Peruaanse tenor Luigi Alva wordt 90 jaar

10-04-2017

De Peruaanse tenor Luis Alva werd op 10 april 1927 in de Peruaanse stad Paita als Luis Ernesto Alva y Talledo geboren.

Luigi Alva studeerde aan het Conservatorio Nacional de Música in Lima bij Rosa Mercedes Ayarza de Morales en maakte zijn operadebuut in Lima in 1949 in ‘Luisa Fernanda’ van Federico Moreno Torroba.

In 1953 ging Alva naar Milaan en studeerde daar bij Emilio Ghirardini en Ettore Campogalliani. Een jaar later maakte hij zijn Europese debuut in het Teatro Nuovo van Milaan als Alfredo in ‘La Traviata’ van Verdi. In het Teatro alla Scala van Milaan maakte Alva zijn debuut op 26 december 1955 als Paolino in ‘Il Matrimonio Segreto’ van Cimarosa.

Al vroeg in zijn carrière trad Alva op in Nederland. In het seizoen 1955/1956 maakte hij zijn nauwelijks opgemerkte, Nederlandse debuut als Ferrando in ‘Così Fan Tutte’ en hij was met dezelfde rol in het seizoen 1962/1963 terug bij De Nederlandse Opera. Bij het Holland Festival zong hij in 1959 Ecclitico in ‘Il Mondo della Luna’ van Haydn, in 1960 Almaviva in ‘Il Barbiere di Siviglia’ van Rossini, in 1963 Fenton in ‘Falstaff’ van Verdi en in 1965 Don Ottavio in ‘Don Giovanni’ van Mozart.

Op 28 juni 1957 debuteerde Alva in de Wiener Staatsoper als Belmonte in ‘Die Entführung aus dem Serail’ van Mozart en op 16 mei 1960 trad hij voor het eerst op in het Royal Opera House Covent Garden van Londen als Almaviva in ‘Il Barbiere di Siviglia’. Verder maakte hij bij het Glyndebourne Festival zijn debuut op 24 mei 1961 als Nemorino in ‘L’Elisir d’Amore’ van Donizetti. Alva trad voor het eerst op in het Metropolitan Opera House van New York op 6 maart 1964 als Fenton in ‘Falstaff’. Hij zou bij de Met tussen 1964 en 1975 in 101 voorstellingen optreden.

Luigi Alva richtte in 1980 de Asociación Prolírica del Perú in Lima op en was van die vereniging gedurende een aantal jaren artistiek directeur. Hij nam in 1989 afscheid van het operatoneel. Daarna sponsorde hij de Premio Luigi Alva voor jonge zangers, gaf masterclasses en was hij jurylid bij zangconcoursen. Verder gaf hij les aan La Scuola di Canto van La Scala in Milaan.

Andere rollen van zijn repertoire waren nog Don Ramiro in ‘La Cenerentola’ en Lindoro in ‘L’Italiana in Algeri’ van Rossini en Tamino in ‘Die Zauberflöte’ van Mozart. Zijn stem is door het label EMI vastgelegd op diverse studio-opnamen, waaronder ‘Falstaff’, ‘Il Barbiere di Siviglia’, ‘Don Giovanni’ en ‘Così Fan Tutte’.

Kijk op YouTube

Home, Nieuws