DISCOGRAFIE: Wagner – Die Walküre

1.

Het is één van de teleurstellingen van de opnamegeschiedenis, dat de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler op 30 november 1954 aan longontsteking overleed voordat hij een opname van de complete ‘Der Ring des Nibelungen’ van Richard Wagner (1813-1883) kon voltooien. Gelukkig bestaan er van de integrale ‘Ring’ onder leiding van Furtwängler de Romeinse radio-opname uit 1953 en de Scala live-opname van 1950, maar het instrumentale spel van die beide orkesten en de geluidkwaliteit laten te wensen over. Derhalve stond Wilhelm Furtwängler tussen 28 september en 6 oktober 1954 in de Musikvereinsaal van Wenen voor de opname van ‘Die Walküre’ als opmaat voor een studio-opname van de complete ‘Ring’. De Romeinse bezetting was hiervoor in belangrijke rollen verbeterd.

De titelrol van Brünnhilde – de buitenechtelijke dochter van Wotan en Erda – werd gezongen door Martha Mödl. Zij vertolkte de rol in de Wiener Staatsoper 19 maal tussen 1953 en 1962 en in Bayreuth trad zij naast Brünnhilde ook nog op als Fricka en Sieglinde (zie 4.). Mödl is wellicht minder stralend dan andere Brünnhildes, maar haar interpretatie is de meest interessante van allen. Haar opstandigheid, liefde en jaloezie zijn onovertroffen. Ferdinand Frantz was een favoriet van Furtwängler en een authentieke Wotan. Hij vertolkt de oorlogsgod en heerser der goden met markante en zekere heldenbariton, ook al mist hij het inwendige gezag en de gevoelvolle levendigheid van andere vertolkers van de rol.

Een andere favoriet van Furtwängler was de heldentenor Ludwig Suthaus, voor wie de dirigent de wekere Wolfgang Windgassen van de Rome-uitvoering had ingeruild. Suthaus’ donkere, nostalgische klank en koperen glans, vocaal onuitputtelijke kracht, uitstekende verstaanbaarheid en schitterende tekstaanduiding zijn ideaal voor de partij van Siegmund, de buitenechtelijke zoon van Wotan met een Völsung. Als Siegmunds tweelingzus is te horen de sopraan Leonie Rysanek, die hier in haar geboortestad Wenen als enige buitenlandse in het Duitse team zong. Als Sieglinde had zij drie jaren eerder al in Bayreuth haar debuut gemaakt en ten tijde van deze opname pas 27 jaar oud vertolkt zij de rol met energie, glans en geestdrift.

Gottlob Frick behoorde vanaf 1953 tot een vaste gast in de Wiener Staatsoper. Hier 58 jaar heeft zijn bas in de laagte alle volle glans en resonansen voor Hunding, de echtgenoot van Sieglinde, in de tweede scène van de eerste akte. Margarete Klose zingt Fricka, de echtgenote van Wotan. Zij heerst in de eerste scène van de tweede akte met haar enorm krachtige nadruk op elke noot en elk woord. Een vorstelijker portret van de godin van familiewaarden is nauwelijks te vinden. Maar vooral dankzij Wilhelm Furtwängler is dit de meest monumentale lezing van ‘Die Walküre’. Zijn mystiek en zijn majesteitelijke visie zijn ongeëvenaard. Met de Wiener Philharmoniker kon hij hier zijn onbeschroomde, hartstochtelijke en dramatische lezing volmaakt verwezenlijken.
Naxos Historical 8.111056-58 (3CDs)

2.

Wilhelm Furtwängler dirigeerde tussen 4 maart en 4 april 1950 in het Teatro alla Scala van Milaan een live-uitvoering van ‘Der Ring des Nibelungen’, die op de radio werd uitgezonden. Het was de Scala-première van een complete ‘Ring’, waarvan op 9 maart 1950 ‘Die Walküre’ werd uitgevoerd.

Dit is de enige opname van een integrale ‘Ring’ met de Noorse sopraan Kirsten Flagstad als Brünnhilde en er zijn slechts drie complete opnamen van ‘Die Walküre’ met haar in de titelrol. De 55-jarige Flagstad zong hier in de Scala met glanzende stem en fenomenale stamina. Zij is uiteenzettend en uitstekend betrokken bij het drama en voorwaar zingt zij de hoge Cs bij haar opkomst “Ho jo to ho” in de tweede akte! Furtwänglers favoriet Ferdinand Frantz is hier opnieuw een grootse Wotan.

Ook hier een echte Heldentenor als Siegmund. Günther Treptow was lid van de paramilitaire Sturmabteilung en de Nazi-partij, totdat men in 1934 ontdekte dat hij van moederskant als niet-ariër gold. Josef Goebbels zou hem echter een “Sondergenehmigung” hebben verleend om weer op te treden.* Treptow maakte hier als opwindende Siegmund zijn Scala-debuut en geeft een gespierde interpretatie met een helder timbre. De Weense sopraan Hilde Konetzni was de grote Sieglinde van 1936 tot 1953 en er bestaan zo’n tiental live-opnamen van haar in deze rol. Haar Sieglinde is beheerst en formeel en te allen tijde behoudt haar sopraan de nostalgie en tederheid zelfs in haar brede kopregister.

Dit is de enige opname van de Weense bas Ludwig Weber als Hunding. De grootte van zijn bas laat zich op deze opname niet goed beoordelen en hij is hier af en toe onvast, maar zijn brede bas en uitstekende dictie zijn uniek! Ook is dit de enige opname van de Duitse mezzo Elisabeth Höngen als Fricka. Haar godin is geweldig dwingend en gebiedend, echter zonder de waardigheid en statigheid van Klose. Het Orchestra del Teatro alla Scala is beter dan het orkest van de RAI met vollere strijkers en zekerdere hoorns. Helaas is er een grote coupure in de monoloog van Wotan van de tweede scène van de tweede akte.
Music & Arts CD-914 (cycle) (12CDs)

* Klee – Das Kulturlexikon zum Dritten Reich; Wer war was vor und nach 1945 (Frankfurt am Main: Fischer Verlag, 2007)

3.

De Joods-Weense dirigent Erich Leinsdorf had in september 1961 de muzikale leiding over een studio-opname van ‘Die Walküre’ in de Walthamstow Hall van Londen. Leinsdorf wist de lange carrière over de sopraan Birgit Nilsson te wijten aan haar Zweedse afkomst, aangezien Wagner volgens hem nadenkende, geduldige en systematische personen vereist. Nilsson had in 1954 haar roldebuut als Brünnhilde gemaakt bij de Bayerische Staatsoper van München in de complete ‘Ring’. Haar grote en krachtige stem maar ook gevoeligheid maken haar één van de belangrijkste Brünnhildes van de twintigste eeuw. Nilsson maakte in 1965 nog een studio-opname als de ‘Walkure’-Brünnhilde onder leiding van Georg Solti in Wenen met een zwakkere bezetting en een akoestisch te ruimtelijke weergave.

George London had de ‘Rheingold’-Wotan al in 1958 voor Decca onder leiding van Georg Solti opgenomen en zou zijn roldebuut als de ‘Walküre’-Wotan in mei 1962 in de complete ‘Ring’ in Keulen geven. Tijdens deze studio-opname zong de Amerikaanse bas-bariton dus deze partij voor het eerst. London is een ruwe, bijna demonische Wotan, die de laatste medeklinkers uitspuugt. Zijn energie, innerlijke vuur, donkere stem en diepe uitdrukking personifieert hij Wotan volkomen. In het seizoen 1963/1964 uitte zich een stembandverlamming bij London, die in 1967 voor een voortijdig einde van zijn carrière zorgde.

Sieglinde was de glansrol van de Nederlandse sopraan Gré Brouwenstijn. Zij zong Sieglinde in Wenen tien keer en slechts één seizoen in Bayreuth in 1956. Zij klinkt deftig, als een koningin van het Völsungen-ras. Haar timbre is romig, haar dictie fraai, maar haar vibrato onrustig. De Canadese tenor Jon Vickers had in 1958 zijn debuut in Bayreuth gemaakt als Siegmund en de rol in 1960 in de Metropolitan Opera van New York gezongen. Zowel de heldische als de lyrische elementen beheert hij uitstekend en zijn hoogte is opvallend breed.

De Schotse bas David Ward had twee jaren eerder zijn debuut in Covent Garden gemaakt als Pogner in ‘Die Meistersinger von Nürnberg’, zong er in 1960 Hunding en later zelfs Wotan. Zijn Hunding hier is fors en geloofwaardig. Leinsdorf had op korte termijn de geëngageerde Grace Hoffman voor de rol van Fricka vervangen, omdat zij hem ooit had verzocht de maat duidelijker te slaan. Dit leidde tijdens deze opname van ‘Die Walküre’ ertoe dat Nilsson en London gingen staken, totdat zij erin waren geslaagd dat Hoffman haar gage toch kreeg*. Hoffman werd vervangen door de Belgische mezzo Rita Gorr, die Fricka ten tijde van deze opname in Covent Garden onder leiding van Solti zong en een weelderige en onverschrokken Godin van het huwelijk neerzet. De lezing van Leinsdorf is werkelijk overrompelend. Bekend vanwege zijn koele controle is zijn versie vol energie en expansie en speelt het London Symphony Orchestra heerlijk gul.
Decca The Compact Opera Collection 0289 470 443-2 (3CDs)

Birgit Nilsson – La Nilsson; Mein Leben für die Oper (Frankfurt am Main: Krüger Verlag, 1997)

4.

Deze live-opname van ‘Die Walküre’ werd op 25 juli 1954 tijdens de Bayreuther Festspiele gemaakt. Max Lorenz viel hier op het laatste moment als Siegmund in voor Ramón Vinay, die in dat seizoen in Bayreuth niet de geplande drie, maar toch slechts één rol voor zijn rekening nam. Wieland Wagner was echter niet bereid tot een extra repetitie voor Lorenz, die op de dag van de voorstelling in Bayreuth aankwam. Dit had toch gevolg dat de improvisaties van de zangers zich uitten in een dramatisch spanningsveld en een muzikaal spannende uitvoering met de belangrijkste Wagnerzangers van de 20ste eeuw.

Van Max Lorenz bestaan drie opnamen van complete ‘Die Walküre’ als Siegmund. Hij was hier van het ensemble de enige zanger die nog had opgetreden in het voor-oorlogse Bayreuth, waar hij in 1933 op 32-jarige leeftijd zijn debuut had gemaakt als de jonge én oude Siegfried. Hier tegen het einde van zijn Wagner-carrière is Lorenz – nog meer als doorgaans – onnauwkeurig, maar heerlijk breed, open en altijd opwindend. Dit zou zijn laatste gastseizoen in Bayreuth zijn.

De Zweeds-Amerikaanse sopraan Astrid Varnay had in 1951 als Brünnhilde haar Bayreuth-debuut gemaakt in de complete ‘Der Ring des Nibelungen’ en zong de ‘Walküre’-Brünnhilde in Bayreuth maar liefst gedurende elf seizoenen. Haar brede sopraan, enorme “Durchslagskraft” en solide hoogte zijn overweldigend. Varnay en Martha Mödl wisselden hun rollen van Brünnhilde en Sieglinde in Bayreuth om de cyclus in 1954 en 1955. Voor Martha Mödl was dit haar eerste Sieglinde in Bayreuth en zij is vocaal onzeker (verkeerde noten al bij “Müde liegt er von Weges Mühn” en andere tekstuele foutjes), maar altijd interpretatief interessant.

De Duitse bas-bariton Hans Hotter zong de ‘Walküre’-Wotan al tijdens zijn eerste Bayreuth-seizoen in 1952 en vertolkte er de rol tot en met 1966 gedurende negen seizoenen. Hotters Wotan is zachtzinnig met goddelijke dimensie en zijn hartstocht is de derde akte is groots. Zijn nasaliteit is echter een kwestie van smaak; later gaf hij toe dat hij door zijn stem in zijn neus te stoppen nog mooi tien jaar zijn brood had kunnen verdienen. Wotans echtgenote Fricka werd gezongen door de Kroatische mezzo Georgine von Milinkovič, die in dit seizoen haar Bayreuth-debuut maakte. Haar Fricka is niet zozeer majestueus als wel fel en driftig.

Josef Greindl had zijn Bayreuth-debuut gemaakt in 1943 als Veit Pogner in ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ en zong er zijn glansrol Hunding maar liefst in elf seizoenen. Zijn grote, brede bas is ideaal voor de knorrige Hunding. Birgit Nilsson maakte hier als Ortlinde haar Bayreuth-debuut en zong in hetzelfde seizoen Elsa in ‘Lohengrin’.

Joseph Keilberth dirigeerde ‘Der Ring des Nibelungen’ in Bayreuth gedurende vijf seizoenen tussen 1952 en 1956. Hij was een echte zangersdirigent, die zowel begeleidde als leidde. Hij draagt ‘Die Walküre’ intensief en geconcentreerd, vol vloeiende tempi. Keilberth overleed aan een hartaanval op 20 juli 1968 tijdens de Prelude van ‘Tristan und Isolde’ in München op dezelfde plaats waar Felix Mottl op 21 juni 1911 door een hartinfarct dodelijk werd getroffen tijdens diens 100ste uitvoering van ‘Tristan und Isolde’ in München.
Archipel ARPCD 0282-3 (3CDs)

5.

Het Nederlandse echtpaar Frank van Aken en Eva-Maria Westbroek zong in drie producties van ‘Die Walküre’ samen als Siegmund en Sieglinde: in de Metropolitan Opera van New York, het Gran Teatre del Liceu van Barcelona en de Oper Frankfurt. In Frankfurt werd van fragmenten uit de zeven voorstellingen van ‘Die Walküre’ in oktober en november 2010 een CD-uitgave gemaakt, die de volmaakte chemie van het Wälsungenpaar laat horen.

Frank van Aken heeft voor de rol van Siegmund zowel de passende, robuuste laagte, als ook de heerlijk stralende hoogte. Luister naar de testcases “Wälse” en Wälsungen-Blut” in de eerste akte! Zijn altijd eerlijke geluid en uiterst gevoelige nuanceringen maken zijn Siegmund een ware held van vlees en bloed. Sieglinde is de glansrol van Eva-Maria Westbroek en teder in de eerste akte, hartverscheurend in de tweede en aangrijpend in de derde akte is zij verrukkelijk bij elke noot. Aan het einde van deze eeuw zal men over Van Aken en Westbroek spreken, zoals men nu praat over Melchior en Lehmann (zie Bonus 1.)

De Britse sopraan Susan Bullock is helaas een vocaal te dunne en geknepen Brünnhilde, die slechts in de lyrische passages tot haar recht komt. De Noorse bas-bariton Terje Stensvold heeft als Wotan een mooie klank – “die Nase soll in der Stimme sein”, niet andersom zoals bij Hotter – en zingt gedifferentieerd met prachtige fraseringen. De Estse bas Ain Anger is een robuuste Hunding en de Zweedse mezzosopraan Martina Dike is een slanke Fricka.

De General Musikdirektor van Oper Frankfurt Sebastian Weigle heeft helaas niet de grip op de grote gevoelens en het Wagner-idioom zoals voorgaande grootmeesters en geeft geen organische lading aan het geheel, ook al vlammen de dramatische passages soms weldegelijk. Een opname die iedere Nederlandse operaliefhebber vanwege het echtpaar Van Aken/Westbroek in de kast moet hebben staan!
Oehms OC936 (3CDs)

BONUS:

1.

Deze uitvoering van ‘Die Walküre’ op 30 maart 1940 was een gastvoorstelling van de Metropolitan Opera in het Boston Opera House. De voorstelling werd op de radio uitgezonden en op CD uitgebracht. De opname laat zes grote Wagnerzangers in hun belangrijkste rollen horen. De Australische sopraan Marjorie Lawrence zong hier de titelrol en haar levensverhaal mag bekend worden verondersteld (zie Boeken). Er bestaan vijf complete live-opnamen van ‘Die Walküre’ met Lawrence als Brünnhilde, waarvan slechts twee op CD zijn verschenen. Zij maakte in 1932 haar roldebuut als Brünnhilde in Nantes en op 18 december 1935 als Brünnhilde haar Met-debuut. De stem is krachtig en klinkt groot en haar aanzetten zijn stevig en onbelemmerd, maar niet onstuimig. Er is voortdurend een onderstroom van fijnzinnig gevoel en in de tweede akte in de scène met Wotan en de “Todesverkündigung” is haar sopraan rijk en fluwelig. Zij is met haar muzikale fraseringen en verstaanbare dictie een ideale godendochter.

De Joods-Hongaarse bas-bariton Friedrich Schorr zong in de Met tussen 1924 en 1943 in ruim 450 uitvoeringen en had er de ‘Walküre’-Wotan voor het eerst gezongen tijdens een gastvoorstelling in Philadelphia op 11 maart 1924. Zijn Wotan toont grote innerlijke autoriteit, ook al heeft zijn stem hier uiteraard niet meer de vocale glans van weleer. De Deense tenor Lauritz Melchior zong de rol van Siegmund tussen 1924 en 1949 183 keer. In het piano is zijn stem niet altijd open en klinkt hij soms gerookt, maar in het forte heeft zijn stem adembenemede klaroenstoten en hij geeft oneindig veel kleuren aan de woorden. Zijn “Wälse” van niet minder dan 17 seconden is spectaculair!

Dit is één van de twee opnamen van complete uitvoeringen van ‘Die Walküre’ met de Duitse sopraan Lotte Lehmann als Sieglinde (de radio-uitzending van een voorstelling in de Met op 16 januari 1937 is nog niet op CD verschenen). Zij had haar roldebuut als Sieglinde al op 9 januari 1914 in Hamburg gemaakt, kwam begin jaren dertig onder valse voorwendselen naar Amerika (zie Boeken) en maakte op 11 januari 1934 haar Met-debuut als Sieglinde naast Melchior en Emanuel List. Lehmann is een ideale, lyrisch-dramatische Sieglinde. Door haar volle inzet klinkt de stem niet altijd warm, zijn er onzuivere momenten en is de hoogte geforceerd, maar de rijke stem, straling en interpretatie maken haar Sieglinde exceptioneel. Meer opwindende expressie, emotie en vocale schoonheid in de rol had na haar alleen Eva-Maria Westbroek. Overigens zijn de Berlijnse studio-opnamen van de eerste twee akten uit ‘Die Walküre’ van 1935 met Melchior en Lehmann onder leiding van Bruno Walter verplichte luisterliteratuur voor iedere operaliefhebber.

Emanuel List was de grote Hunding van de Met. De Joods-Oostenrijkse bas was in 1933 naar Amerika gevlucht en maakte in datzelfde jaar reeds zijn debuut aan de Met. Pas in 1950 keerde hij weer terug naar Berlijn. Hij portretteert met zijn korrelige, bronzen stem, enorm brede hoogte en verstaanbare bas een angstaanjagende, grimmige Hunding. De Zweedse mezzo Kerstin Thorborg had als Fricka op 21 december 1936 haar Met-debuut gemaakt naast List, Schorr en Melchior. Zij geeft gewicht aan de woorden van de godin met vocale kracht, schoonheid, expressiviteit, subtiliteit en intelligentie. Kerstin Thorborg is naast Margarete Klose de meest majesteitelijke en indrukwekkende Fricka op CD.

Opnieuw Erich Leinsdorf als dirigent (zie 3.). De Joods-Weense dirigent was in 1937 – net voor de “Anschluss” van Oostenrijk in maart 1938 – naar de Verenigde Staten gevlucht. Daar werd hij assistent-dirigent van de Met en had hij met ‘Die Walküre’ op 21 januari 1938 op zijn 25ste zijn Met-debuut gemaakt met List en Thorborg in hun glansrollen. Leinsdorfs lezing heeft gezag, vitaliteit en flow. Sommige tempi zijn vlug, maar de grote frasen krijgen altijd tijd om te spreken, ademen, ontvouwen en bloeien. Een uitvoering met kracht, intensiteit en dramatische impuls.
Myto Historical 992 H027 (3CDs)

2.

Een brand verwoestte op 1 mei 1951 het Grand Théâtre van Genève tijdens de eerste opvoering in de productiereeks van ‘Die Walküre’. Hierdoor werden de andere voorstellingen van de serie in de Victoria Hall van Genève concertante uitgevoerd. Een opname van de tweede uitvoering op 4 mei 1951 is bewaard gebleven.

Dit is de enige complete opname van de Weense, hoogdramatische sopraan Gertrude Grob-Prandl als de ‘Walküre’-Brünnhilde. Hier op haar 33e is zij een sensationele ‘Walküre’-Brünnhilde door de enorme intensiteit en ‘Durchschlagskraft’ van haar stem. Irmgard Seefried zei ooit dat de muren beefden toen Grob-Prandl Turandot zong en een voorstelling van ‘Turandot’ werd eens door brandweerlieden onderbroken, omdat buiten de voorbijgangers haar stem voor een brandalarm hadden aangehoord. En niet slechts haar volume, maar ook haar tekstuitdrukking is opzienbarend.

De Duitse bas Ludwig Hofmann was hier inmiddels 56 jaar en had al zo’n 25 jaren basrollen van Wagner in alle belangrijke operahuizen van de wereld gezongen. Hier is hij Wotan met grote autoriteit. Zo sonoor hoort men “Als junger Liebe Lust mir verblich” in de tweede akte zelden. In het centrale deel van zijn finalemonoloog is hij de tekst overigens volledig kwijt. Hofmann zou vier jaren later zijn laatste optreden geven als Wotan in ‘Der Ring des Nibelungen’ te Brussel.

De Zweedse tenor Torsten Ralf zong in de jaren vijftig alle grote Wagner-rollen – behalve Siegfried – en is een slanke, maar stralende Siegmund. Zijn oudere broer Oscar had overigens in 1927 Siegmund in Bayreuth gezongen, maar hijzelf zong er nooit. Torsten Ralf zou drie jaren later plotseling op 53-jarige leeftijd overlijden. De Duitse sopraan Helene Werth was vast verbonden aan de Staatsoper van Hamburg en is hier een sterke en empathische Sieglinde. Luister naar haar stralende “Nicht sehre dich Sorge um mich” in de laatste akte. Hier kondigt zich de Venus, Kundry, Isolde en Brünnhilde aan die zij later in de jaren 50 zou vertolken.

De Duitse bas Herbert Alsen is een solide Hunding en Georgine von Milinkovič opnieuw een druilerige Fricka (zie ook 4.). De Zwitserse dirigent Robert F. Denzler had al in 1911 en 1912 als korrepetitor in Bayreuth gewerkt en tussen 1925 en 1931 de Wagner-Festspiele van Genève georganiseerd. In Zürich had hij de muzikale leiding gehad over de wereldpremières van ‘Lulu’ van Berg (1937) en ‘Mathis der Maler’ van Hindemith (1938). Denzler geeft hier een bevlogen lezing met het Orchestre de la Suisse Romande, waarbij hij al sinds de jaren twintig als gastdirigent optrad. Helaas zijn er in de eerste en tweede scène van de tweede akte forse coupures gemaakt.
Gebhardt JGCD 0056-3 (3CDs)

3.

De Duitse sopraan Henriette Gottlieb was in 1930 tijdens het Wagner Festival in Parijs één van de Walküren naast Frida Leider en Nanny Larsen-Todsen. Het Franse platenlabel Pathé besloot tot een studio-opname van omvangrijke scènes uit ‘Der Ring des Nibelungen’, die in 1930 in Parijs met de bezetting van het Festival werden gemaakt. Van ‘Die Walküre’ werd driekwartier op de plaat vastgelegd.

Henriette Gottlieb nam voor de opnamen de Brünnhilde-partijen van de drie laatste ‘Ring’-delen voor haar rekening, ook al had zij – mogelijk vanwege haar geringe lengte – de rol nooit op het toneel gezongen. Na de machtsovername van de Nazi’s in 1934 zou de Joodse sopraan in Duitsland niet meer kunnen optreden. Zij bleef in Berlijn wonen en werd op 24 oktober 1941 met haar echtgenoot opgepakt en naar het concentratiekamp Łódź in bezet Polen gedeporteerd, waar zij op 2 januari 1942 allebei zijn omgekomen.

In de opening van de eerste scène van de tweede akte hoort men de jubelende Henriette Gottlieb met alle hoge Bs en Cs. Naast haar de hier pas 30-jarige Ludwig Weber als een werkelijk fenomenale Wotan. In een klein half uur fragmenten uit de derde akte hoort men hen ontroerend in het duet “Nicht weise bin ich” en Weber fantastisch in de finale “Leb’ wohl, du kühnes, herrliches Kind!”.

Daarvoor nog uit de derde scène van de eerst akte een kwartier fragmenten met de Berlijnse heldentenor Walter Kirchhoff als een vurige, vocaal brede Siegmund en de Beierse sopraan Olga Schramm-Tschörner als een innemende Sieglinde. Dirigent Franz von Hoesslin is buigzaam in de traditie van die tijd. Een must-have voor alle Wagnerliefhebbers! Zo zong men Wagner in het interbellum!
Gebhardt JGCD 0016-3 (3 CDs)

Discografie, DVD / CD Recensies 2019, Nieuwe Discografie