RECENSIE: Rossini – La Cenerentola

***
© DNO
Amsterdam, 3 december 2019

DNO ‘La Cenerentola’ zonder pracht, praal en prestige

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen?

– De Nederlandse Opera (DNO) brengt een nieuwe enscenering van de opera ‘La Cenerentola, ossia La bontà in trionfo’ van Gioachino Rossini (1792-1868). Het is zo te horen de Zedda-editie van de opera, maar dat vermeldt het programmaboekje niet. De productie is een handjeklap van DNO met onder andere het Palau de les Arts Reina Sofía van Valencia, waar de vorige castingmanager van DNO nu intendant is. DNO beveelt overigens ‘La Cenerentola’ aan “voor de hele familie”, maar wel voor 8 jaar en ouder 🙂 ****

2. Zijn de zangers rollendekkend?

– Alle zangers hadden in het begin hoorbaar moeite om te wennen aan de matige akoestiek. De Amerikaanse mezzosopraan Isabel Leonard debuteert bij DNO als Angelina, maar heeft niet de benodigde vocale uitstraling. In haar finale rondo verzon zij noten, terwijl zij moeite had met de oorspronkelijke partij. Haar landgenoot Lawrence Brownlee heeft een lichte tenore di grazia voor Don Ramiro. De lage mannenstemmen zijn Italianen: de bariton Nicola Alaimo heeft niet de buffo-bas voor Don Magnifico, maar zet de stiefvader goed neer en vertolkt zijn derde aria uitstekend, Roberto Tagliavini heeft een mooie bas voor Alidoro en de bariton Alessio Arduini is na een matige start een prima Dandini met strakkere coloraturen. Sopraan Julietta Aleksanyan als Clorinda en mezzo Polly Leech als Tisbe van de DNO Studio zijn passend bezet als de stiefzusjes. ***

3. Is de dirigent betrokken bij het podium?

– De Italiaanse dirigent Daniele Rustioni heeft goed contact met het toneel (hij zingt mee en geeft vaak goed aan), maar je kunt ook overdrijven. Hij gedraagt zich als een clown, want vaak danst hij mee, dirigeert hij op zijn knieën tijdens pianissimi en acteert hij tijdens de recitatieven! Iedere vijf maten gaat hij met zijn handen door zijn haren en tijdens de rusten converseert hij met het publiek. Een grappenmaker als dirigent… ****

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid?

– De rusteloze Rustioni wordt te veel afgeleid en vergeet dan ook zo nu en dan de inzetten van de orkestleden… Het Nederlands Kamerorkest speelt echter als één geheel en het Mannenkoor van DNO leeft zich uit. ****

DRAMATURGISCH

5. Wordt er een verhaal verteld?

– De Franse regisseur Laurent Pelly (1962) staat bekend om zijn fijnzinnige gevoel voor komedie, maar zijn ‘La Cenerentola’ maakt de verwachtingen helaas niet waar. Pelly vertelt het verhaal van Assepoester duidelijk, onderhoudend en zonder inbeelding, maar de enscenering mist vindingrijkheid en Pelly’s doorgaans komische gevoel. ***

6. Komt de enscenering overeen met het libretto?

– Pelly houdt zich aan het libretto van ‘La Cenerentola’ en hij staat in dienst van librettist en componist. ****

7. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving?

– Het decor van Magnifico’s kasteel is een uitdragerij met de voor Pelly bekende beweegbare plateaus vol meubilair. Het paleis van Ramiro bezit geen pracht en praal, maar is als een lowbudget bordkartonnen interieur. Ook de kostuums zijn niet een bijzondere lust voor het oog en er zijn nauwelijks verkleedpartijen. En helaas zingt Assepoester tijdens haar finale rondo niet in een jurk, maar zonder veel allure in schoonmaakkleding. **

8. Hoe is de integratie regie – muziek?

– De solisten vertolken hun aria’s vaak fantasieloos aan de rand van het podium – soms op een plateau – en in de ensembles doen zij dikwijls overbodige dansjes. Het “temporale” van de tweede akte is niet erg inventief uitgebeeld. **

ALGEMEEN

9. Is de productie onderscheidend of spraakmakend?

– Een zwarte prins en een witte Assepoester zijn helemaal van deze tijd vol diversiteit en inclusiviteit. Verder is de productie op zich geen uitblinker. ***

10. Is de productie artistiek innovatief?

– De enscenering is niet progressief, maar dat is ook niet de intentie van Pelly. ***

11. Zijn er Nederlanders betrokken bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)?

– Er is nul Nederlandse betrokkenheid, zelfs de rollen van Clorinda en Tisbe kon DNO niet met Nederlandse zangeressen bezetten. *

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit?

– De première was niet uitverkocht en na de pauze waren nog meer stoelen leeg. Voor alle voorstellingen zijn er nog ruim voldoende plaatsen in alle rangen, zowaar voor Tweede Kerstdag! Dat zou tien jaren geleden ondenkbaar zijn geweest. Het is een indicatie dat DNO een hele generatie operaliefhebbers van zich heeft weten te vervreemden. Het huidige premièrepubliek dacht dat er na de eerste scène al een pauze is en applaudisseerde in het midden van Ramiro’s aria. Op naar de ‘La Cenerentola’ van Opera Luik met opnieuw een zwarte prins en witte Assepoester! **

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie