RECENSIE: Bizet – Les Pêcheurs de Perles

***
© Opéra Royal de Wallonie-Liège
Luik, 14 november 2019

Oude bekenden in Luikse herneming ‘Les Pêcheurs de Perles’

De Koninklijke Waalse Opera te Luik herneemt haar co-productie van de opera ‘Les Pêcheurs de Perles’ van de Japanse regisseur Yoshi Oïda. De stemmige en tevens onbewogen enscenering kan ook in een nieuwe, maar evenzeer oude bezetting niet geheel overtuigen.

De Koninklijk Waalse Opera (KWO) heeft een bijzondere band met de lyrische opera en met name het Franse repertoire neemt daar een belangrijke plaats in. Het is derhalve opmerkelijk dat het KWO in de afgelopen 25 jaren slechts twee producties van de opera ‘Les Pêcheurs de Perles’ van Georges Bizet (1838-1875) heeft gespeeld. Het gezelschap herneemt nu de sfeervolle, stemmige, vormelijke en maar ook onbewogen enscenering van de Japanse regisseur Yoshi Oïda. Deze co-productie vol nevelige en uitheemse illusie ging in 2012 in de Parijse Opéra-Comique in première en werd in 2015 naar Luik gebracht.

KWO presenteert ‘Les Pêcheurs de Perles’ in de versie van de wereldpremière uit 1863. Tot en met de jaren zestig van de vorige eeuw werd voor uitvoeringen van het werk gebruik gemaakt van een herziene partituur uit 1886 van Bizets uitgever en de gemutileerde editie van Léon Carvalho uit 1893 en kende men de opera dus slechts in de revisie van Bizet en niet in de oorspronkelijke versie. Pas vanaf die jaren zestig werden een piano-uittreksel van Bizet zelf en de dirigeerparticella ontdekt, die daarna de uitvoeringspraktijk bepaalden.

KWO engageerde voor de bezetting nieuwe, maar tevens oude zangers, die allen een relatie hebben met ‘Les Pêcheurs de Perles’. Zo is van Annick Massis in haar glansrol van Leïla 15 jaren geleden een live-opname op CD uitgebracht. De inmiddels 61-jarige, Franse sopraan is in Luik dikwijls helaas onverstaanbaar en in het forte zijn de noten niet meer strak, soms onzuiver en glansloos, maar er zijn – zoals in Léïla’s grote cavatina van de tweede akte – ingetogen prachtige momenten. Overigens werd de rol van Leïla tijdens de Parijse wereldpremière gezongen door de Belgische sopraan Léontine de Maësen, die in Esneux bij Luik werd geboren en studeerde aan het Koninklijke Conservatorium van Luik.

Ook de Franse tenor Cyrille Dubois was al op CD te horen in zijn succesrol van Nadir. Zijn slanke tenor heeft een onrustig vibrato en het legato laat nog altijd vaak te wensen over. De Belgische bariton Pierre Doyen is een enigszins stijve Zurga, zonder de facultatieve hoge A tijdens de inwijdingsscène in de eerste akte. Hun wereldberoemde duet “Au fond du temple saint” eindigt in deze originele versie niet met het da capo van de 1893 revisie, maar met het “Amitié sainte”, hier jammer genoeg zonder veel bravura vertolkt. De bariton Patrick Delcour zingt een thuiswedstrijd in de basrol van Nourabad en het koor staat nogal stijf en symmetrisch op het toneel.

Het Orkest van de Koninklijke Opera van Wallonië-Luik speelt onder de 86-jarige Franse dirigent Michel Plasson – hij nam de 1863-versie van ‘Les Pêcheurs de Perles’ in 1989 voor EMI op – uiterst verzorgd, maar ook bescheiden. Het vage exotisme zonder pretentieuze “couleur locale” geeft hij weer in al zijn lyrische schoonheid. De grote zaal van de Opéra Royal de Wallonie – het voormalig Théâtre Royal de Liège dat volgend jaar 200 jaar bestaat – met een capaciteit van 1033 zitplaatsen was uitverkocht.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie