REPORTAGE: Nederlandse mezzosopraan Cornélie van Zanten

31-07-2020

De Nederlandse mezzosopraan Cornélie van Zanten was een operazangeres in de 19e eeuw met een indrukwekkende carrière. Zij had een voorliefde voor de dramatische mezzopartijen van Wagner. Tevens was zij na haar operaloopbaan een belangrijke zangpedagoge.

Cornélie van Zanten werd als Wijntje Cornelia van Zanten op 2 augustus 1855 in Dordrecht geboren binnen het gezin van vleeshouwer Izaak van Zanten en Heiltje Rijshouwer (Burgerlijke Stand en Bevolking van Dordrecht Registers Geboorteakten GAD-0256-0044-0130).

1870

Cornelia van Zanten kreeg aanvankelijk aanvankelijk in Dordrecht bij Henri Geul, directeur van de plaatselijke zangvereniging Amicitia (Het Vaderland: 8-10-1914):

“Toen ik zestien was, zong ik soli in de plaatselijke zangvereeniging” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

1875

Daarna studeerde Cornelia van Zanten aan het Conservatorium te Keulen onder de leiding van Carl Schneider (Algemeen Handelsblad; 2-2-1885).

Daar slaagde zij in 1875 voor het eindexamen (De Tijd; 2-8-1935).

Vervolgens vertrok zij naar Milaan om gedurende twee jaren te worden onderwezen door de beroemde zangdocent Francesco Lamperti (Het Vaderland; 6-2-1885).

“’s Winters in Milaan, ’s zomers aan het meer van Como, ’t was een kostspieliges Vergnügen, want Italië is een dure bodem. Maar toen ik bij Lamperti klaar was, toen ik twee jaar onder hem had gewerkt, kreeg ik dadelijk een engagement aan de opera te Turijn en niet als bijloopertje, niet zoo maar voor een enkelen Satz, neen, ik kwam dadelijk op het eerste plan. De hoofdrol in Lucrezia, in de Favorite, in meer opera’s, die toentertijd het zuiver Italiaansche repertoire vormden” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

In het seizoen 1877/1878 werd zij als mezzosopraan op 22-jarigen leeftijd in Turijn door een operagezelschap voor diverse opera’s geëngageerd (De Tijd; 2-8-1935).

Daar zou zij haar debuut hebben gemaakt in ‘La Favorita’ en zong zij in onder andere ‘Lucrezia Borgia’ van Donizetti (Het Vaderland; 8-10-1914).

Zij keerde twee jaren later terug naar Nederland en maakte haar Nederlandse debuut op 9 juli 1879 in concertzaal Kunstmin van haar geboortestad Dordrecht. Hier zong zij tijdens een concert onder leiding van haar oud-leraar Henri Geul bij diens zangvereniging Amicitia:

“terwijl de burgemeester aan mejuffrouw C. Van Zanten geluk wenschte met haar 1e optreden in haar geboortestad” (Rotterdamsch Nieuwsblad; 10-7-1879)

1880

Cornelia van Zanten voelde zich aangetrokken tot het repertoire van Wagner en vond geen voldoening in haar werk in Italië en Nederland. Derhalve trok zij rond 1880 naar Berlijn:

“Met dat al gaf mij het werk niet ten volle bevrediging. Terwijl in Duitschland Wagner de man was, mocht men in Italië ternauwernood zijn naam uitspreken. Geen directeur, die er aan dacht om ook maar iets van hem te brengen, ’t Repertoire werd mij te klein, te eng, ik wilde iets nieuws, iets anders. Dus trok ik, op goed geluk, naar Berlijn, zocht contact met de agenten en kreeg engagement in Breslau” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

Zij trad begin 1880 aan het hof-theater van München op als gast en kreeg dientengevolge een engagement aangeboden door het Stadttheater van Breslau (Algemeen Handelsblad; 28-6-1880).

Daar debuteerde zij als Amneris in ‘Aida’ van Verdi

“Ik debuteerde in Aïda en had al dadelijk succes. Drie jaar ben ik in Silezië gebleven” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

In deze jaren componeerde zij ook al enkele liederen, waaronder “Mijn Moedertaal”(1881).

Na haar 3-jarige engagement in Breslau werd Cornelia van Zanten verbonden aan de Hof-opera van Kassel. In Kassel werkte zij onder anderen met dirigent en componist Gustav Mahler:

“toen kreeg ik emplooi bij het Hof theater in Cassel. De leider bij de gratie der allerhoogste autoriteiten was der Herr Hofkapellmeister Treiber, aan wien nicht zu rühren viel. Dus was er voortdurend kolossale wrijving met den tweeden kapelmeester, Gustav Mahler. Als Mahler decreteerde: „Meine Herrschaften, das wünsche ich so,” antwoordden de solisten: „Das geht nicht, das haben wir schon so lange so gemacht.” Wat wonder, dat ik, die naar Mahler luisterde, die zijn aanwijzingen volgde om in dat opzicht alleen stond, al heel gauw in dat wereldje van intriges en jalousie de métier, den naam kreeg, dasz ich mich einschmeicheln wollte. In die dagen was Mahler al ziek. Als hij dirigeerde stond hij, doodelijk nerveus, op z’n ééne been te boren, te boren. Het was zielig om naar te kijken. Als hij een enkelen keer eens bij mij thuis kwam en ik mocht thee voor hem schenken, dan, plotseling, als hem een Satz te binnen schoot, stond hij op, griste zijn hoed en zonder zich om gastvrouw of thee te bekommeren, ging hij weg. Hij zat vol caprices. Maar wie hem begrepen, vergaven ze hem, den grooten kunstenaar” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

Zij kreeg in 1884 een engagement voor vijf jaren aangeboden bij het Stadttheater van Hamburg:

“Onze landgenoote, de zangeres Cornelia van Zanten, thans aan de Hof-opera te Kassel, is voor den tijd van vijf jaren aan de Groote Opera te Hamburg verbonden” (Algemeen Handelsblad; 8-5-1884)

De overstap was vermoedelijk op voorspraak van Mahler en in Hamburg trof Van Zanten met onder anderen dirigent Felix Weingartner:

“Mahler ging van de Casseler Hofopera naar het Hamburger Stadttheater. Waarschijnlijk had ik het aan zijn aanbeveling te danken, dat mijn engagement bij dat ensemble later volgde. Ik vond er Weingartner als dirigent” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

“De bladen van Hamburg spreken met veel lof over onze landgenoote, mej. Corn. Van Zanten, die aan de opera aldaar is verbonden” (Het Vaderland; 19-9-1884)

1885

Cornelia van Zanten werd in 1885 gevraagd ensemblelid te worden van de American Opera Company in New York:

“Mej. Cornelia van Zanten, uit Dordrecht, werd dezer dagen door een der voornaamste Amerikaansche opera-directeurs, die hare laatste operavoorstellingen te Hamburg bezocht had, een engagement aangeboden voor een der grootste opera’s in Noord- Amerika, tegen ontzaggelijk hooge gage. De zangeres heeft echter om verschillende redenen gemeend daarvan nog geen gebruik te moeten maken en blijft aan de Hamburger opera” (Rotterdamsch Nieuwsblad; 27-6-1885)

Ook al aarzelde zij in eerste instantie, een jaar later ging zij toch op het aanbod in:

“Op schitterende voorwaarden heeft mej. Corn. Van Zanten te Dordrecht een contract gesloten met „The American National Opera” te New-York, (directeur Thomas), zich daarbij verbindende al hare hoofdpartijen in dé Engelsche taal-te zingen. Daar haar contract met de Hamburger Opera nog een winterseizoen van duur was, heeft „the American National Opera” voor een aanzienlijke som deze verbintenis afgekocht” (Rotterdamsch Nieuwsblad; 31-5-1886)

Zij zong gedurende drie winterseizoenen bij de American Opera Company en maakte tournees door Noord-Amerika in steden als New York, Chicago, Washington, Boston, San Francisco en Philadelphia. Daar zong zij onder andere de rollen van Ortrud in ‘Lohengrin’ van Wagner, de titelrol in ‘Orfeo ed Euridice’ van Gluck en Amneris in ‘Aida’ van Verdi:

“Welk een tijd is dat geweest! Zes weken heb ik in een trein geleefd, heb gereisd van New York naar San Francisco en trad op in een tent, die, à la Barnum en Bailey, in elkaar werd gezet binnen drie uur tijds. Om van de andere zwarigheden niet te vertellen” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

“Onze stadgenoote, mej. Cornelia Van Zanten, die in Italië en Duitschland als opera-zangeres reeds zooveel roem inoogstte, en nu voor drie winterseizoens verbonden is aan „the American Opera” te New-York tegen een gage van niet minder dan f 45,000 per seizoen, brengt de geheele muzikale wereld aldaar in beweging. Alle bladen te Chicago, Washington, Boston, Philadelphia, enz., waar, zij successivelijk optrad, roemen als om strijd haar zang, spel en artistieke opvatting. Overal waar zij in genoemde plaatsen de tweede maal in een opera voor stampvolle zalen optrad, stond het auditorium als één man op, om haar met applaus en bloemen te begroeten, terwijl haar van het publiek menige ovatie ten deel viel. Eigenaardig is het, dat de Boston Herald de verklaring aflegt, dat hare uitspraak van het Engelsch beter is dan die van de meeste geboren Amerikanen. Ongetwijfeld is mej. Van Zanten de eerste Hollandsche, die als opera-zangeres, en wel in drie verschillende talen, in het buitenland zooveel roem behaalt en Nederland op kunstgebied eer aandoet” (Rotterdamsch Nieuwsblad; 9-2-1887)

Daarna kwam Cornelia van Zanten terug naar Nederland:

“reisde ik terug naar Dordt met het stellige voornemen, een jaar te rusten…. Te rusten – jawel! Aan den Amsterdamschen Parkschouwburg werkten De Groot en Van der Linden. Albers, Orelio en Pauwels zongen er. Was het wonder, dat ik bezweek voor de aanbieding, en dat ik twee seizoenen de rollen, die ik tevoren in het Italiaansch, dan in het Duitsch, tenslotte in het Engelsch had opgebracht, nu vertolkte in de „beroemd” geworden, slechte Nederlandsche vertalingen? Twee jaren Holland” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

Voordat zij twee seizoenen in Nederland bij het Hollandsch Opera-Gezelschap van Johannes de Groot zou zingen, zong zij in maart 1889 eerst nog in St. Petersburg en Praag. Daar trad zij op in een complete uitvoering van ‘Der Ring des Nibelungen’ van Wagner onder leiding van Karl Muck:

“Daarna den „Ring des Nibelungen” onder Karl Muck, die mij meenam naar Rusland. In Petersburg en Moskou ben ik eenige maanden geweest; heb er voor de keizerlijke familie en de Russische grooten gezongen” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

“Mej. C. van Zanten van Dordrecht, thans te Othmarschen, zal in Maart de alt- en mezzosopraanpartijen vervullen in den Ring der Nibelungen, vroeger ook door haar vervuld in de opera te Hamburg. Gedurende een maand zullen deze compositiën van Wagner te Petersburg ten gehoore worden gebracht onder directie van Angelo Neumann, van het Königl. Landes-Theater te Praag” (Algemeen Handelsblad; 8-1-1889)

Bij het Hollandsch Opera-Gezelschap debuteerde Cornelia van Zanten op 1 september 1889 als Azucena in ‘Il Trovatore’ in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“De openingsvoorstelling bestond uit Verdi’s Troubadour, waarin behalve eenige steunpilaren van het gezelschap, zooals de heeren Pauwels, Orelio en Schmier, twee nieuwe leden optraden en wel de dames Ross. de Wulf, 1e dramatische zangeres, en mej. Corn. van Zanten (mezzo-sopraan en alt)” (Algemeen Handelsblad; 3-9-1889)

“Zij vervulde de rol van Azucena althans op uitstekende wijze. De opvatting was echt artistiek, hare volle krachtige en welluidende stem heeft ze volkomen in hare macht, de uitspraak onzer moedertaal is zuiver en duidelijk, zij heeft de noodige zeggingskracht, kortom uit alles is merkbaar, dat men eene kunstenares van verdienste voor zich heeft. Hare verbintenis aan dezen schouwburg kan dan ook ongetwijfeld als eene belangrijke aanwinst worden beschouwd” (Algemeen Handelsblad; 3-9-1889)

“Het publiek was blijkbaar voldaan vooral over den zang van mej. Van Zanten als van mej. Wulf, aangezien beide kostbare bloemenmandjes ten deel vielen” (Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant; 4-9-1889)

Twee weken later op 14 september 1889 zong zij voor het eerst in Nederland haar glansrol van Leonora in ‘La Favorita’ in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“bleef zij als Leonore niet beneden de gekoesterde verwachting, maar gaf weder het bewijs eene kunstenares van den echten stempel te zijn. De rol was tot in de kleinste onderdeelen bestudeerd; met hare volle sonore stem, door geen vibrato ontsierd, en hare zuivere en duidelijke uitspraak onzer moedertaal, wist zij uitdrukking te geven aan hare partij, zonder haar toevlucht te nemen tot valsche effectmiddelen, zooals het aanhouden van enkele noten, het aanzetten van de benedentonen of het bovenmatig uitzetten van het orgaan; alles was artistiek, de verschillende gemoedstoestanden werden met treffende waarheid wedergegeven en daar waar bot noodig was de vereischte dramatische kracht ontwikkeld, zooals b.v. in de finale van het 2e bedrijf en in het slotduo. Enkele toehoorders schenen niet in te stemmen met de waardeering, die mej. Van Zanten genoot, en meenden daarvan te moeten doen blijken door hoorbare teekenen van afkeuring. Het komt me voor, dat dit tegenover een kunstenares als mej. Van Zanten, die in het buitenland te recht een goeden naam heeft verworven, en thans in de volle kracht van haae talent in het vaderland terug is gekeerd, ten minste ongepast moet genoemd worden, afgescheiden nog dat het tegenover eene vrouw, en nog wel eene vrouw van verdienste, van weinig goede manieren getuigt. Dat mej. Van Zanten een waarachtige kunstenare is, bleek ook hieruit, dat zij den bloemruiker, haar in het 3de bedrijf gedurende de scène vereerd, afsloeg en dien eerst aannam na afloop van dat bedrijf. Het is wenschelijk , dat dergelijke huldebewijzen niet worden aangeboden midden onder de handeling; dit verstoort den indruk” (Algemeen Handelsblad; 17-9-1889)

“Naast het vele, dat ik door een en ander genoot, teeken ik tevens aan, dat voor de stem van Mej. Van Zanten de ligging der partij een weinig hoog is. Eene zangeres, die eigenlijk niet alt, maar sopraanalt is, iets wat zeer vaak voorkomt, zal bij voorkeur het gewicht van het zanggedeelte in het uiten van enkele hooge effectvolle tonen leggen, terwijl Mej. Van Zanten haar schoonste kracht in het medium en in de lage tonen vindt. Het gevolg was, dat ik niet alle hooge tonen zou willen onderschrijven. Als geheele vertolking echter breng ik warmen lof aan deze hoogbegaafde kunstenares” (Het Nieuws van den Dag; 19-9-1889)

Cornelia van Zanten vertolkte bij het Hollandsch Opera-Gezelschap op 23 september 89 de rol van Rheime in de opera ‘Brinio’ van Simon van Milligen – vijf maanden na de wereldpremière – in de Groote Schouwburg van Rotterdam:

“Welke schoone stemmen, die, waarover de voornaamste solisten beschikken! De heer Albers bezit de prachtigste, maar ook Orelio en Pauwels overwonnen, terwijl de dames De Wulf en Van Zanten mede hare zware partijen zeer goed vervulden” (Rotterdamsch Nieuwsblad; 25-9-1889)

Op 5 oktober 1889 zong zij Fidès in ‘Le Prophète’ van Meyerbeer in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“Onze Amsterdamsche correspondent bericht ons veel goeds omtrent dele opvoering van De Profeet te Amsterdam. Pauwels vervulde de titelrol; Fidès en Bertha waren aan de dames Van Zanten en Erlé toevertrouwd. Alle drie kregen kransen en bouquetten” (Het Vaderland; 8-10-1889)

“Mej. Van Zanten leverde in deze partij opnieuw het bewijs, dat wij in haar een kunstenares van de ernstigste soort mogen begroeten. Alles is overdacht, alles heeft voor haar beteekenis. Zij weet hare uitvoering zoo te regelen, dat de belangstelling in hetgeen zij doet steeds klimmende is. Terwijl zij in het eerste bedrijf slechts als eene gewone, alledaagsche moeder, in het tweede bedrijf als de zegenende vrouw optreedt, verheft zij zich in de verdere scènes, vooral in de kroningsscène, tot een verbazende hoogte. Ik wil niet opnieuw in bijzonderheden treden, maar mag niet nalaten weder te verklaren, dat wij in Mej. van Zanten een dramatische kunstenares van bijzonder talent bezitten. Niet onvermeld mag ik laten, dat in het eerste bedrijf het duo van Fides en Bertha aan zuiverheid te wenschen overliet” (Het Nieuws van den Dag; 9-10-1889)

“Niet minder indrukwekkend was zij bij de ontmoeting met haar zoon in den kerker. Iets eigenaardigs is het bij mej. Van Zanten op te merken, n.l. dat haar zang, tot op het laatst toe niet alleen geen sporen draagt van vermoeidheid, maar de stem integendeel later helderder en voller klinkt dan in den aanvang. Zooveel is zeker dat zij een groot aandeel had in het welslagen der voorstelling” (Algemeen Handelsblad; 9-10-1889)

Op 30 november 1889 trad zij op als Maddalena in ‘Rigoletto’ in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“Mej. Van Zanten wist als eene bekwame kunstenares van de kleine rol van Madeleine partij te trekken en gaf daaraan veel relief” (Algemeen Handelsblad; 4-12-1889)

1890

Cornelia van Zanten zong op 4 januari 1890 de rol van Nancy  in ‘Martha’ van Von Flotow in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“Mej Van Zanten was volkomen op hare plaats. Haar spel was ongedwongen en haar zang uitstekend; zelden zal men deze partij beter zien en hooren” (Algemeen Handelsblad; 7-1-1890)

“Cornelia van Zanten speelt zoo schalks en amusant, dat men bij voortduring een lach voelt opkomen. Hier en daar zou ik wellicht den zang nog oppervlakkiger willen hebben. Dit geheele werk is lichte kost, en daarbij is elke zweem van ernst misplaatst” (Het Nieuws van den Dag; 8-1-1890)

Twee weken later vertolkte zij op 18 januari 1890 alweer haar zesde rol bij het Hollandsch Opera-Gezelschap. In de Parkschouwburg van Amsterdam zong zij Hedwig in ‘Guillaume Tell’ van Rossini:

“Een meesterstukje als dramatische, kunst noem ik de wijze, waarop Cornelia van Zanten de partij van Hedwig zong en speelde. Deze kunstenares weet steeds aan haar vertolking iets te geven, dat den hoorder en den toeschouwer onwillekeurig aan de natuur, aan de werkelijkheid doet denken. Ook thans weder. In haar zag ik zonder ophouden de trouwhartige, liefdevolle gade van Tell en de bezorgde en gelukkige moeder van Jemmy. Niets veronachtzaamt zij. Zoo b.v. in het eerste bedrijf, toen zij zich met den vader van Arnold nederzette en het feest zou beginnen, handelde zij als ware zij werkelijk de vrouw, die door haar positie en door haar karakter de beschermster, de toevlucht van haar landelijke omgeving is. Over deze kunstenares zou ik bladzijden vol willen schrijven om de voortreffelijke eigenschappen van haar spel in ’t licht te stellen. En toch zou ik geen juist beeld van haar kuustenaars-werkzaamheid hebben gegeven. Men ga haar zien, men geve acht op wat zij doet en vooral op wat zij laat. Ik houd mij overtuigd, dat ieder, die zich de moeite geeft om haar vertolking nauwkeurig te bestudeeren en te overdenken, tot de conclusie komt, dat zij een kunstenares van den eersten rang is, wars van elk effectbejag, alleen er op uit om tot in de kleinste onderdeelen de figuren, die zij heeft voor te stellen, juist weer te geven. En daarbij leeft in die voorstelling een bewonderenswaardige gloed; van berekening is bij haar niets te bespeuren. Door haar wordt de partij van Hedwig een der attractions van de Willem Tell-voorstelling” (Het Nieuws van den Dag; 22-1-1890)

In het seizoen 1890/1891 trad zij bij de Nederlandsche Opera – de nieuwe naam van het Hollandsch Opera-Gezelschap – in elf rollen op. Na Maddalena op 6 september en Azucena op 13 september zong zij op 20 september 1890 in de Parkschouwburg van Amsterdam de partij van Mallika in ‘Lakmé’ van Delibes:

“Mej. van Zanten had de partij van Mallika welwillend op zich genomen. Zij verdient daarvoor in ’t bijzonder een woord van erkentelijkheid, wijl daardoor het schoone duet in het eerste bedrijf een bijzonder gelukkige vertolking genoot. Daarvoor zij haar een woord van warmen dank gebracht; zij heeft er door getoond, een warm hart voor de kunst te hebben, en niet een ijdeltuit, als zoovele anderen, te zijn” (Het Nieuws van den Dag; 23-9-1890)

In de Parkschouwburg van Amsterdam zong zij op 11 oktober Hedwig in ‘Guillaume Tell’ en op 1 november 1890 Gertrude in ‘Hamlet’ van Thomas:

“Mej. Van Zanten was uitstekend op hare plaats als Koningin Gertrude. Deze rol, bij de Fransche operagezelschappen meestal aan zaugeressen van minder gehalte toebedeeld, verkreeg een ongemeen relief nu zij aan eene zoo geroutineerde kunstenares was toevertrouwd. Wat haar spel aangaat, was zij echter in het tooneel met Hamlet, aan het slot van het 5e tafereel, even voor dat de geest des overleden konings verschijnt, iet wat, te bewegelijk” (Algemeen Handelsblad; 8-11-1890)

1891

In het nieuwe jaar 1891 zong zij op 10 januari Rheime in ‘Brinio’ en verbaasde zij vriend en vijand op 17 januari in de zwijgende titelrol van Fenella in ‘La Muette de Portici’ van Auber in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“Niet zonder verwondering zien we dat mej. Van Zanten in De Stomme van Portici de rol van Fenella zal vervullen” (Het Vaderland; 20-1-1891)

“Met de titelrol, die anders door de 1e balletdanseres wordt vervuld, had zich mej. van Zanten, de hoogstbegaafde altzangeres der Opera, belast. Verdient het waardeering, dat deze kunstenares met haar groot dramatisch talent zich daarvoor wilde leenen – de voorstelling kon daardoor slechts in belangrijkheid winnen, en gaf het publiek gelegenheid hare mimische gaven en standen te bewonderen. Het zuidelijk type, zoowel in hartstochtelijkheid als in het ietwat gebronsd voorkomen, werd door haar op meesterlijke wijze weergegeven” (Algemeen Handelsblad; 20-1-1891)

“Het belangrijkste van deze opvoering is, dus ditmaal de titelrol vervuld werd door eene werkelijke actrice, terwijl in de meeste gevallen Fenella door eene danseres wordt uitgevoerd. Mej. Cornelia van Zanten heeft de vertolking dezer partij op zich genomen en maakt daarvan een creatie, die in hooge mate de aandacht verdient. Zoewel in het eerste, als in het vierde bedrijf weet Mej. Van Zanten aan haar gebaar een groote uitdrukking te geven, zoodat de toeschouwer, die eenigermate op de hoogte van het onderwerp is, nauwkeurig kan begrijpen wat de kunstenares wil weergeven. Vooral is zeer schoon het oogenblik in het eerste bedrijf, waar de arme Fenella in den gemaal van de vorstin haar trouweloozen minnaar herkent en nederstort. Ook de daarop volgende scène, waarin zij Alphonsus als den verleider aanwijst, is aangrijpend. En niet minder belangrijk is de uitdrukking vol wanhoop, zich later veranderende in eene uitdrukking van weldadige berusting en zelfopoffering bij de scène in het vierde bedrijf. Op het oogenblik, dat Fenella tot het besluit komt om het vorstelijk echtpaar te redden, gaat den toeschouwer een rilling van aandoening door de leden. Inderdaad toont Mej. Van Zanten, welk eene vrouw van groot talent als actrice de Ned. Opera in haar bezit. Een warm bravo voor deze schoone kunstuiting” (Het Nieuws van den Dag; 21-1-1891)

Zij zong op 14 februari 1891 de rol van Taven in ‘Mireille’ van Gounod in Parkschouwburg van Amsterdam en een maand later in Den Haag:

“Over de opvoering van Mireille bij de Holl. Opera loopen de gevoelens uiteen. Sommige prijzen de vertolking, o.a. van mej. Meath-Piazza zeer, anderen noemen die zwak. De rolverdeeling is overigens: Vincent-Thyssen, Taven-mej. Van Zanten, Ourrias-Poons, Ramon-Arnoldi” (Het Vaderland; 18-2-1891)

“Mejuffrouw C. Van Zanten speelde Taven, de waarzegster, en deed dit op zeer artistieke wijze; vooral haar zangpartij kwam goed uit en de coupletten “’t Is nu het seizoen, mijn lieve”, in de tweede acte, bezorgden haar de eer der terugroeping. Zij maakte van de rol van Taven veel meer, dan wij dat in de Fransche Opera hier gewoon zijn” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 12-3-1891)

Op 26 februari 1891 vertolkte zij in de Parkschouwburg van Amsterdam Ortrud in ‘Lohengrin’, voor zover bekende de enige Wagnerrol die zij in Nederland zong:

“Van Mejuffrouw Van Zanten bevielen mij vooral de scène met Eisa in den nacht, haar gehuichelde nederigheid; haar giftverspreidend woord en haar inwendige fierheid werden meesterlijk uitgedrukt. In de scène met Telramund was deze kunstenares eveneens te loven, maar ik verlang daarbij meer macht van stem. Tot buitengewone hoogte verhief zich Mej. Van Zanten in de scène, waar zij Elsa den toegang tot de kerk belet; haar houding daarbij was heerlijk, zoowel als die, waarin zij bleef staan op het oogenblik voor dat Telramund uit de kerk te voorschijn treedt” (Het Nieuws van den Dag; 2-3-1891)

“Wie echter onvoorwaardelijk lof verdienen en aan hooge eischen voldeden, zijn mej. Van Zanten (Ortrud) en Albers (Telramond). Van eerstgenoemde, die deze rol dikwijls in Duitschland vervulde, had ik niet anders verwacht. Haar spel was waar en indrukwekkend, haar zang zeer artistiek. Naar ik vernam, had zij bij de eerste voorstelling eenigszins moeite met de hooge noten, maar bij de voorstelling die ik bijwoonde, was zij ook hierin bijzonder gelukkig, zoodat ik niet aarzel de vertolking in haar geheel voortreffelijk te noemen” (Algemeen Handelsblad; 4-3-1891)

“Deze, voorgesteld door mejuffrouw Van Zanten, streefde de Ortrud van mevrouw Jaide naar de kroon, waar haar in de hoogte wat scherp orgaan de bekende zware instrumentatie vermocht te overweldigen” (Rotterdamsch Nieuwsblad; 24-3-1891)

Op 29 maart 1891 werkte zij mee aan de wereldpremière van ‘Albrecht Beiling’ van Henry Brandts Buijs in de Parkschouwburg van Amsterdam in de rol van Elsje:

“Mej. Van Zanten verdient hoogen lof voor hare uitmuntende créatie der partij van Elsje en de componist kon zich geen betere vertegenwoordigster voor deze rol wenschen” (Algemeen Handelsblad; 3-4-1891)

“Mej. Van Zanten is allerliefst als Elsje; haar levendig spel en haar schoone zang maken van deze partij een figuur” (Het Nieuws van den Dag; 6-4-1891)

De laatste nieuwe rol die zij in dat seizoen bij de Nederlandsche Opera creëerde was Marietta in wereldpremière van ‘De Bloem van IJsland’ van Marius Hendrik van ’t Kruijs op 18 april 1891 in de Parkschouwburg van Amsterdam:

“Mejuffrouw Van Zanten (Marietta), die eveneens schoon zong” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 27-4-1891)

Daarna vertrok Cornelia van Zanten naar Frankurt, maar trad zij nog wel regelmatig in Nederland op. Zo werkte zij op 19 en 23 oktober 1891 in de Stadszaal van Leiden mee aan een uitvoering van de ‘Negende Symfonie’ van Beethoven door de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst. Het Orkest van het Concertgebouw te Amsterdam stond onder leiding van Daniël de Lange:

“Solisten: Mej. P. von Sicherer (München) sopraan; Mej. C. van Zanten (Frankfort a/M.) alt; J. J. Rogmans (Amsterdam) tenor; Joh. M. Messchaert (Id.) bas” (Het Nieuws van den Dag; 21-10-1891)

1892

Vervolgens werd Cornelia van Zanten geëngageerd door de beroemde Kroll Oper van Berlijn:

“Mej. Cornelia Van Zanten, vroeger aan de Hollandsche Opera, is als eerste altiste en mezzo-sopraan geëngageerd aan de Opera te Berlijn” (Haagsche Courant; 15-3-1892)

In de recensies van haar vertolking van Gertrud in ‘Hans Heiling’ van Heinrich Marschner werd gesproken over het glansverlies van haar stem:

“Francesco d’Andrade zong bij Kroll te Berlijn Hans Heiling in het Duitsch. Bij het zingen merkte men weinig dat dat hem moeite kostte, wel bij het spreken; dit gaf aan zijn vertolking iets gedwongens. Overigens wordt die zeer geroemd. Mej. C. Van Zanten was de moeder: “hoffentlich thut sie es nicht wieder”, zegt het Berl. Tagebl. In de Rundschau spreekt Gumbert van “eine nicht mehr frische, in den mittleren Zönen flach, in den höheren unedel klingende Stimme” (Het Vaderland; 12-9-1892)

Ook zong zij er Nancy in ‘Martha’ en ook hier werd haar stem kritisch beoordeeld:

“De Nancy van mej. Van Zanten voldeed beter dan haar Koningin der aardgeesten, “maar de zang was toch nog lang niet mooi”, zegt het B.T.” (Het Vaderland; 13-9-1892)

1893

Cornelia van Zanten – zich nu Cornélie van Zanten noemende – zou in 1893 enige tijd nog zanglessen hebben gevolgd bij Julius Stockhausen, die als hoofdleraar was verbonden aan het Dr. Hoch’s Conservatorium te Frankfurt am Main:

“mej. Cornélie van Zanten, een leerlinge van Carl Schneider, Lamperti en Stockhausen” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 20-7-1894)

1894

Cornélie van Zanten vestigde zich kort daarna in Wiesbaden, van waaruit ze als concertzangeres geheel Rijnland bereisde:

“Cornelie Van Zanten, die thans te Wiesbaden schijnt te zijn gevestigd, is met succes in een concert der Musikalische Gesellschaft te Keulen opgetreden” (Het Vaderland; 17-2-1894)

In dit Duitse Kurort raakte zij bevriend met de Roemeense koningin Elisabeth – bekend onder haar schrijfstersnaam Carmen Sylva – die in ballingschap in Neuwied leefde:

“Sedert een paar jaar was Mej. Van Zanten te Wiesbaden gevestigd, van waar zij zeer vaak, door de Koningin van Rumenië (Carmen Silva) daartoe uitgenoodigd, naar Wied reisde, om met H.M. te musiceeren” (Het Nieuws van den Dag; 19-7-1894)

De koningin ontdekte de zangpedagogische talenten van de Nederlandse diva en vroeg haar les te geven aan onder anderen een paar van haar hofdames. Wellicht was daar Elena Văcărescu één van haar leerlingen:

“De zomer van ’94 bracht mij naar Wiesbaden en op het slot van Carmen Sylva’s moeder, op Mon Repos, dat het eigendom was van de Fürstin von Wied, heb ik een paar hofdames en eenige nichtjes van Elisabeth van Roemenië zangonderricht gegeven”(Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

“Daar, in dat heerlijke, romantische oord, waar ik onvergetelijke dagen doorbracht, kreeg ik het telegram van Daniël de Lange, behelzende de aanbieding of ik mij als Messchaert’s opvolgster aan het Amsterdamsche Conservatorium wilde verbinden. Van Mon Repos uit heb ik het antwoord gezonden. Ik werd Amsterdamsche leerares” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

Cornélie van Zanten volgde later dat jaar op 1 september 1894 Johannes Messchaert aan het Conservatorium van Amsterdam op als hoofddocent solozang (Het Nieuws van den Dag; 23-7-1894).

Onder haar leerlingen bevonden zich vele toekomstig bekende zangers en zangeressen, zoals Jo VincentJulia Culp, Tilly Koenen, Jacques Urlus en Jules Moes:

“Gerard Salzman…, Julia Culp…, Tilly Koenen…, Thom. Denijs…, Jules Moes…, Hendrik Kubbinga…, Martine Dresden-Dhont…, Anna Bremerkamp…., Jef Thijssen…, Jacques Urlus… het zijn allen haar leerlingen geweest” (Algemeen Handelsblad; 1-8-1925)

1895

Cornélie van Zanten liet in 1895 een essay ‘Wenken bij de Beoefening van den Zang’ uitbrengen door Muziekhandel Stumpff Koning te Amsterdam (Het Nieuws van den Dag; 14-9-1895)

Op 19 februari en 18 april 1896 werkte zij mee als soliste bij de Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst in het Concertgebouw van Amsterdam in ‘Les Béatitudes’ van César Franck naast onder anderen Messchaert en Orelio onder leiding van Julius Röntgen:

“Mej. Cornélie van Zanten had de altpartij op zich genomen en wist aan deze kleine maar belangrijke partij veel reliëf te geven” (Het Nieuws van den Dag; 24-4-1896)

In 1897 kwam een rede van Cornélie van Zanten uit in druk onder de titel ‘Phonetiek’:

“Bij den Algemeenen Muziekhandel Stumpff Koning is uitgekomen de rede van mej. Cornelie Van Zanten, gehouden op het j.l. Congres te Dordrecht, onder den titel van „Phonetiek”. De opbrengst van deze boekjes komt ten voordeele van de Nederlandsche Opera, directie C. van der Linden” (De Telegraaf; 15-9-1897)

Cornélie van Zanten trad op 25 april 1898 nog op bij de Nederlandsche Opera van Cornelis van der Linden in de rol van Moira in ‘Seleneia’ van Emile von Brucken Fock. Het Concertgebouworkest stond in de Stadsschouwburg van Amsterdam onder leiding van de componist zelf:

“Daarom besloten de componist en mej. Van Zanten te Amsterdam eene opvoering voor te bereiden die geven kon wat te Arnhem nog niet mogelijk bleek. Met medewerking van het orkest van het Concertgebouw en van mej. Van Zanten (Moira), mevr. Tijssen-Bremerkamp (Seleneia) en den heer Jos. Tijssen (Heros) is gisteravond Seleneia in den Stadsschouwburg onder leiding van den componist opgevoerd […] Het was te bespeuren dat mej. Van Zanten met groote liefde de regio en de muzikale leiding van het vocale had op zich genomen; dat zij en hare leerlingen, de heer en mevr. Tijssen geheel opgingen in hun zoo veel eischende partijen, en dat zij met groote liefde en toewijding die vertolkten” (Algemeen Handelsblad; 26-4-1898)

Op 8 september 1898 werkte Cornélie van Zanten mee als altsoliste in de Kroningscantate’ voor solisten, koor en orkest van Bernard Zweers in het Concertgebouw van Amsterdam in het kader van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina op 6 september 1898. De overige solisten waren de sopraan Aaltje Noordewier-Reddingius, de tenor Johan Rogmans en de bariton Johannes Messchaert. Het Concertgebouworkest stond onder leiding van Willem Mengelberg (Middelburgsche Courant; 9-9-1898).

1900

Cornélie van Zanten gaf in maart 1903 voordrachten en concerten met leerlingen in Keulen en Berlijn:

“Mej. Cornelie van Zanten gaf gister (Zondagmiddag in de Bechtsteinzaal te Berlijn, een voordracht over zangkunst. A.s. Donderdagavond geeft mej. Van Zanten, in de Singakademie aldaar, met leerlingen en oud-leerlingen een vocaal concert. De vorige week had deze zangleerares een voordracht te Keulen gehouden” (Algemeen Handelsblad; 9-3-1903)

Cornélie van Zanten had in Berlijn zo’n groot succes, dat zij werd gevraagd de Meisterschule für Kunstgesang aldaar te leiden. Dientengevolge verliet zij het Amsterdamse Conservatorium na acht jaren dienst:

“Mej. Cornelie van Zanten te Amsterdam zendt ons een mededeeling, waaruit blijkt, dat zij aan het Conservatorium haar ontslag nam eerstens om het groote succes dat zij op 12 Maart te Berlijn (waar zij zich nu gaat vestigen) behaalde” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 28-3-1903)

“Maandagmiddag om 3 uur waren Mej, Cornélie van Zanten en de Heer Bram Eldering, die, zooals men weet. hunne plaatsen als hoofdleeraar aan het Conservatorium alhier gaan verlaten, uitgenoodigd in het Conservatorium te komen tot een laatste samenkomst met den directeur Dan. de Lange, en de hoofdleeraren en –leeraressen […] Woorden van groote droefheid voor Mej. Van Zanten, die gedurende 8 jaren hare beste krachten heeft gegeven om het Conservatorium vooruit te brengen, op het standpunt, dat ’t nu bereikt heeft. Zij, de groote kunstenares, die slechts leefde voor hare leerlingen en hare kunst. Haar werden, namens directeur en leeraren, een prachtige ets van Richard Wagner, in keurige lijst, en de partituur „La Damnation de Faust” aangeboden” (Het Nieuws van den Dag; 8-7-1903)

1910

Cornélie van Zanten bracht eind 1911 haar boek ‘Belcanto des Wortes; Lehre der Stimmbeherschung durch das Wort’ uit. Zij droeg haar nieuwe boek op aan haar leerling Tilly Koenen:

“de levende toepassing harer lessen” (Algemeen Handelsblad; 6-12-1911)

Cornélie van Zanten richtte in Berlijn in 1913 haar eigen zanginstituut op, maar keerde vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog terug naar Nederland. Vervolgens vestigde zij zich in Den Haag, waar ze actief bleef als zangpedagoge:

“Cornelie van Zanten, die sedert 1913 haar eigen zang-instituut te Berlijn had, zal zich voor goed in Den Haag vestigen. De oorlogstoestand heeft dit besluit slechts één jaar vervroegd. Enkele leerlingen voor zoover de oorlog dit niet in den weg staat zullen haar hierheen volgen” (Het Vaderland; 10-9-1914)

“Cornelie van Zanten is vanaf 1 Oct. voor lessen in den Kunstzang te consulteeren Hoogewal 14, Den Haag” (Het Vaderland; 29-9-1914).

Midden 1915 verhuisde Cornélie van Zanten haar zangstudio naar de Anna Paulownastraat 5 te Den Haag, waar zij – detig jaren lang – tot haar dood zou blijven wonen (Algemeen Handelsblad; 31-5-1915).

1920

Cornélie van Zanten ontwierp in 1922 een Polygoonfilm over de werking van het stemorgaan. Het was de eerste kinomategrafische opname van adem-, spreek- en zangtechniek:

“Voor een aantal genoodigden heeft onze stadgenoote Cornelie van Zanten een middag-voorstelling gegeven in het Olympia-Theater, die zij noemt „Eerste Kinomatografïsche Opname van Adem-, Spreek- en Zangtechniek”, door haar ontworpen en waarvoor teekeningen en toestellen zijn vervaardigd door den beeldhouwer Jac. Clavaux. De opname geschiedde door de filmfabriek „Polygoon” te Haarlem (Haagsche Courant; 5-10-1922).

1925

Cornélie van Zanten bracht op 14 september 1925 bij uitgeverij N. Veenstra te Den Haag bij gelegenheid van haar vijftigjarig jubileum haar boek ‘Het Stemwonder in den Mensch’ uit (Het Volk; 4-9-1925).

1935

Cornélie van Zanten werd in 1935 bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau (Het Vaderland; 2-8-1935).

1945

Cornélie van Zanten overleed op 10 januari 1946 op 90-jarige leeftijd in Den Haag. Ze werd op 15 januari 1946 begraven op Eik en Duinen (Algemeen Handelsblad; 12-1-1946).

Haar zangstem is zover bekend nooit vastgelegd op plaat of band.

Reportage