****
© Pedro Malinowski
Gelsenkirchen, 19 juli 2026

La Grande Duchesse de Gelsenkirchen

Elke uitvoering van ‘La Grande Duchesse de Gérolstein’ van Jacques Offenbach is een keuze uit de meerdere versies die van de opéra-bouffe bestaan. Het Musiktheater im Revier van Gelsenkirchen presenteert het werk nu half-scenisch in de Duitstalige versie en dat kan het werk prima hebben.

Het libretto van de opéra-bouffe ‘La Grande Duchesse de Gérolstein’ van Jacques Offenbach (1819-1880) werd geschreven door Henri Meilhac en Ludovic Halévy. Hun tekstboek werd een maand voor de wereldpremière voorgelegd aan de Parijse censuurcommissie en onderging tal van wijzigingen voordat het de vorm kreeg waarin het tijdens de wereldpremière werd uitgevoerd.

Tijdens de wereldpremière op 12 april 1867 in het Théâtre des Variétés van Parijs was de eerste akte een groot succes, maar zakte de uitvoering daarna in. Derhalve herzag Offenbach na de wereldpremière het werk – voornamelijk de tweede en derde akte – en vond de opéra-bouffe zijn definitieve vorm bij de derde uitvoering.

Het Musiktheater im Revier van Gelsenkirchen (MiR) presenteert ‘La Grande Duchesse de Gérolstein’ nu in de Duitstalige versie met zangteksten van Julius Hopp (1819-1885). Een Duitstalige versie had de instemming van Offenbach, want hij schreef voor de Weense première – een maand na de wereldpremière – een nieuwe bewerking met de teksten van Hopp.

Voor de MiR-productie heeft men gebruikgemaakt van de kritische uitgave van de Offenbach Edition Keck. Hierin is alle muziek, die vlak vóór de première in 1867 door Offenbach zelf en door de censuur was geschrapt, hersteld. En ook de delen die Offenbach tijdens de eerste reeks uitvoeringen in Parijs schrapte en toevoegde zijn erin te vinden.

‘La Grande Duchesse de Gérolstein’ gaat over een verwende groothertogin, die verliefd wordt op de soldaat Fritz. Om zijn affectie te winnen, bevordert zij hem tot generaal. Maar Fritz is verloofd met het boerenmeisje Wanda. Gekrenkt zet de hertogin samen met Général Boum en haar adviseur Baron Puck een moordcomplot tegen Fritz op. Uiteindelijk bedenkt ze zich, degradeert Fritz weer tot soldaat en trouwt alsnog met de haar sullige verloofde Prince Paul.

Door MiR is gekozen voor een half-scenische uitvoering van ‘La Grande Duchesse de Gérolstein’. Er is een hybride versie gemaakt uit de verschillende edities met als basis de wereldpremière-versie. Dit is jammer aangezien Offenbach niet voor niets juist deze versie herzag. Zo is er niet de korte, maar de (te) lange versie van de finale II. Uit de langdradige akte III zijn helaas het duet van de Duchesse en Boum (dat Offenbach na de wereldpremière schreef) en het fraaie slijperstrio (geschrapt tijdens de wereldpremière) weggelaten. En dat had niet gehoeven als de dialogen korter waren gehouden.

De half-scenische enscenering is in handen van regieassistent Jari Kunter, van wie de MiR op hun website geen CV presenteert. Kunter schreef zelf de dialoogbewerkingen. Voorafgaand aan de ouverture wordt medegedeeld dat de opvoering in 2026 in het Ruhrgebied speelt, maar dit wordt in de uitvoering niet verder uitgewerkt. De kostuums van ontwerpster Julia Tannenberg en de decorstukken zorgen voor een 19de-eeuwse atmosfeer.

De bezetting bestaat bijna geheel uit vaste ensembleleden van MiR en biedt een voorstelling vol speelvreugde. De Duitse mezzo Lina Edlin – sinds 2019 bij MiR – zet de Duchesse verheven en aannemelijk neer. Zij heeft een egaal en warm timbre en haar stem bezit nog meer ruimte. Haar Déclaration in de tweede akte was enigszins hoekig. Van haar Méditation aan het begin van de derde akte – destijds door de Parijse censuur verwijderd – mag zij helaas slechts één couplet zingen, dat vervolgens als een nachtkaars uitgaat.

De Britse tenor Adam Temple-Smith – sinds 2021 bij MiR – portretteert Fritz ambivalent naïef en parmantig en zingt met jeugdig, fris en lyrisch geluid. Van zijn Valse en zijn Chanson Militaire in de eerste akte mag hij steeds slechts één couplet zingen. Zijn rondo in de tweede akte vertolkt hij daarentegen integraal. De Australische Katherine Allen – sinds 2023 bij MiR – beeldt met lieftallige soubrette een onverdorven, goedaardige Wanda uit.

De Duitse tenor Martin Homrich – sinds 2017 bij MiR – geeft een geestig portret van Prince Paul met grote stem. De Duitse bas Joachim Gabriel Maaß – sinds 1988 bij MiR – schetst satirisch de incompetente Général Boum met zoals altijd helder timbre. De Poolse bariton Piotr Prochera is te gast en is een eigenzinnige Baron Puck in de ensembles met open geluid. Vermeldenswaard verder de koorsopraan Lisa Maria Laccisaglia als de hofdame Olga, inclusief fraai hoge B en Sebastian Schiller als een hyperactieve assistent Nepomuk.

Het enthousiaste Chor des Musiktheater im Revier en het Neue Philharmonie Westfalen passen net op het krappe podium. Noemenswaardig de klarinettisten in het Trio bouffe dat in de tweede – en niet zoals in latere versies in de derde – akte wordt gespeeld. De Duitse dirigent Florian Ludwig – tussen 2008 en 1016 GMD in Hagen – is te gast bij MiR, hanteert levendige, vanzelfsprekende tempi en laat de melodieën sprankelen. Een schilderachtige schouwtoneel, hilarische satire, meeslepende muziek en een stralende glansrol; ‘La Duchesse’ bij MiR is een voltreffer met variété en vertier.