DISCOGRAFIE: Puccini – Gianni Schicchi

1.

His Master’s Voice maakte in juli 1958 in het Teatro dell’Opera van Rome deze klassieke stereo-opname van ‘Gianni Schicchi’ van Giacomo Puccini (1858-1924). De vertolking van de titelrol door de Italiaanse bariton Tito Gobbi is na deze opname nooit meer geëvenaard. Gobbi zong de rol in Rome al in 1951 en tevens in de daaropvolgende jaren. Hij geeft een vooral pinnige vertolking van Schicchi en zijn imitatie van de stervende Buoso is kostelijk. Het liefdespaar is op CD onovertroffen. Lauretta wordt gezongen door de Catalaanse sopraan Victoria de los Ángeles. Zij was één van de slechts zes stemmen, waarvoor Giacomo Lauri-Volpi in zijn boek ‘Voci Parallele’ geen equivalent kon vinden. De los Ángeles schenkt Lauretta een ontroerende melancholie, die onder de huid kruipt en zelfs de hoge Des in de finale – De los Ángeles was nooit een hoge sopraan – staat als een huis. Rinuccio is haar landgenoot de Catalaanse tenor Carlo Del Monte, een volstrekt ondergewaardeerde zanger. Met zijn robuuste spintotenor maakt hij van Rinuccio een draufgängerische en energieke jongeman uit de provincie. De hier pas 25-jarige Paolo Washington is neef Simone, de oude burgermeester van Fucecchino en ook de overige commedia dell’arte partijen zijn roldekkkend bezet. Dirigent Gabriele Santini was van 1945 tot 1962 chefdirigent van de Opera di Roma en (bege)leidt zoals altijd het Orchestra del Teatro dell’Opera di Roma en solisten betrouwbaar door de partituur.
Regis RRC 1318 (1CD)

2.

Zelfs 18 jaren later was er nog geen betere Gianni Schicchi te vinden dan Tito Gobbi en op 4 en 5 augustus 1976 was hij in de No.1 Studio Abbey Road te Londen voor opnieuw een opname van ‘Gianni Schicchi’. Gobbi’s portrettering was nog altijd prominent en zijn vertolking nog altijd vocaal vermogend. De Roemeense sopraan Ileana Cotrubaș is een klagende en enigszins kortademige dochter Lauretta. De Spaanse tenor Plácido Domingo klinkt helaas te volwassen en intelligent voor Rinuccio en zijn zoon Alvaro Domingo is hier te horen als Gherardino. Ook hier in de bijrollen geen zwakke schakel. Dirigent Lorin Maazel en het London Symphony Orchestra geven een lezing vol hartstocht en vuur en Maazel ademt schitterend met de zangers en het orkest mee.
Sony 88697 527292 (3CDs)

3.

Op locatie in Florence – waar ‘Gianni Schicchi’ zich afspeelt – maakte Decca tussen 20 juli en 4 augustus 1991 in het Teatro Verdi deze studio-opname. Het is een opname met stemmen van wereldklasse. De Italiaanse bariton Leo Nucci zingt de partij van Gianni Schicchi goed en overdrijft niet, maar zijn portrettering is ook niet geestig, pinnig of dominant. Nucci beheert het toneel niet en zijn “Addio Firenze” is mooi gezongen, maar zonder sarcasme. De Italiaanse sopraan Mirella Freni klinkt helaas meer als de echtgenote van Schicchi dan zijn dochter Lauretta. De Franse tenor Roberto Alagna stond hier aan het begin van zijn carrière en zijn Rinuccio is een schitterend jeugdige aanhouder. De Poolse alt Ewa Podleś is een gezapige Zita en de hier 24-jarige Barbara Frittoli zingt Nella, twee jaren na haar professionele operadebuut in Florence. Het Orchestra Del Maggio Musicale Fiorentino staat onder leiding van hun artistiek directeur Bruno Bartoletti. Hij was tussen 1957 en 1965 de vaste dirigent van de Maggio Musicale Fiorentino en hij keerde er als artistiek directeur terug van 1985 tot en met 1991. Zijn lezing heeft autoriteit en hij weet steeds de juiste tempi te vinden voor het toneelgevoel.
Decca 0289 444 3952 6 (1CD)

4.

Al eerder op locatie in Florence maakte Decca in het Teatro della Pegola tussen 2 en 26 juli 1962 deze studio-opname van ‘Gianni Schicchi’. De Zwitserse bas Fernando Corena toont zich een geestige buffo Schicchi en hij is een meester in het parlando. Luister naar zijn heerlijke gemompel bij het lezen van Buoso’s testament! De Italiaanse sopraan Renata Tebaldi is een romige Lauretta en weet haar volle sopraan uitstekend te fraseren in de ingetogen lyrische partij. De hoge Des in de finale gaat zij uit de weg. Haar landgenoot Agostino Lazzari is helaas teveel buffotenor voor Rinuccio, wiens vertolking meer body mag hebben. En opnieuw Paolo Washington als Simone. Andermaal het Orchestra Del Maggio Musicale Fiorentino hier onder leiding van de Italiaanse dirigent Lamberto Gardelli, die helaas niet veel theatrale opwinding biedt.
Decca 478 6505 (3CDs)

5.

De eerste studio-opname van ‘Gianni Schicchi’ werd door Philips in mono gemaakt in september 1956 te Napels. Renato Capecchi heeft als Gianni Schicchi de neiging te overdrijven en is vocaal te overduidelijk. Hij vervormt zijn stem continu en glijdt over de noten heen. Bruna Rizzoli was één van die vele, prachtige, lyrische sopranen uit de Italiaanse provincie en geeft jeugdige charme aan Lauretta. Opnieuw Agostino Lazzari als Rinuccio en oudgedienden als Plinio Clabassi als Betto, Piero De Palma als Gherardo en Giuseppe Modesti als Simone dragen bij aan een solide ensemble. Dirigent Francesco Molinari-Pradelli is helaas niet in zijn doen en zijn lezing met het Orchestra del Teatro di San Carlo di Napoli is muzikaal weifelend en oppervlakkig.
Philips «Collectors Operas» 442 106-2 (2CDs)

Bonus:

Renato Capecchi was 23 jaren later in Nederland voor de titelrol van ‘Gianni Schicchi’ bij De Nederlandse Operastichting (DNO). Hij had al in 1958 zijn debuut in Nederland gemaakt tijdens het Holland Festival als Figaro in ‘Il Barbiere di Figaro’ en op 18 september 1979 was hij dan in Scheveningen als Schicchi. De persoonlijkheid is onveranderd, de stem enigszins afgenomen. De Argentijnse sopraan Angela Bello zong tussen 1975 en 1991 bij DNO en is een bescheiden Lauretta. De Amerikaanse tenor Douglas Ahlstedt was in die tijd geëngageerd bij de Deutsche Oper am Rhein te Düsseldorf en tussendoor te gast bij DNO als een lyrische Rinuccio. De Nederlandse bas Pieter van den Berg is een Simone met enorme zeggenschap. De Amerikaanse mezzosopraan Débria Brown was tussen 1971 en 1979 regelmatig te gast bij DNO. Haar Zita is lekker sleets en ze zingt vooral met borstregister. En er was een keur aan Nederlandse zangers in de bijrollen. Lieuwe Visser was Betto, Nico Boer zong Gherardo, Inge Fröhlich vertolkte Ciesca, Tom Haenen was Spinelloccio en Meinard Kraak zong Marco. Kom daar bij de huidige DNO maar eens om! Hans Vonk maakte op 27 maart 1971 zijn debuut bij DNO, was er tussen 1976 en 1985 chefdirigent en dirigeerde er 45 operaproducties. Vonk schetst de fijnzinnige klankschilderingen zeer zorgvuldig, ingehouden en subtiel. Daar waar de dramatiek de overhand krijgt, onderstreept hij met Rotterdams Philharmonisch Orkest de suggestie van een onontkoombare stroom die de handeling meezuigt.
Bella Voce 107.406 (3CDs)

DVD / CD Recensies 2017, Nieuwe Discografie