Amerikaanse heldentenor James McCray overleden (83)

31-01-2018

Op 31 januari 2018 is de Amerikaanse heldentenor James McCray overleden.

James McCray werd op 21 februari 1934 geboren in Ohio en studeerde aan de Mannes School of Music in New York bij Patricia Neway. In 1962 won hij de Metropolitan Opera National Council Auditions.

In 1965 zong McCray bij de Concert Opera Association in Philharmonic Hall te New York de bijrollen van Tsjekalinski in ‘Schoppenvrouw’ van Tsjaikovski en Francesco in de Amerikaanse première van ‘Benvenuto Cellini’ van Berlioz. Later dat jaar trad hij op tijdens het Stratford Festival in Canada als Jim Mahoney in ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Kurt Weill.

James McCray was tussen 1965 en 1968 geëngageerd door de Israëlische Nationale Opera en zong er hoofdrollen als Canio in ‘Pagliacci’, Cavaradossi in ‘Tosca’, Don José in ‘Carmen’, Manrico in ‘Il Trovatore’, Riccardo in ‘Un Ballo in Maschera’ en Samson in ‘Samson et Dalila’.

Hij maakte in 1969 zijn debuut bij de New York City Opera als Vladimir Igorevich in ‘Prins Igor’ van Borodin. In 1970 zong hij de rol van Conte Loris Ipanov in ‘Fedora’ van Giordano met het Opera Orchestra of New York onder leiding van dirigente Eve Queler. Op 26 maart 1971 werkte hij mee in de wereldpremière van ‘The Losers’ van Harold Farberman in de rol van Ken in het Juilliard Opera Theater in New York.

Ook in 1971 vertolkte hij Dick Johnson in ‘La Fanciulla del West’ van Puccini bij de Minnesota Opera en Manrico bij de San Francisco Opera. Tussen 1974 en 1976 zong McCray jaarlijks bij de Greater Miami Opera Association in onder andere ‘The Crucible’ van Robert Ward, als Erik in ‘Der fliegende Holländer’ van Wagner en met de titelrol van ‘Otello’ van Verdi.

Tijdens het Seattle Ring Festival vertolkte hij in 1975 de titelrol van ‘Siegfried’ van Wagner. Bij de Seattle Opera zong hij in de jaren daarna rollen als Siegmund in ‘Die Walküre’ en Siegfried in ‘Siegfried’ en ‘Götterdämmerung’. Tevens zong hij bij de Opera San Antonio in Texas de titelrol in ‘Rienzi’ van Wagner onder leiding van John Mauceri.

In 1979 keerde James McCray terug bij de New York City Opera als Osiride in ‘Mosé in Egitto’ van Rossini. Bij dit gezelschap zou hij tevens nog Avito in ‘L’Amore dei Tre Re’ van Montemezzi vertolken naast Samuel Ramey onder leiding van John Maurceri in een regie van Frank Corsaro. Verder trad hij er op met onder meer Carol Neblett en Jerome Hines.

James McCray maakte op 6 juni 1981 zijn debuut bij De Nederlandse Operastichting in de titelrol van ‘Parsifal’ onder leiding van Edo de Waart. In september 1981 zong hij in Kassel de titelrollen in ‘Otello’ en Tristan und Isolde’ in producties van Giancarlo del Monaco.

De partij van Tristan in ‘Tristan und Isolde’ zong McCray ruim 100 maal, waaronder in Brussel met Gwyneth Jones, L’Opéra de Montreal met Berit Lindholm, in Nancy met Lisbeth Balslev, in Freiburg met Deborah Polaski en in Bordeaux met Linda Kelm. Hij was te horen in de partij van Siegmund in concertante uitvoeringen van de eerste akte van ‘Die Walküre’ naast sopranen als Eileen Farrell, Jessye Norman en Johanna Meier. De titelrol in ‘Otello’ van Verdi zong hij onder meer in Split, Hamburg, Zagreb, Graz, Gent, Luik, Praag, Bratislava en Miami.

In het Teatro La Fenice van Venetië vertolkte hij Fritz in ‘Der ferne Klang’ van Schreker naast Sylvia Sass onder leiding van Gabriele Ferro. Andere rollen van zijn repertoire waren Luzio ‘Das Liebesverbot’, de titelrol in ‘Tannhäuser’, Arindal in ‘Die Feen’ en Luigi in ‘Il Tabarro’. James McCray trad verder op in onder andere Berlijn, München, Kopenhagen, Barcelona, Catania, Cagliari, Oslo, Rouen, Toulon, Nantes, Angier, Orange en Bordeaux.

Hij werkte met dirigenten als Zubin Metha, James Levine, Charles Wilson, Brian Priestman, Kent Nagano, Alain Lombard, Jesús López Cobos, Gerd Albrecht, Pinchas Steinberg, Adam Fischer, Sylvain Cambreling, Woldemar Nelson, Hans Wallat, Marc Soustrot, Bruno Weil, Alexander Sander, Matteus Kunsch en Eugene Kohn.

James McCray nam in mei 1996 afscheid van het operatoneel als Pollione in ‘Norma’ van Bellini in de Macedonische hoofdstad Skopje. Daarna gaf hij les in Joegoslavië, Italië, Duitsland, San Francisco en Den Haag. In de hofstad bleef hij wonen en gaf hij les in de McCray International Studio for Vocal Arts aan onder anderen Eva-Maria Westbroek, Frank van Aken, Bastiaan Everink, Jaco Huijpen en Martijn Sanders.

Lees op ABC van Opera Nederland

Kijk op YouTube

Home