RECENSIE: Abraham – Märchen im Grand Hotel

***
© Andreas Etter
Mainz, 20 april 2019

‘Märchen im Grand Hotel’ als kluchtspel in Mainz

‘Märchen im Grand Hotel’ is waarschijnlijk het meest autobiografische werk van Paul Abraham. De componist verwerkte in deze Lustspieloperette zijn hang naar Hollywood, zijn ballingschap en zijn séjours in hotels. Goed uitgevoerd is ‘Märchen im Grand Hotel’ een meesterwerk, maar het Staatstheater Mainz presenteert de operette helaas als een klucht.

De Oostenrijk-Hongaarse componist Paul Abraham (1892-1960) had zijn eerste grote succes in 1930 met ‘Viktoria und der Husar’ en ook in Duitsland werd hij met deze operette en haar opvolgers ‘Die Blume von Hawaii’ en ‘Ball im Savoy’ zeer populair. Tijdens zijn successen in Berlijn bracht Abraham tijd door in het Hotel Adlon.

Aangezien zijn werken door de nazi’s in Duitsland verboden werden, vluchtte de Joodse Abraham in 1933 naar Boedapest, waar hij verbleef in het Grand Hotel Royal. Hij reisde op en neer naar Wenen en trof daar opnieuw zijn librettisten Alfred Grünwald (1884-1951) en Fritz Löhner-Beda (1883-1942, Auschwitz). Zij bewerkten voor hem het verhaal ‘La Grande Duchesse et le Garçon d’Étage’ van de Pools-Joodse schrijver Alfred Savoir voor de Lustspieloperette ‘Märchen im Grand Hotel’, die in 1934 in Wenen haar succesvolle wereldpremière beleefde.

In Duitsland werd ‘Märchen im Grand Hotel’ uiteraard niet opgevoerd en de operette raakte verloren. Pas in 2017 presenteerde de Komische Oper van Berlijn de Duitse première in een concertante uitvoering en het Staatstheater Mainz brengt nu de Duitse scenische première. Het regieduo Peter Jordan en Leonhard Koppelmann heeft de term ‘Lustspieloperette’ letterlijk genomen en maakte voor het Staatstheater Mainz van de operette een kluchtspel.

Het verhaal gaat over de Hollywoodse filmproducent Macintosh, die op zoek is naar een spektaculaire nouveauté. Zijn dochter Marylou stuit hiervoor op de Spaanse monarchen, die in het Grand-Hotel Palace van Cannes in ballingschap leven. Deze vorsten zouden in een film prima zichzelf kunnen spelen (NB 75 jaren voor reality-TV !). Marylou vertrekt naar de Franse Riviera, waar zij de kelner Albert aantreft die tot over zijn oren verliefd is op de Infante Isabella. Het Happy End toont Isabella als filmdiva in Hollywood en Albert niet alleen als zoon van de hotelbaas, maar ook nog eens als adoptiefzoon van Servische adel!

De regie heeft in plaats van een satirische of geëngageerde lezing gekozen voor platte onzin. De monarchen gedragen zich als clowns, ordinair en met veel onderbroekenlol; de personages vallen, staan weer op, springen en duiken. Er is slechts gekunstelde balorigheid en veel stampei. Ook de finale is meer joelend en schreeuwerig dan echt ironisch. De wisselwerking tussen het spottende en geestige, de werkelijkheid en façade ontbreekt helaas.

De videoprojectie daarentegen is sfeervol gedaan. Voor de proloog en voor de tweede akte wordt een trailer over de hoofdpersonen gedraaid en al tijdens de gebeurtenissen in Cannes worden opnamen gemaakt, die op het achterscherm passend asynchroon meelopen. Ook het decor voor het Grandhotel van ontwerper Johannes Mayer bestaat deels uit beeldprojectie.

De zangers worden met microfoons versterkt en de vraag laat zich stellen of Rosy Barsony, Oskar Karlweis en Liane Haid bij de wereldpremière ook versterkt werden. Ster van de avond is Nini Stadlmann, vol energiezingend, acterend en (tap)dansend. Zij trekt gelijk al bij de foxtrot “Jonny, brauchst du money” alle registers open. Tussen de bariton Michael Dahmen als Albert en de sopraan Jennifer Panara als Isabella is er goede chemie. Hij schittert met de tango “Die schönste Rose”, de slowfox “Träum’ heute Nacht von der Liebe” en de foxtrot “Ich hab’ sie heute früh geseh’n” en zij straalt met de wals “Ich wär so gerne Königin” en de titelsong “Ein Märchen in traumschöner Nacht”. De tenor Johannes Mayer vertolkt Prinz Andreas Stephan met Weens verlangen en Anika Baumann is een heerlijk hysterische hofdame Gräfin Inez de Ramírez.

Net als in ‘Ball im Savoy’ in 2017 in Koblenz en ‘Die Blume von Hawaii’ in 2018 in Hildesheim construeerden Henning Hagedorn en Matthias Grimminger een partituur van ‘Märchen im Grand Hotel’ aan de hand van het oorspronkelijke orkestmateriaal, pianouittreksel en regieboek. De Engelse dirigent Samuel Hogarth en het Philharmonische Staatsorchester beleven plezier in het avontuur van de Abraham’sche harmonie en diens interpretatorische vrijheid. Toch sleept Hogarth meer dan hij stuwt en dat geeft het gevoel dat de tempi dikwijls iets te langzaam zijn.

Interessant de door Abraham voorgeschreven en hier gerespecteerde megafoon voor klarinet en dempers voor het koper. Een Jazztrio van piano, contrabas en slagwerk zorgt tussen de scènes voor de Verwandlungsmusik van Abraham. Het Männergesangsquartett bevindt zich niet in de orkestbak, maar is op het podium geplaatst. Daardoor is er een afwijkend klankeffect, maar krijgt het kwartet wel een spannende commentaarfunctie. ‘Märchen im Grand Hotel’ krijgt het komende seizoen 2019/2020 alweer nieuwe kansen met nieuwe producties in Hannover en Meiningen.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie