RECENSIE: Juan Diego Flórez

****
© Jonathan Berger
Luik, 25 november 2021

Ovationele decibels bij groots optreden Juan Diego Flórez in Luik

Het Luikse publiek werd voor de derde keer getrakteerd op een concert van de tenor Juan Diego Flórez, een publiekslieveling. Getuige een vrijwel uitverkochte zaal met zelfs een Peruaanse vlag wuivend contingent vrouwelijke aanbidders.

Het was ook een genereus gebeuren met tien aria’s en een resem bisnummers. Flórez begon voorzichtig met de aria uit Rossini’s ‘Il Signor Bruschino’ (“Deh! Tu m’assisti, amore”) dat eigenlijk gewoon diende als vocalise en opwarmer voor de avond. Dan kregen we “La speranza più soave” uit ‘Semiramide’ om de stembanden los te maken. In “Una furtiva lagrima” werd het nog eens duidelijk dat een mooi piano niet tot zijn vocaal arsenaal behoort. Een nogal flauwe uitvoering.  Het werd allemaal wat beter met “Angelo casto e bel”, maar je mag dan weer niet aan Luciano Pavarotti’s versie denken.

Merkwaardig genoeg bloeide Flórez volledig open met het Franstalige repertoire (‘Jérusalem’, ‘Werther’ en ‘Roméo et Juliette’). Zijn Franse dictie was vrij goed, maar voor de aria “Vainement ma bien aimée” uit ‘Le Roi d’Ys’ miste hij weer de flexibiliteit van een Alain Vanzo. Het officiële programma eindigde Florez met de aria “Tornai ai felici di” uit Puccini’s ‘Le Villi’. Michele Spoti was de sympathieke dirigent.

In zekere zin begon het eigenlijke concert met de bisnummers en werd het publiek ook voor het eerst echt warm. Zoals Victoria de los Ángeles haalt hij dan zijn gitaar tevoorschijn en kregen we een mooie intieme uitvoering van “Core ‘ngrato”. Even liep het echter wel behoorlijk mis toen zijn gitaarspel hem in de steek liet voor “Parlami d’amore, Mariù”. Dan volgde een intimistische versie van “Torna a Surriento”, waarbij het gitaarspel wel lukte. Onontkoombaar in zijn recitals zijn uiteraard steeds de Latino nummers met een toegegeven indrukwekkend “Cucurrucucu Paloma” waar Flórez wél toonde over een mooi falset te beschikken. Spijtig alleen dat hij dat niet voordien in de Lalo-aria deed.

Dat heel de tijd het orkest bleef zitten, betekende uiteraard dat er nog een nummer met orkest zou volgen. Dat werd “Nessun dorma” en ondanks dat de stem wel wat glans heeft verloren, gaf Flórez toch een meer dan behoorlijke versie maar hij moest hiervoor wel alles in de strijd gooien wat hij ook maar tot zijn beschikking had. Staande ovatie, voetgestamp en goedkeurende decibels van de zaal besloten een grootse avond.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie