REPORTAGE: Nederlandse tenor Willem Pasques de Chavonnes Vrugt

16-08-2020

De Nederlandse oratorium- en concertzanger Willem Pasques de Chavonnes Vrugt had in de 19e eeuw de status van nationaal symboolfiguur. Ondanks zijn grote succes en enkele uitstapjes naar omringende landen koos de tenor niet voor een internationale carrière.

Willem Pasques de Chavonnes Vrugt werd op 23 oktober 1798 in Amsterdam geboren (Noord-Brabander; 9-12-1841).

Hij was de jongste en enige zoon van vier kinderen uit het huwelijk van Willem Nicolaas Pasques de Chavonnes Vrugt (1765-1831) – kapitein bij de Hollandse marine – en Sophia May (1763-1824)*.

1810

Vrugts eerste studies werden in het Collegie van Elburg geleid door de muziekleraar Franciscus van Bree, de vader van de bekende violist, dirigent en componist Johannes Bernardusvan Bree (1801-1857) (Noord-Brabander; 9-12-1841).

1815

Vrugt maakte rond zijn 18e kennis met de componist Willem Sundorff (1768-1826). Onder diens leiding zong Vrugt daarna tenorsoli in missen van Joseph Haydn, Ludwig van Beethoven en Johann Nepomuk Hummel op kerkelijke feestdagen in de Mozes- en Aronkerk van Amsterdam (Noord-Brabander; 9-12-1841).

Vrugt had rond die tijd samen met een collega genaamd Barentrop een makelaarskantoor aan de Keizersgracht te Amsterdam (Opregte Haarlemsche Courant; 7-10-1819).

Op 7 oktober 1819 werd het huwelijk van Willem Pasques de Chavonnes Vrugt en Catherine Cornelie Linde van Dijk aangekondigd. (Nationaal Archief Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Nummer archiefinventaris: 2.21.207).

1825

Willem Vrugt vervolgde na Sundorffs overlijden in 1826 zijn zangstudie bij de Duitse tenor, componist en regisseur Julius Miller. Miller was van 1823 tot en met 1825 als regisseur werkzaam aan de Hoogduitse Schouwburg en gaf zangles te Amsterdam (Neuer Nekrolog der Deutschen; 1851).

Miller droeg in 1827 zijn zangkwartet ‘Chant Réligieux’ op aan Vrugt (Nederlandsche Staatscourant; 12-11-1827).

Vrugt zong op 16 januari 1829 in de Amstelkerk te Amsterdam tijdens de uitvaart van de acteur Andries Snoek, die op 3 januari 1829 was overleden:

“in de kerk van den wel eerwaarden heer Gerteler, op de Prinsegracht over het Amstelveld […] benevens de eenige en onvergelijkelijke tenorist, de heer W. Vrugt , wiens kunstvermogen alle begrip te boven gaat” (Arnhemsche Courant; 20-1-1829)

Vrugt gaf op 22 november 1829 een concert in Den Haag:

“Men verneemt, dat de beroemde Nederlandsche zangkunstenaar, de heer Vrugt, uit Amsterdam, aanstaanden Zondag, den 22 dezer, een Concert in deze residentie zal geven” (Dagblad van ’s Gravenhage; 18-11-1829)

Koning Willem I schonk hem drie weken later de titel van hof- en kamerzanger (Opregte Haarlemsche Courant; 17-12-1829).

1830

Willem Vrugt maakte eind mei 1830 zijn eerste buitenlandse reis. Tijdens het Pinkster-muziekfeest te Düsseldorf zong hij de tenorpartij in ‘Judas Maccabeus’ van Händel onder directie van F. Ries (Arnhemsche Courant; 15-6-1830).

Op 14 juni 1830 gaf Vrugt nog een concert in Keulen (Arnhemsche Courant; 15-6-1830).

Men bood hem de plaats aan van eerste tenor bij de opera van Berlijn onder voorwaarden, die Vrugt zelf had mogen bepalen. Maar de gehechtheid aan zijn vaderland en zijn familiebetrekkingen deden hem deze vleiende vooruitzichten van de hand wijzen (Noord-Brabander; 9-12-1841).

In oktober 1830 gaf Vrugt in de Amsterdamse Stadsschouwburg een concert voor de huisgezinnen van de in de strijd voor Koning en Vaderland gesneuvelden en gewonden in de Belgische onafhankelijkheidsstrijd:

“hetwelk de aanzienlijke som van f 2237 heeft opgebragt” (Dagblad van ’s Gravenhage; 25-10-1830)

Vrugt zong op 11 november 1830 in de Amsterdamse Stadschouwburg het Volkslied “Wien Neêrlands Bloed” van Johann Wilhelm Wilms (1772-1847), het officiële volkslied van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tussen 1817 en 1832 en later van het Koninkrijk der Nederlanden tussen 1832 en 1933:

“hetwelk de geestdrift der aanschouwers ten hoogsten top voerde en den schouwburg deed weergalmen van het ‘Leve de Koning! Leve het Vaderland!” (Arnhemsche Courant; 13-11-1830)

Door deze optredens verkreeg Vrugt de status van nationaal symboolfiguur.

In december wordt in de dagbladen gesproken over het faillissement van Vrugts makelaarskantoor:

“De bij de gewezene Firma van Vrugt en Barentrop belanghebbenden, gelieven zich op 1e Februarij 1832 te adresseren ten Kantore van W. Douwe Van ’t Vlie, op de Keizersgracht bij de Reguliersgracht te Amsterdam, ter ontvang van het beloop hunner nog resteerende pretentiën” (Opregte Haarlemsche Courant; 3-12-1831)

Vrugt zou op 24 februari 1832 meewerken aan een uitvoering van het oratorium ‘Die letzte Dinge’ van Louis Spohr in de concertzaal van Felix Meritis te Amsterdam. Na de repetitie echter werd het werk van het programma gehaald:

“vermeende zijn godsdienstig gevoel gekwetst te zien, of wel, het in de Concertzaal opvoeren van uit den Bijbel ontleende woorden, als alleronvoegzaamst te beschouwen” (Algemeen Handelsblad; 15-3-1832)

Vrugt ging eind 1832 opnieuw voor concerten naar Duitsland. Zo zong hij op 29 december in Hamburg:

“dat de zich alhier bevindende hollandsche zanger, de heer Vrugt, eenige hollandsche nationale liederen zou zingen” (Utrechtsche Courant; 4-1-1833)

In februari 1833 trad hij op in Berlijn:

“Volgens een in de Pruisische Staatscourant gegeven berigt, hebben zijne stem en zang de algemeene bewondering weggedragen; de zuiverheid, het krachtige en wegslepende daarvan hield het Berlijnsche publiek opgetogen. Inzonderheid echter had men den kunstenaar bewonderd, toen hij met het hem zoo eigen gevoel en vuur het Nederlandsche volkslied van Tollens aan hief, waarop hij de meest ondubbelzinnige blijken van toejuiching en goedkeuring verwierf” (Leeuwarder Courant; 19-2-1833)

In de herfst van 1834 maakte Vrugt zijn debuut in Londen:

“Engeland – Met genoegen wordt in de Toonkundige Wereld ontvangen het Hollandsch lied, door den Hollandschen Toonkunstenaar Van Bree in muzijk gezet, Maria’s cares are Oer. Het is, gelijk de liefhebbers weten, het lied, waarmede de Hr. Vrugt in Holland veel opgang en ook in Londen zijn debut gemaakt heeft. Men erkent, dat het onderwerp, hoezeer niet bijzonder nieuw en oorspronkelijk, door den Componist met oordeel en smaak behandeld is” (Bredasche Courant; 2-10-1834)

Op 18 oktober 1834 werkte Vrugt mee aan een tweedaags muziekfeest van de Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst in een uitvoering van ‘Die letzten Dinge’ van Spohr in Den Haag (Bredasche Courant; 19-10-1834).

Een dag later zong hij er de tenorpartij in het ‘Requiem’ van W.A. Mozart. Beide concerten werden bijgewoond door Koning Willem I (Utrechtsche Courant; 20-10-1834).

In 1834 verscheen bij de Amsterdamse uitgever M.H. Schonekat de bundel ‘Zestal oorspronkelijk-Nederlandsche liederen’, die Vrugt had getoonzet in samenwerking met zijn pianist W. Ruijs op teksten van Hendrikus Joannes Foppe.

1835

Willem Vrugt trad op 17 juni 1836 op tijdens het 200-jarig bestaan van de Utrechtsche Hoogeschool (Algemeen Handelsblad; 20-6-1836).

Op 3 juni – eerste Pinksterdag – 1838 werkte Vrugt in Keulen mee aan een uitvoering van het oratorium ‘Joshua’ van Händel onder leiding van Felix Mendelssohn Bartholdy (Algemeen Handelsblad; 13-6-1838).

Van januari tot en met mei 1839 gaf Vrugt een binnenlandse tournee met tientallen concerten samen met zangeres Johanna Buys en violist Heinrich Wilhelm Ernst (Algemeen Handelsblad; 30-1-1839).

De Nederlandse erfprins Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk (1817-1890), Prins van Oranje-Nassau,trouwde op 18 juni 1839 met Sophie van Wurtemberg (1818-1877) en een maand later zong Vrugt ter gelegenheid van deze huwelijksvereniging in Den Haag:

“Nopens het muzijkfeest, dat, ter eere van HH. KK. HH. aanstaanden Vrijdag, in deze residentie staat gehouden te worden, verneemt men met blijdschap, dat de solo-partij voor den Tenor, immers grootendeels, zullen gezongen worden door den heer de Chavannes Vrugt, eersten tenor van het hot en van de Koninklijke Hofkapel” (Bredasche Courant; 23-7-1839)

Op 29 juli 1839 werkte Vrugt mee aan een uitvoering van het oratorium ‘Die Schöpfung’ van Haydn in de Luthersche Kerk van Den Haag:

“Eergisteren hebben in de Luthersche kerk te ’s Hage de algemeene repetitien plaats gehad voor het Huishoudelijk Muzijkfeest van de Afdeeling ’s Gravenhage, der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, hetwelk morgen avond zal gehouden worden. Reeds vroeger was het bekend, dat er op dit Muzijkfeest zullen worden uitgevoerd: eene Feest-Cantate, bij gelegenheid van de Echtverbintenis van Hunne Koninklijke Hooglieden den Erfprins en de Erfprinses van Oranje, door den heer E.M. Calisch, en voorts die Schöpfung oratorium van J. Haydn” (Bredasche Courant; 28-7-1839)

1840

Willem Vrugt zong in juni 1840 op een muziekfeest in Aken en vertolkte daar de tenorpartij in ‘Judas Maccabeus’ van Händel onder leiding van Louis Spohr:

“Zij vielen zoo goed uit, dat reeds daar de geestdrift in hooge mate werd opgewekt. Dit was bijzonder de uitwerking der aria’s van onzen tenor Vrugt” (De Avondbode; 12-6-1840)

Vrugt trad op 1 mei 1841 op in de opera ‘Zamire und Azor’ van Spohr in het Deutsche Theater aan de Amstelstraat te Amsterdam. De uitvoering was in het kader van het afscheid van Julius Miller na 42-jarige dienst aan het theater (Algemeen Handelsblad; 29-4-1841).

Op 4 juni 1841 kreeg Vrugt tijdens een concert in het kader van het 10-jarig bestaan van het Leidse Studenten-Concert Sempre Crescendo het diploma van Eere-Lidmaatschap uitgereikt (Leydse Courant; 7-6-1841).

Op 23 december 1841 zong Vrugt de rol van Almaviva in ‘Il Barbiere di Siviglia’ van Rossini in de Italiaanse Schouwburg te Amsterdam:

“Men meldt, dat de heer Vrugt aanstaanden donderdag, bij wijze van proefneming, in den italiaanschen schouwburg alhier, in de Barbiere, als Almaviva, met den heer del Vivo, zal optreden” (Opregte Haarlemsche Courant; 18-12-1841)

Op 27 april 1842 zong Vrugt de tenorpartij in de symfonische cantate ‘Lobgesang’ van Mendelssohn tijdens een Huishoudelijk Muzijkfeest van de Maatschappij Tot Bevordering der Toonkunst, afdeling Amsterdam (Algemeen Handelsblad; 26-4-1842).

Vrugt gaf op 10 december 1842 met de Belgische cellist Adrien-François Servais (1807-1866) een concert in Utrecht. Een dag eerder hadden Giovanni Battista Rubini (1794-1854) en de 31-jarige Franz Liszt (1811-1886) opgetreden in Utrecht zodat men de vier musici vergelijken kon:

“RUBINI een bouquet: VRUGT den Lauwerkrans; en te regt; want wie zal onzen vaderlandschen tenorzanger zijnen roem ontzeggen; wie kan eene stem van Rubini boven de zijne achten?
Nimmer nog viel ons het genoegen te beurt, deze beide zangers zoo te kunnen vergelijken als deze week , waar wij vrijdag 11. den Italiaanschen Rubini hoorden, en gisteren onzen Vrugt konden bewonderen. Wij erkennen de zoo kunstig als losse zangwyze van eerstgenoemde, en willen hem den lof, in andere landen toegezwaaid, niet ontzeggen; doch wij kunnen aan eene stem als de zijne niet meer die frischheid , die rondheid toekennen, welke wij nog altijd bij den heer Vrugt wedervinden. Het deed ons en ook alle aanwezigen op het Stads-Concert van gisteren dan ook groot genoegen, dat men hem een krans toewierp, na het zingen van het zoo alom bekende en beroemde air uit de Don Juan, Il mio tesoro, want eene daverende toe juiching getuigde, dat allen instemden in de bewijzen van hoogachting den heer Vrugt bewezen” (Utrechtsche Provinciale en Stads-Courant; 12-12-1842)

Op 11 december 1842 waren de vier musici aanwezig bij een diner van de Minister van Buitenlandse Zaken:

“Zijne ExC. de Baron Huyssen van Kattendyke, Minister van Buitenlandsche Zaken, heeft Zondag 11., een groot diner gegeven, hetwelk door eenige leden van het Corps Diplomatique is bijgewoond, en waarbij ook genoodigd waren de heeren Liszt, Rubini en Servais, alsmede de heeren de Chavonnes Vrugt, eerste tenor van de bijzondere muzijk van Zijne Maj.; Lubeck, directeur van de Koninglijke Muzijkscbool; van der Does, Hofpianist, en Verhulst, onze jeugdige componist, die onlangs uit Duitschland in het Vaderland teruggekeerd is” (Leydse Courant; 9-12-1842)

Vrugt werkte op 18 september 1843 mee aan een uitvoering van de opera ‘Mozes’ – mogelijk ‘Mosè in Egitto’ van Rossini – in Brussel in aanwezigheid van de Britse koningin Victoria en prins Albert (Rotterdamsche Courant; 19-9-1843).

Koning Willem II benoemde Vrugt op 7 oktober 1843 tot Ridder der Orde van de Eikenkroon (Dagblad van ’s Gravenhage; 11-10-1843).

Op 2 juli 1844 werd te Haarlem de scheiding van tafel en bed uitgesproken van Vrugt en zijn echtgenote Catharine Cornelie Linde van Dijk (Opregte Haarlemsche Courant; 11-7-1844).

1845

Willem Vrugt zong op 7 januari 1845 de titelrol in een concertante uitvoering van de opera-comique ‘Joseph’ van de Franse componist Étienne Méhul in concertzaal Frascati te Amsterdam:

“Op het derde der Philharmonische Concerten, hetwelk 7 dezer in Frascati plaats vond, werd de keurige opera Joseph und seine Brüder van Mehul in de Hoogd. taal uitgevoerd, waarbij zich bijzonder hebben onderscheiden de Heer Vrugt als Joseph en Mejufvr. J. J. E. de Boer als Benjamin. Het zeer talrijke en aanzienlijke publiek gaf door veelvuldige bijvalsbetuigingen zijn genoegen en zijne bijzondere goedkeuring te kennen. De Heer Vrucht werd ten slotte met daverend gejuich teruggeroepen en zong toen op algemeen verzoek het volkslied, hetgeen eene levendige geestdrift verwekte” (Algemeen Handelsblad; 9-1-1845)

Vrugt werkte op 18 januari 1846 mee aan een uitvoering van de “ode-symfonie” ‘Le Désert’ voor spreker, tenor mannenkoor en orkest van de Franse componist Félicien David. Het werk had een jaar eerder op 8 december 1844 in Parijs zijn wereldpremière beleefd en werd in Amsterdam opgevoerd in Frascati (Algemeen Handelsblad; 17-1-1846).

Vrugt gaf begin 1845 concerten met de violist Johann Heinrich Lübeck, directeur van de Rotterdamse muziekschool (Rotterdamsche Courant; 20-2-1845).

Catharine Cornelie Linde van Dijk overleed op 9 augustus 1846. Tussen 1832 en 1842 had Vrugt inmiddels zeven kinderen verwekt bij Johanna Lammertina Seitz. Met haar trouwde hij op 1 oktober 1846*. Zij overleed echter drie dagen na het huwelijk in Den Haag op 34-jarige leeftijd (Dagblad van ’s Gravenhage; 7-10-1846).

Vrugt gaf begin 1847 concerten in Nederland met de beroemde pianist Sigismund Thalberg (1812-1871):

“Naar wij vernemen, zal de Heer Thalberg op Donderdag 28 dezer een concert in hetzelfde lokaal geven, en vervolgens, vergezeld van den Heer Vrugt, onze provinciale steden bezoeken” (Algemeen Handelsblad; 22-1-1847)

1850

Willen Vrugt trad op 24 april 1850 in het huwelijk met Clasina Johanna Gijsbertha Voerman. Uit dit huwelijk werden nog eens zes kinderen geboren*.

1855

Vrugt zong op 23 februari 1855 nog met veel succes op het Vijftiende Concert der Maatschappij bij Felix Meritis te Amsterdam:

“deed zich Neërlands eerste tenorzanger, de Heer Vrugt, met uitbundigen bijval hooren. De kracht, welluidendheid en buigzaamheid zijner stem, is op zijn gevorderden leeftijd nog zoo aanmerkelijk, dat hij de toehoorders tot de levendigste geestdrift kan wegslepen. Hij droeg twee aria’s uit de opera’s Zemire und Azor en Don Juan en mede Ons Vaderland, een lied van R. Hol, zoo gevoelvol en keurig voor, dat hij daverend toegejuicht en bij het laatstgenoemde teruggeroepen werd” (Algemeen Handelsblad; 26-2-1855)

Vrugt gaf op 5 april 1857 in Frascati te Amsterdam een concert met de violist J.L. Vogel (Algemeen Handelsblad; 6-4-1857).

Dit was waarschijnlijk één van de laatste concerten, zo niet het laatste concert van Vrugt.

1860

Ten bate van de onbemiddelde Vrugt werd op 21 juni 1861 een concert georganiseerd in concertzaal Het Park te Amsterdam:

“Vrijdag avond jl. heeft in de zaal het aangekondigde vocaal en instrumentaal concert, onder directie van den heer E. B. Bunte, ten voordeele van den heer W. P. de C. Vrugt, plaats gehad. Het deed ons leed, dat geene talrijker opkomst van het publiek daarbij ten bewyze strekte van sympathie voor de in het werk gestelde pogingen, om het lot van genoemden, eens zoo gevierden Nederlandschen zanger meer te verzekeren” (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 24-6-1861)

1870

Willem Vrugt vierde 23 oktober 1873 zijn 75ste verjaardag. Ter gelegenheid daarvan publiceerde Jan J.F. Wap een ‘Levensbeschrijving’ over Vrugt:

“Door de weldadige bemoeijing van eenige voorstanders der kunst is er een fonds aangelegd ten bate van den eens Europeesch beroemden Nederlandschen tenorzanger Willem Pasques de Chavonnes Vrugt, die den 23 der volgende maand zijn 75ste levensjaar intreden zal. Dr. Wap te ’s Hage heeft voor die gelegenheid een keurig feest-album ontworpen, bevattende des zangers biographie, zijn handschrift, twee zijner sprekend gelijkende afbeeldingen, uit de jaren 1830 en 1870, alsmede in een kunstig geordende trophée twintig facsimilés van de meest vermaarde musici (zijne tijdgenooten). De prijs van dit prachtwerk is bepaald op f 2.50 of wel zooveel meer, als het kunstwaarderend publiek daarvoor zal willen bestemmen” (Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant; 23-9-1872)

“Maar neen, van den Nederlandschen lieder-zanger, den Vrugt, van wien het klankrijk geluid, waarmede hij het “Bescherm, o God, bewaak den grond” aanhief, nog bij menigeen in de ooren weerklinkt en het harte doet trillen, van diep krachtigen vaderlandschen zanger is niets overgebleven, dan een grijsaard, de ziele moegestreden in den strijd des levens, het ligchaam geknakt door langdurig lijden.
Een enkel lichtpunt bleef hem in dien zwarten nacht over: de waardering van ons Nederlanders: moge Veelzigt op de Brouwersgracht te Haarlem op 23 October 1873 nog menig gullen handdruk, nog vele blijken zien, dat die waardering dezelfde bleef, dat liet Nederlandsche volk zijn zanger niet vergeten heeft. In die waardering ging Neêrland’s Koning in der tijd voor, door de borst van zijn Hof- en Kamerzanger Willem Pasques de Chavonnes Vrugt te sieren met de Orde van de Eikenkroon” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 18-10-1873)

Vrugt overleed zestien dagen later op 9 november 1873 aan de Brouwersgracht te Haarlem. De teraardebestelling was op de huidige Algemene Begraafplaats Kleverlaan te Haarlem (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 15-11-1873).

Zijn echtgenote Clasina Johanna Voerman overleed twee maanden later op 6 januari 1874 (Nederlandsche Staatscourant; 26-1-1874).

* Matthey – De Vaderlandse Zanger; Leven, repertoire en publiek van de tenor Willem Pasques de Chavonnes Vrugt (Utrechts: Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis & Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, 2001)

Reportage