BOEKEN: Von Boehm/Simon – ‘Nächster Halt: Bayreuth’

augustus 2017

 

Barrie Kosky is de intendant van de Komische Oper in Berlijn en één van de meest markante regisseurs van deze tijd. De Australiër was dit jaar de eerste niet-Duitse regisseur aller tijden die bij de Bayreuther Festspiele ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ ensceneerde. Bovendien was hij de eerste Joodse regisseur in de geschiedenis van het festival. In de nieuwe publicatie ‘Nächster Halt: Bayreuth; Eine Zugfahrt mit Barrie Kosky’ wordt een beeld gepresenteerd van de carrière en het werk van Kosky en zijn opvattingen over kunst, cultuur en muziektheater.

Barrie Kosky reist veel met de trein. Hij rijdt geen auto omdat muziek tijdens het rijden teveel afleiding zou geven en dus te gevaarlijk zou zijn. Gedurende een treinreis van Berlijn naar Bayreuth sprak de Australische regisseur met de muziekwetenschapper Felix von Boehm en filmregisseur Rainer Simon over zijn arbeid en loopbaan en zijn opvattingen over kunst, cultuur en muziektheater. Dit gesprek werd opgetekend in het boekje ‘Nächster Halt: Bayreuth’. In het bijzonder kwamen Wagner, diens oeuvre en met name ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ te sprake.

Kosky beschouwt zich tijdens repetities als een familielid van het operagezelschap. De repetitieruimte is voor hem als een plaats van uitproberen en ontdekken, waarin hij de enscenering als een permanent ontstaansproces ziet. Tijdens repetities van Wagner-opera’s voelt Kosky de componist als een “Dybbuk” – als een klopgeest – fysiek ter plaatse. Dit komt omdat Wagner – meer nog dan bij andere componisten – in elke noot aanwezig is.

Richard Wagner zelf vindt hij een afschuwwekkend mens. Kosky houdt de componist verantwoordelijk voor alle verschrikkelijke dingen, die hij over mensen heeft gezegd en geschreven. De regisseur respecteert dan ook het Wagner-verbod in Israël. De opera’s van Wagner zitten volgens Kosky overigens voor tegenstrijdigheden. Het is echter jammer dat in het boekje geen voorbeelden hiervan uit de doeken worden gedaan.

De auteurs beweren dat Kosky de eerste regisseur is die in Bayreuth ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ ensceneert en niet toebehoort aan de Wagner-familie. Niets is echter minder waar, want Heinz Tietjen regisseerde de opera in Bayreuth in 1933, 1934, 1943 en 1944 en Rudolf Otto Hartmann in 1951 en 1952. Verder worden Nellie Melba en Joan Sutherland door de auteurs Europese operazangers genoemd (pag 10). Bovendien zijn de gender-correcte notaties in het boekje als “zangers/zangeressen”, “regisseur/regisseuse”, ‘kunstenaar/kunstenares” etc op den duur vermoeiend om te lezen. Het boekje bevat nauwelijks spelfouten, behalve bijvoorbeeld “Bayrischen Staatsoper” (pag 61).

‘Nächster Halt: Bayreuth; Eine Zugfahrt mit Barrie Kosky’ is pas de eerste publicatie over Kosky na de biografische essay ‘No Escape; Aspekte des Jüdischen im Theater von Barrie Kosky’ van Jürgen Bauer uit 2008. De regisseur toont zich in het nieuwe boekje opnieuw een fascinerende denker. Zo behoort volgens hem behoort necrofilie tot de dna van opera. “Opera is een soort Golem. Men wekt een dode partituur weer tot leven. Door de adem van de kunstenaars wordt de Golem tot leven gewekt.”

Wolff Verlag, Breitungen
2017, €13.00
ISBN 9783941461239
80 blz, Paperback

Boeken, Nieuwe Reportage