RECENSIE: Debussy – Pelléas et Mélisande

***
© Matthias Baus
Amsterdam, 5 juni 2019

DNO ‘Pelléas et Mélisande’ plus du même

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen? *****

– De Nationale Opera speelt een nieuwe productie van ‘Pelléas et Mélisande’ (1902) van de Franse componist Claude Debussy (1862-1918). De opera wordt integraal gespeeld. De pauze valt na de derde akte.

2. Zijn de zangers rollendekkend? ****

– De bezetting is een copy/paste van zangers uit eerdere producties elders. De Russische sopraan Elena Tsallagova zong Mélisande al in Parijs. Zij vertolkt de mysterieuze prinses niet zozeer naïef, breekbaar, twijfelmoedig, onschuldig of droevig, maar eerder volwassen, elegant, kil en eenvoudig. De Amerikaan Paul Appleby zong Pelléas al in de Met en een tenor past prima in de partij. Hij is niet de verlegen jongeling, maar vertolkt de rol jeugdig, elegant en gevoelig. De Iers-Amerikaanse bariton Brian Mulligan zong Golaud al in Frankfurt. In de eerste akte is hij mooi gevoelig en gaandeweg zet hij de prins goed krachtiger neer. De Britse bas Peter Rose zong Arkel al in Wenen. Hij is een wijze, rustige, gedistingeerde en bezonnen koning van Allemonde en zijn monoloog in de vierde akte zingt hij werkelijk fantastisch. De jonge Franse mezzo Katia Ledoux bezorgt een adequate briefscène van Geneviève in de eerste akte, maar is vocaal helaas nog te jong voor de rol. Yniold is een lid van het Tölzer Knabenchor en hij vertolkt de partij eersteklas. Allen zingen uitmuntend Frans.

3. Is de dirigent betrokken bij het podium? *****

– De Fransman Stéphane Denève dirigeerde ‘Pelléas et Mélisande’ al in 2005 bij de Royal Scottish National Orchestra. Hij is een uitstekende zangersdirigent, heeft goed contact met het podium, geeft de inzetten van de zangers uitstekend aan en souffleert hen sympathiek.

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid? ***

– Het Koninklijk Concertgebouworkest biedt een prachtig uniforme klank in een romantische lezing met fraai ritmische stromingen. De tempi zijn echter af en toe slepend. De orkestrale interpretatie is niet zozeer sprookjesachtig, dramatisch, neurotisch of geheimzinnig, maar eenvoudigweg lyrisch zonder echt scherpe kleurcontrasten.

DRAMATURGISCH

5. Komt de enscenering overeen met het libretto? **

– De enscenering van deze ‘Pelléas et Mélisande’ is in handen van de Franse regisseur Olivier Py (1965). De handeling op het toneel komt te vaak niet overeen met de tekst en dat irriteert op den duur.

6. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving? *

– Het decorontwerp is typerend voor de ensceneringen van Py. Het is een grootse, grauwe speeldoos met trappen à la Pierre Audi en zwart-witte tinten. De personages klauteren op en af zonder richting of doel. De op- en afbouw van elk decor door zo’n twintig mannen gaat telkens weer ten koste van de intimiteit van de scènes. De kostuums zijn banaal: Onschuldige personages hebben witte kostuums, boosaardige personages zwarte en alles daartussenin is grijs.

7. Wordt er een verhaal verteld? **

– Py weet het verhaal van ‘Pelléas et Mélisande’ niet goed te uit te beelden. De toch al adynamische scènes van het libretto zet hij te statisch neer om te kunnen boeien. Een goede vondst was het om de dokter – die pas in de laatste akte zingt – al te laten verschijnen na de val van Golaud en bij de zieke vader van Pelléas.

8. Hoe is de integratie regie – muziek? **

– Er is nauwelijks personenregie of interactie tussen de personages. De zangers zingen slechts voor zich uit naar het publiek.

ALGEMEEN

9. Is de productie onderscheidend of spraakmakend? **

– Deze enscenering van ‘Pelléas et Mélisande’ lijkt quasi een kopie van Py’s ‘Hamlet’ uit Brussel 2010. Ook toen bevatte het zwarte decor trappen en waren de kostuums zwart en wit.

10. Is de productie artistiek innovatief? **

– De productie is karakteristiek voor het oeuvre van Py en de Franse regisseur toont hiermee geen ontwikkeling in zijn creaties.

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)? *

– De enige Nederlandse bijdrage wordt geleverd door Michael Wilmering als de Dokter. Zijn bariton heeft helaas niet de laagte voor deze baspartij. Enerzijds zegt zo’n casting iets over de onwetendheid van zang bij DNO, anderzijds zou een zanger zich ook niet moeten laten verleiden tot een ongeschikte partij. Geneviève is bezet door een jonge zangeres van de operastudio van Zürich, terwijl hier een (wellicht oudere) Nederlandse mezzo meer op haar plaats was geweest.

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit? ****

– De premièrevoorstelling was uitverkocht. Na de pauze waren er echter veel lege plaatsen in de zaal… Op naar het volgende seizoen!

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie