****
© Jonathan Berger
Luik, 24 november 2021

Opera Luik herneemt geweldige ‘Lucia di Lammermoor’

De laatste week van november was een feest voor de melomanen in de Luikse opera.

Er was de herneming van de mooi gestileerde ‘traditionele’ productie van de opera ‘Lucia di Lammermoor’ van Gaetano Donizetti (1797-1848) uit 2015 en als kers op de taart een concert van de Peruaanse stertenor Juan Diego Flórez.

De enscenering van ‘Lucia di Lammermoor’ was van de hand van de inmiddels helaas overleden regisseur Stefano Mazzonis di Pralafera. Het was waarschijnlijk de allerlaatste kans om nog eens een mooie traditionele productie te zien van Donizetti’s meesterwerk. Van de mistige opening scene tot de perfecte setting en regie van de waanzinscène steeds blijft Mazzonis libretto getrouw met hier en daar een personal touch. Zo introduceert hij het niet zingend personage van Caleb, de oude knecht van Edgardo, die niet in de opera voorkomt maar wel in de roman van Scott. De personenregie was mooi gedetailleerd quasi filmisch uitgewerkt en wist te ontroeren.

Met hier en daar een laagje gothic was het visueel een feest voor het oog. Het inventieve decor van Jean-Guy Lecat, de prachtige kostuums van Fernand Ruiz en de sfeervolle belichting van Franco Marri pasten perfect in het regieconcept.

De titelrol werd gezongen door de Tsjechische sopraan Zuzana Marková. Scenisch indrukwekkend, vocaal had ze wat tijd nodig om op te warmen. Heel af en toe klinkt het allemaal wat schreeuwerig. Het timbre is nogal generisch maar de tessitura leverde geen problemen op. De gruwelijk moeilijke waanzinscene met glasharmonica was vocaal en dramatisch een topprestatie. Een paar maten voor de climax wist ze zelfs perfect haar koel te bewaren toen jawel een mobiel – op de eerste rij nota bene – de boel bijna verpestte. Alleen al hiervoor verdiende ze de welgemeende ovatie die volgde.

De Franse tenor Julien Behr zong Edgardo. Ook hij stelde niet teleur, maar ik kreeg er geen kippenvel van. De partij is eigenlijk iets te hoog gegrepen voor zijn vocaal arsenaal. De stem is homogeen met een mooie kleur maar mist ping en een gemakkelijke hoogte. Dit laatste kon je daarentegen wel horen in de Arturo van Oreste Cosimo. Vanaf zijn eerste noot hoorde je de zo welgekome Italiaanse klank in deze belcanto opera en het verbaast me dan ook niet dat hij begin volgend jaar de rol van Edgardo op zich neemt in Osnabrück.

Lionel Lhote – de grootste Waalse bariton sinds Marcel Vanaud – zette zowel vocaal als dramatisch een prachtprestatie neer. Zijn openingsaria met schitterende topnoot in de cabaletta deed me letterlijk op het puntje van mijn stoel zitten. Dramatisch maakte hij de rol bijna tot het hoofdpersonage. Luca Dall’Amico leverde een degelijke Raimondo, Julie Bailly bracht het nodige voor een waardige, solide en beschermende Alisa en Filippo Adami was een Spoletta achtige Normanno.

De gedegen koorprestatie met mondkapjes stond onder leiding van Denis Segond. Het geheel werd gedirigeerd door Renato Balsadonna die hiermee zijn huisdebuut maakte. Hij bracht een strakke, gefocuste uitvoering (heerlijk sextet) met aandacht voor orkestrale details, maar ook met het nodige gevoel voor de rubati.