In de serie ‘ABC van Opera Nederland’ krijgen prominente personen uit de Nederlandse operawereld carte blanche om te vertellen over opera in Nederland. Deze maand in deel A: Annett Andriesen, operazangeres, docente aan het Conservatorium van Amsterdam, adviseur van de Raad voor Cultuur voor het operabestel in Nederland en directeur van het Internationaal Vocalisten Concours ’s Hertogenbosch.

Door: Annett Andriesen

“In het 39e seizoen van mijn operaleven bevind ik mij niet op een slechte plek. Mijn debuut in La Scala, het beroemde operahuis van Milaan en het meest beroemde in de wereld. Mystiek bijna, omgeven van intriges, beroemde sterren, belcanto, Callas, Tebaldi, Freni, Simionato, Bruson, Domingo, Pavarotti, noem ze maar.

Moderne regie

De verschillen met Amsterdam en de karige rest van ons operabestel zijn groot en toch is er een samenwerking. De Nederlandse Opera (DNO) exporteert een nieuw stuk ‘A Dog’s Heart’ van Alexander Raskatov, een opera gebaseerd op de novelle van Michael Bulgakov. Een opdrachtwerk van DNO, dat in het Holland Festival in 2010 met groot succes werd uitgevoerd en nu is begonnen aan een tournee. De enscenering is van de befaamde Simon McBurney, een regisseur die een spectaculaire start beleeft in operaregie. De opera die na de ontwikkelingen in de zeventiger en tachtiger jaren wel weer aan een nieuwe impuls toe is, begroet een aantal interessante regisseurs, zoals Stefan Herheim, Sebastian Baumgartner en Simon McBurney, die de opera wellicht weer een nieuwe dimensie geven. Vaak wordt de vraag gehoord of onze DNO te progressief is, te modern, te veel op nieuwe regie gaat? Naar mijn mening is dit niet juist, maar mocht het wel zo zijn dan houd ik ervan. Ik ben ervan overtuigd dat het kijken naar een operaplot vanuit een andere hoek verfrissend werkt. Onwillekeurig wordt het publiek geprikkeld om een andere gedachte te hebben over een bepaald stuk. Het is mijns inziens de enige manier om de opera’s uit het museum te houden.

Hedendaagse opera

Amsterdam en DNO hebben in de loop der jaren een stevige positie verworven in het mondiale bestel. Al sinds Hans de Roo, Jan van Vlijmen en nu al meer dan 25 jaar Pierre Audi doet het gezelschap van zich spreken door de nieuwe werken, die men op de planken brengt. Componisten als Louis Andriessen, Michel van der A, Robin de Raaff en vroeger ook Hans Cox, Peter Schat, Reinbert de Leeuw, Konrad Boehmer en Theo Loevendie hebben hun stukken uitgevoerd zien worden. Er is alle aandacht aan besteed en ik acht dit representatief voor DNO. Het getuigt van moed en sluit aan bij het cultureel open klimaat dat hier in Nederland bestaat, of moet ik zeggen bestond? Belangstelling voor ontwikkeling, voor nieuwe dingen, actuele muziek, kan in ons land bogen op een voortreffelijke uitvoeringspraktijk door gespecialiseerde ensembles. Maar hoe tragisch is het, dat er een einde komt aan het bestaan van het Nieuw Ensemble en aan de Radio Kamer Filharmonie, volgens componist Raskatov het beste ensemble voor nieuwe muziek in Europa.

Economische crisis

De economische situatie wordt ook duidelijk in de opera. Waren er vroeger bij DNO zo’n 12 à 14 producties in een seizoen, nu zijn dat er al aanzienlijk minder. Voor een operahuis is het een moeilijke taak om de juiste balans te vinden in de programmering. Een breed programma: de kaskrakers en publiekstrekkers zoals ‘La Traviata’, ‘La Bohème’, ‘Le Nozze di Figaro’, ‘Werther’, ‘Die Zauberflöte’ en veelal stukken uit het Italiaanse repertoire zijn de bron van de opera, maar ook opera’s van Wagner, Janáček, Tsjaikovsky, Dvořák, Moessorgski, Britten, Stravinsky en Richard Strauss zijn populair. En er is ook een taak om nieuw en onbekend werk te laten zien. Nu er zoveel minder producties zijn zou je de programmering van een huis over drie jaar moeten kunnen overzien om over een uitgewogen repertoire te kunnen oordelen.

Nederlandse operagezelschappen

Het is te betreuren dat de Reisopera dramatisch gekort is op hun subsidie en dat geldt ook, maar in mindere mate voor Opera Zuid. De toekomst zal leren of zij uit de as zullen herrijzen. Nederland moet een stevige voorziening hebben om opera in de rest van het land te laten zien. Vergeleken met andere Europese landen komt Nederland slecht weg. Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland hebben een relatief veel groter opera aanbod. De Reisopera heeft faam verworven met de Ring productie. Daarvoor is grote inzet en enthousiasme nodig geweest. We hopen dat die spirit behouden is in het aanmerkelijk uitgedunde team. Nicolas Mansfield is met bewonderenswaardig elan aan de slag gegaan. Opera Zuid heeft als troef dat er zo veel jonge zangers kansen krijgen. Het is een grote verdienste van Miranda van Kralingen en haar team. Zij zetten zich wezenlijk in voor jong talent. Er wordt aan veelal Nederlandse zangers een platform geboden voor een carrière. Kijk naar Francis van Broekhuizen, Mark Omvlee, Kim Savelsbergh, Martijn Sanders, Karin Strobos. Opera Zuid maakt elk seizoen een familievoorstelling door een sprookjesopera te programmeren. Daarnaast brengen zij een stuk uit het ijzeren repertoire. Hopelijk is er nog een mogelijkheid voor een derde productie, uit het wat onbekendere repertoire. Wat in Nederland ontbreekt is een instelling voor klein muziektheater. Geen theater met muziek, maar theater waarbij muziek het uitgangspunt is naast natuurlijk alle andere disciplines. Dat wordt wel gedaan door het Kameroperahuis in Zwolle, de Veenfabriek en wat kleinere instellingen, die ad hoc producties maken. Kijk naar de recente productie van Opera Trionfo, ‘Owen Wingrave’. Maar ik denk dat het steeds minder zal worden door de economische situatie en een daarmee samenhangend gebrek aan subsidie en sponsorgelden.

Operaopleiding in Nederland

Wat zeker in Nederland ontbreekt nu de Opera Studio is opgeheven, is een trainingstraject bij DNO. We hebben een uitstekende Opera Academie bij de Conservatoria van Den Haag en Amsterdam, maar er zou nog een aansluiting moeten komen op de praktijk. Bewustwording, ruimte, fysieke gewaarwordingen, tekst, verhalen vertellen, lichaamstaal in overeenstemming brengen met de tekst, hoe bouw je aan een partij. Dat kun je alleen leren van mensen uit de praktijk. Ik hoop dat daar ooit ruimte voor komt en vooral bereidheid om het aan te pakken. Er worden zoveel hogere eisen gesteld aan een operazanger dan vroeger op het gebied van toneelvaardigheden, beweeglijkheid en uiterlijk.

Operasterren

Nederland kent geen sterrenbeleid. Grote zangers zijn hier niet vaak te zien. In de jaren zeventig was het Joan Sutherland bij De Nederlandse Opera, meer recent Bryn Terfel, Anne Schwanewilms en in ‘Der Ring des Nibelungen’ waren enkele zangers van wereldfaam te zien. Maar men gaat ervan uit dat de Nederlander kennelijk niet naar de opera gaat om een bepaalde zanger te horen. Ik zou graag eens Anna Netrebko hier horen of Jonas Kaufmann, Thomas Hampson, Cecilia Bartoli of Olga Borodina. Maar ook de Nederlandse zangers hebben niet de mogelijkheid om tot publiekslieveling uit te groeien. Dat was toch in de tijd van de jaren zeventig en tachtig wel het geval met Tom Haenen, Lieuwe Visser, Pieter van den Berg, Cora Canne Meijer, Henk Smit, Thea van der Putten, Roberta Alexander en vele anderen en misschien hoor ik daar ook nog wel bij. We hebben nu weer een echte ster in Nederland in de persoon van Eva-Maria Westbroek. Wanneer zingt zij weer bij ons? Nederlandse sterren worden niet gekoesterd. Opmerkelijk is dat de carrière van Annemarie Kremer niet heel bekend is bij het Nederlandse operapubliek. Wat gebeurt er met Judith van Wanrooij? Heeft zij een toekomst bij DNO? Wie kent Frank van Aken, Kor-Jan Dusseljee, Barbara Haveman, Angelina Ruzzafante, Carina Vinke of Wiard Withold? Er zijn veel zangers uit ons land, die in het buitenland goed aan het werk zijn.

Doorvertellen

Zelf ben ik dankbaar voor de mooie rollen die ik bij alle gezelschappen heb kunnen vertolken. Mijn debuut maakte ik bij Opera Forum (nu de Reisopera) met de titelrol in ‘Orfeo’ van Gluck onder leiding van de jonge dirigent Gustav Kuhn. Later zong ik nog in ‘Nabucco’, ‘Albert Herring’, ‘Le Nozze di Figaro’, ‘Die verkaufte Braut’, ‘Jevgeny Onegin’ en vele andere producties. Daarnaast in Antwerpen en Gent en bij De Nederlandse Opera. Maar liefst vijf wereldpremières gezongen, waarvan vier in het Holland Festival. En andere mooie rollen, zoals in ‘The Consul’, ‘Madama Butterfly’, Der fliegende Holländer’, ‘Boris Godoenov’, ‘De Zaak Makropulos’, ‘Jenůfa’, ‘Het sluwe Vosje’, etc. Ook aan Opera Zuid heb ik mooie herinneringen. Nu in mijn laatste jaren van de carrière ben ik nog in Liceu Barcelona en San Francisco geweest voor producties en nu in La Scala. Wat wil een mens nog meer? Ik ga het doorvertellen aan de volgende generatie.”