REPORTAGE: Nederlandse sopraan Rosa de Vries van Os (deel 2)

05-07-2020

De Nederlandse sopraan Rosa de Vries van Os was de eerste Nederlandse operazangeres met een grote internationale carrière. Die carrière duurde twintig jaren, waarin zij rollen voor voornamelijk dramatische coloratuursopraan zong.

Rosa de Vries van Os was gedurende het seizoen 1859/1860 na bijna 15 jaren terug in Nederland en zou bij de Italiaansche Opera haar glansrollen vertolken. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zong zij in ‘Lucrezia Borgia’, ‘Il Trovatore’, ‘Ernani’ en ‘Norma’. Zo vond zij in oktober 1859 in de Stadsschouwburg van Amsterdam bij de Italiaansche Opera veel bijval voor haar vertolking van de titelrol in ‘Lucrezia Borgia’:

“Maar, hebben wij woorden kunnen vinden, om van deze kunstenaars geregtigheid te doen wedervaren, waar zullen wij dan de uitdrukkingen ontleenen, om onzen stadgenooten naar eisch en waarheid te beschreven, wie en wat onze landgenoote, Mevr. Rasa de Vries van Os, deze uitstekendste parel in die buitenlandsche kunst-kroon, is? Verbazende kracht, omvang, buigbaarheid, gemakkelijkheid en eene volstrekt geacheveerde methode, vormen hare zoete zilver-toonen tot het zielroerend geluid der voortreffelijkste instrumenten ven Guarnerius of Stradvarius, door de meesterhand van eenen Paganini, Bazzini of Wieniewski bespeeld; de kracht van deze treffende toonen is voornamelijk in hunne zuiverheid gelegen. Voegen wij hier nog bij, dat Mw. de Vries eene even volleerde actrice als zangeres is, dan achten wij het bijna overbodig, onze stadgenooten aan te sporen, zich het onuitsprekelijke gerot te verschaffen, de laatste voorstelling dezer opera, op Donderdag a.s., niet te verzuimen” (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 20-10-1859)

Met veel lof werd gesproken over haar optreden in die maand bij de Italiaansche Opera in de Amsterdamse Stadsschouwburg in de rol van Leonora in ‘Il Trovatore’ van Verdi:

“Dat de ster van de eerste grootte aan dezen Italiaanschen kunsthemel, Mevr. de Vries van Os (Leonora) in zoo vele allerschoonste scènes weder den magtigsten indruk op het publiek heeft gemaakt, zal ieder beseffen, die haar slechts eenmaal heeft hooren zingen met hare stem van zeldzame kracht, intonatie en bezieling” (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 31-10-1859)

Op 8 november 1859 had Rosa de Vries veel succes bij de Italiaansche Opera in de Amsterdamsche Stadsschouwburg de rol van Elvira in ‘Ernani’:

“Het succes van den avond was dan ook geheel en al toe te schrijven aan Mw. de Vries van Os, als Elvira” (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 14-11-1859)

Rosa de Vries zong de rol van Leonora in ‘Il Trovatore’ bij het Italiaansche Operagezelschap op 18 november 1859 in Societeit Harmonie te Rotterdam:

“ze is thans als krachtig ontwikkelde vrouw en gerijpte kunstenares tot ons wedergekeerd, met de lauweren, haar door de oude en de nieuwe wereld om het hoofd geslingerd, en met het vermogen om den landgenoot te toonen hoe en waardoor ze die lauweren heeft verworven en verdiend. Zoo trad Mevrouw de Vries van Os thans voor ons op, in rijzige en indrukwekkende gestalte, en met dat magtig en omvangrijk orgaan, waarmede haar breede zang en hare krachtige, vurige en geschakeerde voordragt en actie een schoon harmoniesch geheel vormt. Als een zuivere en krachtige stroom golfden hare toonenreeksen door de ruime zaal; stout en zeker waren hare attaques, zelfs van de hoogste noten en moeijelijkste intonatien; juist en beschaafd hare passages en versierselen. In ’t kort Mevrouw de Vries toonde zich eene zoo voortreffelijke dramatische zangeres, als men zeldzaam ontmoet. En wie nu met scherpen, kritischen blik mogt willen zoeken naar de gevolgen eener roemvolle maar vermoeijende loopbaan, en die zou meenen te vinden in het nu en dan ietwat gevoileerde van enkele middeltoonen, of in het soms wat geprononceerde der respiratie bij buitengewone krachtsinspanning” (Rotterdamsche Courant; 24-11-1859)

Op 20 november 1859 was Rosa de Vries terug in haar geboortestad Den Haag voor een uitvoering van ‘Il Trovatore’ in de Koninklijke Fransche Schouwburg (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 17-11-1859).

Begin december 1859 en in januari 1860 zong zij de titelrol in de opera ‘Lucia di Lammermoor’ van Donizetti in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag:

“Ofschoon wij Mevr. de Vries-van Os liever in heroïsche dan in sentimentele rollen zien optreden, moeten wij toch bekennen, dat zij als Lucia onze verwachting verre heeft overtroffen; door fijne nuancering van haren heerlijken zang, gevoelvol spel en juiste mimiek, wist zij de toeschouwers zoo mede te slepen, dat van alle rangen herhaalde en daverende toejuichingen der verdienstelijke kunstenares ten deel vielen” (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 12-12-1859)

Ook gaf Rosa de Vries in Nederland concerten. Op 17 december 1859 werkte zij mee aan een concert dat Henri Wieniawski gaf als violist (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 15-12-1859).

Eind december 1859 en in januari 1860 vertolkte Rosa de Vries de titelrol van ‘Norma’ in de drie grootste Nederlandse steden:

“bovenal aan Mevr. de Vries van Os heeft te danken. Onze uitstekende prima donna heeft van Norma eene der gelukkigste en heerlijkste scheppingen gemaakt en deze muziek van den maestro met eene zeldzame volmaaktheid gezongen” (Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad; 27-12-1859).

“De schouwburgzaal op het Leidscheplein was eergisteren avond bjj de opvoering van de opera Norma, eivol. De voorstelling is met den besten uitslag bekroond. Vooral muntte Mevr. de Vries van Os uit, aan welke na de voordragt van de bekende aria Casta Diva, uit de loges twee ruikers werden toegeworpen” (Algemeen Handelsblad; 30-12-1859)

1860

Rosa de Vries trad op 10 februari 1860 in de Societeit Harmonie van Rotterdam op tijdens een concert waaraan ook de pianiste Clara Schumann meewerkte:

“In twee arias, uit Lucrezia Borgia van Donizetti en Semiramis van Rossini, en een Zwitsersch lied (hetzelfde wat Jenny Lind hier vroeger zong) deed mevr. de Vries al den rijkdom harer zeldzame, door ondervinding en studie gerijpte gaven uitblinken en spreidde zij eene virtuositeit ten toon die werkelijk iets heroïeks had” (Rotterdamsche Courant; 18-2-1860)

Op 20 februari 1860 zong zij het Nederlandse volkslied tijdens een concert ter gelegenheid van de 43ste verjaardag van Koning Willem III (Nieuw AmsterdamschHandels- en Effectenblad; 20-2-1860).

In juni 1860 werd bekendgemaakt dat Rosa de Vries van half oktober 1860 tot half maart 1861 verbonden zou zijn aan de koninklijke Italiaansche opera ‘Vittoria’ te Berlijn (Nieuwe Rotterdamsche Courant; 10-6-1860).

Rosa de Vries maakte op 20 oktober 1860 haar debuut in Berlijn en zong er de titelrol in ‘Norma’ in de Italiaanse Schouwburg:

“Die Nederlandsche artiste heeft ten volle den roem gehandhaafd, dien zij elders, en laatstelijk ook in haar Vaderland, mogt inoogsten. Het talrijk en aanzienlijk publiek gaf bij het einde van elk bedrijf, bij elke voorname scène zijne tevredenheid met geestdrift te kennen. Deze eerste debutvoorstelling mogt dan ook schitterend en het succes van Mevr. de Vries volkomen heeten” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 23-10-1860)

1861

Rosa de Vries was vanaf januari 1861 opnieuw verbonden aan het Amsterdamse gezelschap Italiaansche Opera. Daarmee trad zij op 10 januari 1861 in de Schouwburg van Amsterdam op in ‘Norma’ (Algemeen Handelsblad; 10-1-1861).

ITALIË

Eind 1861 was Rosa de Vries terug in Italië en zou er tot en met 1863 blijven:

“Mevr. de Vries v. Os is te Napels in de opera weder met grooten bijval opgetreden” (Utrechtsche Provinciale en Stads-courant; 18-11-1861)

Op 27 november 1861 zong zij in Napels in ‘Nabucco’. Volgens de kranten zou zij de rol van Fenena hebben vertolkt, maar waarschijnlijk was dit Abigaille:

“Ten opzigte van onze landgenoot Mevr. de Vries-van Os lezen wij in de Gazzetta Teatrali, welke op 28 Nov. jl. te Napels het licht heeft gezien, dat zij den vorigen avond aldaar was opgetreden in de rol van Fenena, in Verdi’s Nabucodonosor, en herhaaldelijk den luiden bijval van het publiek verworven en teruggeroepen was” (Algemeen Handelsblad; 7-12-1861)

1862

Rosa de Vries werkte op 25 maart 1862 mee aan de wereldpremière van de opera ‘Luisa Strozzi’ van Ernesto Viceconte in het Teatro San Carlo van Napels:

“Volgens berigten uil Napels, is onze beroemde landgenoote, mevr. Rosa de Vries van Os, den 26. Maart aldaar op het San Carlo-tooneel opgetreden in eene nieuwe opera van den jeugdigen Ernesto Viceconte, een leerling van den grooten Mercadante. Het sukces, door haar bij deze geheel nieuwe en moeijelyke kreatie behaald, is onbeschrijfelijk” (Utrechtsche Provinciale en Stads-courant; 3-4-1862)

“Met de levendigste geestdrift werd zij twaalfmalen teruggeroepen en uitgenoodigd eene aria en romance te herhalen. Na afloop der voorstelling begaf zich de maestro Mercadante in hare loge en verzekerde haar in de warmste bewoordingen, dat hij, zoo lang zij aan het San Carlo-tooneel bleef, geene andere tolk voor zijne eigene nieuwe creatien zou kiezen dan haar, omdat dan de toondichter zich zeker mag achten van de overwinning. Het schijnt niet twijfelachtig, dat bij het eindigen van het saizoen onze landgenoote een nieuw engagement als prima donna aan hetzelfde tooneel zal worden aangeboden – ofschoon de onzekere politieke omstandigheden in de Napelsche provinciën ook het lot van het San Carlo-tooneel voor het oogenblik onzeker maken” (Nieuw Dagblad van ’s Gravenhage; 3-4-1862)

Op 30 december 1862 behaalde Rosa de Vries een nieuw succes in de Scala van Milaan met de rol van Violetta in ‘Il Bravo’ van Saverio Mercadante, die zij in 1860 al in Turijn had gezongen:

“Volgens eene particuliere correspondentie uit Milaan, is onze beroemde stadgenoote Mevr. de Vries-van Os, op den 30n December jl. voor het eerst in dit saizoen opgetreden op het theater “Della Scala” aldaar. De voorstelling bestond uit de opera: ‘II Bravo’ van Mercadante, waarin zij de rol van Theodora zóó voortreffelijk vervulde, dat zij herhaaldelijk door het buitengewoon talrijk publiek werd toegejuicht en teruggeroepen” (Nieuw Dagblad van ’s Gravenhage; 10-1-1863)

1863

Rosa de Vries zong in juni 1863 in de Duitse stad Frankfurt de titelrollen in ‘Norma’ en Lucrezia Borgia’:

“Sedert eenige dagen bevindt zich onder de leden van het Italiaansche opera-gezelschap ter dezer stede, eene Hollandsche zangeres, mevr. de Vries-v. Os. Zij is tot heden opgetreden in de titelrollen van Norma on Lucretia Borgia en heeft in beide rollen zeer voldaan” (Nieuwe Rotterdamsche Courant; 25-6-1863)

In november 1863 was Rosa de Vries in Lissabon voorde titelrollen van ‘Lucrezia Borgia’ en ‘Semiramide’:

“Volgens het Jornal do Commercio van 12 dezer, heeft onze landgenoote Mw. de Vries-van Os, die aan het Theatre S. Carlos, te Lissabon, is geëngageerd, zich aldaar in de opera Lucrecia Borgia met den meesten bijval doen hooren. Zij genoot de eer van driemaal terugeroepen te worden. Genoemd blad wijdt veel lof aan de verdiensten van Mw. de Vries-van Os als zangeres en als tooneelspeelster. Zij wordt daarin genoemd eene zangeres, die eene krachtige stem heeft, vooral in de hooge en lage registers, en een goeden stijl naar de Italiaansche school gevormd. Zij zal eerstdaags in de opera Semiramide optreden” (Algemeen Handelsblad; 20-11-1863)

1864

Rosa de Vries bleef tot de lente van 1864 in Lissabon:

“Uit Lissabon wordt met vernieuwden lof gewaagd van den zang van de ned. zangeres Mevr. de Vries-v. Os aan de opera aldaar” (Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad; 24-2-1864)

NEDERLAND

Op 30 november 1864 was Rosa de Vries terug in haar geboortestad Den Haag en vertolkte in de Fransche Schouwburg de titelrol in ‘Norma’. Zij zou tevens nog zingen in ‘Il Trovatore’ en ‘Les Huguenots’ en trad met solisten, koor en orkest van de Fransche Schouwburg op in opera’s en concerten in diverse andere Nederlandse steden (Rotterdamsche Courant; 22-11-1864).

Op 27 december 1864 gaf het gezelschap een groot concert in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam. Het gebouw was vier maanden eerder op 16 augustus 1864 geopend (Algemeen Handelsblad; 29-12-1864).

1865

Rosa de Vries zong ook in de eerste maanden van 1865 nog bij de Fransche Opera te Den Haag in haar bekende glansrollen als Norma, Leonora in ‘Il Trovatore’, Lucrezia Borgia, Fidès in ‘Le Prophète’ en Valentine in ‘Les Huguenots’.

Rosa de Vries gaf op zaterdag 25 maart 1865 in de concertzaal Het Park te Amsterdam op 40-jarige leeftijd haar “afscheidsconcert” samen met de bariton Staegemann en de pianist Henri Litolff (Algemeen Handelsblad; 25-3-1865).

In mei 1865 zong Rosa de Vries echter nog in diverse opera’s te Praag:

“Mevr. de Vries v. Os oogste te Praag weder in onderscheiden opera’s nieuwe lauweren in” (Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad; 30-5-1865)

Daarna bleef het op muzikaal vlak tien jaren stil rondom Rosa de Vries.

1875

Rosa de Vries gaf op 6 maart 1875 samen met haar zoon, de bariton Maurice Devries nog een optreden in Het Park te Amsterdam (Het Nieuws van den Dag; 2-3-1875).

“Mevrouw Rosa de Vries-van Os is Zaturdag avond als een goede bekende ontvangen geworden, door het zeer talrijk publiek, dat in de Parkzaal aanwezig was. Die hartelijke ontvangst werd gevolgd door ovatiën, na ieder nummer door mevr. de Vries gezongen; ovatiën zooals ze in onze stad niet dikwijls voorkomen. Aan de uitingen van geestdrift scheen geen einde te komen; bloemen en kransen werden der zangeres vereerd, en telkenmale als zij aan het verzoek des publieks voldeed om nogmaals zijn hulde in ontvangst te nemen, stond bijna de geheele zaal als één man op; de heeren zwaaiden hun hoeden, de dames trilden van geestdrift. Ook de heer Maurits de Vries werd met ingenomenheid ontvangen en begroet. Toen, na het laatste nummer, mevr. de Vries werd teruggeroepen, vereerde het orchest haar met fanfares, een huldebetoon waarbij het publiek zich met warmte aansloot” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 9-3-1875)

“Helaas! de jaren zijn voor de menschelijke krachten wreede vijanden. De eenmaal beroemde landgenoote mevr. Rosa de Vries, die in den vreemde haar grootste triomfen vierde, is slechts de schaduw van hetgeen zij eenmaal geweest is. De jaren zijn gekomen en hebben aan het geluid volheid, welluidendheid en helderheid ontnomen, niets anders overlatende dan eene zuiverheid, die zich slechts eene enkele maal verloochent en eene kracht, die echter veelal in schrilheid ontaardt. De coloratuur heeft zich merkbaar beter dan het timbre gehouden” (Algemeen Handelsblad; 11-3-1875)

Op zaterdag 3 april 1875 vond dan het afscheidsconcert van Rosa de Vries plaats in Het Park te Amsterdam, opnieuw met haar zoon Maurice:

“Het afscheidsconcert van Mevrouw Rosa de Vries-Van Os werd Zaterdag in het Park door een zeer talrijk publiek bijgewoond, dat niet moede werd haar door toejuichingen blijken te geven van de achting, welke men hier Mevrouw De Vries toedraagt. Namens het Park-orchest werd haar een lauwerkrans met bijschrift aangeboden” (Het Nieuws van den Dag; 6-4-1875)

1880

Rosa de Vries werkte op 10 februari 1880 nog mee aan een Groot Militair concert in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag ten bate van getroffenen van de watersnoodramp van dat jaar (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 3-2-1880).

1889

Rosa de Vries stierf op 30 maart 1889 op 64-jarige leeftijd in Rome, tijdens een verblijf bij haar zoon Maurice, die aan de Opera van Rome verbonden was:

“Mevrouw De Vries laat vier kinderen na, die allen een eereplaats in de kunst innemen: Fidès (Mme Adler), Jeanne (die men eveneens hier ter stede heeft gehoord, o. a. als „Traviata”), Maurits (die eenige jaren aan onze Opera verbonden was) en Herman (basse). Met haren Maurits trok zij de wereld door; met hem woonde zij ook hier, zorgzaam wakende voor haren zoon; naast hem leefde zij nu te Rome, waar de vermaarde baryton thans aan de Opera verbonden is, en stierf zij” (Haagsche Dourant; 2-4-1889)

“En ook op het theater bleef de moeder aan hare plichten getrouw, stond in de coulissen altijd op haren post, gaf bij de minste onzekerheid den toon aan, en hield voor haren jongen een frisschen dronk gereed als hij zijn groote air in de Favorite had gezongen” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 8-4-1889)

“Nog een enkel woord omtrent de kunstenares Rosa de Vries. Zij bezat eene zeer omvangrijke stem van bijna drie octaven, zoodat zij in Le Trouvère even uitstekend Léonore als Azucena zong. Intusschen, het was minder de uitgestrektheid der stem, als wel hare qualiteit, die bewondering wekte: een geluid gespierd en fluweelig, krachtig en zoet, energisch en licht, van metaal en zalvend tevens. Met de meeste kunstvaardigheid, maar tevens met den grootsten eerbied voor den maëstro, zong zij hare rollen. De bevalligheid en correctie der fransche school paarde zij op gelukkige wijze aan de morbidezza der italiaansche. Zangeres en tragédienne tegelijk, wist zij met haar wonderlijken tact nimmer de grenzen te overschrijden, welke liggen tusschen het lyrisch drama en het treurspel: nooit werd de noot aan het gebaar opgeofferd, nooit verving het gebaar de noot. Maar dat alles wordt ook bij andere artisten gevonden; haar groote kracht zocht zij in de sympathieke strooming, die van haar uitging, en in de gemeenschappelijke aandoening, welke daaruit voortsproot. Het publiek hing aan hare lippen en werd door haar geëlectriseerd. Dat deed haar vurige ziel, die zelve wegsmolt in teederheid. Want “l’art c’est de la tendresse”” (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage; 8-4-1889)

Het stoffelijk overschot van mevr. Rosa de Vries van Os werd te Parijs ter aarde besteld (Java-bode; 4-5-1889).

Reportage