***** Mario Vargas Llosa – De oorlog van het einde van de wereld

De Oorlog van Canudos was in 1896 en 1897 een Braziliaanse strijd tussen de Eerste Republiek en de inwoners van de plaats Canudos. Het conflict ontstond vanwege een sekte in Canudos onder leiding van Antônio Conselheiro die de aandacht trok door spirituele verlossing te prediken onder de arme bevolking van de regio.

De nederzetting werd door de autoriteiten gezien als een bedreiging voor de recent uitgeroepen republiek. Drie militaire expedities werden naar Canudos gestuurd, die alle drie mislukten door de tegenstand van Conselheiro en zijn volgelingen. Bij de vierde expeditie werd ten slotte een groot deel van het leger ingezet en werden bijna alle inwoners afgeslacht.

Over deze Oorlog van Canudos gaf de Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa (1936-2025) een gefictionaliseerd verslag in zijn roman ‘La guerra del fin del mundo’ uit 1981. Mariolein Sabarte Belacortu (1944) – de vaste vertaalster van de werken van Vargas Llosa en García Márquez in Nederland – vertaalde de roman als ‘De oorlog van het einde van de wereld’ voor de eerste Nederlandstalige uitgave (1984), die nu aan de tiende druk toe is.

‘De oorlog van het einde van de wereld’ behoort tot de belangrijkste romans van Vargas Llosa. In het werk onderzoekt hij de grenzen tussen geloof en de daarmee botsende denkbeelden en legt hij de hypocrisie en gevaren van beide kanten bloot.

Het boek bevat een bont gezelschap aan personages, die in de vele hoofdstukken hun verslag doen. Deze verschuivende perspectieven en de diverse ideologieën geven diepte aan het verhaal.

De vertelling is non-lineair en schuift heen en weer in de tijd waarmee Vargas Llosa de veelzijdigheid en de chaos de oorlog benadrukt. Schitterend beweegt het relaas zich tussen de individuele verhalen en de grotere historische gebeurtenissen. Daarbij geeft Vargas Llosa zorgvuldig aandacht aan historische details.

Vargas Llosa is een meesterlijk verteller. Ook het landschap als achtergrond van alle gewelddadigheden is prachtig geschilderd. Sabarte Belacortu volgt de zinsbouw trouw en de woordenrijkdom blijft ook in de vertaling vindingrijk en virtuoos.

‘De oorlog van het einde van de wereld’ is een boek over traditie en verandering, over identiteit, geloof, ideologie, verlangen naar duiding en macht. Het werk is actueel ook in onze tijd van dualiteit van charismatische leiders met het vermogen om eenheid te inspireren en de capaciteit tot verwoesting.

Hardcover
oktober 2025
706 pagina’s
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
ISBN 9789089683939
€ 26,99

**** Allmuth Behrendt – Gefeiert und vergessen?

De Leipziger Oper werd na de machtsovername van de nazi’s in 1933 gereorganiseerd. Hans Schüler (NSDAP-lid 2.986.743) werd de nieuwe operadirecteur, terwijl de Joodse, algemeen muziekdirecteur Gustav Brecher werd geschorst. Theaterdirecteur Detlef Sierck, die getrouwd was met een Joodse vrouw, werd gedwongen af te treden waarna Schüler algemeen intendant werd. Onder Schülers bewind ging een groot deel van de Joodse bijdrage aan het Leipziger muziekleven verloren.

Over dit Joodse muziekleven in Leipzig was in 1994 al het boek ‘Jüdische Musiker in Leipzig’ van Thomas Schinköth gepubliceerd. Dit boek had niet de opzet om compleet te zijn over alle Joodse musici in Leipzig rond de Sjoah. Vragen over deze “gesmoorde stemmen” in de Sjoah komen sinds een aantal jaren vanwege de toenomen digitalisering weer naar voren.

Op een aantal niet eerder gestelde vragen richtte zich muziekwetenschapper en regieassistente Allmuth Behrendt (Leipzig, 1962) voor haar boek ‘Gefeiert und vergessen?; Jüdische und im Nationalsozialismus verfolgte Künstler an der Leipziger Oper 1890–1933’. Wat weten we van de Joodse kunstenaars, die in de theaters van Leipzig hebben gewerkt, wie waren de lievelingen van het Leipziger publiek en wie van hen waren vast verbonden aan het gezelschap en wie waren te gast?

Behrendt werkte meerdere jaren aan haar boek. Daarvoor gebruikte zij verschillende soorten documentatie zoals gemeentedossiers, boeken, websites, archieven, etc. Vele contracten en persoonsgegevens uit de theaters van Leipzig waren helaas door bombardementen verloren gegaan.

Het resultaat is een boek met ruim honderd biografieën van zangers, zangeressen, dirigenten, regisseurs, decorontwerpers, dansers, etc. Het eerste deel van het boek gaat over vaste medewerkers en ensembleleden, het tweede over gasten in de Leipziger Oper. Vele biografieën van kunstenaars zijn wrang om te lezen, zoals de verhalen van de componist Egon Bloch, directeur Gustav Brecher, de Heldentenor Hans Grahl, de sopraan Olga Islar, de mezzo Halina Blot, de bas Emil Fischer en de Nederlandse sopraan Sophie Heymann.

Een boek met zoveel details vereist nauwkeurigheid, ook al zijn fouten onvermijdelijk. Zo bevat de biografie van Sophie Heymann ruim tien onjuistheden. Haar geboortedatum is incorrect, haar vaders voornaam is verkeerd geschreven, zijn geboortejaar en die van haar broer Carl en zus Johanna zijn foutief vermeld, het jaar van haar vaders immigratie is onjuist, de schoonzoon van haar zus Louise wordt voor Louises echtgenoot aangezien, deze schoonzoon werd niet in Sobibór maar is Auschwitz vermoord, etc. Het laat zien dat een boek met zoveel biografieën zorgvuldig redactionele verificatie vereist.

Van een aantal biografieën is het kwestieus dat zij in het boek zijn opgenomen, aangezien zij niet veel met het nazisme te maken hadden. De tenor Fritz Sturmfels (overleden in 1913), de componist Leo Fall (overleden in 1925), de mezzo Margerete Matzenauer (al vanaf 1911 in Amerika), de tenor Heinrich Moscow (overleden in 1933), de sopraan Marie Rappold (in 1882 naar Amerika geëmigreerd), de bariton Joseph Schwarz (overleden in 1926), de dirigent Alfred Wolf (overleden 1930), etc. Andere namen ontbreken in het boek, waaronder Kurt Weill en Lotte Lenya, die in 1930 in Leipzig zorgden voor de wereldpremière van de opera ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’.

‘Gefeiert und vergessen?’ is een sympathiek en belangrijk initiatief en een bewonderenswaardige prestatie. De uitgave is mooi en stevig en het boek bevat schitterende foto’s. Het is een indrukwekkend werk dat vele Joodse en niet-Joodse kunstenaars uit de vergetelheid haalt en opnieuw eert.

Paperback
november 2025
440 pagina’s
Verlag Hentrich und Hentrich Verlag Berlin
ISBN 9783955657246
€35.00

**** Antoine de Saint-Exupéry – Strijden voor de mens

Een visser vond in 1998 in zijn netten een armband van Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944). In dienst van de geallieerden was deze Franse schrijver, dichter, journalist en vlieger in de Tweede Wereldoorlog boven de Middellandse Zee neergeschoten door een Duitse jachtvlieger. In 2003 werden de wrakstukken van zijn toestel ontdekt voor de kust van Marseille.

Saint-Exupéry is vooral bekend vanwege het poëtische verhaal ‘Le Petit Prince’, dat een jaar voor zijn dood in Amerika voor het eerst werd uitgegeven. Maar behalve schrijver, dichter en journalist was hij ook een interessant denker over maatschappelijke betrokkenheid en menszijn.

De Nederlandse historicus en godsdienstfilosoof Stefan Waanders (1954) selecteerde en vertaalde essays, artikelen, toespraken en brieven, die Saint-Exupéry in oorlogstijd tussen 1936 en 1944 schreef. De teksten worden nu voor het eerst in het Nederlands gepubliceerd als ‘Strijden voor de mens; Oorlogsgeschriften, 1936-1944’. Waanders voegt tussendoor cursieve teksten toe, die vertellen over het leven Saint-Exupéry rondom de documenten.

De eerste teksten zijn van Saint-Exupéry als oorlogscorrespondent in de Spaanse burgeroorlog. Hij loopt mee op een patrouille en bezoekt een loopgraaf. Men leest zijn soms wanhopige zoektocht naar menslievendheid in tijden van geweld.

In 1940 zet Saint-Exupéry zich in als oorlogsvlieger en verblijft hij kort in Algiers. Tussen 1941 en 1943 is hij in ballingschap in Amerika om het land te overtuigen deel te nemen aan de oorlog. In een toespraak, een essay en vier brieven formuleert hij waarom de strijd niet ontlopen kan worden. Daarna keert hij terug naar Algiers om opnieuw actief te zijn als oorlogsvlieger.

De teksten van Saint-Exupéry markeren stadia op zijn zoektocht naar menselijkheid. Zij bezitten fundamentele vragen, zoals “Waar vindt de waarheid van oorlog een waarheid, die zo dwingend is dat zij ontzetting en dood overwint?” Daarnaast weet Saint-Exupéry ervaringen, gevoelens en ideeën uit te drukken met bijzondere aandacht voor beeldspraak en klank.

Het werk van Saint-Exupéry is nog altijd van belang omdat hij een universele snaar raakt over de zich verhardende grenzen van polarisatie en vijandschap. Een indringend getuigenis van humaniteit.

Paperback
oktober 2025
144 pagina’s
Uitgeverij Nobelman
ISBN 9789083503097
€ 19,95

**** Maarten van Buuren – Spinoza en de Republiek

Politiek traktaat’ van de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza (1632-1677) werd in oktober 2025 in een herziene Nederlandse vertaling van emeritus hoogleraar Franse literatuur Maarten van Buuren (1948) uitgebracht. Samen met deze nieuwe uitgave publiceert Van Buuren ‘Spinoza en de Republiek; Het ideaal van de gemengde staatsvorm’, waarmee hij de historische en politieke context van Spinoza’s werk, zijn antwoord op de problemen van zijn tijd en zijn voorstel voor een politiek bestel wil toelichten.

Toen in 1672 buitenlandse mogendheden de tussen monarchisten en republikeinen verscheurde Republiek aanvielen, werkte deze verdeeldheid verlammend. De vraag drong zich aan Spinoza op hoe een staatsvorm eruitzien kon die vrijheid én stabiliteit waarborgt in tijden van crisis?

In hoofdstuk 1 gaat Van Buuren in op het ontstaan, de aard en het doel van de staat. Hij behandelt de termen als “natuurstaat”, “natuurrecht” en “natuurwet” volgens Spinoza en vergelijkt ze met de visies van Thomas Hobbes en Hugo de Groot. Spinoza en De Groot zijn het erover eens dat natuurstaat en samenleving in elkaars verlengde liggen, aangezien samenlevingsrecht voortvloeit uit de van nature aangeboren gemeenschapszin.

De overige vier hoofdstukken belichten de achtergronden van Spinoza’s visie op monarchie, aristocratie en democratie. Hoofdstuk 2 behandelt Van Buuren onder andere het pamflet “Vindiciae” en bespreekt hij de calvinist Johannes Althusius die in “Politica methodice digesta” (1603) – net als Spinoza – een pleidooi hield voor de gemengde staatsvorm.

In hoofdstuk 3 zet Van Buuren de politieke ontwikkelingen tussen 1572 en 1675 in de Republiek uiteen. Hij verduidelijkt beknopt de ontwrichting van die honderd jaren en verheldert waar Spinoza’s ‘Politiek traktaat’ als antwoord uit voorkomt.

In hoofdstuk 4 belicht Van Buuren de gemende staatsvorm vóór en na 1618, het jaar van de staatsgreep van Prins Maurits. Allereerst toont Van Buuren de overeenkomsten en verschillen in de visies van Spinoza en Machiavelli op gemengde staatsvormen. Daarna laat Van Buuren zien dat talrijke passages van ‘Politiek traktaat’ kunnen worden herleid tot passages in het werk van de gebroeders De la Court.

Hoofdstuk 5 toont dat Spinoza zich tevens heeft laten leiden door denkbeelden van Antonio Pérez, raadgever van Filips II. Ten slotte bespreekt Van Buuren de drie genoemde staatsvormen en uiteindelijk de “absolute staat”, een staatsvorm die een zo groot mogelijk vrijheid garandeert. Uiteindelijk ligt de voorkeur van Spinoza bij de gemengde regeringsvorm met het zwaartepunt in de aristocratie. ‘Spinoza en de Republiek’ is een verhelderende en deskundige aanvulling op ‘Politiek traktaat’.

Paperback
oktober 2025
168 pagina’s
Uitgeverij Damon
ISBN 9789463403818
€ 22,90

**** Montserrat Roig – Kersentijd

“Maar op een zekere dag, verklaarde Natàlia, kwam ik erachter dat ik niet walgde van het land, maar van de mensen om me heen en ook van mezelf. En weet je waarom? Omdat ik uiteindelijk vreesde dat de kersentijd zou aanbreken.” Kersentijd, een metafoor verwijzend naar de onvermijdelijkheid van pijn.

In ‘El temps de les cireres’ (1976) van de Catalaanse schrijfster Montserrat Roig (1946-1991) weet Natàlia aan haar neefje zelf niet goed te vertellen waarom zij Spanje ontvluchtte. Was het vanwege de bekrompenheid van de maatschappij, vanwege haar lompe vader of andere dominante mannenfiguren om haar heen?

Roig schreef de roman in de nadagen van de Franco-dictatuur (1939-1975). Zij was actief geweest in de verzetsbeweging tegen de dictatuur en publiceerde in het Catalaans, wat alleen al een politieke én artistieke stellingname was.

‘El temps de les cireres’ is nu voor het eerst uit het Catalaans in het Nederlands vertaald als ‘Kersentijd’ door literair vertaler uit het Spaans, Catalaans en Portugees Adri Boon. Het is het tweede deel van het drieluik waarvan het eerste deel ‘Vaarwel Ramona’ in 2025 in het Nederlands verscheen. Montserrat Roig werkte een jaar voor haar overlijden aan borstkanker nog aan de revisie van de roman.

In ‘Kersentijd’ keert Natàlia in 1974 na twaalf jaren vanuit Engeland terug naar Barcelona. Veel is er veranderd in de stad, maar veel is er ook hetzelfde gebleven. De middenklasse verdient haar geld aan het toerisme en accepteert derhalve de dictatuur omdat politieke onrust bezoekers zou tegenhouden. Tegelijkertijd gedoogt de modale klasse de wegwerpmaatschappij, het consumentisme en materialisme.

Tijdens Natàlia’s ontmoetingen in Barcelona treft men de vrienden en familieleden met wie zij twaalf jaren geen contact had. Daarbij beschrijven sprongen naar het verleden episoden uit het leven van meerdere generaties. 

Natàlia’s vlucht blijkt de herinneringen, relaties en emotionele pijn na twaalf jaren niet te hebben veranderd. De sociale onrechtvaardigheid, onderdrukking en vrouwenemancipatie laat zich lezen met grimmige, cynische, maar ook melancholische toon.

Deel drie van de drieluik ‘Het paarse uur’ zal in het voorjaar 2026 verschijnen. Overigens staat in het colofon de originele titel abusievelijk als ‘El temps de les ciceres’ vermeld.

Paperback
oktober 2025
336 pagina’s
Uitgeverij Cossee
ISBN 9789464522303
€ 24,99