RECENSIE: Puccini – La Fanciulla del West

****
© Ken Howard
New York, 20 oktober 2018

Eva-Maria Westbroek in Met ‘La Fanciulla del West’: om in goud te beslaan

La Fanciulla del West’ van Puccini beleefde op 20 oktober 2018 zijn 109ste voorstelling bij de Metropolitan Opera van New York, het gezelschap dat ook in 1910 de wereldpremière van deze opera had gegeven. Terug voor deze herneming in de Met waren na jaren van afwezigheid de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek en de tenor Jonas Kaufmann.

La Fanciulla del West’ van Giacomo Puccini (1858-1924) kreeg in de Metropolitan Opera van New York in 1991 een nieuwe enscenering van de Italiaanse regisseur Giancarlo Del Monaco en deze enscenering wordt door de Met nu voor de tweede maal hernomen. Het decorontwerp van Michael Scott zou niet hebben misstaan in een westernfilm van regisseur John Ford. De eerste akte toont de saloon van Minnie, de tweede akte haar huisje met het woeste, omliggende landschap en sneeuw en de derde akte biedt een stoffige straat met bouwvallige panden met in de verte het bergachtige gebied. De realistische en traditionele enscenering is een sfeervolle en artistiek adequate keuze voor deze naturalistische opera.

De enscenering laat de heerlijke muziek van Puccini uitstekend tot zijn recht komen en de Met heeft schitterende zangers geëngageerd voor deze herneming. Eva-Maria Westbroek vertolkt met haar “booming”, glanzende stem en hartelijke karakter de rol van Minnie. Ideaal schijnen naast haar de uitstraling en intense stem van Jonas Kaufmann – in zijn langverwachte Met-comeback na vier en half jaar afwezigheid – voor de rol van Ramerrez, alias Dick Johnson, de mysterieuze bandiet met geteisterd gemoed, die in de zachtaardige Minnie zijn verlossing ziet.

Er is geen sopraan die de veeleisende rol van Minnie op dit moment beter zingt dan Eva-Maria Westbroek. Haar weelderige legato fraseringen, haar rijke, warme en stralende stem en haar dramatische stamina gecombineerd met lyrische flexibiliteit zijn te allen tijde door het grote orkest heen te horen. Maar het is tevens haar diepe gevoel voor het karakter van Minnie dat aanspreekt. Op ieder moment van de opera is zij Minnie in elk aspect; Eva-Maria Westbroek is de rol van binnen en van buiten.

Westbroek domineert het toneel vanaf het moment van haar opkomst, waarin zij de mijnwerkers terechtwijst voor hun gedrag. Hier voelt men Minnie’s gezag en vertrouwen. Maar ook haar twijfel, dat in het eerste duet met Johnson naar voren komt als zij met neergeslagen blik haar stem een breekbare tederheid geeft. De aria “Laggiù nel soledad” zingt zij intiem en pakkend met egale klank en vloeiende lijnen.

In de tweede akte stijgt de stem van Eva-Maria Westbroek boven alles en iedereen uit. Tijdens het liefdesduet met Johnson vult haar sopraan het enorme auditorium van de Met en stelt haar stem en volume die van Kaufmann in haar schaduw. Op het moment dat Minnie ontdekt dat Johnson liegt, verandert de lyrische romantiek zowel fysiek als vocaal in onverdunde spanning en voelt men de innerlijke strijd tussen haar liefde voor de bandiet en haar woede vanwege diens leugens. Zij reageert zich uiteindelijk af met een luid schreeuwend “Tre assi e un paio!” in de finale van de kaartscène met sheriff Jack en haar “Ah… è mio!” was als een eruptie door het orkest heen.

In de laatste akte bewijst Eva-Maria Westbroek zich met het ontroerende “Non vi fu mai chi disse ‘Basta!’ quando per voi davo i miei giovani anni” als de ware heldin van de avond. Als hij Eva-Maria Westbroek als Minnie had gehoord, zou Puccini ongetwijfeld gezegd hebben “At last I have seen my true Fanciulla!”

Jonas Kaufmann liet aankondigen ziek te zijn, wat niet erg kon rekenen op goedkeuring van het New Yorkse publiek, gegeven de reactie “We want our money back!” Kaufmann heeft een fraai Italiaans timbre in de hoogte, maar het geknödel wordt in het borstregister steeds meer uitgesproken. Zijn tenor komt slechts dan goed door in het Met-auditorium wanneer hij niet zijn stem dichtknijpt. De partij van Johnson biedt volop de gelegenheid om stralende topnoten en gloedvolle frasen te laten horen, maar door de verkoudheid kon Kaufmann dit helaas niet uitbaten. Toch kreeg hij van zijn Amerikaanse fans goed applaus. Als de kille, dreigende en geslepen sheriff Jack Rance is de Servische bariton Željko Lucic zoals altijd solide.

De bijrollen waren voortreffelijk bezet met Richard Bernstein als Bello, Carlo Bosi als Nick, Matthew Rose als Ashby, Oren Gradus als Jake – al sinds 2010 in de Met in deze rol – en MaryAnn McCormick als Wowkle. Het mannenkoor van de Met zong schitterend, met name in de eerste akte, wanneer de mijnwerkers mijmeren over hun achtergebleven families.

Deze voorstelling laat ‘La Fanciulla del West’ horen in al zijn subtiliteiten mede dankzij de eersteklas lezing door de Italiaanse dirigent Marco Armiliato en het Metropolitan Opera Orchestra. De vernuftige partituur weeft elegante, lyrische draden door het zorgvuldig gecomponeerde, muzikale weefsel en Armiliato geeft aandacht aan deze structurele rijkheid en de doordringende harmonische verwikkelingen van Puccini’s muziek.

Westbroek en Kaufmann komen in deze productie een aantal malen prestigieus te paard op. Puccini wilde tevens dat Minnie en Johnson in de finale te paard naar de zonsondergang zouden rijden, maar in deze herneming zijn juist daar de paarden weggelaten. De focus ligt in de finale op het weelderige, orkestrale naspel als Westbroek en Kaufmann ontroerend hand in hand het toneel verlaten.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie