REPORTAGE: IVC 2014 Halve Finales Opera |Oratorium

© Rob Overman

IVC 2014 Halve Finales Opera Oratorium

De jury Opera | Oratorium van het Internationaal Vocalisten Concours van ‘s-Hertogenbosch heeft op dinsdag 9 september 2014 bekend gemaakt welke deelnemers van de Halve Finales doorgaan naar de Finale op zondag 14 september 2014. Vier Nederlandse zangeressen zijn geselecteerd voor de Finale.

In de twee Halve Finales Opera | Oratorium van het IVC op dinsdag 9 september 2014 brachten 20 zangers ieder vier aria’s ten gehore in 20 minuten. Drie pianisten begeleidden hen – Hans Adolfsen, Hans Eijsackers en Paul Plummer – en raakten met hun vingers verstrikt in één van die vier aria’s, het verplicht uit te voeren werk “Quale Coniugium” gecomponeerd door Willem Jeths. In de Finale zal deze compositie nog door een selectie kandidaten worden vertolkt met orkestbegeleiding.

De zangers werden beoordeeld door een negenkoppige jury, bestaande uit drie zangers, twee castingmanagers, een dirigent, een orkestmusicus, een voormalige impresario en een voormalige intendant. Het was opmerkelijk dat de zangers van de jury geconcentreerd naar de kandidaten keken, terwijl de overige juryleden veelal in hun papieren staarden. De jury selecteerde negen kandidaten voor de Finale.

De winnares van de avond was de Nederlandse sopraan Deirdre Angenent (1984). Zij bracht een zware selectie aria’s en was de enige die halverwege haar programma al applaus kreeg. Aan het einde van de avond werd bekend gemaakt dat zij de IVC Brava Kijkersprijs had gewonnen. Deze prijs werd toegekend door een jury bestaande uit een twaalftal kijkers van televisiezender Brava, die hadden gereageerd op een oproep op de website van de Nederlandse cultuurzender. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt.

De andere drie Nederlandse sopranen werden helaas niet gekozen voor de Finale. Zinzi Frohwein (1987) heeft dat “iets”, dat een zangeres boeiend maakt. Zij heeft een gezonde techniek en een uitstekend engagement, personality, expressie en stage présence. Wellicht had zij haar lange, rode haren niet moeten opsteken of was het te brutaal dat zij de aria’s van Micaëla en “Porgi amor” zong met Kiri Te Kanawa in de jury. Hoe het ook zij, het is een gemis voor de Finale dat Zinzi Frohweins vertolking van de aria’s van Kurt Weill en Erich Korngold niet te horen zullen zijn.

De grootste verrassing van de avond was het uitsluiten van Charlotte Janssen (1987) voor de Finale. Haar uitvoering van “Tu che di gel sei ginta” uit ‘Turandot’ bezorgde het eerste kippenvel van de middag en met haar Czardas uit ‘Die Fledermaus’ pakte zij het publiek volledig in. Zij had als één van de weinige zangeressen een perfect passend repertoire uitgekozen. Wat de jury heeft doen besluiten om haar niet te selecteren voor de Finale is een volstrekt raadsel…

De Nederlanse sopraan Iris van Wijnen (1990) is pas 24 jaar en heeft de drive van de jeugd. Fantastisch haar expressieve “Come scoglio” uit ‘Così fan tutte’ van Mozart en haar affiniteit met de taal in de aria uit ‘A Quiet Place’ van Bernstein. Geen kandidate voor de Finale, maar ook van haar zal men in de toekomst nog veel horen.

Wel werden drie Nederlandse mezzosopranen geselecteerd voor de Finale. Florieke Beelen (1987) viel op door haar muzikaliteit en goed gevoel voor taal in de monoloog van de Komponist uit ‘Ariadne auf Naxos’ van Richard Strauss. Hetzelfde kan gezegd worden van Esther Kuiper (1985), die prachtig de aria uit ‘Vanessa’ van Barber zong, maar vreemd genoeg ook een Mahler-lied ten gehore bracht in dit Opera | Oratorium programma. Francine Vis (1983) heeft een goede stage présence en een sterke uitdrukkingskracht en ziet eruit als een Carmen, maar zong de aria’s van die opera helaas niet. Sowieso viel op dat de aria’s van Carmen, maar ook die van Rossini ontbraken in deze Halve Finales.

De overige kandidaten van de Halve Finales die wel uitgekozen werden voor de Finale zijn de Chinese sopraan Yibao Ben (1990), de Britse mezzosopraan Catriona Morison (1986), de Poolse sopraan Marcelina Beucher (1986), de Canadese tenor Andrew Haji (1985) en de Amerikaanse tenor Matthew Newlin (1986). Van deze zangers lijkt alleen de Canadese, lyrische tenor – die overigens bijna iedere noot van onderen aanzet – een echt serieuze kandidaat.

Kortom, de gebruikelijke “Concoursfrustraties” waren ook tijdens deze Halve Finales Opera | Oratorium van het IVC 2014 volop voelbaar. Deze frustraties werden echter ontwapend door directeur van het IVC Annett Andriesen, die op charmante wijze het publiek en de zangers omarmde. Annett Andriesen is een zeldzaam onzelfzuchtige persoonlijkheid in de Operawereld van Nederland en zou een uitstekende artistiek directeur van een operahuis zijn…

Reportage