BOEKEN: Kajzar – ‘První wagnerovský tenor Josef Ticháček’

november 2019

 

Het openingsconcert van het Internationale Festival van Slavische Muziek in de Tsjechische stad Ostrava stond dit jaar in het kader van de legendarische Tsjechische heldentenor Josef Ticháček. Hiervoor werd de Nederlandse heldentenor Frank van Aken uitgenodigd om aria’s van Richard Wagner te zingen, waaronder fragmenten uit ‘Rienzi’ en Tannhäuser’, de opera’s waarin Ticháček tijdens de wereldpremière de titelrollen vertolkte. Tijdens het concert presenteerde de auteur Martin Kajzar de biografie ‘První wagnerovský tenor Josef Ticháček (1807-1886)’.

De Tsjechische auteur Martin Kajzar (1985) schreef de biografie ‘První wagnerovský tenor Josef Ticháček (1807-1886)’ in het kader van een dissertatie voor de vakgroep muzikale vorming van de pedagogische faculteit aan de universiteit van Ostrava. Zijn streven was een persoonlijk en artistiek profiel te schetsen van de belangrijke Tsjechische Heldentenor Josef Ticháček. Kajzar bezocht hiervoor in binnen- en buitenland archieven, bibliotheken en familieleden en gebruikte boeken, overzichten, jaarboeken, programma’s, brieven, kranten- en tijdschriftartikelen en recensies.

Kajzar opent met de jeugd van Ticháček, die op 11 juli 1807 werd geboren in de Tsjechische stad Teplice nad Metují. Hij bespreekt diens familie, jeugd, vroege muziekeducatie tussen 1807 en 1821 en zijn schooljaren tussen 1820 en 1827 in de Tsjechische stad Broumov.

Het begin van Ticháčeks carrière wordt beschreven in hoofdstuk 3. Ticháček studeerde tussen 1827 en 1830 in eerste instantie geneeskunde, maar liet dit voornemen vallen en nam vervolgens zanglessen in Wenen bij de Italiaanse pedagoog Giuseppe Ciccimarra (1790-1836). Deze tenor had in maar liefst zes wereldpremières van Rossini-opera’s had gezongen. De eerste zangrollen kreeg Ticháček tussen 1834 en 1838 aangeboden in in Graz en hij had in die jaren al zijn eerste gastoptredens in Wenen, Praag en Dresden.

Hoofdstuk 4 schetst het begin van Ticháčeks ruim 30-jarige engagement aan het Koninklijk Hoftheater van Dresden. Het was in die jaren in Dresden dat hij gecoacht werd door de sopraan Wilhelmine Schröder-Devrient. In Dresden zong Ticháček onder andere in 1838 in ‘Les Huguenots’ van Meyerbeer en tussen 1839 en 1842 gaf hij gastoptredens in Berlijn, München, Hamburg, Leipzig, Bremen, Lübeck, London, Manchester en Liverpool.

Kajzar bespreekt de eerste samenwerking van Ticháček en Richard Wagner in hoofdstuk 5. Voor de wereldpremière van ‘Rienzi’ op 20 oktober 1842 in Dresden had de componist de tenor uitgekozen aangaande de titelrol. Kajzar bespreekt het instuderen van de titelpartij en de wereldpremière die zes uur duurde. In hoofdstuk 6 komen de jaren 1843 tot en met 1845 aan bod, waarin Ticháček naast zijn optredens in Dresden gastoptredens verzorgde in Hamburg, Aken, Bratislava en Gdaňsk.

Hoofdstuk 7 behandelt de tweede samenwerking van Ticháček en Richard Wagner. Ticháček zong op 19 oktober 1845 in Dresden de titelrol in de wereldpremière van diens ‘Tannhäuser’ en de repetities, de oeropvoering en de hernemingen in Dresden en daarbuiten worden door Kajzar vermeld. In hoofdstuk 8 vervolgens de jaren 1846 tot en met 1849 in Dresden en gastoptredens in Wenen, Berlijn, Weimar, Frankfurt, Bremen, Magdeburg, Hamburg en Wrocław. In dit hoofdstuk toont Kajzar bovendien aan dat Ticháček een buitenechtelijke dochter had met de mezzosopraan Johanna Wagner, de nicht van de componist. De jaren 1850 tot en met 1862 in Dresden worden doorgenomen in hoofdstuk 9 met onder anderen optredens in ‘Le Prophète’ en ‘Idomeneo’.

De derde samenwerking Ticháček en Richard Wagner wordt in hoofdstuk 10 behandeld in het kader van de herneming van ‘Lohengrin’ in 1859 in Dresden en daarbuiten. Ticháčeks laatste jaren in Dresden tot en met 1870, gastoptredens in Stockholm, Göteborg, Amsterdam, Rostock, Hamburg, Magdeburg, Darmstadt, Bonn, Elberfeld, Praag, Brno en Wroclaw en zijn overlijden op 18 januari 1886 staan centraal in hoofdstuk 11. Kajzar schetst in het laatste hoofdstuk ten slotte nog de betekenis en nalatenschap van Ticháček; zijn onderscheidingen, interpretatieve kwaliteiten, collega’s en partners, repertoire en de stempel die hij op het heden heeft gedrukt.

Er bestond nog geen biografie over Josef Ticháček en derhalve is Kajzars ‘První wagnerovský tenor Josef Ticháček (1807-1886)’ een belangrijk boek. Het is een fraai gebonden uitgave met talrijke afdrukken van brieven, uittreksels, plattegronden, foto’s en affiches. De voetnoten staan overzichtelijk onderaan de pagina. Een essentiële biografie over een prominente tenor, die hopelijk in een Engelse vertaling zal worden uitgegeven om toegankelijk te zijn voor een groter publiek.

Ostravská univerzita, Ostrava (www.knihkupectvi.osu.cz)
2019, 160 Kč (= € 6.26)
ISBN 978-80-7599-112-6
278 blz, Hardcover

Boeken, Nieuwe Reportage