RECENSIE: Bernstein – A Quiet Place

***
© Joost Milde
‘s-Hertogenbosch, 27 november 2018

Opera Zuid brengt uitzonderlijke ‘A Quiet Place’ terug naar Nederland

De relatie van de componist Leonard Bernstein met zijn vader Sam was op zijn zachtst gezegd nogal problematisch. Sam was een dominante man en Leonards ouders hadden geen gelukkig huwelijk. Sam weigerde bovendien te betalen voor de pianolessen van zijn zoon. Leonards vader, vaderfiguren en God keren dan ook in diverse composities van Bernstein terug. In zijn opera ‘A Quiet Place’ is vader Sam een kille en afstandelijke man, die zijn huwelijk heeft verwaarloosd en zich van zijn kinderen heeft vervreemd.

Het Limburgse gezelschap Opera Zuid voert ‘A Quiet Place’ op ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Leonard Bernstein (1918-1990). Na het kritische ontvangst van de wereldpremière in Houston in 1983 reviseerden Bernstein en librettist Stephen Wadsworth hun opera. Bernsteins eenakter ‘Trouble in Tahiti’ uit 1952 werd ingevoegd en de nieuwe versie werd in 1984 voor het eerst opgevoerd in de Scala van Milaan. In juni 1987 vond reeds de Nederlandse première van ‘A Quiet Place’ plaats als eindproductie van de Operaklas van het Conservatorium van de Limburgse hoofdstad. Opera Zuid voert ‘A Quiet Place’ nu dertig jaren later opnieuw in Nederland op.

De opening van ‘A Quiet Place’ is groots en explosief. Bij een auto-ongeluk komt Dinah – “a suburban wife in her early thirties” – om het leven, ook al is dat in de enscenering van de Ierse regisseuse Orpha Phelan voor Opera Zuid nog niet onmiddellijk duidelijk. Phelan verplaatst de opera naar de jaren tachtig van de wereldpremière in een sfeervol, nostalgisch decor, dat identiek is voor alle drie akten; een veranda en het interieur van Dinahs huis. Hier bevindt zich haar lijkkist, terwijl Dinahs levenloze lichaam ronddoolt.

Na het overlijden van Dinah (de Belgisch-Indiase sopraan Turiya Haudenhuyse in fraai Broadway-stijl) realiseren haar weduwnaar Sam (de Nederlandse bas-bariton Huub Claessens in een facetrijke vertolking) en hun volwassenen kinderen, zoon Junior (een uitstekende portrettering van de Nederlandse bariton Michael Wilmering) en dochter Dede (de innemende Belgische coloratuursopraan Lisa Mostin) dat nauwelijks nog iets hun verbindt. Junior had een relatie met de Fransman François (de Italiaanse tenor Enrico Casari met een aangenaam timbre) en voelt zich nog altijd tot hem aangetrokken, ook al is deze inmiddels getrouwd met Dede. Het tweede deel van de eerste akte is als een klaagzang. Sam realiseert zich zijn vervreemding van de kinderen en de verwaarlozing van zijn huwelijk. Genegenheid en liefde zijn vervangen door haat en woede.

De tweede akte is als een scherzo, die grotendeels bestaat uit ‘Trouble in Tahiti’. Het is bedoeld als flashback, ook al maakt de regie van Phelan dat niet meteen helder. Muzikaal detoneert de tweede akte (1952) met de voorgaande en volgende akte (1983) en de stijlbreuk is niet te overhoren. De finale van de derde akte is als een adagio en de stemmige en grootse stijl past bij de toenadering die vader Sam, Junior, Dede en François vinden. Alles in het leven blijkt moeilijk te realiseren.

Nederlandse bijdragen zijn er van de stralende tenor Jeroen de Vaal als de begrafenisondernemer en de bariton Marcel van Dieren, die Dinahs broer Bill zingt met eerlijk en aangenaam timbre. De Amerikaanse bas Galen Dole is Dinahs arts en diens vrouw wordt heerlijk onbeschroomd vertolkt door de Belgische mezzosopraan Mireille Capelle. De jonge Sam is de Spaanse bariton Sebastià Peris i Marco als de “All American Man”, Dinahs vriendin Susie de Canadese mezzosopraan Maria Kowan en de analist de Britse tenor Stefan Kennedy.

Het Nederlandse jazz-trio Veerle Sanders, Jeroen de Vaal en Rick Zwart swingt en het grote Theaterkoor Opera Zuid in samenwerking met de Kooracademie Maastricht levert onzichtbaar commentaar als een Grieks koor, ook al komen de ironische opmerkingen niet altijd even goed uit de verf.

De Belgische dirigent Karel Descure leidt de philharmonie zuidnederland uiterst sfeervol door Bernsteins orkestrale textuur, die een symfonische dichtheid en een uitgebreide variatie aan stijlen bezit. Een heel sympathieke voorstelling van Opera Zuid en een unieke mogelijkheid voor de nieuwsgierige operaliefhebber om dit uitzonderlijke werk van Bernstein, dat slechts sporadisch wordt opgevoerd, te gaan zien.

Nieuwe Recensie, Opera Zuid