RECENSIE: Auber – La Muette de Portici

***
© Thomas Jauk
Dortmund, 13 maart 2020

‘La Muette de Portici’ Dortmund de mond gesnoerd

Vanwege het Coronavirus zijn alle openbare uitvoeringen van het Theater Dortmund tot en met 15 april 2020 afgezegd. Dit betreft ook de première van de opera ‘La Muette de Portici’ op 13 maart 2020. Deze première werd echter verruild voor een afsluitende, generale repetitie waarbij pers aanwezig was.

La Muette de Portici’ van de Franse componist Daniel François Esprit Auber (1782-1871) beleefde in 1828 zijn wereldpremière in Parijs. De opera vertelt over het lot van de stomme Fenella, die verleid en verlaten is door Alphonse, de zoon van de Spaanse onderkoning te Napels. Inmiddels is hij verloofd met Elvire. De visser Masaniello, Fenella’s broer, wil wraak nemen en leidt daarmee de opstand van de Napolitanen tegen de Spanjaarden.

‘La Muette de Portici’ is om diverse redenen een interessante opera. Ten eerste ontvlamde tijdens een uitvoering ervan in 1830 te Brussel het publiek aan het einde van de opvoering en was dat de aanleiding voor de Belgische revolutie tegen de Nederlandse heerschappij van Willem I, die leidde tot de Belgische onafhankelijkheid. Ten tweede was ‘La Muette de Portici’ dramatisch en muzikaal vernieuwend en werd de opera een opmaat voor een nieuw genre: de ‘Grand Opéra’. Ten derde is de bijzonderheid aan deze opera dat de titelrol zwijgend is en dus gedurende de hele uitvoering geen noot zingt.

Een nieuwe productie van ‘La Muette de Portici’ is een zeldzaamheid, dus het initiatief van het Theater Dortmund om de opera op te voeren is toe te juichen. Echter, voor deze nieuwe productie heeft men flink gesleuteld aan de compositie. Het begint al met de ouverture waarvan naar schatting zo’n 150 maten zijn geschrapt. Daarna is het prachtige Choeur de la Chapelle ingekort en het ballet verwijderd. Vervolgens wordt het – gecoupeerde – duet Alphonse/Elvire uit de derde akte na de finale I geplaatst, waardoor de muzikale symmetrie en spiegelstructuur van de opera verloren gaat. En dat zijn alleen nog maar de mutaties in de eerste akte…

Vooral valt het op dat alle aria’s en duetten gehalveerd zijn. In de eerste akte is Alphonse’s aria gecoupeerd, waardoor hij “slechts” twee hoge Cs zingt in plaats van drie – en waarom zingt hij hier “jeune fille” in plaats van “Fenella”? – en is de aria van Elvire gekortwiekt. Ook de Bacarolle van Masaniello in de tweede akte moet in de finale diverse maten missen. In de vierde akte zijn uit zowel de openingsaria van Masaniello als diens Air du Sommeil als ook de Cavatina van Elvire de tweede helften geschrapt en ook van Pietro’s openingsaria van de vijfde akte is deel twee verwijderd. De regisseur van deze productie schijnt niet veel op te hebben met aria’s en duetten, wellicht aangezien ze de actie vertragen.

Regisseur Peter Konwitschny (Frankfurt, 1945) kent men in Nederland nog van zijn onbevattelijke ‘Daphne’ en pornografische ‘Salome’, maar zijn ‘La Muette de Portici’ is nogal braaf. Het decor en de kostuumontwerpen van Helmut Brade zijn traditioneel en samen met de belichting van Ralph Jürgens zorgen zij voor een indrukwekkende, vuurrode finale als Fenella in de Vesuvius springt.

Niets meer dan een aardige vondst is tijdens het beroemde, bovengenoemde duet van Masaniello en Pietro in de tweede akte een defilé van bordkartonnen beelden met de hoofden van zes vrijheidsstrijders, waarvan de helft wordt onthoofd. Overigens detoneert Lenin hiertussen vanwege zijn haat en terreur.

Konwitschny is iemand die intelligent en met plezier een verhaal vertelt en door zijn ijzersterke personenregie maakt hij de trauma’s van Fenella goed duidelijk. Zo aanschouwt men tijdens de ouverture dat zij als kind misbruikt is, wat haar zwijgzaamheid kan verklaren. De spraakbarrière wordt nog eens extra benadrukt door de opera in twee talen te laten klinken. Het Spaans-Habsburgse hof zingt in het Frans, terwijl de Napolitanen onderling en Elvire tegen Fenella in het Duits zingen. Dit leidt ertoe dat het kwartet in de finale IV tweetalig wordt. Al met al klinkt het echter allemaal nogal geforceerd, kunstmatig en niet erg verfijnd.

Niets dan lof is er voor alle zangers die de ondankbare taak hadden een generale repetitie te geven met slechts pers in de zaal. De Zuid-Koreaanse sopraan Anna Sohn is een stralende Elvire. De tenor Mirko Roschkowski is geboren in Dortmund en is een vurige Masaniello. Zijn hoge C in de finale III vlamt en voor het effect voegde hij in de finale V nog een hoge C toe op “Mes armes!”. De Zuid-Afrikaanse tenor Sunnyboy Dladla is een sprankelende Alphonse en zijn landgenoot bariton Mandla Mndebele een intense Pietro. De actrice en zangeres Sarah Wilken danst en gesticuleert de zwijgzame titelrol van Fenella uiterst expressief.

Dirigent Motonori Kobayashi is sinds 2013 1. Kapellmeister en plaatsvervangend Generalmusik Direktor van het Theater Dortmund. Hij geeft met de Dortmunder Philharmonikern een nauwkeurige, maar ook enigszins docile lezing. Het “Grand” in ‘Grand Opéra’ moet men nog vinden. Het Opernchor des Theater Dortmund – door Konwitschny vaak fantasieloos opgesteld aan weerszijden van het toneel of in een rechte lijn – zong het a cappella “Prière” in de derde akte prachtig geconcentreerd en was opwindend in het “Honneur et gloire” aan het einde van de vierde akte.

Kortom, een productie voor de beginnende operabezoeker om het werk eens te ervaren, maar niet voor de gevorderde operaliefhebber of -kenner. Het ontstemt als de componist dusdanig aan de kant geschoven wordt als in deze productie. Echter, het Coronavirus legt ‘La Muette de Portici’ in Dortmund vanaf nu verder het zwijgen op. Het voornemen bestaat evenwel om de productie dit seizoen wellicht nog uit te voeren op 8 en 23 mei 2020.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie