januari 2016

 

De ex-vrouw van de tenor Vasile Moldoveanu heeft de biografie ‘Aluca; The Tenor’s Wife’ geschreven, waarin zij de carrières en lotgevallen van haar en de tenor herbeleeft. Het is echter geen aangenaam boek geworden.

De Roemeense tenor Vasile Moldoveanu werd op 6 oktober 1935 in Constanța geboren. Hij studeerde zang aan de Ciprian Porumbescu Universiteit in Boekarest en maakte zijn debuut op 9 januari 1966 bij de Roemeense Opera als Arlecchino in ‘Pagliacci’ van Leoncavallo. Bij dit gezelschap zong Moldoveanu tot en met 1972 in 22 opera’s. Daarna trad hij op in Duitsland en besloot niet meer naar het communistische Roemenië terug te keren. De Roemeense autoriteiten zagen zijn weigering naar zijn vaderland terug te komen “na een vertegenwoordiging van de Roemeense staat” als verraad en hij werd in afwezigheid ter dood veroordeeld.

Vervolgens maakte Moldoveanu een grote internationale carrière. In de lente van 1974 zong hij in Amsterdam nog Rodolfo in ‘La Bohème’ en een jaar later maakte hij al zijn debuut in de Wiener Staatsoper als Alfredo in ‘La Traviata’. In 1977 werd hij door de Oper Stuttgart benoemd tot Kammersänger. Hij maakte zijn debuut bij de Metropolitan Opera van New York op 19 mei 1977 als Rodolfo en zou bij de Met tien rollen in 105 voorstellingen zingen. Ter vergelijking zongen Pavarotti en Domingo in dezelfde jaren als Moldoveanu – 1977 tot en met 1986 – respectievelijk 100 en 149 voorstellingen. Het enige belangrijke operahuis waar Moldoveanu niet zong was het Teatro alla Scala van Milaan en een optreden in ‘I Vespri Siciliani’ in de Scala kon niet doorgaan wegens verplichtingen elders.

Moldoveanu’s ex-vrouw Maria-Margareta Băbeanu Moldoveanu heeft nu de biografie ‘Aluca; The Tenor’s Wife’ geschreven, waarin zij de carrières en lotgevallen van haar en Vasile herbeleeft. Maria-Margareta (Aluca genoemd) beschrijft haar kindertijd in de bergen van Cozia en haar tienerjaren – na de scheiding van haar ouders – in ontbering met haar moeder in Boekarest. En uiteindelijk – toen haar eigen loopbaan als ballerina bij de Nationale Opera van Boekarest van de grond kwam – ontmoette zij Vasile Moldoveanu. Daarna stond haar leven geheel in dienst van het zijne.

‘Aluca; The Tenor’s Wife’ is geen aangenaam boek om te lezen. Aluca geeft de indruk dat zonder haar invloed Moldoveanu niet zoveel succes zou hebben gehad en beschrijft zichzelf vaak als de drijvende kracht op het moment dat alles goed gaat in Moldoveanu’s carrière. Maar op het moment dat het niet goed ging, was Aluca het slachtoffer. Nu eens rijdt zij in een Porsche, dan weer in een Jaguar en vervolgens zit zij aan de grond, zijn de banken oneerlijk en wordt haar alles aangedaan. Haar broer en moeder krijgen er flink van langs en uiteindelijk ook haar ex-echtgenoot. En ook Pavarotti en Domingo waren “unscrupulous men”. Het boek lijkt dan meer weg te hebben van een afrekening met alles en iedereen.

Het boek is geschreven in een nogal pompeuze stijl en af en toe zijn er abrupte overgangen. En er zijn talrijke fouten in het Engels, in namen en in feiten. De operaliefhebbers zullen gruwelen bij het lezen van ‘Othello’ van Verdi, dirigent Carlo Fracci, Jules Massebet, Reina Kabaiewanska, Theresa Stratass, Teresa Zyliss-Garra, Turridu, het Konsert Gebow, Kammersinger en de American teacher Alfredo Kraus. Verder was Vasile niet in de zomer van 1973 in Amsterdam en trad hij niet 135 keer op bij de Met. En “I will always regret that he could honor only once the constant call of directors who had succeeded at La Scala” lijkt niet alleen grammaticaal onjuist, want het archief van de Scala maakt geen melding van een optreden van Vasile Moldoveanu. En volgens Aluca zou Moldoveanu artistieke en persoonlijke tips gehad hebben van Jussi Björling. Dat is verbazingwekkend, aangezien Björling in 1960 overleed en dus advies moet hebben gegeven vanuit het hiernamaals.

Heel veel verstand van zangtechniek heeft Aluca niet. Zo schrijft zij dat Vasile vanaf 1973 het hoogst haalbare bereikt had door “Che gelida manina” in de originele toonsoort te kunnen zingen. “This was not the case with most famous tenors of the day, who struggled to master that natural method with great difficulty and were only intermittently able to perform using this technique in recording sessions and (even rarer) in public performances.” Een onkundige, maar ook beschamende bewering.

Het is vooral jammer dat het boek ‘Aluca; The Tenor’s Wife’ geen goed beeld geeft van de tenor Vasile Moldoveanu. Een goede beschrijving van de zanger zou je verwachten van het boek dat ook zijn naam draagt. Even lijkt Aluca een schets van hem te geven, maar uiteindelijk weet zij opnieuw de aandacht naar zichzelf toe te trekken: “Vasile always agreed with everything, nodding wordlessly. He wasn’t doing anything on his own, and nothing ever happened in our house without my approval.”

SCP Manon, Monte Carlo
2015; €15,00
ISBN: 9781515132745
232 blz, Paperback