RECENSIE: Wagner – Tristan und Isolde

***
© DNO
Amsterdam, 18 januari 2018

DNO ‘Tristan und Isolde’: stug en onvoldoende spannend

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen? *****

– De Nationale Opera (DNO) brengt iedere tien jaar een nieuwe enscenering van ‘Tristan und Isolde’ van Richard Wagner (1813-1883). De actuele productie wordt integraal zonder coupures gespeeld en is een coproductie. Pierre Audi werd voor zijn regie van deze ‘Tristan und Isolde’ in 2016 al getrakteerd op een fluitconcert in het Théâtre des Champs-Élysées van Parijs¹ en boegeroep in het Teatro dell’Opera van Rome².

2. Zijn de zangers rollendekkend? ****

– De Amerikaanse tenor Stephen Gould benadert uitstekend het timbre van de Heldenpartij dat Tristan vereist. Hij is verstandig omzichtig in de eerste twee akten en zingt de laatste akte als een etude zonder al te veel emotie. Het dunne borstregister van de Duitse sopraan Ricarda Merbeth maakt haar niet tot de ideale Isolde voor echte Wagnerianen, maar haar stamina, expressie en dictie zijn indrukwekkend. De Duitse zanger Günther Groissböck heeft nooit de bassige kwaliteit voor de Wagner-baspartijen gehad en beweegt zich inmiddels in het bas-baritonrepertoire. Als Marke laat hij af en toe al meer brede hoogte horen. De Zuid-Afrikaanse mezzo Michelle Breedt is een onverstaanbare Brangäne, de Schotse bas-bariton Iain Paterson een prima Kurwenal. Opera Nederland tipte de Welshe tenor Andrew Rees als Heldenpotentiaal voor zijn Melot bij de Reisopera en DNO nam hem over. De Oostenrijkse tenor Martin Piskorski als Ein junger Seemann is de ontdekking van de avond en zou wel eens een nieuwe Jonas Kaufmann (looks) of Pavarotti (stem) kunnen worden.

3. Is de dirigent betrokken bij het podium? *

Marc Albrecht (Hannover, 1964) stimuleert, stuwt of steunt de zangers niet.

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid? ***

– Het Nederlands Philharmonisch Orkest komt nog niet los van de bladmuziek en het is orkestraal alsnog niet altijd even spannend. Met name het koper klinkt erg onwennig.

DRAMATURGISCH

5. Komt de enscenering overeen met het libretto? ***

– De regie is in handen van Pierre “de Man en de Mythe” Audi (Libanon, 1957).
Hieronder een bloemlezing uit de buitenlandse pers over zijn regie van ‘Tristan und Isolde’:

– “vreemde bijdrage van een regisseur, waarvan men zich afvraagt wat hij gedurende de repetities aan zijn artiesten heeft overgebracht” (L’Atelier du Chanteur; 18-5-2016)

6. Wordt er een verhaal verteld? **

– “Audi, die uiteraard niet weet wat te doen met zijn zangers, ontslaat zich als een onsamenhangende illustrator” (Forum Opéra; 12-5-2016)

– “iedereen zingt voor zichzelf. Geen enkele aanraking, weinig uitgewisselde blikken” (Web Théâtre; 17-5-2016)

7. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving? **

– “Pierre Audi, de baas van de Amsterdamse Opera voor bijna 30 jaar (een record!) is dol op de abstracte universa, de sferen van oude begrafenissen” (Web Théâtre; 17-5-2016)

– “zelden zag men lelijkere en goedkopere decors en kostuums” (L’Atelier du Chanteur; 25-5-2016)

– “zonder Jean Kalmans uitstekende belichting zou ik niet weten wat er van de productie overblijft” (We Left At The Interval; 21-5-2016) 

– “een decor van Christoph Hetzer dat in z’n totaliteit voor mijn smaak relatief lelijk is, ondanks zeer mooie belichting” (Le Blog du Wanderer; 16-5-2016)

8. Hoe is de integratie regie – muziek? **

– “een vreselijk statische monoloog van koning Marke; Tristan die op de grond rolt in de derde akte zoals geen gewonde ook maar zou bedenken om te doen. De opera eindigt zo met een gevoel van onvervuldheid. Pierre Audi had verder kunnen gaan in zijn proces van re-theatricalisatie van het werk” (Concert Classic; 16-5-2016)

ALGEMEEN

9. Is de productie artistiek innovatief? *

– “visueel is de productie net zo gedateerd en van slechte kwaliteit als die van spelers met gehoornde helmen spelend tussen bordkarton en geschilderde canvasrotsen” (L’Atelier du Chanteur; 18-5-2016)

– “soms krijgen we de indruk dat we het al eens gezien hebben, vooral bij Patrice Chéreau” (Concerto Net; 15-5-2016)

10. Is de productie onderscheidend of spraakmakend? *

– “kortom, niets memorabel, men heeft spannendere ervaren” (Diapason; 15-5-2016)

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)? **

– De Nederlandse tenor Morschi Franz als Ein Hirt kan zijn talent bij DNO niet ontwikkelen. Hij blijft knödelig en onverstaanbaar. De vraag laat zich stellen hoe jong talent bij DNO begeleid wordt. De Nederlandse bariton Roger Smeets zingt als Ein Steuermann vier zinnetjes in de derde akte.

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit? **

– De première van deze ‘Tristan und Isolde’ was niet uitverkocht en na de tweede pauze waren en nog meer plaatsen leeg. Pierre Audi werd voor zijn regie van deze ‘Tristan und Isolde’ in 2016 getrakteerd op een fluitconcert in het Théâtre des Champs-Élysées van Parijs¹ en boegeroep in het Teatro dell’Opera van Rome². Maar uiteraard in Amsterdam niet…

¹ Diapason – “Ombres et lumières de Tristan” (15-5-2016)
² OperaClick – “Allestimento mediocre per la grande musica di Richard Wagner” (30-11-2016)

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie