Hij neemt veel afslagen en vloeit – volgens de mode – heen en weer door de tijd, wat zo nu en dan ten koste gaat van de richting van het verhaal. Een boek over humanisme, collaboratie en grote literatuur, maar ook over vriendschappen en liefdes van belangrijke vrouwen.

Paperback
april 2026
312 pagina’s
Uitgeverij Querido
ISBN 9789025320997
€ 24,50

**** Casper Postmaa – De dag dat de duivel naar Des Indes kwam

De Nederlandse journalist Casper Postmaa (1050) ging op zoek naar de geschiedenis van zijn eigen huis in het Haagse Nassaukwartier en diens voormalige bewoners. Hij zocht in archieven en sprak met oud-bewoners en gaandeweg bleken vooral twee voormalige bewoners interessant: Joseph (Sepp) Thum en zijn vriendin Irène Donath. 

De Duitser Thum werd tijdens de Tweede Wereldoorlog directeur van hotel Des Indes. Postmaa sprak met hem een maand voor diens overlijden. Verder had Postmaa interviews met huidige en voormalige medewerkers en familieleden, waaronder een sommelier, kelner en kok van Restaurant Royal en de telefoniste van Des Indes. Hun verhalen schreef hij op in het boek ‘De dag dat de duivel naar Des Indes kwam’.

Des Indes verwelkomde in de loop van de bezetting zoveel nazi’s dat het de bijnaam ‘Wehrmacht Hotel’ kreeg. Maar met gevaar voor hun eigen leven hielden Thum en Donath talloze onderduikers verborgen in de kelder en liftschacht van het hotelpand. 

Thum werd in het voorjaar van 1945 door de nazi’s zo zwaar gemarteld, dat hij zich daarna moeizaam voortbewoog en alleen nog kon schrijven door zijn pen in zijn vuist te klemmen. Tussen 1953 tot 1985 leidde hij het naast Des Indes gelegen chique restaurant Royal, waar tal van ministers regelmatige bezoekers waren.

De titel van het boek slaat echter niet op Thum, maar op een geheimzinnige bondgenoot, een man die “de zwarte duivel” werd genoemd. Deze Duitse gevechtspiloot Josef Jacobs waarschuwde Thum en zijn onderduikers op 20 november 1944 voor de razzia’s die een dag later in Den Haag zouden plaatsvinden.

Jacobs blijft in het boek echter een enigmatisch figuur. “Maar weet ik wie Josef Jacobs was? Niet echt”, aldus Postmaa. Jacobs verdween in de plooien van de geschiedenis. Een mythische man, ongrijpbaar, antinazistisch en toch beschermd door de duisterste figuren uit het nazirijk.

‘De dag dat de duivel naar Des Indes kwam’ heeft een enorme vaart. Postmaa heeft alles minutieus onderzocht; Het Joodse leven in Den Haag, Amersfoort tijdens de Tweede Wereldoorlog, het Oostenrijkse Burgenland en zijn Joodse gemeenschap, Wenen in oorlogstijd. Hij vertelt vele verhalen en ook hij vloeit – volgens de mode – heen en weer door de tijd, wat ook hier ten koste gaat van de richting. Maar het boek bevat interessante verhalen die het verdienen opgeschreven en gelezen te worden.

Paperback
maart 2026
240 pagina’s
Uitgeverij Querido
ISBN 9789025320775
€ 22,99

*** Hans Wallage – Antisemitisme

“Vor Antisemitismus ist man nur noch auf dem Mond sicher”, zei Hannah Arendt. Hiermee uitte zij haar diepe wanhoop over de wijdverbreide en diepgewortelde haat tegen Joden. Arendt gaf zo een duidelijke waarschuwing tegen het bagatelliseren van antisemitisme.

Over antisemitisme werden door de Anne Frank Stichting al eerder boeken gepubliceerd, waaronder de twee uitgave van Jaap Tanja (1953) ‘Vijftig vragen over antisemitisme’ (2005) en ‘Antisemitisme; geschiedenis & actualiteit’ (2012). Sinds die publicaties is de wereld door sociale media, de toegenomen polarisatie en de oorlog in Gaza veranderd. Daarom herzag en actualiseerde historicus Hans Wallage (1993) Tanja’s boeken voor de Anne Frank Stichting tot de nieuwe uitgave ‘Antisemitisme; mythen, maskers & misverstanden’.

‘Antisemitisme’ wil inzicht bieden in de lange geschiedenis van het diepgewortelde, maatschappelijke probleem van de discriminerende, racistische of gewelddadige behandeling van Joden. Zo gaat het boek in op de Jood als moordenaar van Christus, de Joodse woeker, “alle Joden zijn rijk”, de Joodse lobby en de Joden als samenzweerders en verraders (als betrokkenen bij 9/11, Corona en pedofiele netwerken).

Andere onderwerpen die in het boek aan bod komen zijn de relaties tussen Joden, christenen en moslims in het verleden, antisemitisme tijdens de Sjoah en de definities van antisemitisme (door de IHRA, de JDA en de Nexus Task Force). Tevens wil ‘Antisemitisme’ een kijkje geven in het antisemitisme vandaag de dag en de actuele dynamiek. Zo is er aandacht voor antisemitisme in de digitalisering en de vervagende grenzen tussen antisemitisme, antizionisme en Israël-kritiek.

Wallage zegt te beogen de hedendaagse politieke context en de huidige gedaanten van antisemitisme te benoemen, maar hier schiet het boekje tekort. Het is opvallend dat vooral het rechtsextremistische antisemitisme wordt genoemd en het hedendaags islamitische en links-politieke antisemitisme niet of nauwelijks wordt besproken.

Wij leven in een tijd waarin antisemitisme in het links politieke milieu ook in Nederland salonfähig is geworden. Een linkse wethouder die het prima vindt dat een Joodse zangeres niet mag optreden, linkse kamerleden die meelopen met demonstraties waar antisemitische leuzen worden geroepen, een linkse campagneleider die Israël koppelt aan nazi’s, een linkse stadsdeelambtenaar en een linkse vicefractievoorzitter die oproepen tot gewapend verzet tegen Israëliërs, linkse kamerleden die Israël een apartheidsstaat noemen. Het zijn allemaal voorbeelden van links antisemitisme, die het boekje niet bespreekt.

‘Antisemitisme; Mythen, maskers & misverstanden’ wil een toegankelijke en genuanceerde gids bieden die kennis vergroot en uitnodigt tot nadenken. Daarin is het boekje slechts ten dele geslaagd. Wie de problemen niet benoemt, dient zich de vraag te stellen hoe effectief de gepropageerde educatie en dialoog kan zijn.

Paperback
mei 2026

176 pagina’s
Uitgeverij Boom
ISBN 9789024476060
€ 20,00

**** Carlos Rafael Duarte / Clotilde Bruneau / Luc Ferry – De Wijsheid van Mythes; 24. Lancelot 2/2 Het land van Gorre

‘Lancelot’ is een 12e-eeuws, Oud-Frans ridderromangedicht van Chrétien de Troyes (ca. 1130-ca. 1185). Het is de vroegst bekende tekst waarin Lancelot een prominent personage is en de eerste waarin de liefdesrelatie tussen hem en koning Arthurs vrouw Guinevere wordt beschreven.

Het verhaal van Lancelot werd tussen april 2023 en april 2025 in het Frans in een vierdelige stripreeks uitgebracht. De uitgave past in de serie ‘La sagesse des mythes’, waartoe de Franse filosoof en voormalig minister van onderwijs Luc Ferry (1951) in 2016 het initiatief had genomen en die sinds 2020 in het Nederlands als ‘De wijsheid van mythes’ verschijnt. Richtte Ferry zich in eerste instantie op de Grieks mythologische vertellingen, sinds een aantal jaren legt hij zich tevens toe op andere verhalen, zoals ‘Gilgamesj’ uit de Sumerische mythologie, het Bijbelse verhaal van ‘Adam en Eva’ en het literaire verhaal van ‘Romeo en Julia’.

In deel 1 ‘De ridder op de schandkar’ zag men dat Lancelot tot elk offer bereid is om koningin Guinevere, die gevangengehouden wordt door de laaghartige Meleagant, te redden. Hij ontmoet de Dame van de Eerste Burcht, die hem hem waarschuwt niet in het mooiste, koninklijke bed te slapen. Maar Lancelot toont zijn angstloosheid en ontwijkt de brandende lans uit het plafond die hem bijna spiest. Aan het einde van deel 1 ontmoet hij de impertinente verleidster, die hem informatie over de weg aanbiedt als hij het bed met haar deelt. Hier doorstaat hij de test der kuisheid.

In deel 2 ‘Het land van Gorre’ zet Lancelot zijn zoektocht naar Guinevere voort. Hij ontmoet een jonkvrouw bij de bron, die Guineveres kam vindt waardoor Lancelot nog volhardender wordt in zijn zoektocht. Hij betreedt het land van Gorre, dat wordt geregeerd door Meleagants vader. Het is een rijk dat geen vreemdeling ooit nog verlaat, want wie het betreedt, wordt er tot eeuwige dienstbaarheid veroordeeld. Aan het einde van deel 2 ontmoet Lancelot een jonge vrouw (we zullen later zien dat dit Meleagants zus is), die het hoofd van een opdringerige ridder eist. Zij belooft Lancelot dat ze ooit iets voor hem terug zal doen… Op naar deel 3 van 4.

Onder artistieke leiding van Didier Poli vervaardigde de Franse schrijfster Clotilde Bruneau (1987) opnieuw het geconcentreerde scenario. De Braziliaanse tekenaar Carlos Rafael Duarte maakte net als in deel 1 de fraaie illustraties, die werden ingekleurd door Ruby. De Nederlandse vertaling is weer van Christoph Dekoninck. Dit deel heeft geen extra katern zoals deel 1.

Softcover
maart 2026
48 pagina’s
Uitgeverij Daedalus
ISBN 9789493477254
€ 11,25

**** Fabrice Le Hénanff & Philippe Chanoinat – Elvis; De officiële stripbiografie

Als hij in 1954 de Sun Studios in Memphis binnenstapt om zijn eerste single op te nemen, is Elvis Aaron Presley (1935-1977) een jongeman uit Mississippi, gegrepen door blues en country. Op dat moment kan niemand vermoeden welke nieuwe muzikale trend Elvis teweeg zal brengen en zijn muziek de jeugd over de hele wereld wakker zal schudden. 

In 2021 verscheen al de ‘Elvis; de officiële stripbiografie’ in hardcover en nu is ook de softcover uitgebracht. De Fransman Fabrice Le Hénanff (1972) tekende de fotografische illustraties. Zijn landgenoot en scenarist Philippe Chanoinat (1958) schreef het verhaal van de strip. Het verhaal van The King, van een jonge jongen die van niets komt en de grootste ster ter wereld wordt.

De strip leest dikwijls als een opsomming van Elvis’ discografie en filmografie, maar nodigt uit de opnamen van Elvis opnieuw te beluisteren. Elvis’ legende zal nooit sterven.

Softcover
april 2026
80 pagina’s
Uitgeverij Dark Dragon Books
ISBN 9789464609950
€ 13,95

**** Annabel Blusseau & Pierre Boisserie – Het Epos van de Vrijmetselaars; 12. De Zusters van de Broederschap

De Franse tekenaar en scenarist Didier Convard – niet te verwarren met Didier Conrad van ‘Asterix’ – startte in 2020 de reeks ‘Het Epos van de Vrijmetselaars’. De serie vertelt over de beweging van wetenschappers, kunstenaars en politici, die de sluipwegen van de geschiedenis bewandelde om kennis te vergroten en de mensheid te verheffen. Sinds het begin van de stripreeks hebben diverse scenaristen en tekenaars in wisselende samenstellingen de albums verzorgd.

Een jaar na de start van de serie verscheen het eerste deel in het Nederlands. In de nieuwste Nederlandstalige uitgave ‘De Zusters van de Broederschap’ maken we kennis met de beeldhouwster Sabina von Steinbach, de schrijfster en redenaar Maria Deraismes en de aristocrate Elizabeth Aldworth, vrouwen die tegen alle verwachtingen van hun tijd in actief waren binnen de vrijmetselarij.

In de raamvertelling brengt Sophie regelmatig een bezoek aan de vrouwenloge van haar vrijmetselaarsbeweging. Aan haar man en kinderen vertelt zij echter als smoes dat zij lid is van een boekenclub. Voor de vrouwenloge geeft zij lezingen over de pioniers Von Steinbach, Deraismes en Aldworth. Drie belangrijke vrouwen die sinds de middeleeuwen hun plaats hebben moeten veroveren in een wereld die uitsluitend aan mannen toebehoorde. Nu wordt het tijd dat ook Sophie haar plek opeist…

De illustraties zijn toepasselijk getekend door een en de Franse illustratrice Annabel Blusseau (1975) is daarmee nieuw in de reeks. De cover tekende opnieuw Julien Delval en alles werd ingekleurd door Angélique Césano. De Franse scenarist Pierre Boisserie (1964) schreef de teksten en in een historisch katern van acht pagina’s vertelt de Franse essayist en expert op het gebied van de vrijmetselarij Jean-Laurent Turbet (1964) over de zusters. De vertalingen zijn weer van Tonio van Vugt en Jeanine Erades.

Een integraal verhaal over een historische periode van de vrijmetselaars, over drie belangrijke vrouwen in de vrijmetselarij.

Softcover
april 2026
56 pagina’s
Uitgeverij Dark Dragon Books
ISBN 9789465350011
€ 11,95

*** Paolo Martinello & Mathieu Gabella – Zij Schreven Geschiedenis; 23. Catharina de’ Medici

De collectie ‘Ils ont fait l’Histoire’ brengt sinds 2014 verschillende historici, scenaristen en tekenaars samen om geschiedenis toegankelijker te maken door middel van strips. In de Franse reeks worden inmiddels 45 albums aangeboden. In het Nederlands is de serie sinds 2017 uitgebracht onder de titel ‘Zij schreven geschiedenis’. De Nederlandstalige reeks volgt niet dezelfde volgorde en slaat sommige albums over die vertellen figuren die buiten Frankrijk veel minder bekend zijn.

In oktober 2015 verscheen in het Frans deel 11 ‘Catherine de Médicis’, dat nu in Nederlandse vertaling als deel 21 is uitgebracht. ‘Catharina de’ Medici’ begint in 1557 aan het einde van de eerste Italiaanse Oorlogen tussen de koningen van Frankrijk en de Habsburgse heersers van Spanje. Catharina de’ Medici, die in 1559 weduwe werd van Hendrik II, oefent gedurende dertig jaar het nu eens volledige, dan weer gedeeltelijke gezag uit tijdens de regeringen van haar drie zonen, Frans II, Karel IX en Hendrik III. 

Zij waakt erover dat het gezag van de kroon gerespecteerd blijft in een periode van religieuze en politieke onrust. Als haar verzoeningspolitiek echter mislukt, wordt zij verantwoordelijk gehouden voor de moordpartijen op protestanten tijdens de beruchte Bartholomeusnacht van 23 op 24 augustus 1572 die zou leiden tot 10.000en doden. Zo ontstaat de zwarte legende van Catharina de’ Medici.

‘Catharina de’ Medici’ was in 2015 de eerste en enige bijdrage aan de serie van de Italiaanse tekenaar Paolo Martinello (1975), die zelf tevens de inkleuring verzorgde. Hij had al eerder samengewerkt aan albums met de Franse scenarist Mathieu Gabella (1976). Gabella was in 2022 eveneens verantwoordelijk voor de verstripping van ‘Caesar’. Ook hier zorgt hij voor nogal lange teksten en de vele personages zijn voor niet ingewijden niet altijd duidelijk. Zijn landgenoot en historicus Renaud Villard (1976) verzorgde het historische katern achterin van acht pagina’s. De vertaling is weer van Christophe Deconinck.

Softcover
april 2026
56 pagina’s
Uitgeverij Daedalus
ISBN 9789493477698
€ 11,25