24-04-2017

De componist Joseph Beer (1908-1987) werd geboren in het stadje Chodorów bij Lwów in Galicië, dat na de Lwów-pogrom van 1918 onderdeel van Polen werd totdat de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

Joseph Beer werd al in 1927 toegelaten tot de Staatsakademie und Hochschule für Musik in Wenen om te gaan studeren bij Joseph Marx. Na zijn studie toerde Beer door Palestina en ontmoette daar de librettist Fritz Löhner-Beda, die onder de indruk was van zijn composities. Hun eerste samenwerking was de operette ‘Prinz von Schiras’, die op 31 maart 1934 met succes in première ging. De 25-jarige Beer werd door de critici opgemerkt als de nieuwe Lehár. Voor de tweede operette van Beer verzekerde Löhner-Beda de medewerking van Alfred Grünwald, de librettist van Kálmán. Dit werk ‘Polnische Hochzeit’ beleefde haar wereldpremière op 4 april 1937 in Zürich en was een gigantisch succes. Na de première werd de operette in acht verschillende talen en op veertig Europese podia opgevoerd. Maar ‘Polnische Hochzeit’ betekende de climax én einde van de carrière van Beer. Na de Anschluss van Oostenrijk in 1938 moest de Joodse Beer vluchten naar Zuid-Frankrijk waar hij de gehele Tweede Wereldoorlog ondergedoken zat. Zijn ouders, zijn zuster en Fritz Löhner-Beda werden vermoord in Auschwitz. Beer heeft dit verlies nooit kunnen verwerken, trok zich terug uit de muziekwereld, bleef in Nice wonen en heeft na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks toestemming meer gegeven om ‘Polnische Hochzeit’ op te voeren.

Lees in WRTI