***
© Matthias Jung
Essen, 15 januari 2026

Essen houdt vast aan Vlaamse ‘Cardillac’

Voor de programmering van Paul Hindemiths opera ‘Cardillac’ heeft het Theater und Philharmonie Essen gekozen voor de productie van de Vlaamse Opera uit 2019.

De wereldpremière van ‘Cardillac’ van de Duitse componist Paul Hindemith (1895-1963) was in 1926 bij het publiek van Dresden een groot succes. Alleen al in het seizoen 1926/1927 zouden er maar liefst dertien ensceneringen van de opera zijn geweest. 

In 1961 werd ‘Cardillac’ in Nederland in de herziene versie van Hindemith opgevoerd in een gastvoorstelling van de Wuppertaler Bühnen. Verder bleef het werk voor het Nederlandse publiek verborgen, een blamage voor De Nationale Opera. 

Het Theater und Philharmonie Essen heeft aangaande de programmering van ‘Cardillac’ in dit seizoen gekozen voor de productie van de Vlaamse regisseur Guy Joosten (1963), die in 2019 door de Vlaamse Opera werd opgevoerd. In het Aalto-Theater van Essen ging het anderhalf uur durende werk zonder pauze op 6 december 2025 in première.

Het verhaal van ‘Cardillac’ gaat over de gelijknamige goudsmid die zich niet van zijn kunstwerken kan scheiden. ’s Nachts vermoordt hij zijn kopers om zijn verkochte creaties terug te halen. De schrijver E.T.A. Hoffmann had het personage voor zijn roman ‘Das Fräulein von Scuderi’ (1819) geschapen en sindsdien wordt in de psychologie de eponiem gebruikt voor het Cardillac-syndroom als een kunstenaar geen afstand kan doen van zijn werk.

Joosten brengt ‘Cardillac’ naar de gouden jaren twintig. De mooie, donkere kostuums van het Volk benadrukken de ontstaanstijd van de opera. Het minimalistische decor en de projectie op het gazen voordoek aan het begin van iedere akte geven een beklemmende, cynische sfeer van de expressionistische films van Fritz Lang.

Joosten reduceert echter Cardillac al vanaf het begin van de opera tot een onaangepaste, gestoorde nar en dat doet het verhaal geen goed. Hiermee gaat de enscenering voorbij aan de thema’s van het werk; isolement van de kunstenaar, kunst versus leven, rijkdom versus schoonheid. Ook is dan de waanzin, die Cardillac in de laatste akte overkomt (à la King Lear), niet meer overtuigend.

Cardillacs goudleverancier is in deze productie een Jood en hierdoor krijgt diens kwaadaardige uitlevering een interessante antisemitische lading. Sloeg de Jood in Antwerpen nog een kruis bij het betreden van Cardillacs atelier (“Warum habt Ihr an der Tür Euch bekreuzigt?”), in Essen kust de Jood zijn hand en raakt daarmee de deurpost aan, zoals het behoort als er een mezoeza zou zijn.

Cardillac wordt vertolkt door de Duitse bariton Heiko Trinsinger, sinds 1999 ensemblelid in Essen. Zijn timbre herinnert aan Dietrich Fischer-Dieskau en net als bij DFD (zie Discografie) zijn Trinsingers tekstuitbeelding en verstaanbaarheid uitstekend. Een indrukwekkende vertolking!

De Amerikaanse sopraan Betsy Horne zong de partij van de Tochter al bij de Vlaamse Opera, is zowel lyrisch als dramatisch, ook al klinkt zij niet overtuigend jeugdig. De Armeense sopraan Astrik Khanamiryan – sinds 2023 in Essen – heeft een grote, ronde stem, maar is niet altijd verstaanbaar. De tenorrollen van de Kavalier (Aljoscha Lennert) en Offizier (Andreas Hermann) had men beter kunnen omdraaien, lyrisch voor de Kavalier en heldisch voor de Offizier. Het laat zien hoe lastig het is om ‘Cardillac’ goed te bezetten. Het Opernchor des Aalto-Theaters zingt nauwkeurig en geconcentreerd.

Hindemith als vertegenwoordiger van de Neue Sachlichkeit vermijdt de romantiek voor een objectievere, haast kille presentatie om zo een ontwrichtende atmosfeer te creëeren met zijn neoklassiek en polyharmonie. De naargeestige koperblazers, de zenuwachtige houtblazers en de spaarzame, vreedzame strijkers van de Essener Philharmoniker spelen gefocust en met ritmische vitaliteit. De Duitse dirigent Patrick Lange – sinds 2017 GMD in Wiesbaden – geeft in de eerste akte een boeiende lezing, maar in de laatste akten laat hij diverse spannende momenten onbenut.

Uiteindelijk wordt Cardillac in deze enscenering niet door de menigte vermoord, maar blijft hij leven terwijl het volk zingt “Ein Held starb” en “Versinkt der Tote in die ewig lautlose bergende Erde”. Geen sterk einde aan een überhaupt wankel dramaturgisch concept.