RECENSIE: Zemlinsky / Puccini

***
© Matthias Baus
Amsterdam, 16 november 2017

Schrille contrasten in DNO-tweeluik

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen? ***

– De Nationale Opera (DNO) brengt een tweeluik van de eenakters ‘Eine florentinische Tragödie’ van Alexander Zemlinsky (1871-1942) en ‘Gianni Schicchi’ van Giacomo Puccini (1858-1924). De opera’s worden integraal gespeeld. DNO doet het voorkomen alsof het hier om een unieke koppeling van de werken gaat, maar niets is minder waar.

2. Zijn de zangers rollendekkend? ***

– De bezetting van ‘Eine florentinische Tragödie’ stelt teleur, die van ‘Gianni Schicchi’ is uitstekend. De Zweedse bas-bariton John Lundgren als Simone verliest resonansen in de hoogte, de Oostenrijkse tenor Nikolai Schukoff is een lichte Guido Bardi en de Litouwse mezzo Ausrine Stundyte als Bianca zingt nauwelijks lijnen. De hoofdrollen van ‘Gianni Schicchi’ worden door Italianen vertolkt. Massimo Cavalletti is een sappige Giovanni Schicchi, Enkelejda Shkosa een smeuïge Zita (ster van de avond inclusief vet borstregister en uitstekende hoogte), Alessandro Scotto di Luzio een struise Rinuccio en Mariangela Sicilia een vocaal enigszins onrustige Laurettina.

3. Is de dirigent betrokken bij het podium? **

“Niente!, Niente!, Niente!” In geen enkel operahuis ter wereld tref je een chefdirigent die de zangers hun inzetten niet aangeeft, behalve in Amsterdam… Vooral bij ‘Gianni Schicchi’ staan daardoor de noten van de zangers en het orkest vaak niet onder elkaar.

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid? ****

– Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelt oplettend en precies.

DRAMATURGISCH

5. Komt de enscenering overeen met het libretto? ***

– De Duitse regisseur Jan Philipp Gloger (1981, Hagen) is na zijn karakterloze ‘Der Rosenkavalier’ bij DNO teruggevraagd voor deze tweeluik. Gloger toonde zich in ‘Der Rosenkavalier’ nog geen komisch talent, maar kan beter uit de voeten met de humor van Puccini. In ‘Eine florentinische Tragödie’ vloekt het gebeuren op het toneel te vaak met de tekst, omdat Gloger de neiging heeft in te vullen. Zo laat hij Simone al in het begin toekijken bij het overspel van zijn vrouw Bianca met de prins Guido. Daardoor wordt het onzinnig dat Simone pas na een uur wraak neemt…

6. Wordt er een verhaal verteld? ****

– Gloger is een goed verteller en hij maakt de verhalen duidelijk voor het publiek. Elk personage – vooral in ‘Gianni Schicchi’ – krijgt van hem uitstekend profiel.

7. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving? ***

– Het decor van Raimund Orfeo Voigt is voor ‘Eine florentinische Tragödie’ een wit speelvlak met vier ongelijke zijden dat tevens kan kantelen. Het continue bewegen van dit speelvlak maakt de toeschouwer tureluurs. Overigens zijn zowel het decor van ‘Eine florentinische Tragödie’ als van ‘Gianni Schicchi’ vanuit alle delen van de zaal volledig te zien. Een kruisbestuiving tussen de eenakters probeert Gloger slechts aan het slot van ‘Gianni Schicchi’ te zoeken, maar dit is nogal met de haren erbij gesleept. De gevechtschoreografie in ‘Eine florentinische Tragödie’ van Ran Arthur Braun is knullig. Daarbij is er een prominente rol voor een toneelmedewerker, die onder andere een fakkel op de bühne legt en een wijnfles omruilt voor een gebroken fles. Dit werkt ontnuchterend op betovering, die de enscenering zou moeten hebben.

8. Hoe is de integratie regie – muziek? ***

– Gloger maakt de tragiek van ‘Eine florentinische Tragödie’ erg expliciet, waardoor de interactie van de handeling met de onderhuidse spanning van de muziek ontbreekt. In ‘Gianni Schicchi’ toont hij meer affiniteit met de muziek.

ALGEMEEN

9. Is de productie artistiek innovatief? ***

– Beide verhalen spelen zich af in Florence en de opera’s zijn in 1917 respectievelijk 1918 gecomponeerd. Verdere overeenkomsten tussen de opera’s zijn vergezocht. Thematisch ligt overigens de combinatie van ‘Eine florentinische Tragödie’ en ‘Il Tabarro’ van Puccini meer voor de hand.

10. Is de productie onderscheidend of spraakmakend? ***

– De koppeling van ‘Eine florentinische Tragödie’ met ‘Gianni Schicchi’ is niet zo origineel als DNO doet voorkomen. Recentelijk nog werd het tweetal samen op de bühne gebracht door de Opéra de Lyon (2012) en het Teatro Regio van Turijn (2014).

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)? **

– Koorlid Peter Arink is de schoenmaker Pinellino en Alexander de Jong zingt – in het kader van DNO talent – de zeven noten van de verver Guccio.

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit? **

– De zaalbezetting van de tweede uitvoering in de voorstellingsreeks was bedroevend laag. Op naar de volgende productie van DNO…

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie