‘De wereldpremière van ‘Giulio Cesare in Egitto’ was op 20 februari 1724 in het King’s Theatre in The Haymarket te Londen. De bezetting bestond uit de alt castraat Francesco Bernardi (“Senesino”) als Giulio Cesare, de sopraan Francesca Cuzzoni als Cleopatra, de alt castraat Gaetano Berenstadt als Tolomeo, de alt Anastasia Robinson als Cornelia, de sopraan Margherita Durastanti als Sesto, de bassen Giuseppe Maria Boschi als Achilla en John Lagarde als Curio en de alt castraat Giuseppe Bigonzi als Nireno. Tegenwoordig houden de meeste uitvoeringen en opnamen van ‘Giulio Cesare’ zich aan deze stemtypen met in plaats van de alt castraat een countertenor.

1.

De Koninklijke Deense Opera gaf in maart 2005 een reeks voorstellingen van ‘Giulio Cesare in Egitto’ in een enscenering van de Mexicaanse regisseur Francisco Negrin. Van de voorstellingen op 14, 16 en 20 maart 2005 werd een DVD uitgave gemaakt. De uitvoering bijna compleet; Slechts twee aria’s zijn weggelaten.

De Duitse countertenor Andreas Scholl had in 1998 zijn operadebuut gemaakt in Glyndebourne als Bertarido in Händels ‘Rodelinda’ en zong zover bekend slechts vier operarollen, allen van Händel. Hij vertolkte Giulio Cesare in Parijs, Lausanne, Salzburg, Frankfurt (LINK) en hier in Kopenhagen. Met zijn grote, egale stem, strakke coloraturen en enorme muzikaliteit is Scholl de beste Giulio Cesare op CD/DVD. En in tegenstelling tot vele andere countertenoren straalt zijn stem ook viriliteit uit. 

Helaas is er geen CD-registratie van Scholl als Cesare en in de DVD-uitgave van ‘Giulio Cesare’ uit Salzburg van zeven jaren later was hij minder gedisponeerd dan hier in Kopenhagen. Ook al was daar de overige bezetting met Cecilia Bartoli, Anne Sofie von Otter, Philippe Jaroussky en zelfs de 58-jarige Jochen Kowalski als Nireno een luxe. Ook de enscenering van Moshe Leiser en Patrice Caurier in Salzburg was nog onbenulliger dan die van Negrin. De Harmonia Mundi geluidskwaliteit is bovendien ook superieur aan die van Decca.

De Duitse sopraan Inger Dam-Jensen maakt hem het hof als Cleopatra met mooie, lyrische stem. Haar aria “Tutto puo donna vezzosa” is uit de eerste akte geschrapt. De aria “Se a me non sei crudele” van de Egyptische generaal Achilla in de tweede akte is de andere aria die is weggelaten. De Noorse alt Randi Stene is droevig als Cornelia, de weduwe van Pompeo, Caesars politieke rivaal die in de eerste akte door Cleopatra’s broer Tolomeo wordt vermoord. Haar landgenote en mezzo Tuva Semmingsen is guitig en brutaal als Cornelia’s zoon Sesto.

De Schotse countertenor Christopher Robson zingt Tolomeo (opzettelijk?) lelijk met oneffen, glansloze en resonansloze stem en glottisslagen. Van de bijrollen is de vertolking van Cleopatra’s vertrouweling Nireno door de Amerikaanse countertenor Michael Maniaci noemenswaardig. Zijn aria “Che perde un momento” aan het begin van de tweede akte – die Händel schreef voor de herneming in 1730 – vertolkt hij prachtig. De Deense dirigent Lars Ulrik Mortensen leidt het Concerto Copenhagen vanaf de klavecimbel en geeft een sprankelende uitvoering met adequate tempi en goede drive.

Harmonia Mundi France 9909008.09 (1DVD) / 3h36m.

2.

Deze studio-registratie van ‘Giulio Cesare In Egitto’ werd in april 1995 gemaakt in de Église catholique Saint-Marcel van Parijs. Het was de eerste studio-opname met een countertenor in de titelpartij. De opera werd intergaal zonder coupures op CD gezet.

De Britse countertenor James Bowman is als Giulio Cesare minder expressief dan Scholl en Gall (zie 4.), maar zijn coloraturen en lijnen zijn uitstekend. De Engelse sopraan Lynne Dawson is de beste Cleopatra op CD. Zij is de enige die de charme van Lucia Popp – luister naar de radio-opname van de Bayerische Rundfunk uit 1965 – benadert.

De Frans mezzo Guillemette Laurens zingt met brede stem à la Brigitte Fassbaender en maakt van Cornelia een tragische echtgenote en moeder. Haar zoon Sesto wordt door de Welsche mezzo Eirian James pinnig vertolkt met soms wilde glottisslagen.

De Franse countertenor Dominique Visse zingt met schrille, krijsende en resonansloze stem en maakt – net als Robson – van Tolomeo helaas een karikatuur. De Franse bariton Nicolas Rivenq in de dubbelrol van Achilla en Curio verliest resonansen in de hoogte. 

De Franse dirigent Jean-Claude Malgoire (1940-2018) en het orkest La Grande Ecurie et la Chambre du Roy geven een degelijke lezing van de partituur, die helaas niet echt schittert.

Astrée Auvidis E8558 (3CDs) / 3h41m.

3.

Dit was de eerste studio-registratie van een integrale uitvoering van ‘Giulio Cesare In Egitto’ in het Italiaans. De opname werd in juli 1991 in de Deutschlandfunk Sendesaal van Keulen gemaakt. 

De Amerikaanse mezzo Jennifer Larmore is van alle vrouwen de beste Giulio Cesare op CD. Haar coloraturen zijn strak, de stem is egaal en haar vertolking lekker “butch”. De Duitse sopraan Barbara Schlick is een mooie Cleopatra.

De Amerikaanse coutertenor Derek Lee Ragin is een fantastische Tolomeo. Zonder een karikatuur te maken zingt hij Cleopatra’s kwaadaardige broer – wellicht onbedoeld – heerlijk vals “camp” kletterend met glottisslagen van borstregister in falset en andersom. De Argentijnse mezzo Bernada Fink is een smartelijke Cornelia en de lichtere mezzo van de Deense Marianne Rørholm geeft jeugd aan Sesto.

De Italiaanse bariton Furio Zanasi als Achilla heeft geen resonansen in de hoogte. Dominique Visse nu in de bijrol van Nireno, helaas zonder diens 1730 aria “Che perde un momento” aan het begin van de tweede akte. De Belgische dirigent René Jacobs geeft met het Concerto Köln een frisse, glanzende en sprankelende lezing en laat de zangers opvallend vrij.

Harmonia Mundi HMC 90 1385-87 (4CDs) / 4h3m.

4.

De première van Peter Sellars’ productie van ‘Giulio Cesare’ vond plaats in juli 1985 op het PepsiCo Summerfare Festival in Purchase New York. Gerard Mortier – tussen 1981 en 1991 intendant van De Munt – bracht de productie in mei 1988 en januari 1990 naar Brussel en in 1990 werd in De Munt een filmproductie van de voorstelling gemaakt. De uitvoering is compleet, maar sommige aria’s zijn vervangen door alternatieve versies.

De bezetting bestond volledig uit Amerikanen. De countertenor Jeffrey Gall is hier een fantastische Cesare. Nu eens driftig, heftig, fel, onbesuisd, onstuimig en woest, dan weer hartstochtelijk, temperamentvol en gepassioneerd. En wat een acteur! Muzikaal is het interessant, de coloraturen zijn virtuoos, ook al gaat hij soms wat woest van falset naar het knödelachtige borstregister.

De sopraan Susan Larson is een lichtgewicht Cleopatra, aangenaam maar niet verleidelijk. In de eerste akte zingt zij d in plaats van “Tu la mia stella sei” de alternatieve aria “Speranza mi dice”, die Händel schreef voor de herneming van ‘Giulio Cesare’ in januari 1725 in het King’s Theatre. Ook voor “Venere bella” is een andere, langzamere versie op dezelfde tekst geïncludeerd. De mezzo Lorraine Hunt Lieberson (1954-2006) zingt Sesto potig met grote, ronde stem. Zij zou op 52-jarige leeftijd overlijden aan borstkanker.

De mezzo Mary Westbrook-Geha zingt Cornelia vol intense smart. Voor haar aria “Cessa omai” in de tweede akte is er een alternatieve aria. De countertenor Drew Minter nam zelf ook Cesare op het repertoire en heeft een behaaglijke stem als Tolomeo, maar klinkt niet erg gemeen als de boosaardige farao. De bariton James Maddalena had in 1987 de titelrol gezongen in ‘Nixon in China’ en is een vocaal uitstekende generaal Achilla.

De Amerikaanse dirigent Craig Smith (1947-2007) geeft met de Sächsische Staatskapelle Dresden een logge lezing passend voor die tijd. De enscenering van de Amerikaanse regisseur Peter Sellars is onzinnig en het is een opname van oren open en ogen dicht.

Decca 071 4089 5 (2DVDs) / 3h59m.

5.

De eerste integrale uitvoering van ‘Giulio Cesare In Egitto’ in de 20ste eeuw in de juiste toonsoorten was in 1977 in de Barber Institute of Fine Arts in de Engelse stad Birmingham. Tot die tijd werd ‘Giulio Cesare’ dikwijls opgevoerd in Engels of Duits met coupures en getransponeerde aria’s. Maar tegenwoordig worden er ergere dingen gedaan, denk aan de Giulia Cesare en Cleopatro in Duisburg…

Van alle opnamen die tot 1977 werden gemaakt is de opname, die RCA in april en mei 1967 in de Webster Hall van New York maakte, een interessante. De registratie werd gemaakt naar aanleiding van een productie van ‘Giulio Cesare’ die in de herfst en winter van dat jaar bij de New York City Opera (NYCO) zou worden opgevoerd. Er wordt in het Italiaans gezongen door een uitstekende cast, maar er zijn veel coupures.

De Amerikaanse bas-bariton Norman Treigle was hier net 40 jaar geworden en klinkt als een oude Cesare. Echter, dat past want Caesar was 53 jaar toen hij de 22-jarige Cleopatra ontmoette. Treigles versieringen en stijlgevoel zijn uitstekend en zijn bas-bariton waanzinnig sonoor. Geschrapt zijn uit de eerste akte zijn “Non è si vago e bello” en uit de tweede akte “Se in fiorito ameno prato”. Acht jaren na deze opname overleed Treigle, die aan slapeloosheid leed, op 47-jarige leeftijd na een overdosis slaappillen.

De Amerikaanse sopraan Beverly Sills was de vooraanstaande sopraan van de NYCO. Zij zong de rol van Cleopatra tussen 1966 en 1971 onder andere bij de NYCO en in het Teatro Colón van Buenos Aires. Zij is een virtuoze Cleopatra, ook al is door haar aanvullingen Händel soms moeilijk te herkennen. Geschrapt is uit de eerste akte haar “Tutto puo donna vezzosa” en in plaats daarvan zingt zij daar haar “Piangerò la sorte mia” uit de derde akte. Ook geschrapt is uit de eerste akte haar “Tu la mia stella sei” en uit de tweede akte “Venere bella per un istante”.

De Canadese alt Maureen Forrester is een teneergeslagen Cornelia met soms een enigszins geknepen geluid, vooral in het lage middenregister. De Amerikaanse mezzosopraan Beverly Wolff is een spichtige Sesto met een breed borstregister. Geschrapt zijn uit de tweede akte zijn aria “L’aura che spira” en uit de derde akte “La giustizia ha gia sull arco”. De Grieks-Amerikaanse bas-bariton Spiro Malas is een fulminante Tolomeo. Geschrapt zijn zijn aria “Belle dee di questo core” uit de tweede akte en “Domerò la tua fierezza” uit de derde akte.

De Oostenrijkse dirigent Julius Rudel was in 1938 na de Anschluss van Oostenrijk gevlucht naar Amerika. Hij zou tussen 1944 en 1979 aan de NYCO verbonden zijn en bezorgde het gezelschap internationale faam met zijn innovatieve programmering. Met het NYCO Orchestra geeft hij deze ‘Giulio Cesare’ een romantische sausje, passend bij die opnameperiode.

Overigens zingt Nireno niet zijn 1730 aria “Che perde un momento” in de tweede akte en is ook “Dal fulgor” van Achilla uit de derde akte geschrapt. Bovendien zijn diverse stukken getransponeerd en sommige da capo’s doorgehaald. Toch een interessante opname vanwege de fantastische zangers.

RCA 6182 (2CDs) / 2h28m.