RECENSIE: Krása – Brundibár

*****
© Thilo Beu
Bonn, 11 februari 2020

‘Brundibár’ in Bonn: expliciet, wrang en aangrijpend

Roerloos liggen de kinderen op de grond na de laatste noten van de opera ‘Brundibár’ in Bonn. Het galopperende geluid van een vertrekkende trein na het overwinningslied illustreert indringend het wrange einde.

De Oper Bonn presenteert de kinderopera ‘Brundibár’ van Hans Krása (1899-1944) met een reëel-fictieve raamvertelling van Lisa Sommerfeldt (1976). Actrice Barbara Teuber (1940) beschrijft in een monoloog van zo’n kwartier vóór en een kwartier na de opera op aangrijpende wijze het verhaal van het Joodse tienermeisje Vera Goldstein. De voordracht over haar ervaringen vanaf Kristallnacht, via haar optreden als de hond in ‘Brundibár’ in Theresienstadt, tot aan haar bevrijding in Auschwitz maakt enorme indruk zoals ook in 2014 in ‘Brundibár’ te Amsterdam het optreden van Ela Weissberger (1930-2018).

Voor de Oper Bonn heeft regisseur Mark Daniel Hirsch een expliciete benadering gekozen, anders dan ‘Brundibár’ in Brussel in 2012. In een elementair decorontwerp van Regina Rösing liggen aan het begin én na de laatste noten van de opera de kinderen roerloos op de grond. Het galopperende geluid van een vertrekkende trein na het overwinningslied illustreert indringend het wrange einde.

Hans Krása had ‘Brundibár’ in 1938 in Praag gecomponeerd op een tekst van Adolf Hoffmeister en nam de partituur in 1943 mee naar het concentratiekamp Theresienstadt, waar het zo’n 55 keer werd opgevoerd. Na de laatste voorstelling werden de meeste kinderen, die hadden meegezongen, afgevoerd naar Auschwitz en vergast. Ook Krása zelf werd in 1944 in Auschwitz vermoord.

In Bonn geeft een elfkoppige ensemble van het Projekt Orchester onder leiding van dirigente Ekaterina Klewitz een ongedwongen, gemeenzame sfeer aan de naïeve, maar stuwende muziek van Krása. Het Kinder- und Jugendchor des Theater Bonn zingt de opera in een nieuwe, Duitse vertaling van Pavel Kunz, Ulrike Gmeiner, Ekaterina Klewitz en Šárka Grondžel.

Aninka en Pepíček – uitstekend vertolkt door Lusine Khanzadyan en Maximilian Teschner – hebben geen vader meer en hun moeder is ziek. Voor haar willen de arme, berooide kinderen melk kopen op de markt. Daar treffen zij drie verkopers; de sympathieke Shadee Nefzi als de ijsverkoper, de innemende Inyaha Stockhausen als de bakker en de lekker brutale Laszlo Helbling als de melkboer.

Als Aninka en Pepíček zien hoe Brundibár – een geloofwaardig onguur portret van Delphine Lew Schneider – als orgelman geld verdient, proberen zij eveneens met een lied geld te verzamelen. Hun kinderstemmen kunnen zich echter niet meten met Brundibár, die de kinderen vervolgens verjaagd. Onverwacht krijgen zij echter hulp van een charmant dierentrio: Barbara Prada Rojas als de hond, Merle Claus als de kat en Louis Bungartz als de mus.

De dieren trommelen alle kinderen uit de buurt op en nu is het koor niet meer te missen. De hoed vult zich snel met munten, die Brundibár nog probeert te stelen, maar de slechterik onderschat het verbond van de kinderen. Met behulp van de kordate agent Mila Lehmann wordt de boosaardige figuur overwonnen. Door de kracht van vriendschap kunnen zwakkeren zelfs de meest sterkeren overwinnen. Deze boodschap van ‘Brundibár’ krijgt in Bonn een diepere dimensie als zij besluit met de reprise van het overwinningslied in de originele, Tsjechische versie.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie