RECENSIE: Weinberger – Švanda Dudák

****
© Karl und Monika Forster
Gelsenkirchen, 5 juli 2019

Weinbergers ‘Švanda Dudák’ in Gelsenkirchen, een buitenkans !

Het opera-aanbod in de Duitse stad Gelsenkirchen brengt dit seizoen de zeer zelden opgevoerde opera ‘Švanda Dudák’ van Jaromír Weinberger, nog steeds één van de meest ondergewaardeerde componisten van de 20ste eeuw.

Švanda Dudák’ aka ‘Schwanda de Doedelzakspeler’ van de Tsjechische componist Jaromír Weinberger (1896-1967) was tot aan de Nazi-horror enorm populair in Europa, maar is eigenaardig genoeg nooit in Nederland opgevoerd. Wel werd de opera in 1931 in Antwerpen uitgevoerd onder leiding van dirigent André Cluytens. Ondertussen zijn er wel vijf complete CD-opnamen – in het Duits, Tsjechisch en Italiaans – op de markt, waarvan die onder leiding van Heinz Wallberg veruit de beste is. Naoorlogse theateropvoeringen zijn slechts op één hand te tellen, waarvan een voorstelling in Sadler’s Wells (1959, in het Engels bovendien) te beluisteren is op YouTube.

Maar nu dus een buitenkans om het werk te zien in het Musiktheater im Revier te Gelsenkirchen. En wat een buitenkans! Wanneer de zeer talrijk aanwezige jonge kinderen een staande ovatie gaven met luidkeelse bravo’s, dan beseft de recensent dat het wel erg goed snor zat met de uitvoering van deze sprookjesachtige, Tsjechische ‘volksopera’.

Verantwoordelijken voor dit enorme succes waren enerzijds de regie en de decors van Michiel Dijkema en de kostuums ontworpen door Jula Reindell. Wat zij hier ten berge brachten was van een zelden geziene kwaliteit en schoonheid. Eigenlijk geniaal en een uitstekend visitekaartje voor het werk. Voor Dijkema’s regie komen de superlatieven te kort. Zijn regie was origineel, ontroerend, spannend, visueel attractief en had een groot oog voor detail. Never a dull moment! De IJskoningin-scène was oogverblindend evocatief met prachtige sneeuw en lichteffecten, deze laatsten in de handen van ontwerper Thomas Ratzinger. De hel-scène kreeg van het talrijke publiek zelfs een open doekje – nog nooit eerder meegemaakt in Europese theaters – en de manier waarop Dijkema onder andere het kaartspel tussen Babinský en de Satan regisseerde was ronduit verbluffend.

Het zangers-arsenaal daarentegen was spijtig genoeg weinig indrukwekkend en ging van behoorlijk (Schwanda) tot net acceptabel. Maar scenisch was het wel top en de zangers brachten het beste van zichzelf in rolinterpretatie met als absolute uitblinker de duivel van de Duitse bas Joachim Gabriel Maaß. De Italiaanse dirigent Giuliano Betta wist de Neue Philharmonie Westfalen te enthousiasmeren en dirigeerde met ‘gusto’, maar ging soms iets te veel voor jazztonen.

Deze productie behoort werkelijk tot het beste wat de afgelopen jaren in Europese operahuizen is vertoond en verdient sowieso een DVD-release met dan een betere cast. Er zijn nog voorstellingen eind augustus en begin september 2019. Mis deze kans niet !

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie