RECENSIE: Wagner – Lohengrin

***
© Enrico Nawrath
Bayreuth, 29 juli 2018

Beczała brengt hoogspanning in Bayreuth ‘Lohengrin’

Bayreuth 2018 maakte zijn opwachting met grote namen voor de nieuwe productie van ‘Lohengrin’. Het had in vele opzichten een bijzondere productie moeten worden, maar slechts ten dele kwam de verwachting uit.

Oorspronkelijk was dit jaar in Bayreuth de tenor Roberto Alagna voorzien voor de titelrol in de nieuwe productie van ‘Lohengrin’ (1850) van Richard Wagner (1813-1883), maar zijn deelname werd kort voor de première afgezegd. Men vroeg de Poolse tenorPiotr Beczała zijn debuut op de ‘Grüne Hügel’ te maken en het bleek een gouden greep. De Duitse sopraan Anja Harteros was eveneens tweede keus nadat Anna Nebtrebko in 2016 liet weten de rol van Elsa in Bayreuth niet meer te willen zingen. En ook in 2016 kwam de Amerikaanse regisseur Yuval Sharon (1979) in beeld toen de gesprekken tussen het festival en de Letse regisseur Alvis Hermanis voor ‘Lohengrin’ werden beëindigd. Sharon werd daarmee de eerste Amerikaanse regisseur die in Bayreuth een Wagner-opera ensceneert.

Wereldwijd werd door Wagnerfans belangstellend uitgekeken naar de enscenering, maar uiteindelijk blijkt Sharon niet een talentvolle operaregisseur te zijn. Sharon behandelt ‘Lohengrin’ vanuit de onderdrukte rol van de vrouw. Het rijk van koning Heinrich is een fundamentalistisch regiem, de hypocriete Lohengrin dwingt en domineert Elsa en Ortrud is een vrijheidsstrijdster. Uiteindelijk zakt het vrouwonvriendelijke volk in elkaar en blijven Elsa en Ortrud overeind, want “aan hen behoort de toekomst”. Maar de muziek vertelt een ander verhaal. Sharon neemt ‘Lohengrin’ onder handen vanuit de tekst en negeert daarbij wat de muziek over de tekst zegt.

Sharon vertaalt de spirituele kracht van Lohengrin in diens macht over elektriciteit. Dit wordt aangeduid met transformatorhuisjes, isolatoren, stroommasten en bliksemschichten in het decor van het ontwerp-echtpaar Neo Rauch en Rosa Loy. Lohengrin zelf treedt op in een grijsblauw elektricienspak. De overige zangers dragen Hollandse klederdracht uit de 17e eeuw met getailleerde kostuums, pofmouwen en grote kragen als in ‘De Nachtwacht’ en het toneel is in Delfts blauw. Was de productie van ‘Lohengrin’ in 2010 in Bayreuth nog door de ratten besnuffeld, nu dragen de personages insectenvleugels. Aan de esthetische schoonheid en mystiek van ‘Lohengrin’ voegt het allemaal niet zo heel veel toe.

Ook de starre personenregie maakt de enscenering niet erg energiek. De solisten acteren houterig en het koor staat continue fantasieloos aan weerszijden van de zangers in V-vorm. Yuval Sharon brengt decoratief regietheater à la Robert Wilson en Pierre Audi, dat inmiddels is achterhaald.

Piotr Beczała maakt echter in de titelrol alles goed. Zijn vertolking kenmerkt zich door grote muzikaliteit, prachtig legato en uitstekende verstaanbaarheid. Voor een lyrische stem zingt hij indrukwekkend breed in de hoogte, breder dan Jonas Kaufmann in de productie van 2010. Beczała is ideaal voor Lohengrin, een betere graalridder is op dit moment niet te vinden. Waar de elektriciteit maar niet van de enscenering wil komen, brengt Beczała hoogspanning in het Festspielhaus.

Ook Anja Harteros treedt voor het eerst opop de ‘Grüne Hügel’. Zij zingt vooral in de eerste akte nogal – Italiaans – voorop, heeft een dunne laagte en laat pas in de derde akte de volle stem tot uiting komen. De Duitse mezzo Waltraud Meier maakte 35 jaar geleden haar debuut in Bayreuth als Kundry en was er de afgelopen 18 jaren niet te horen. Ortrud zong zij in Bayreuth nog niet eerder en Meier maakte met name acterend indruk. Haar stem heeft nooit mezzokwaliteiten gehad; de laagte is dun, het midden nasaal en de hoogte is geforceerd en zonder glans.

De Pool Tomasz Konieczny zingt Telramund met een kernachtige en brede bas-bariton. Zijn Duits is matig en er is niet veel legato. Onnodig echter trakteerde het zelfingenomen Bayreuth-publiek hem aan het slot op boegeroep, waarna hij niet meer op het toneel verscheen. De Duitse bas Georg Zeppenfeld is een rots in de branding als König Heinrich met een heerlijk zwart geluid en de partij van Heerrufer is luxe bezet met de Letse bas-bariton Egils Siliņš. Ook de koordirigent Eberhard Friedrich kreeg verrassend boegeroep te incasseren.

Christian Thielemann completeert met deze ‘Lohengrin’ zijn oeuvre met alle Bayreuth-opera’s op de ‘Grüne Hügel’, een prestatie die tot nu toe slechts door Felix Mottl werd volbracht in 1901. Tielemann legt opwindende details van ‘Lohengrin’ vrij, produceert prachtige frasen en maakt explosieve fortes en tutti’s. Het uitstekend spelende Festspiel-Orchester volgt hem daarin nauwkeurig. Zoals wel vaker in Bayreuth – maar niet in 2010 – wordt in de finale III helaas een forse coupure gemaakt vanaf “O Elsa! Was hast du mir angethan?”.

In 2019 is het de beurt aan ‘Tannhäuser’ om een nieuwe enscenering te ondergaan. De regie zal in handen zijn van Tobias Kratzer, die bij onlangs DNO een onaantrekkelijke ‘Les Contes d’Hoffmann’ presenteerde. Ook zal dirigent Valery Gergiev in deze ‘Tannhäuser’ zijn Bayreuth-debuut maken.

Buitenlandse Recensies, Nieuwe Recensie