1.

Na de wereldpremière van ‘Die Dreigroschenoper’ van de Duitse componist Kurt Weill (1900-1950) en tekstdichter Bertolt Brecht (1898-1956) op 31 augustus 1928 in het Theater am Schiffbauerdamm van Berlijn bleef Weill nog werken aan revisies van de opera. De partituren, piano-uittreksels en regiescripts van voor én na de wereldpremière verschillen van elkaar. Elke opname van ‘Die Dreigroschenoper’ is dus een keuze uit deze bronnen en heeft wel orkestrale en/of vocale beperkingen en/of bewerkingen en/of coupures van teksten en/of muziek.

Het duurde zo’n twintig jaren na de wereldpremière van ‘Die Dreigroschenoper’ tot de eerst “complete” uitgave van de opera werd gemaakt. In de Afifo Studio Tempelhof van Berlijn kwamen tussen 11 en 15 januari 1958 acht acteurs – waarvan zes Duitsers – bijeen voor de opname. Net zoals bij de wereldpremière zijn het zingende acteurs van het toneel. De opname bezit zowel gesproken teksten als alle vocale muziek en onvermeld diende niet te blijven dat Lotte Lenya de supervisie had.

Erich Schellow is een enigszins gereserveerde antiheld Macheath en Johanna Von Kóczian is een uitdagende Polly, zijn bruid. Zij is overigens de enige van de hele bezetting die nog leeft. Haar “Abschiedslied” – bij de wereldpremière geschrapt – zingt zij aan het begin van de tweede akte.

De Oostenrijkse acteur Willy Trenk-Trebitsch is – 28 jaar na zijn opname als Macheath (zie Bonus) – een geweldige, sluwe Peachum, Koning van de Bedelaars. Tien jaren later was hij opnieuw Peachum – beter was er nog steeds niet te vinden – in een hoorspelversie van ‘Die Dreigroschenoper’ met Horst Tappert als Macheath. Trude Hesterburg is een heerlijk bitse Frau Peachum, die haar echtgenoot in zijn Bedelaarsfirma helpt. Haar “Die Ballade von der sexuellen Hörigkeit” in de tweede akte is om te smullen. Het nummer was overigens twee weken voor de wereldpremière geschrapt.

De acteur en cabaretier Wolfgang Neuss is een heerlijk laconieke Moritatensänger. Hij brengt alle acht strofen van “Die Moritat von Mackie Messer”. Weills Oostenrijkse echtgenote Lotte Lenya (1898-1981) (zie Bonus) zingt net als tijdens de wereldpremière de rol van Jenny. Zij steelt “Seeräuber-Jenny” van Polly en verplaatst het naar de tweede akte. Hierdoor krijgt het een romantische lading in plaats van de nijdige kracht in de huwelijksscène van de eerste akte. Gelukkig is deze wijziging geen uitvoeringspraktijk geworden.

Inge Wolffberg is een bitchy Lucy, dochter van Brown en geliefde van Macheath met een scherpe tong. Haar bravouraria “Kampf um das Eigentum” – bedoeld voor na de “Salomon-Song”, maar bij de wereldpremière uit de tweede akte geschrapt – zingt zij na het “Eifersuchtsduett”. De aria bestaat slechts met pianobegeleiding, aangezien Weill haar niet heeft georkestreerd. Wolfgang Gruner heeft de bescheiden rol van politiechef Tiger Brown in de “Kanonensong” en de finale III.

De Duitse dirigent Wilhelm Brückner-Rüggeberg geeft met het Orchester des Sender Freies Berlin een pinnige, stoute en knapperige lezing. Hilarisch het “dronken” “Hochzeitslied” in de eerste akte. In de finale III worden de drie coupletten van “Die Schluss-Strophen der Moritat” door de Moritatensänger gezongen.
CBS MK 42637 (1CD 69:00)

2.



Wie had dat verwacht, James Last en ‘Die Dreigroschenoper’! In januari 1968 stond hij in Berlijn in de studio voor een opname van het werk als een hoorspel. Veel dialogen, maar ook bijna alle muziek.

De bezetting bestond niet uit grote opera-, pop-, musical- of revuezangers, maar ook hier uit bekende Duitse acteurs. Hannes Messemer is een intelligente Macheath, vol afkeer en spot voor omgeving en medemens. Zijn “Ruf aus der Gruft” van de tweede akte is geschrapt en zijn “Abbitte-Ballade” zingt hij niet, maar declameert hij. Karin Baal is een rebelse Polly en zij zingt alle vier coupletten van “Seeräuberjenny” in de eerste akte.

De Oostenrijkse acteur Helmut Qualtinger is een fenomenale Peachum en de hier 66-jarige Berta Drews – moeder van Götz George – is gewoon de beste Celia Peachum op CD. Haar “Ballade von der sexuellen Hörigkeit” is vreemd genoeg in tweeën gedeeld; twee coupletten voor de finale I en één couplet aan het begin van akte III.

De auteur en jurist Franz Josef Degenhardt nam de rol van de Moritatensänger voor zijn rekening met heerlijk kwaadaardige ondertoon. Hij zingt alle zeven coupletten van zijn “Moritat” in de eerste akte en alle drie coupletten van “Die Schluss-Strophen der Moritat” in de finale III. Verrukkelijk ook de bekende Duitse nieuwslezer Karl-Heinz Köpke als de Ansager en Martin Held is een Brown met donkerbruine stem.

Hanne Wieder is een lekker vulgaire, maar hartelijke hoer Jenny. Zij zingt alle vier coupletten van haar “Salomon-Song”. Sylvia Andres is een wilde Lucy, maar haar “Eifersuchts-Duett” met Polly krijgt slechts één couplet in plaats van twee en haar aria “Kampf um das Eigentum” is geschrapt.

De toen nog onbekende Duitse dirigent James Last maakte een eigen arrangement voor zijn Orchester James Last. Helaas overgoot hij de hoekige randen van Weills partituur met een licht verteerbaar sausje, zoals in de “Kanonensong” en “Barbara-Song”.
Polydor 442 8349 (2CDs 120:04)

3.

 

Tegen heftige politieke tegenstand bracht de Brechtleerling en intendant Harry Buckwitz op de Städtischen Bühnen Frankfurt in de jaren vijftig en zestig werken van Brecht. In het kader van de productie van ‘Die Dreigroschenoper’ in Frankfurt werd in 1966 een opname van het werk gemaakt in de studio van het operahuis. Er zijn geen spreekteksten.

Er was een – op één na – volledig Duitse bezetting. Hans Korte was van tussen 1959 en 1965 aan de Städtischen Bühnen Frankfurt geëngageerd en is een lekker rauwe, cynische MacHeath. Zijn “Ruf aus der Gruft” is gehalveerd en uit zijn “Abbitte-Ballade” is het tweede couplet geschrapt. Karin Huebner is de beste Polly op CD, schitterend gezongen en gesproken. Zij was ook Eliza Doolittle in de Duitstalige première van ‘My Fair Lady’ in 1961 en speelde de rol 850 keer. Helaas slaat zij het tweede couplet van “Seeräuber-Jenny” over.

Ook de Oostenrijkse acteur Franz Kutschera was een zwaargewicht in Frankfurt en is een schitterende Peachum. Als zijn vrouw Celia Peachum is Anita Mey een teleurstelling. Zij behoorde tussen 1936 en 1972 tot het ensemble van de Städtischen Bühnen Frankfurt en werd benoemd tot erelid van het huis. Helaas declameert zij meer dan zij zingt; zo ook de “Ballade von der sexuellen Hörigkeit”, die overigens wel integraal wordt gebracht.

Edith Teichmann is een lekker grove Jenny, maar Albert Hoermann helaas een glansloze Brown. Dieter Brammer is de Moritatensänger en Sprecher met een heerlijk rollende huig-r. Uit zijn “Die Moritat von Mackie Messer” zijn het tweede en zesde couplet geschrapt en wordt aan het einde het slotcouplet van “Die Schluss-Strophen der Moritat” van de finale III geplakt. Ursula Dirichs – de enige van het gezelschap die nog leeft – is een vileine Lucy zonder haar aria in de tweede akte. Twee jaren later was zij ook Lucy in een hoorspelversie van ‘Die Dreigroschenoper’ met Horst Tappert als Macheath, Willy Trenk-Trebitsch als Peachum en Franz Kutschera als Brown en Moritatensänger.

De Duitse dirigent Wolfgang Rennert was tot 1967 GMD van de Oper Frankfurt en geeft met het Orchester der Frankfurter Oper een nu eens prikkelende en snijdende, dan weer brosse lezing.
Philips 426 668-2 (1CD 56:41)

4.

 

Op basis van een nieuwe Weill-editie van Stephen Hinton en Edward Harsh werd tussen 26 maart en 29 april 1999 een opname van ‘Die Dreigroschenoper’ gemaakt in de Sendesaal van de Hessische Rundfunk te Frankfurt. Hier werd de originele toneelmuziek gebruikt en voor het eerst ook de concertvertellingen, die Brecht eind jaren veertig maakte.

De bezetting is echter een kwestie van smaak en de zangers klinken soms gekunsteld. De Duitse zanger Max Raabe zingt zowel de Moritatensänger als Macheath nonchalant, in zijn typerende jaren dertig stijl. Van de “Moritat” in de eerste akte zingt hij slechts zes coupletten. De Oostenrijks-Amerikaanse actrice en zangeres Sona MacDonald zingt Polly is musicalstijl. Haar “Seeräuber-Jenny” in de eerste akte bezit niet echt wraakgevoelens.

De Oostenrijkse dirigent Heinz Karl Gruber vertolkte zelf de rol van Peachum met heerlijk rauwe stem. De Duitse zangeres Nina Hagen maakt helaas een karikatuur van Celia Peachum. Hier op 44-jarige leeftijd heeft Hagen geen glans meer op de stem en haar Frau Peachum klinkt als een heks. Het derde couplet van “Die Ballade von der sexuellen Hörigkeit” is geschrapt. Frau Peachum – en niet Jenny – voegt zich bij Macheath in de finale II.

De Oostenrijkse zangeres Timna Brauer is een lichte, niet heel hoerige Jenny. De Duitse actrice Winnie Böwe is Lucy. Haar aria “Kampf um das Eigentum” zingt zij niet in de tweede akte, maar is als bijlage opgenomen. De Duitse acteur Jürgen Holtz is een zakelijke Ansager en de Duitse acteur Hannes Hellmann is Brown.

Onder muzikale leiding van Gruber speelt het Ensemble Modern stout, brokkelig, en scherp en zo nu en dan – waar het moet – lekker kitsch. “Die Schluss-Strophen der Moritat” is uit de finale III geschrapt.
RCA 74321 66133 2 (2CDs 83:23)

5.

 

Een degelijke, niet heel opvallende uitvoering van ‘Die Dreigroschenoper’ werd in november 1988 opgenomen in Studio 7 van de RIAS (Rundfunk im amerikanischen Sektor) in Berlijn. Er waren twee operazangers, drie pop- c.q. musicalzangeressen en drie acteurs.

De Duitse tenor René Kollo is een sympathieke Macheath alias Mackie Messer en de Duitse zangeres Ute Lemper is een jeugdige, ondeugende Polly. Van “Seeräuberjenny” zingt zij in de eerste akte drie in plaats van vier coupletten.

De Duitse acteur Mario Adorf is een lichtgewicht Peachum en de Oostenrijkse (mezzo)sopraan Helga Dernesch zingt Frau Peachum expressief met volle stem door alle registers. Zij zingt ook bij “Der Morgenchoral des Peachum” in de eerst akte mee. Haar “Die Ballade von der sexuellen Hörigkeit” is werkelijk kostelijk, maar helaas laat zij het derde couplet weg.

De bekende, Duitse acteur Rolf Boysen is een fraaie, rauwe Ausrufer/Moritatensänger. Van de “Moritat” in de eerste akte brengt hij zes en niet zeven coupletten. De vorig jaar overleden Italiaanse zangeres Milva is lekker hoerig als Jenny en zingt – net als Lotte Lenya – “Seeräuber-Jenny” in de tweede akte (hier dus als herhaling). Net als Lemper laat zij het derde couplet weg en in haar “Salomon-Song” laat zij het tweede couplet weg.

De Duitse zangeres Susanne Tremper is serpentachtige Lucy. Haar “Kampf um das Eigentum” zingt zij na het “Eifersuchtsduett”. De Duitse acteur Wolfgang Reichmann is Brown. Hij overleed drie jaren na de opname op 59-jarige leeftijd.

De Amerikaanse dirigent John Mauceri speelt veel muziek van Hollywoods émigré componisten en zet zich vooral in voor Amerikaans werk van Weill. Hier met de RIAS Berlin Sinfonietta geeft hij een degelijke lezing.

Helaas is de verklarende dialoog tussen Frau Peachum en Jenny is de tweede akte geschrapt, waardoor niet duidelijk wordt dat Jenny omgekocht is om Macheath aan te geven. Frau Peachum – en niet Jenny – voegt zich bij Macheath in de finale II. “Die Schluss-Strophen der Moritat” is uit de finale III geschrapt.
Decca 820 940-2 (1CD 73:54)

 

Bonus:

1.

 

Drie maanden na de wereldpremière werden op 7 december 1930 in Berlijn hoogtepunten uit ‘Die Dreigroschenoper’ opgenomen met een aantal acteurs van de wereldpremière.

De Joods-Duitse acteur en regisseur Kurt Gerron is – net als bij de wereldpremière – te bewonderen in de rollen van de Moritatensänger, Sprecher en Brown. Van de “Moritat” in de eerste akte zijn drie coupletten te horen. De tussenteksten – door Brecht speciaal voor deze opname geschreven – declameert hij fantastisch in diens geest. Veertien jaren later zou Gerron door de nazi’s in Auschwitz worden vermoord.

Lotte Lenya is – net als bij de wereldpremière – Jenny en neemt hier ook de partij van Polly voor haar rekening. Hier al werd dus “Seeräuber-Jenny” door Lenya gezongen. Het tweede couplet is gecoupeerd. Van haar Barbara-Song” zingt zij slechts het derde, laatste couplet. Haar “Salomon-Song” is helaas geheel geschrapt. Het “Schluß-Moritat” wordt door Jenny gezongen, voor het “Schluß-Choral”. De Polly van de wereldpremière Rosa Bahn trad in de tijd van het nationaalsocialisme op in propaganda- en opruiende films.

De Duitse acteur Erich Ponto (1884-1957) is een zelfverzekerd Peachum, de rol die hij ook bij de wereldpremière vertolkte. Van zijn “Lied von der Unzulänglichkeit des menschlichen Strebens” is het vierde, laatste couplet geschrapt. De hier nog jonge Willy Trenk-Trebitsch (1902-1983) had in 1929 bij de première in Praag de rol van Macheath gespeeld. Van zijn “Ballade vom angenehmen Leben” is het tweede couplet geschrapt. Uit zijn duet “Kanonensong” met Brown is het tweede couplet geschrapt. De Macheath van de wereldpremière Harald Paulsen was hier niet geëngageerd en zou een fervent nazi worden.

De Duitse actrice Erika Helmke was hier pas 22 jaar en bij de wereldpremière één van de hoertjes geweest. Op deze opname is zij zowel Frau Peachum als Polly. Als Polly is zij jeugdig en charmant, maar als Frau Peachum is haar laagte nog te dun. Van Polly’s “Barbara-Song” zingt zij slechts het laatste couplet en de “Die Ballade von der sexuellen Hörigkeit” is geschrapt. Helaas was de Joodse actrice Rosa Valetti – de Frau Peachum van de wereldpremière – niet geëngageerd. Zij vluchtte in 1933 uit Duitsland en overleed in 1937 in Wenen op 61-jarige leeftijd.

De Duitse dirigent Theo Mackeben (1897-1953) was muzikaal hoofd bij Weill en Brecht en dirigeerde bij de wereldpremière vanaf de piano de zevenkoppige band van Ludwig Rüth, genaamd Lewis Ruth Band. Hun spel ademt hier geheel de geest van de tijd. Ook alle andere opvoeringen van ‘Die Dreigroschenoper’ werden door de Lewis Ruth Band gespeeld, die Mackeben voor deze opvoeringen de naam ‘Dreigroschenband’ gaf. In de tijd van het nationaalsocialisme schreef Mackeben muziek voor propagandafilms.
Teldec 9031-72025-2 (1CD)

2.

 

Zangers van de Wiener Staatsoper werkten in 1950 in der Wiener Volksoper mee aan een opname van ‘Die Dreigroschenoper’. Er was een sterrenbezetting. De Joods-Duitse operettezanger Kurt Preger is een zoetgevooisde, huichelachtige Macheath. In de Tweede Wereldoorlog was hij in eerste instantie ondergedoken geweest in Nederland en uiteindelijk gevlucht naar Zwitserland. De Duits-Oostenrijks zangeres en actrice Liane Augustin is een fantastische Polly, nu eens hoog en sprankelend, dan weer laag en donker. Zij zingt in de eerste akte een lekker onverschillige “Seeräuberjenny” – slechts drie coupletten – in een donker borstregister. Haar “Abschiedslied” van de tweede akte is geschrapt.

De Oostenrijkse bas-bariton Alfred Jerger was tussen 1921 en 1965 verbonden aan de Wiener Staatsoper en vertolkt hier op zijn 60ste Peachum met autoriteit. Van “Das Lied der Unzulänglichkeit menschliches Strebens” is het laatste couplet weggelaten. De Hongaarse mezzo Rosette Anday is een potige Frau Peachum. Zij zong tussen 1921 en 1962 aan de Wiener Staatsoper en had vanwege haar Joodse achtergrond in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten. Zij vergezelt Peachum in “Der Morgenchoral des Peachum” in de eerste akte. Helaas is haar “Ballade von der sexuellen Hörigkeit” uit de tweede akte geschrapt.

De Deense tenor Helge Rosvaenge zong tussen 1927 en 1957 aan de Wiener Staatsoper en is een schitterende Moritatensänger, ook al zingt hij van de “Moritat” in de eerste akte slechts zes coupletten. De Oostenrijkse actrice Hedy Fassler is het hoertje Jenny, schitterend in haar Sprechgesang van het “Salomon-Lied”, helaas met slechts drie coupletten.

De jonge Amerikaanse bas Frederick Guthrie had in de Tweede Wereldoorlog met de geallieerden in Europa meegevochten en zou vanaf 1954 in de Wiener Staatoper zingen. Hij toont zijn talent als Brown in de “Kanonensong” en de finale III. De Oostenrijkse sopraan Anny Felbermayer is Lucy in het “Eifersuchts-Duett”, maar haar aria “Kampf um das Eigentum” is weggelaten.

De Amerikaans-Duitse dirigent Frederick Charles Adler en het Orchester der Wiener Staatsoper behandelt ‘Die Dreigroschenoper’ als opera en de diepe melancholie van de muziek van Weill is voelbaar. Een opname zonder dialogen en met een aantal coupures, waaronder ook “Die Schluss-Strophen der Moritat” uit de finale III.
Cantus Classics CACD 5.00951 F (1CD 58:00)