RECENSIE: R. Strauss – Salome

****
© DNO
Amsterdam, 21 juni 2017

Onsmakelijke finale van middelmatig DNO-seizoen

MUZIKAAL

1. Is men trouw aan de muziek of zijn er veranderingen? *****
– De Nationale Opera (DNO) presenteert een nieuwe enscenering van de opera ‘Salome’ (Dresden, 1905) van Richard Strauss (1864-1949) om de vieze smaak weg te spoelen van de vorige pornografische productie uit 2009 van regisseur Peter Konwitschny. De opera wordt gespeeld in het kader van het Holland Festival en integraal zonder pauze uitgevoerd.

2. Zijn de zangers rollendekkend? ***
– De Zweedse sopraan Malin Byström maakt haar DNO-debuut en zingt zo te horen – aan de onnauwkeurigheden – ook haar roldebuut in de titelpartij. Nu eens sensueel, warm en lyrisch, dan weer fel en ongeremd zet zij een interessante Salome neer, ook al grenst de partij aan haar lyrische stemvak. De Russische bariton Jevgeni Nikitin zingt Jochanaan breed, maar monochroom, zonder dynamische variatie, zonder legato en zonder volle resonansen, kortom saai. De Duitse mezzoveterane Doris Soffel vertolkte de rol van Herodias ook al in 2009 bij Konwitschny en is zoals altijd opwindend. Voor de partij van Herodes is de karaktertenor van de Canadees Lance Ryan gecast, terwijl de ware operaliefhebber hiervoor toch echt de voorkeur geeft aan een Heldentenor. De Duitse tenor Attilio Glaser is een prachtige Narraboth met fraai lyrische, legato fraseringen.

3. Is de dirigent betrokken bij het podium? ****
– Dirigent Daniele Gatti (Milaan, 1961) is een prima operadirigent en heeft uitstekend contact met het toneel. Hij houdt het orkest goed bij de zangers – ook tijdens de onzorgvuldigheden van Byström – en andersom. De opening van de opera is opvallend traag en wazig en ook verder in de opera neemt Gatti opmerkelijke tempi. Verder springt in het oor dat hij bang is om rusten te laten vallen…

4. Vormen de (koor- en) orkestleden onderling en samen een eenheid? *****
– Het beluisteren van het Koninklijk Concertgebouworkest in het Muziektheater is een unieke belevenis. Zelden hoor je de koperblazers in ‘Salome’ van zo’n kwaliteit!

DRAMATURGISCH

5. Komt de enscenering overeen met het libretto? ***
– De Belgische regisseur Ivo van Hove (Heist-op-den-Berg, 1958) had van DNO schijnbaar de opdracht meegekregen niet teveel buitensporigheden te doen, gezien de vorige productie van Konwitschny. Zijn enscenering volgt het verhaal op de voet en ageert nauwelijks tegen het libretto.

6. Wordt er een verhaal verteld? ***
– De enscenering van Ten Hove is conventioneel, maar het gevoel en de ontroering ontbreken.

7. Hoe is de esthetiek en functionaliteit van de vormgeving? ***
– Het decor- en lichtontwerp is van de hand van Ten Hoves partner Jan Versweyveld. Er is een ovaal speelveld met een achtertoneel, dat vanaf de zijkant van de zaal niet te zien is. Bovendien is er een kerker en een maan, zoals het libretto voorschrijft. In dit decor sluit het slanke postuur van Byström goed aan bij het personage van het 16-jarige meisje Salome.
 De finale is echter onsmakelijk. Salome krijgt hier niet slechts het hoofd, maar het gehele, bloedende en nog half levende lichaam van Jochanaan. Onthoofding zou in deze tijd teveel choqueren en Ten Hove biedt derhalve een flagrant alternatief. Maar het lichaam van zelfs de profeet Johannes de Doper moet toch rond de zes liter bloed gehad hebben (en niet twintig, zoals in deze enscenering).

8. Hoe is de integratie regie-muziek? ***
– Tijdens de ‘Tanz der sieben Schleier’ nemen de Joden en andere omstanders de dans van Salome over. Dat is leuk en op zich niet storend, voegt echter niets toe, maar helpt Salome wel om op adem te komen voor de finale.

ALGEMEEN

9. Is de productie artistiek innovatief? ***
– Deze enscenering van ‘Salome’ is traditioneel en niet zeer baanbrekend of grensverleggend.

10. Is de productie onderscheidend of spraakmakend? ***
– Van de hele productie baart slechts de onsmakelijk finale met het gehele, bloedende en nog half levende lichaam van Jochanaan opzien.

11. Is er Nederlandse betrokkenheid bij de productie (zangers, regisseur, ontwerpers, dirigent)? **
– Een deel van de bijrolletjes van ‘Salome’ is opgevuld met Nederlandse zangers. De tenor Marcel Reijans was in 2009 nog Narraboth en zingt nu één van de Joden samen met collega tenoren Mark Omvlee en Marcel Beekman. De bariton Roger Smeets is één van de Nazareners, Michael Wilmering de Cappadocier en Jeroen de Vaal de Sklave. Voor de Page is zelfs een mezzo uit Polen gehaald.

12. Hoe is het bezoekersaantal in verhouding tot de zaalcapaciteit? *****
– De vierde voorstelling van ‘Salome’ was uitverkocht.

De Nationale Opera, Nieuwe Recensie